
Vorig jaar was ik in april in Libanon, waar mijn vriendin Françoise me meenam naar de Qadishavallei. Dat is zoiets als een combinatie van het Vaticaan, Genève, Ons’ Lieve Heer op Solder en de Athos. Hier verblijft de maronitische patriarch, hier werkten de beste theologen, hier was een schuilplaats voor gelovigen en hier staan allerlei kloosters. Die zijn prachtig gelegen op volkomen onbereikbare plaatsen. Voor wie het even kwijt was: maronieten zijn Libanese christenen met een eigen liturgie, die het gezag erkennen van de paus. Er waren ooit theologische verschillen maar die zijn sinds de dertiende eeuw steeds verder onder het tapijt geveegd.
Eén van de kloosters in de Qadishavallei staat bekend als Onze Lieve Vrouwe van Qannoubine en was van de vijftiende tot negentiende eeuw de residentie van de patriarch. Ik noemde dit klooster al eens toen ik hier Girolamo Dandini citeerde, die in 1596 aanwezig was bij een maronitische synode. Zou hij een eeuw later in Libanon zijn geweest, dan zou hij hier niet alleen Cornelis de Bruijn hebben kunnen ontmoeten, maar ook patriarch Istifan al-Duwayhi. (“Isitifan” is de Arabische weergave van de Griekse naam die wij weergeven als Stefanus of Étienne.)





Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.