Faits divers (18)

In de onregelmatig verschijnende reeks faits divers deze keer van alles en nog wat. De reeks heet natuurlijk niet voor niets faits divers.

Nieuwe exposities

Eerst maar even drie nieuwe exposities. Over de Paestum-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden heb ik het al enkele keren gehad (een, twee, drie, vier, vijf). Ook de villa-expositie in hetzelfde museum, die ik nog een tweede keer wil zien voor ik er over ga schrijven, is al aan de orde geweest (een, twee, drie). Beide zijn nog tot en met eind augustus, dus u heeft nog een zomer lang de tijd.

Dat geldt echter niet voor de expositie “Bronsschat van Nistelrode” in het voormalige parochiehuis in – u raadt het al – Nistelrode (ten oosten van Den Bosch). De Romeinse schat, die twintig jaar geleden is ontdekt, is slechts zes dagen te zien: van zaterdag 18 tot en met donderdag 23 mei. Dat is dus volgende week. Hoewel er vanzelfsprekend dranghekken staan bij de ingang en de Brabantse bereden politie de verwachte menigte in bedwang zal houden, is het verstandig een tijdslot te reserveren om museale gekte te vermijden.

Lees verder “Faits divers (18)”

Oudheidkunde is een wetenschap

Dat was grappig. Ik was zondag naar de intocht van Sint-Nikolaas geweest en toen ik thuis kwam lag er voor mijn deur zomaar een doos met daarin vijftien exemplaren van mijn nieuwe boek. Ik verwachtte de auteursexemplaren pas later, dus dit Sinterklaascadeau was een aangename verrassing.

Oudheidkunde is een wetenschap

Oudheidkunde is een wetenschap gaat over dat wat de oudheidkundige wetenschappen maakt tot wetenschappen. Ik sprak erover met een stuk of veertig onderzoekers uit Nederland, België en Duitsland. In het boek leg ik eerst uit dat het tijdperk tussen 3000 v.Chr. en 650 na Chr. een eigen karakter heeft waar het centrale kentheoretische probleem, dataschaarste, als automatisch uit voortvloeit. Ik vertel verder dat de dagelijkse wetenschappelijke praktijk reageert op het heden en dus steeds nieuwe vragen stelt en nieuwe inzichten biedt. In diezelfde dagelijkse praktijk groeit het databestand. Soms spectaculair, al hebben we zelfs dan te weinig data.

Lees verder “Oudheidkunde is een wetenschap”

Interview met Marcel Hulspas

Een van de bekendste uitspraken over de profeet Mohammed is die van de Franse geleerde Ernest Renan (1823-1892), die zei dat het ontstaan van de islam niet had plaatsgevonden in het geheim, zoals bij zoveel religies het geval was geweest, maar in het volle licht van de geschiedenis. Voor iemand die geen hoge pet op had van de islam was dat een opmerkelijke uitspraak. Renan nam namelijk voetstoots aan dat de verhalen die moslims over hun profeet vertelden, bedoeld waren om letterlijk te worden genomen. Dat is maar de vraag. De verhaalcultuur was destijds een andere.

Maar er is meer aan de hand. Zo fantastisch goed is de vroege islam helemaal niet gedocumenteerd. De voornaamste bron is het Leven van de Profeet door Ibn Ishaq, geschreven ruim een eeuw na het overlijden van Mohammed. Het boek, in het Nederlands vertaald door Wim Raven, gaat terug op ouder materiaal dat lastig is te authenticeren. We zouden graag wat meer bronnen willen hebben die niet door gelovigen zijn geschreven.

Lees verder “Interview met Marcel Hulspas”

Nog even iets over papyrologie

De Leidse Amunpapyrus (foto Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het filmpje dat u hierna ziet, illustreert de tijd waarin we leven. Mijn uitgever, Omniboek, wilde reclamefilmpjes hebben voor het interessante Mohammed-boek dat Marcel Hulspas heeft geschreven en voor mijn boek over de wedloop tussen papyrologie en vervalsers. Hulspas zou mij interviewen en ik Hulspas. Alles was al geregeld, toen de coronamaatregelen werden verscherpt en er niks van kwam. Als ik me goed herinner, kwam het nieuws dat we niet in de studio terecht konden, op de ochtend zelf. De tijd waarin we leven.

Hulspas’ boek is echter niet alleen interessant, zijn thematiek is ook belangrijk. En eerlijk gezegd vind ik ook mijn eigen boek redelijk belangrijk. Het gemak waarmee oudheidkundigen misdadigers een handje helpen, is voldoende schokkend om het, vooruitlopend op de rechtszaak tegen Obbink, nog eens over het voetlicht te brengen. En dus zaten Hulspas en ik onlangs in een uitgestorven Rijksmuseum van Oudheden. Zonder professionele apparatuur maar met een hoop praatjes.

Lees verder “Nog even iets over papyrologie”

Mohammed. Van profeet tot legerleider

Vorige week zou Mohammed. Van profeet tot legerleider van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas zullen zijn gepresenteerd, maar de auteur was ziek. Dit boek verdient echter wel aandacht, want het is echt aardig. Ik zal het echter niet bespreken, aangezien ik meelezer ben geweest.

Moet u dit boek lezen? Een historische belangstelling behoeft natuurlijk geen rechtvaardiging. En zeker Mohammed, de beroemdste Arabier aller tijden, verdient een behoorlijke biografie. Hulspas is dan ook beslist niet de eerste die er een schrijft. Sterker nog, in feite is dit Hulspas’ vierde boek over de periode tussen pakweg 550 en 650 na Chr. Eerst publiceerde hij een lijvige biografie, namelijk deze. Vervolgens was er een boekje over de wijze waarop Mohammed moderne moslims inspireert. Daarna was er Uit de diepten van de hel. In dat boek behandelde Hulspas de christelijke geloofsconflicten, de daaruit voortvloeiende verzwakking van het Byzantijnse Rijk en de opkomst van de islam. En nu dus een boek dat als werktitel De kleine Mohammed had maar zoveel nieuws bevat dat het moeilijk kon doorgaan voor een samenvatting van het voorafgaande. Een geheel nieuw boek dus, dat ik met plezier heb gelezen.

Lees verder “Mohammed. Van profeet tot legerleider”

Ramones (of zo)

Laten we er geen doekjes om winden, Twitter is soms niet te verdragen omdat nogal wat gebruikers vooral bezig zijn te controleren of anderen wel voldoende verontwaardigd zijn over onderwerpen waarover ze blijkbaar verontwaardigd moeten zijn. Ik zal daarop geen uitzondering zijn. Maar soms gebeurt er iets aardigs, al had het vanmorgen een aanloopje nodig.

Eerst was er Marcel Hulspas, de auteur van het zo verschrikkelijk ten onrechte door alle boekenbijlagen genegeerde Uit de diepten van de hel, die nog probeerde verontwaardigd te zijn:

Beste Pauw, als je Meiland niet kent kom je niet direct van een andere planeet. De oogkleppen af, graag.

Omdat ik werkelijk niet wist wie of wat Meiland was, vroeg ik:

Lees verder “Ramones (of zo)”

Nonfictie

Marcel Hulspas ergerde zich. Daar was ook wel enige aanleiding voor, want het was een wonderlijk bericht dat hij had gelezen. De Bookspot-literatuurprijs had de jury uitgebreid met een historicus om ook eens een onderscheiding te geven aan nonfictie. Niet dat de mensen van de Bookspotprijs niet het beste bedoelden, dat begreep Hulspas wel. Het was een goed idee nonfictie eens in het zonnetje te zetten. De Eureka-prijs, die hier altijd voor had gediend, was immers ter ziele en het was netjes dat Bookspot de lacune wilde vullen.

Toch lag er een probleem. De jury van de Bookspot-nonfictieprijs veronderstelde dat uitgevers hun boeken zouden insturen. Maar stel dat u de uitgever bent van Getallen zijn je beste vrienden van Vincent van der Noort, zou u dat boek inhoudelijk laten beoordelen door een historicus? Kan een geschiedkundige een oordeel geven over Martijn van Calmthouts Echt quantum of Het groot Nederlands vloekboek van Marten van der Meulen e.a.? Het zat Hulspas echt dwars en dus schreef hij op de blog van de VWN (de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -Communicatie Nederland) dat die ene historicus

blijkbaar geacht wordt chemie, wiskunde, theologie, biologie, sociale wetenschappen, natuurkunde en rechtswetenschappen er ‘even bij te doen’. Dit is nou adding insult to injury.

Lees verder “Nonfictie”

Uit de diepten van de hel (bis)

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Chalkedon (451). Let op de duivelse influisteringen van twee ketters rechts.

Ik denk dat ik wel ongeveer weet wat een goed boek is. Ik zou het omschrijven als een boek dat onze cultuur helpt verrijken. Dat is inderdaad een flauwe formulering, aangezien er letterlijk honderden definities bestaan van cultuur, maar omdat die onderling familiegelijkenis vertonen, durf ik erop te vertrouwen dat u wel begrijpt in welke richting ik zoek. Als verrijking beschouw ik het als boeken nieuwe – of niet heel gangbare – ideeën toevoegen aan het conglomeraat van opvattingen dat al de ronde doet.

Anders gezegd, ik zoek boeken die iets vertellen dat we nog niet wisten, zoals Gödel, Escher, Bach dat destijds deed. Of die een helder overzicht bieden waar dat online niet bestaat, zoals Gzella’s geschiedenis van het Aramees (bespreking) of Oudheid als ambitie (bespreking) van Enenkel en Ottenheym. Ik noem nu nonfictie-titels, maar ik verwacht hetzelfde van fictie. Dat is immers slechts een andere manier om ideeën over te dragen.

Om me tot geschiedenisboeken te beperken: daarvan verwacht ik om te beginnen dat de argumentatie op orde is. Een auteur moet niet à la Tom Holland negentiende-eeuwse sjabloons herhalen, maar de stand van zaken in het onderzoek kennen. Verder verwacht ik dat een boek in evenwicht is. Een Simon Schama die in zijn geschiedenis van de joden wél alle antijoodse polemieken van de christenen opsomt maar onvermeld laat dat de joden terugscholden, schrijft gewoon geen goed boek.

Lees verder “Uit de diepten van de hel (bis)”

Uit de diepten van de hel

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Griekenland en Rome. Twee volken met een gedeelde, klassieke cultuur: dit is hoe we het beste kunnen kijken naar de antieke mediterrane wereld in de eerste eeuwen van onze jaartelling. We kennen de literatuur van enkele minderheden, zoals teksten in het Armeens, Hebreeuws en Aramees, maar vrijwel alle bewoners van het Romeinse Rijk deelden in meerdere of mindere mate in de klassieke cultuur. Zelfs degenen die erbuiten woonden, keken ernaar op. De Franken en Visigoten probeerden bijvoorbeeld een Romeins staatsapparaat op te bouwen.

Als iedereen Grieks-Romeins wilde zijn, komt de vraag op hoe de klassieke cultuur ten einde is gekomen, want vijanden had ze blijkbaar niet. Die vraag is oud: Zosimos was de eerste die keek naar het Romeinse Rijk als iets dat voorbij was. Als oorzaak wijst deze verstokte heiden op de verwaarlozing van de eredienst van de oude goden; als belangrijkste symptoom van de crisis wijst hij op de komst van vreemde stammen. Die hebben in de achttiende en negentiende eeuw opnieuw een rol gespeeld in de discussie, dit keer als oorzaak van de transformatie, en de twintigste eeuw leverde weer nieuwe verklaringen op.

Lees verder “Uit de diepten van de hel”

Oog op de Oudheid 2019

De Oudheid is een fascinerende tijd en de oudheidkundige disciplines zijn al even fascinerend. Om ook dat laatste te tonen, organiseerde het Rijksmuseum van Oudheden in 2018 voor het eerst “Oog op de Oudheid”. Vier avonden lang vernam u wat onderzoekers nu eigenlijk doen. Omdat dat een succes was, zijn er in 2019 opnieuw vier avonden, gewijd aan het thema DATA en onder hetzelfde motto als vorig jaar: “Geen weetjes maar wetenschap”.

Elke avond “Oog op de Oudheid 2019” begint om 19:30 (zaal open 19:00), wordt ingeleid door brandende journalistenvragen van Marcel Hulspas, kent een pauze met “antieke” wijnen van Eet!Verleden en sluit met een korte discussie tot 22:00 onder leiding van presentator Richard Kroes.

Lees verder “Oog op de Oudheid 2019”