De valse Mozes

Als je een religie hebt die veronderstelt dat er een eindtijd zal zijn, of als je een godsdienst hebt die aanneemt dat een bovennatuurlijke macht ooit een lang-verloren koninkrijk zal herstellen, zullen er altijd mensen zijn die denken te kunnen uitknobbelen wanneer een en ander zal plaatsvinden. Ik heb weleens gewezen op de aanwezigheid van een henochitische berekening in het Lukasevangelie. De Babylonische Talmoed documenteert dat ook het jodendom zulke speculaties kende (Sanhedrin 97b).

Rabbi Hanan ben Tahlifa vertelde aan rabbi Jozef: Ik ontmoette eens een man die een in Assyrische tekens geschreven Hebreeuwse boekrol bezat. Ik vroeg: “Hoe kom je daaraan?” Hij vertelde: “Ik diende als huurling in het Romeinse leger en vond het in de Romeinse archieven. Er staat in dat 4231 jaar na de Schepping de wereld wees zal worden. Van de daarop volgende jaren zullen er sommige worden besteed aan een oorlog tegen de grote zeemonsters en sommige aan de oorlog van Gog en Magog, maar de resterende jaren zullen de messiaanse tijd vormen.”

Lees verder “De valse Mozes”

Fabeldieren

Sfinx met jong (Museum van Bagdad)

Alle oude volken kenden zo hun eigen fabeldieren en voegden daar de fantasiebeesten van hun buurvolken aan toe. De sfinxen die in de Mesopotamische mythologie de Boom des Levens bewaken, keren terug in het joodse verhaal over de Tuin van Eden. De Humbaba’s van de Babyloniërs werden de Gorgonen van de Grieken. Ik schreef er al eens over. De lamassu’s uit Mesopotamië staan op munten uit Sicilië. De Romeinen namen van de Grieken de hele goddelijke veestapel over en daarvandaan wandelde die door naar de middeleeuwse bestiaria.

Hierboven ziet u een sfinx op een ivoortje uit het Archeologisch Museum van Bagdad; de foto is gemaakt door Marjon Verburg, die Irak onlangs bezocht. Op de achtergrond herkent u de paradijselijke vegetatie maar het leukste is natuurlijk dat deze sfinx een jonkie heeft. De ivoorsnijder kende aan het mythologische beest normale dierlijke eigenschappen toe.

Lees verder “Fabeldieren”

Lineair-B (2)

lineair-b_mus_heraklion_as
Lineair-B-tablet met vermelding van een olijfolie-offer aan Zeus Diktaios en “alle andere goden” in Amnisos, in het Daidaleion-heiligdom en aan de “winden-priesteres”. (Museum van Heraklion; foto Alexander Smarius)

De in het voorgaande stukje beschreven ontdekkingen stelden Michael Ventris, architect en amateur-mykenoloog, in staat als eerste in drieduizend jaar het Lineair-B te lezen. Al voor de Tweede Wereldoorlog had hij over het onderwerp gepubliceerd en voorgesteld dat de taal die in het Lineair-B geschreven was geweest weleens verwant kon zijn aan het Etruskisch. Die mening koesterde hij nog in 1950, toen hij een overzichtsartikel publiceerde met een schets van de stand van zaken bij de ontraadseling van het oude schrift.

Gedurende de volgende twee jaar benaderde Ventris het probleem op een nieuwe manier, namelijk door tabellen op te stellen waarin de frequentie en de plaats werden vastgesteld waarmee bepaalde karakters voorkwamen, een techniek die cryptografen hadden gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo stelde hij vast dat sommige karakters vrijwel uitsluitend aan het begin van een woord voorkwamen. Omdat het om een lettergrepenschrift ging, was het aannemelijk dat het ging om zelfstandige klinkers aan het begin van een woord (bijv. de a in A-ta-na en de e in E-te-wo-ke-re-we-i-jo).

Lees verder “Lineair-B (2)”

Lineair-B (1)

Schijf van Faistos (Museum van Heraklion). Om misverstanden te voorkomen: dit is geen Lineair-B maar een nog onontcijferd schrift.

Weinig oudheidkundige onderwerpen spreken meer tot de verbeelding dan de ontcijfering van een onbekend schrift, zoals de hiëroglyfen van Egypte of de Mesopotamische spijkerschriften. Je kunt hier ronduit spreken van “mysteries die worden ontraadseld” zonder ervan te worden beschuldigd dat je je te buiten bent gegaan aan oudheidkundige standaardoverdrijving.

Afgaande op dit niet per se betrouwbare bericht zal de Brits-Griekse oudheidkundige Gareth Owens, wiens oeuvre ik niet kan beoordelen, vandaag aankondigen wat zijn interpretatie is van de zogenaamde “schijf van Faistos”, een tot op heden onontcijferde tekst die is gevonden op Kreta. Ik ben sceptisch omdat ik denk dat de puzzel onoplosbaar is. Er zijn namelijk nauwelijks parallellen voor dit schrift, wat betekent dat je, zelfs als je de correcte vertaling zou hebben, te weinig vergelijkingsmateriaal hebt om je vertaling te toetsen. Om dezelfde reden zijn claims dat het Lineair-A, een schrift dat in de Bronstijd op Kreta werd gebruikt, is ontcijferd, tot op heden nooit houdbaar gebleken. In het geval van de schijf van Faistos is bovendien mogelijk dat het een vervalsing is. Niettemin: laten we afwachten wat Owens te melden heeft. Voor het moment bied ik een verhaal over de ontcijfering van het Lineair-B, een Kretenzisch schrift dat wél is ontcijferd.

Lees verder “Lineair-B (1)”

Kretenzische wetten

De Wetten van Gortyn (Louvre, Parijs)
De Wetten van Gortyn (Louvre, Parijs)

Je moet dat soort dingen geregeld hebben. Ik bedoel je erfenis. Kijk, dat je zonen van je erven, dat is normaal. En dat je dochters minder krijgen, da’s ook normaal. Maar wat doe je met een adoptiefzoon? Dat moet je dus gewoon regelen.

In de stad Gortyn, op Kreta, bepaalde men dat adoptiefzonen net zoveel erfden als een dochter. Adoptie maakte iemand dus niet tot volledige zoon. Daaruit vloeide dan weer voort dat adoptiefzonen ook niet hoefden op te draaien voor de onbetaalde belastingen van hun adoptiefvader. En ze konden ook niet worden gedwongen diens landgoederen over te nemen – wat best handig kon zijn als de eigenaar met schulden was overleden.

Lees verder “Kretenzische wetten”

De schijf van Faistos

Schijf van Faistos (Museum van Heraklion)
Schijf van Faistos (Museum van Heraklion)

Het bovenstaande voorwerp, een soort grote CD van gebakken klei waarop in een spiraal een pictografische inscriptie is aangebracht, is een van de beroemdste voorwerpen uit de Griekse Bronstijd. Deze schijf, te zien in het museum van Heraklion, werd in 1908 gevonden bij een heiligdom te Faistos (op Kreta) en ook een eeuw later zijn de tekens volkomen onbegrijpelijk.

Die tekens zijn in de klei gedrukt met stempeltjes. Voor dat procedé bestaan geen antieke parallellen en omdat er niets is dat erop lijkt, valt de schijf van Faistos niet te dateren aan de hand van vergelijkingsmateriaal. Het opgravingsrapport helpt niet: het is geschreven in een tijd waarin archeologen minder vergelijkingsmateriaal hadden dan wij, en moderne onderzoekers hebben geopperd dat de opgravers zich kunnen hebben vergist. Dat de chronologie van Bronstijd-Kreta een grote rommel is, maakt het er niet beter op.

Lees verder “De schijf van Faistos”