In Libanon (3)

Wadi Brissa (detail)

Een lezer die even oplettend is als geïnteresseerd in mijn persoonlijke wederwaardigheden – en het is een van de leuke kanten van bloggen dat je zulke virtuele vrienden krijgt – zou hebben kunnen constateren dat er een complete dag zoek was tussen de gebeurtenissen in het eerste en het tweede stukje over mijn crashbezoek aan Libanon. Ik had u gisteren achtergelaten in een berghut in de noordelijke Libanonbergen en vervolgde vanmiddag met een snel geschreven verslag van de avond in Zahle. Deze avond een stukje over zaterdag.

We zijn eerst naar Hermel gereden en daarvandaan naar Wadi Brissa, waar ik al heel lang naartoe wilde. Om precies te zijn: sinds 2008, toen ik op de Babylon-expositie in het Louvre enorme wandtekeningen zag van deze Babylonische reliëfs, waarin koning Nebukadnezzar de wereld liet weten hoe geweldig hij wel niet was. We vonden het dorpje zonder veel problemen en vroegen nog even de weg aan twee heren, die langs de weg een kopje koffie zaten te drinken.

Een van de twee sprong in de auto en reed een kort stukje met ons mee, tot bij de twee reliëfs, waarvan vooral Reliëf A prachtig te zien was in het zachte licht. Er was ook makkelijk bij te komen. Reliëf B, aan de overzijde, was minder makkelijk te bereiken en vergde wat klauterwerk. Eigenlijk vind ik dat het leukste van dit soort dagen. Dat zo’n reliëf daarna wat tegenvalt, soit: ik ben er tenminste geweest.

We reden terug naar een Romeinse ruïne en Françoise en ik hadden wat tijd nodig om die te doorgronden: we hielden het uiteindelijk op een gebouw met daarnaast een tempel die later was omgebouwd tot een drieschepige kerk, waarvan één schip was gesloopt om stenen elders te gebruiken. De verwijderde stenen vonden we even later terug als muur rond een bloembak; elders in het dorp kregen we nog twee antieke cisternes en een trap aangewezen.

Zowel de man die met ons was meegereden als de man die was achtergebleven nodigde ons uit om nog even koffie te drinken – een luxe-situatie die met zich meebracht dat we iemand moesten afwijzen, en juist toen we hadden besloten met de eerste mee te gaan, zei de tweede dat hij de koffie al klaar had. We zijn dus even gebleven voor een praatje en daarna doorgereden naar de piramide van Hermel.

Dat is geen echte piramide, maar een twintig meter hoog en met jachtreliëfs versierd gebouw dat nog het meest lijkt op het mausoleum van Halicarnassus. Het is ergens in de eerste eeuw v.Chr. gebouwd voor een leider van de Itureeërs, een van de voor-Arabische stammen die vanaf het Arabische Schiereiland naar het noordwesten zijn getrokken, net als de Nabateeërs en nog wat andere groepen. Als een enorme toren staat dit monument ergens in de noordelijke Bekaa-vallei. Het is erg indrukwekkend.

Niet veel verderop zijn de bronnen van de rivier de Orontes, een rivier die naar het noorden door Syrië stroomt tot hij uiteindelijk dankzij het mirakel der Latijnse dichtkunst uitvloeit in de Tiber. Het bleek een geweldige plek te zijn, waar mensen zaten te barbecueën, waar dansmuziek klonk, waar je waterpijpen rook en waar sommige mensen zich waagden aan een duik. In de gezellige drukte genoten we nog van een wat late lunch.

Ietwat te laat, eigenlijk: we moesten immers nog naar Zahle. We reden iets gehaast verder, al onderbraken we de rit nog even bij de Pilaar van Iaat, een zuil die eenzaam in het stoffige landschap staat en waarvan niemand weet waarvoor die is opgerciht. Er zijn geen sporen van een tempel gevonden, maar misschien was het een grafmonument of een baken voor pelgrims op weg naar het heiligdom in Baalbek.

Ons oorspronkelijke plan was geweest even neer te strijken in een kamer in het Palmyra-hotel in Baalbek, maar doordat we wat laat waren, werd het het wijnkasteel van Xsara. Daar veegde ik het stof van mijn schoenen, wierp ik een plens water over mijn ongeschoren gezicht, constateerde ik dat mijn nieuwe overhemd te klein was, trok ik dus een ander overhemd aan en poetste ik mijn schoenen. Françoise slaagde er beter in zich toonbaar te presenteren en samen gingen we op pad, maar dat vertelde ik u al.

Deze zondagochtend hebben Françoise en ik gebruikt om te overleggen over de reizen die we dit voorjaar willen aanbieden – dit is een voorbeeld, maar het programma zal nog wat worden aangepast – en daarna reden we me met haar jeep naar het prachtige museum alhier. In de middag heb ik wat slaap ingehaald en wat zakelijke dingen geregeld, terwijl ik nog wat verloren momenten heb gebruikt voor deze stukjes. Het is hier al wat later dan in Nederland, dus het is nu bedtijd. Overigens is mijn huidige hotel op een steenworp van de plek waar de eerste scènes van dit dromerige clipje zijn opgenomen.

Morgen vlieg ik, na een verblijf in Libanon van drie-en-een-halve dag, terug naar Nederland. En als u zegt dat dit gekkenwerk was, dan heeft u natuurlijk gewoon helemaal gelijk.

8 gedachtes over “In Libanon (3)

  1. FrankB

    Neuh, ik zal nooit zeggen dat drieëeneenhalf hele fijne dagen het resultaat van gekkenwerk zijn. Dat ik het je niet na zou doen is heel wat anders.

Reacties zijn gesloten.