Hulspas’ Mohammed (3)

hulspas_mohammed_en_het_ontstaan_van_de_islamIs Mohammed en het ontstaan van de islam, waarover ik hier en daar al blogde, een goed boek? Ik heb het al gezegd: Hulspas stelt een vraag die menig wetenschapper heeft laten liggen, schrijft een beter boek dan het tweeluik van Hans Jansen en bedt de profeet in een langere traditie in. Dat is wat saaier maar ook realistischer dan het onwaarschijnlijke beeld van een vernieuwer die met werkelijk alles breekt. Niemand kan een totale vernieuwer zijn, iedereen is een kind van zijn tijd, ook Mohammed.

Dus ja, u zult geen spijt krijgen van uw lectuur. Hulspas schrijft goed en beledigt u niet met simplisme. Zijn eerste hoofdstukken zijn taai want hij weet dat u dat aankunt. Hij schuwt de wellichts, misschiens en waarschijnlijks niet: u bent heel goed in staat met hem mee te denken. Ook maakt hij u meer dan eens deelgenoot van de wijze waarop geschiedwetenschappers hun bronnen evalueren:

Dat is interessant, zo’n voorspelling die nooit uitkwam, want dat zou erop kunnen duiden dat aan de basis van dit verhaal een authentieke herinnering ten grondslag ligt, en dat het geen volledig verzonnen vertelling is.

Vakwerk. Zó toon je hoe een bron moet worden onderzocht. Ondanks mijn sympathie voor Hulspas’ boek moet echter worden gezegd dat het de definitieve antwoorden niet geeft. Zeker, Hulspas plaatst Mohammed in zijn tijd en religieuze context, maar er zijn vermoedelijk meer interpretaties denkbaar. We hebben weinig mogelijkheden om in het door Ibn Ishaq verzamelde materiaal een onderscheid aan te brengen tussen wat betrouwbaar is en wat niet. De Koran en het “Document van Medina” bieden enige steun, maar het is niet voldoende. In feite verkeert het onderzoek naar de historische Mohammed in de impasse waarin het Jezusonderzoek zich rond 1900 bevond: de ene geleerde draaide het materiaal naar links en schiep deze religieuze vernieuwer, de andere geleerde draaide hetzelfde materiaal naar rechts en schiep een andere religieuze vernieuwer.

In het Jezusonderzoek trok Albert Schweitzer toen de op dat moment enig-denkbare conclusie: “we weten alleen dat Jezus geloofde dat het Einde der Tijden nabij was en dat hij is gekruisigd, al het andere is onkenbaar” En omdat Schweitzer gelovig was, richtte hij zich op de tropengeneeskunde. Het Jezusonderzoek werd pas hernomen toen de Dode Zee-rollen erbij waren gekomen. Het Mohammedonderzoek zit ruwweg op hetzelfde punt: “we weten alleen dat Mohammed geloofde dat het Einde der Tijden nabij was en dat hij een machtige staat stichtte, al het andere is onkenbaar”. Een moderne moslim zal dat aanvaarden en verder gaan met zijn gewone dingen: zijn gebeden, zijn aalmoezen, de ramadan, zijn geloofsbelijdenis en wie weet een pelgrimage naar Mekka. Hulspas’ wens dat er een discussie over de profeet zal komen, zal wel een wens blijven: de gelovige trekt zijn eigen plan, historische Mohammed of niet.

Ik zou Hulspas’ boek echer tekort doen als ik eindigde met deze constatering van een impasse. Zeker, de geboden reconstructie is zo hypothetisch als we mogen verwachten bij iemand die aan de marge van de antieke wereld leefde en die is beschreven in bronnen van een slordige eeuw later, maar we kunnen wel kijken of Hulspas’ reconstructie intern consistent is. Als we niet de luxe hebben ons te bedienen van de correspondentietheorie van de waarheid, kunnen we kijken naar de coherentietheorie. Het is immers oudheidkunde.

Hulspas blijkt dan consequent een scheermes te gebruiken om echt en onecht te scheiden. Hij gaat er – met goede argumenten! – van uit dat de reiniging van het terrein rond de Kaäba in Mekka door de Hums-beweging een historisch feit is en dat Mohammed in de toen ingezette monotheïserende traditie staat. Dat standpunt stelt Hulspas in staat in het bronnenmateriaal duidelijke selecties aan te brengen. Zo vertelt Ibn Ishaq vier verhalen over de wijze waarop Mohammed de Kaäba zuiverde: een simpele anekdote over de aanvaarding van een sleutel en het breken van een houten duif, een wonderverhaal over omvallende afgodenbeelden, een vertelling over een bevel deze beelden kapot te slaan en een anekdote over het verwijderen van heidense afbeeldingen. Hulspas’ gebruikt zijn reconstructie van de Hums-hervormingen als selectiecriterium om enkele van deze verhalen terzijde te schuiven en heeft nog een aanvullend argument:

De leden van al-Hums hadden andere goden immers al vele jaren daarvoor “verbannen” tot buiten de stad. En ook de Koran vermeldt dergelijke beelden nergens, terwijl die voor God toch een enorme Steen des Aanstoots zouden zijn geweest.

Ik kan iets over het hoofd zien, maar mij lijkt het onberispelijk en ik acht het denkbaar dat “het criterium van de Hums” voor de bestudering van Mohammed zoiets kan worden als “het criterium van de joodse context” voor het Jezusonderzoek. Als er één zwak punt is dat ik in Hulspas’ boek moet aanwijzen, dan zou het zijn dat hij dit criterium, dat enkele keren terugkeert, niet wat explicieter als zodanig presenteert. Dat zou de lezer iets meer begrip hebben gegeven van de eigenlijke puzzel.

Dat gezegd zijnde: Hulspas’ biografie van de profeet is een fijn boek. Hier is geen revisionist aan het woord die zonder kennis van zaken probeert de islam van zijn historische wortels te beroven, dit is geen Hans Jansen die een hekel heeft aan de islam en dit is geen traditionalist die de islamitische traditie voor zoete koek slikt. Hulspas biedt een denkbare reconstructie van Mohammeds optreden, intern consistent en geplaatst in een historische context. Er zijn alternatieven denkbaar. Over Hulspas’ reconstructie van de ideeën van al-Hums is het laatste woord nog niet gesproken. Ongetwijfeld zal Hulspas’ boek door nieuwe interpretaties worden ingehaald. Voor het moment hebben we echter een profeet die wat minder origineel is dan in de legende, en daardoor des te menselijker.

13 gedachtes over “Hulspas’ Mohammed (3)

  1. Fred Vellinga

    Een beetje jammer dat Hans Jansen wordt afgekraakt. De tweeluik is uitermate leesbaar. Dat de man een agenda had, hij is dood, valt hem te vergeven. Waarom zou hij geen agenda mogen hebben en de schrijver Ibn Ishaq, ook dood, wel? De eerste doet er alles aan om aan te tonen dat Mohammed niet heeft bestaan en een bedachte figuur is, de laatste doet er alles aan om aan te tonen dat Mohammed echt heeft bestaan. Lijkt mij beide toegestaan.

    1. mnb0

      JL schrijft nergens dat die tweeluik onleesbaar is. Voor wat betreft uw waarom vraag: Ibn Ishaq leefde en schreef in het pre-wetenschappelijke tijdperk. HJ had de pretentie wetenschap te bedrijven. Dan dient de enige agenda te zijn zoveel mogelijk relevante feiten te presenteren en daar een coherente en consistente theorie op te bouwen. In dat opzicht faalde HJ volkomen – om politieke redenen; net zoals creationistische “wetenschappers” falen. En Jezusmythologen.
      Nogal wiedes voor wie zich aan de wetenschappelijke methode committeert. Doet u dat? Zo ja, dan dient u uw verdediging in te trekken, wilt u consistent blijven.

  2. mnb0

    “moet echter worden gezegd dat het de definitieve antwoorden niet geeft”
    Nou en? Doen de natuurwetenschappen over het algemeen ook niet. Ja, de Oerknal is een definitief antwoord op het begin van ons Heelal. Op het hoe zal er vermoedelijk nooit een definitief antwoord komen.
    Je vraagt te veel.

    “Het Mohammedonderzoek zit ruwweg op hetzelfde punt”
    Als er al vooruitgang is in het onderzoek naar de Oerknal gaat dat tergend langzaam.
    Hetzelfde verschil. De atheïst die zich gecommitteerd heeft aan de wetenschap aanvaardt dat eveneens en gaat verder met zijn gewone dingen.
    Dat vind ik de echte lol van wetenschap. Ze vertelt een ontstaansgeschiedenis (van Oerknal tot ikke achter mijn computer) die naar mijn erkend subjectieve opvatting fascinerender is dan welk religieus verhaal ook. En daar is jouw werk een integraal onderdeel van.
    Dus nu weet je waarom ik jouw blog en dat van Richard Kroes zo leuk vind.

  3. Manfred

    “Hulspas blijkt dan consequent een scheermes te gebruiken om echt en onecht te scheiden.”

    Ah, het scheermes van Ockeghem. Echt en Onecht waren zeer harige wezentjes die hun ware gezicht pas na een grondige scheerbeurt lieten zien.

    Zou Hulspas ze droog hebben geschoren met een iOffice USB-scheerapparaat of nat met zo’n Gilette III Turbo met 4 dubbele mesjes?

    1. Wies de Winter

      Over Requim gesproken (lekker moppie trouwens) :
      In ‘mijn’ dorp worden de doden nog op gepaste wijze geeerd. Vanochtend werd er melding gemaakt van twee nieuwe doden. Toen ik naar mijn Hollandse bakkersmeisje liep zag ik zowaar al een heel queutje staan voor de dodentafels tegen het dierenweeggebouwtje. Doodsoorzaak zal waarschijnlijk overhitting zijn want het is hier niet te harden van het zonnegeweld.
      Ik kwam er net weer voorbij, een oude ooit bordeaux rode Renault 4 stopte, een oude baas stapte uit en zette zijn naam onder de glazen deksel van het condoleance register van Mme Arcis Née Souche, Augusta, decedee a l’age de 95 ans,die in Puy de Dôme woonde maar die begraven wil worden in het dorp van haar geboorte, haar jeugd, waar ze haar hele leven naar terugverlangde en nu waar ze nu begraven wil worden.De man die zijn handtekening zette moet zo ongeveer haar leeftijd hebben gehad, misschien samen nog op het plaatselijke schooltje gezeten. Jeanine kijkt droevig voor zich uit in de auto, Bernard Bès uit La Souche, ondertekent.
      Dan kijkt hij in het tweede register, Leon Breysse, 81 jaar uit het Residencence Leon Rouveyrol in Aubenas, wil ook begraven op zijn geliefde geboortegrond met een mooie mis ‘les obseques’ in het plaatselijke kerkje.
      Bernard Bès leest wie hem allemaal zijn voorgegaan en ik zie hem twijfelen, zo goed kende hij Leon nou ook weer niet maar van de andere kant Roland Bonaud en Rieu Civers uit Neyrac waren ook niet echt zijn vrienden, misschien kende ze hem zijdelinges via de zus van Rieu die van zijn leeftijd was geweest.
      De glazene klep van de houten condoleancedoos blijft gesloten.
      Hij loopt naar de oude Renault, buigt zich door de klep van het raam naar Jeanine die geduldig op hem zit te wachten en hij vraagt: Leon Breysse is ook heengegaan, zal ik tekenen of niet. Ze overleggen even maar dan steekt Bernard weer over, de glazen klep gaat open en in een mooi frans handschrift staat er nu:
      Nom: Jeanine et Bernard Bès
      Adresse: Jaujac.

  4. Ben Spaans

    Een late reactie omdat het boek eerst gelezen moest worden. Marcel Hulspas, een sterrenkundige met overal verstand van, heeft levert een boek af dat niet eens zo heel erg veel afwijkt van dat van het door dit blog verfoeide Tom Holland, die bedoeld wordt met ‘revisionist zonder verstand van zaken’ naar ik aanneem. Hulspas geeft geen literatuurlijst – een fout gezien de complexe materie. Hulspas stelt op pag. 38 dat ‘de christenen, er juist in slaagden om het Romeinse vertrouwen te winnen’ i.t.t. de Joden – dit lijkt me geen juiste constatering ook al waren echte vervolgingen schaars. Ook valt op dat er steeds gesproken wordt over Byzantijnen terwijl er juist een trend is om ook voor deze periode van Romeinen te spreken. Op pag. 76 worden mazdak-aanhangers genoemd die verder nergens meer worden besproken, hoewel dit wel wordt beloofd – misschien verward met Manicheïsme dat hij wel bespreekt?

    Hulspas probeert een wetenschappelijke biografie te schrijven over Mohammed terwijl hij zich juist helemaal op de islamitische traditie hierover baseert en dan zelf probeert te redeneren wat feit is en wat niet. Het levert in de conclusie een plausibele reconstructie op maar uiteindelijk blijft hij van dezelfde informatie afhankelijk als andere moderne biografen waar hij zich tegen af wil zetten, zoals hij in interviews heeft aangegeven.

    Het is een informatief boek, het hoofdgedeel is wel loodzwaar met al die koran-citaten. Ik had er toch meer van verwacht, ook illustraties zouden het boek wat minder steriel gemaakt kunnen hebben.

    1. Die literatuurlijst is weggevallen door een fout van de uitgeverij en wordt in de tweede druk wel opgenomen. Ze is te vinden op Hulspas’ blog. http://marcelhulspas.nl/

      Het grote verschil met Holland is dat Hulspas wél probeert de hadith te doorgronden en wel degelijk verder komt dan eerdere biografen: dat de Hums belangrijk waren, is echt innovatief en oogt onweerlegbaar.

      1. Ben Spaans

        De verwijzing naar Het vierde beest/In the schadow of the sword van Tom Holland is natuurlijk een beetje provoceren maar toch ook niet – bij Holland las ik voor het eerst over de afwijkende datum voor de slag bij Badr in de oudste vermelding, het bestaan van het Document/Constitutie van Medina en de grote twijfel die moet worden gekoesterd tegen het beeld van Mekka als groot rijk handelscentrum, hoogstens was het een nog klein heiligdom, en de Koraisjieten als handelsclan. Hulspas beschrijft Mekka ook als voornamelijk een cultusplaats en beschrijft De Koraisjieten als zeer obscure groep die geen vermelding heeft buiten de islamitische traditie. Tom Holland kan veel te ver gaan en te verlekkerd een sappige ‘scoop’ willen scoren met zijn stelling dat het huidige Mekka totaal geen rol heeft gespeeld in de loopbaan van Mohammed, maar dat er reden is om aan het standaard beeld van Mekka te twijfelen wordt dus breder gedeeld (invloed Patricia Crone?). Ook het algemene kader van Holland, de clash van (monotheïstische) religies in de late oudheid wordt gedeeld door Hulspals.

        Holland, die wel noten heeft opgenomen kan wel degelijk treffende informatie leveren – in nooit 96 bij hoofdstuk 3 (De kinderen van Abraham) stelt hij ‘in feite stelt de Bijbel de kinderen van Ismael niet gelijk aan de Arabieren’, dat zou een misverstand met grote gevolgen blijken…

        Het zal zo zijn dat Holland te lui is geweest om zich serieus in het hadith-corpus te verdiepen, maar wat ik er van begrepen heb is dat behoorlijk vaag, met heel veel van horen zeggen en bij elke anekdote een agenda.

        Dat Hulspas wel erg veel vertrouwt op de traditie en vooral Ibn Ishaak en het materiaal naar zijn veronderstellingen toe lijkt te trekken wordt gedeeld door Richard Kroes die op de Livius-nieuwsbrief recenseert.

        De Hums lijken te worden vermeldt door Karen Armstrong in A history of God, pag. 160, waarin ze aanstipt dat er Arabieren waren, waaronder leden (4) van de Koraisjieten die de ‘hanifiyyah, the true religion of Abraham’ zochten. Maar ik denk dat u bedoelt dat Hulspas beschrijft dat ze ook een echt invloedrijke groepering waren.

        Tot slot van dit lange stuk: hoe zit het met de agenda van Hulspas? Op de Post Online maakt hij behoorlijk agressief reclame voor zijn werk. Hij lijkt onder meer te suggereren dat we de Arabische veroveringen eigenlijk niet zo moeten beschouwen omdat ze eigenlijk gewoon een vacuüm opvullen dat de Byzantijnen en Perzen achterlieten – het ging gewoon vanzelf…Dat de Arabieren/moslims een ‘once in lifetime opportunity’ grepen maakt ze nog steeds veroveraars, wat de relevantie voor onze tijd daarvan ook mag zijn.

Reacties zijn gesloten.