En dan nu het nijlpaard!

Nijlpaard (Louvre, Parijs)
Nijlpaard (Tweede Tussentijd; Louvre, Parijs)

De oude Egyptenaren hadden nogal gemengde gevoelens bij de nijlpaarden in de rivier de Nijl. Op plaatsen waar de god Seth werd beschouwd als een vernietigende kracht, gold het nijlpaard als een verachtelijk dier. In de tempel die in Edfu is gewijd aan Seths vijand Horus, zijn afbeeldingen van de nijlpaardenjacht. In andere heiligdommen werd het dier echter geassocieerd met de beschermgodinnen van de vruchtbaarheid en daarom in ere gehouden.

Toen de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos Egypte bezocht, herkende hij de ambiguïteit. We zien het in zijn beschrijving – een beschrijving die na die de derde zin echter volledig ontspoort.

En dan nu het nijlpaard! In het gewest Papremites is het een heilig dier, elders in Egypte niet. Het uiterlijk is een beschrijving waard, dus opgelet. Het beest is een viervoeter, de hoeven zijn gespleten als bij een os, de neus is stomp en de slagtanden zijn duidelijk zichtbaar. Het heeft de staart en de manen van een paard en hinnikt ook zo. Qua om vang kun je het vergelijken met een uitzonderlijk groot rund. Zijn huid is ongelooflijk dik en taai. Ze laten die drogen en maken er dan spiesschachten van. (Historiën 2.71; vertaling Hein van Dolen)

Zoals u weet hinniken nijlpaarden niet en hebben ze ook geen manen of paardenstaart. Aan het begin van de vorige eeuw is eens geopperd dat het nijlpaard in Egypte in de tijd van Herodotos al was uitgestorven en dat hij het dier nooit heeft gezien. Oudheidkundigen geven dat vervolgens door als feit, hoewel de bioloog John Anderson het dier nog zag in de late negentiende eeuw.

Er is nog iets raars aan de hand: Herodotos schreef deze passage vermoedelijk over van Hekataios, een eerdere Griekse auteur aan wie Herodotos wel meer heeft te danken. Wellicht heeft Herodotos van een betrouwbare bron gehoord dat er nijlpaarden waren in Egypte en leerde hij zo dat die niet overal werden vereerd, en heeft hij vervolgens, omdat hij het dier tijdens zijn eigen bezoek niet goed heeft kunnen aanschouwen, andermans beschrijving maar geciteerd.

Hoe dit ook zij, het lieve nijlpaardje hierboven is beschilderd met planten en vogels: alles wat rondom hem was te zien terwijl hij baadde in de Nijl. Op zijn billen staat een grote lotusbloem. Omdat het voorwerp is gevonden in een grafkamer, wordt wel verondersteld dat het iets met de dood van doen heeft: zoals bij de schepping de zon als een lotus opkwam uit de oervloed, zo vormt dit nijlpaardje een voorafspiegeling van het leven hierna. Misschien is de Eerste Hoofdwet van de archeologie van toepassing (“als je niet weet wat het is, is het religieus”), maar ik ken slechtere hypothesen.

[Dit was de 195e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

15 gedachtes over “En dan nu het nijlpaard!

  1. Gert Knepper

    Dat Herodotus of zijn bron Hekataios precies de fout ingaat als hij het nijlpaard paardenkarakteristieken (manen, staart, geluid) toedicht, zal wel te verklaren zijn vanuit een poging om die merkwaardige naam van het dier ἵππος ποτάμιος (hippos potamios, d.w.z. ‘rivierpaard’) te verklaren.

      1. Gert Knepper

        Dat is een goede vraag. Ik ben geen Egyptoloog, maar mijn naslagwerken weten te vertellen dat het Egyptische woord voor nijlpaard zoiets als ‘db’ was, terwijl de woorden voor ‘paard’ en ‘rivier(-)’ dara niet op leken. Onder voorbehoud is mijn antwoord dus: nee.
        Blijft natuurlijk de vraag waarom het beest in het Grieks wél een paard is. Ik heb daar nog geen antwoord op; maar het is interessant om te zien hoe Herodotus (of eventueel Hecataios al) zijn publiek wil uit te leggen waarin dit paard verschilt van de bekende paarden. Wij focussen nu vooral op de (zogenaamde, en lachwekkende) overeenkomsten – maar Herodotus ging het allereerst om de verschillen.

      2. Erik Bouwknegt

        In andere Afro-Aziatische talen (de taalfamilie waar het Egyptisch een tak van is) kennen ze wel een naam die wordt geïnterpreteerd als ‘waterstier’.

        A complete coincidence of Eth., CCush. Saho-Afar (-ī in Auslaut), HECush. and Omot. forms (common vocalic pattern) suggests borrowing, probably from Agaw, a decisive item being the interpretation of Ugr. gmr as ‘hippopotamus’ or not. Cf. Bla. Eleph., 204 where “an evident internal etymology” proposed interprets the CCh. and ECh. terms as composed words consisting of *gar- (Blazek quotes Musgu gari ‘(big) bull’, Muskum gèrré, Vulum gàri ‘bull’) and *yVm- (quoted is Musgu ye_m, yim ‘water’). This etymology is plausible (the latter term for ‘water’ is attested in other Afras.), but a triconsonantal, though metathetic, root in Cush. and Om. with exactly the same meaning makes our etymology more probable. Cf. also Berb. *a-gmar ‘mare’

        [Eth. = Geʕez, een Semitische taal in Ethiopië, Cush. = Koesjitisch, een tak van het Afro-Aziatisch gesproken van Soedan en Ethiopië tot in Kenia en Somalië, Ch. = Tsjadisch, een tak van het Afro-Aziatisch meer naar het westen, tot in Noord-Nigeria, Berb. = Berbertalen]

        Bron: http://starling.rinet.ru/cgi-bin/response.cgi?single=1&basename=%2fdata%2fsemham%2fafaset&text_number=2526&root=config

  2. “dat het nijlpaard in de tijd van Herodotos al was uitgestorven …” ? Ik ben enkele tientallen jaren geleden tijdens een ibisplaag eens uitgestapt bij de dierentuin van Cairo: tientallen nijlpaarden in alle maten. Trouwens “Artis” heeft er meestal ook wel een. Hoezo uitgestorven?

    1. Ik bedoelde “uitgestorven in Egypte”. Heb ik verbeterd.

      Artis’ nijlpaard, Tanja, is een paar jaar geleden naar de hemel gegaan en we weten van T.S. Eliot wat daar met nijlpaarden gebeurt.

      The Hippopotamus

      The broad-backed hippopotamus
      Rests on his belly in the mud;
      Although he seems so firm to us
      He is merely flesh and blood.

      Flesh and blood is weak and frail,
      Susceptible to nervous shock;
      While the True Church can never fail
      For it is based upon a rock.

      The hippo’s feeble steps may err
      In compassing material ends,
      While the True Church need never stir
      To gather in its dividends.

      The ’potamus can never reach
      The mango on the mango-tree;
      But fruits of pomegranate and peach
      Refresh the Church from over sea.

      At mating time the hippo’s voice
      Betrays inflexions hoarse and odd,
      But every week we hear rejoice
      The Church, at being one with God.

      The hippopotamus’s day
      Is passed in sleep; at night he hunts;
      God works in a mysterious way—
      The Church can sleep and feed at once.

      I saw the ’potamus take wing
      Ascending from the damp savannas,
      And quiring angels round him sing
      The praise of God, in loud hosannas.

      Blood of the Lamb shall wash him clean
      And him shall heavenly arms enfold,
      Among the saints he shall be seen
      Performing on a harp of gold.

      He shall be washed as white as snow,
      By all the martyr’d virgins kist,
      While the True Church remains below
      Wrapt in the old miasmal mist.

  3. Mike Uyl

    Een soortgelijk beeldje bevindt zich in het Neues Museum in Berlijn. Het maakt vooral een komische indruk vooral omdat het vergezeld wordt door een klein soortgelijk exemplaar. Moeder met jong?
    Dat brengt mij op een vraag. In datzelfde museum kwam ik een klassiek reliëf tegen van een verveeld kijkende persoon, tegen een deurpost leunend en die je recht aankijkt. Hoe zit het met de humor in Egyptische reliëfs?

    1. Ik ken het Berlijnse nijlpaardje. De beeldjes zijn niet ongebruikelijk. Maar dat reliëf, nee, dat weet ik niet.

      Overigens is “humor” een onhandige categorie. Een Engelsman begrijpt al niet wat Fransen verstaan onder esprit, een Hollander snapt een Duitse witz niet, en ik kan geen gedicht van Reve aan een Iraniër uitleggen. Zouden wij dat waarom een Egyptenaar moest lachen, wel herkennen en is dat wat wij als antieke humor identificeren (zoals de taalgrapjes in “Het verhaal van Wen-Amun”) wel als humor bedoeld?

      1. Mike Uyl

        Dag Jona,
        Dat ben ik met je eens. (Maar) De afbeelding is zo opvallend anders dat ik je hem toch wil laten zien.
        Ik zal donderdag een afdruk voor je meenemen.

  4. Gert Knepper

    Dat nijlpaarden in elk geval in de derde eeuw n.C. nog in Egypte voorkwamen weten we, doordat in een Griekse papyrus uit die tijd (p.Oxy 9 1220) een lokaal bestuurder melding maakt van het heugelijke feit dat “het nijlpaard niets stukgemaakt heeft”.

  5. FransL

    “chiefly of hippopotami”

    Dit kwam ik nog tegen bij http://penelope.uchicago.edu/Thayer/E/Roman/Texts/Manetho/Sacred_Book*.html#note5

    6. Interesting confirmation of the correctness of Plutarch and Manetho is given by G. A. Wainwright in his article “Iron in Egypt” (J. Eg. Arch. XVIII 1932, p14JOURNAL:JEgArch18: copyright thru 2034: Gerald Avery Wainwright died in 1964). He compares Pyramid Texts, § 14, “the biꜣ which came forth out of Setesh,” and refers to Petrie’s discover at Ḳâw (an important centre of Sêth worship) of great quantities of gigantic bones, collected in piles: they were chiefly of hippopotami, — mineralized, heavy, black bones, of metallic lustre and appearance. It is clear that they were considered sacred to Sêth, as they were wrapped in linen and were found here and there in tombs at Ḳâw.

    Interessant zou zijn te weten hoe nijlpaarden en krokodillen zich tot elkaar verhouden, hoe leefden zij samen in de Nijl? Seth is verbonden met de krokodil en het lijkt er op Horus met het nijlpaard. Seth en Horus werden verplicht samen te werken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s