De Mainzer Beobachter (de echte)

Je heb bloggers en bloggers. Sommigen beperken zich tot één hoofdthema, anderen schrijven over alles wat maar bij ze opkomt. Je moet eens weten hoeveel van die laatsten ergens in hun CV schrijven dat ze over alles een mening klaar hebben liggen. Zou Multatuli in onze tijd leven, hij zou hebben behoord tot die tweede categorie: iemand die over elk onderwerp wel een opiniërend stukje kon schrijven. Pak van Sjaalman.

Dat werd begin 1866 wat lastig, omdat hij gedwongen was Nederland te verlaten. Of beter: hij was wegens openlijke geweldpleging (“het moedwillig toebrengen van slagen … waardoor geene ziekte of beletsel van te werken van langer dan 20 dagen is ontstaan”) veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf en voelde zich te goed om die uit te zitten. Omdat hij, gevlucht naar het Rijnland, geld nodig had, ging hij stukjes schrijven voor de Opregte Haarlemsche Courant: vrij uitgebreide, redelijk betaalde samenvattingen van wat de Duitse kranten zoal te melden hadden. Broodschrijverij dus.

De stukjes in kwestie zijn opgenomen in deel 12 en deel 13 van de Volledige Werken. Ze werden zaterdagmorgen door Marc van Oostendorp, die elke week een stuk uit het oeuvre van Multatuli leest, kordaat terzijde geschoven:

Het zijn … vooral die nogal droge stukjes ‘Van den Rijn’ die hij voor de krant schreef en waarin hij navertelde wat de Duitse kranten aan Duits nieuws brachten. Je moet echt wel heel veel belangstelling hebben voor het reilen en zeilen van Duitsland in die dagen om dat geboeid te lezen.

Nu was het reilen en zeilen van Duitsland tijdens Multatuli’s correspondentschap van juli 1866 tot en met december 1869 op zichzelf boeiend genoeg. Bismarck regeerde immers tegen de wil van de volksvertegenwoordiging maar wist via conflicten met Denemarken, Oostenrijk en Frankrijk toch de Duitse eenwording af te dwingen, zij het op een niet-liberale basis. Multatuli belandde dus in wat een oorlogsgebied dreigde te worden en verruilde zijn eerste woonplaats, het door Pruisen bedreigde Frankfurt, al snel voor Koblenz.

(Een tophit uit Multatuli’s Duitsland: de Königgrätzer Marsch. Als u de muziek herkent, ja die zit ook in Indiana Jones.)

De twee stukjes Van den Rijn die Multatuli iedere week schreef geven een beeld van wat er zoal speelde. Zijn eerste bijdrage is bijvoorbeeld geschreven onmiddellijk na de Slag bij Königgrätz, waarin de Pruisen de Oostenrijkers beslissend versloegen. Onze man in Koblenz doet verslag van het “grondwets-conflict” en blijft daarop terugkomen. Hoe zit het bovendien in een zich verenigend Duitsland met de positie van de “kleine soevereinen”? Het in Frankfurt rustende militaire archief van het oude Heilige Roomse Rijk wordt (als “scheurpapier”) overgedragen aan Pruisische archivarissen. In een discussie over de eenheidsmunt staan de Duitsers voor de keuze tussen de Pruisische thaler en de napoléon d’or. De persvrijheid gaat teloor. Maar er is ook kleiner nieuws dat een Multatuli zal hebben geboeid. Zoals speelbanken en loterijen en casino’s.

Dat gezegd zijnde, Van Oostendorp heeft natuurlijk volkomen gelijk dat de 307 stukjes Van den Rijn nogal droog zijn. Ze zijn inderdaad niet de reden waarom Multatuli geldt als Nederlands interessantste schrijver. Zijn bloed kroop echter waar het niet gaan kon: hij was immers zo’n man die, ware hij blogger, over alles wel een mening klaar heeft liggen. Om die toch te kunnen spuien, voegde hij aan de Coblenzer Zeitung, het Frankfurter Journal, de Kölnische Anzeiger, het Norddeutsch Volksblatt, de Provincial-Correspondenz, de Zeidlersche Correspondenz en Die Zukunft – de Duitse krantennamen zijn in feite poëzie – nog een extra krant toe: de Mainzer Beobachter. Een voorbeeld:

Men verneemt, dat de pruissische commissie voor de groote tentoonstelling te Parijs voornemens is, het model van eene complete dorpsschool derwaarts te zenden. Er zou reeds last gegeven zijn, op dusdanige scholen door de leerlingen een en ander te doen vervaardigen, dat gelegenheid geven zou, over die inrigtingen een oordeel te vellen. Deze voorwerpen zouden bestaan in een schoonschrift, een dicté, een opstel, en de schriftelijk beredeneerde oplossing van een rekenkunstig vraagstuk.

De Mainzer-Beobachter, dit mededeelende, vraagt: ‘hoe men het zal aanleggen om den toeschouwers de gegronde zekerheid te geven, dat dit het werk van scholieren, en niet van hunne leermeesters, is?’

Toen ik een kleine acht jaar geleden begon met bloggen, had ik zo’n “ik geef over alles en iedereen mijn mening”-blog in gedachten en vernoemde die naar de fictieve krant van Multatuli, als een hommage aan de man die in de Ideën alle literaire en stilistische vrijheden al nam, zodat bloggers dat niet als eersten hoefden te doen. Bijkomend voordeel is dat ik Mainz een toffe stad vind en dat ik mezelf wel een beetje een Beobachter vind: iemand die waarneemt hoe zijn vakgebied implodeert, registreert wat er gebeurt en beschrijft wat we aan waardevols teloor laten gaan. Zo werd het uiteindelijk toch een blog met een heel ander karakter, namelijk een blog waar de overdonderende meerderheid van de stukjes gaat over de Oudheid. Maar ik ben blij op een dag als deze weer eens een ander onderwerp te hebben kunnen behandelen.

30 gedachtes over “De Mainzer Beobachter (de echte)

  1. Ik vind zijn opmerkingsgave boeiend. Heeft hij het ook nog over het einde van de Duitse bond? Waardoor Nederlands Limburg los kwam van zijn dubbele status en waar in Nederland naar aanleiding van een referendum in 1848 nog veel om te doen was geweest. Zou wel willen weten hoe Bilderdijk hier tegen aan keek

  2. Marc van Oostendorp

    De stukjes Van de Rijn gingen nog wel een paar jaar door, dus ik kom er mogelijk nog op terug. Maar ook de zinsneden uit de Mainzer Beobachter zijn niet altijd even boeiend. Je citaat illustreert dat. De vraag die de M.O. stelt is terecht maar ook volkomen voor de hand liggend. Als hij uit een echte krant was gekomen was hij niemand opgevallen, zoals ook het hier aangeroerde idee van de ‘Pruisische commissie’ wel een heel klein detail is in de geschiedenis.

    1. Henk Smout

      Op neerlandistiek.nl schreef onlangs (17 april) ook Jan Stroop over Multatuli, namelijk over diens bezwaar tegen u als nominatief.

  3. FrankB

    “Multatuli geldt als Nederlands interessantste schrijver”
    Kijk nou, op een christelijke feestdag krijg ik de kans om te vloeken in de kerk. Want ik vind de Max Havelaar bombastisch, saai, bevoogdend en niet meer dan achterhaald kolonialistisch. De grote uitzondering is het ontroerende Saidjah en Adinda. Misschien dat ik daarom zo weinig Nederlandse boeken lees – het overgrote deel is nog oninteressanter (gelukkig heeft niemand het meer over Willem Mertens’ Levensspiegel).
    Maar nee. Meneer Visser’s Hellevaart (met grappigste stream of consciousness ooit), De Avonden en Dubbelspel doen mijn belangstelling nooit verflauwen. Dat zijn dus al drie schrijvers die interessanter zijn. En laten we wel wezen. De Vierde Man is veel onderhoudender dan de verfilming van Multatuli’s “meesterwerk”.

    1. Roger van Bever

      Persoonlijk zou ik daar Willem Elsschot aan toe willen voegen, zowel zijn romans als zijn gedichten. But: Beauty is in the eye of the beholder.

    2. Als de Max Havelaar bombastisch zou zijn ,is driekwart van de literatuur dat ook. Ik heb het boek indertijd op ergens rond m’n 15e met veel plezier gelezen.

  4. FrankB

    Ik vraag me trouwens af of Einstein naar deze mars van Piefke luisterde toen hij schreef:

    “He who joyfully marches to music rank and file has already earned my contempt. He has been given a large brain by mistake, since for him the spinal cord would surely suffice. This disgrace to civilization should be done away with at once. Heroism at command, senseless brutality, deplorable love-of-country stance and all the loathsome nonsense that goes by the name of patriotism, how violently I hate all this, how despicable and ignoble war is; I would rather be torn to shreds than be part of so base an action! It is my conviction that killing under the cloak of war is nothing but an act of murder.”
    Ik hield het luisteren iets meer dan een minuut vol; de Indiana Jones versie ruim tien seconden.

    1. Rob Krabbendam

      Ik denk dat Einstein anno 1931 de nazi’s met hun bespottelijke outfits en strijdmuziek op het oog en in het oor had. Had hij Piefke niet voor nodig…

      1. jacob krekel

        In 1931 schreef Einstein ongetwijfeld alleen nog maar in het Duits. De Engelse tekst verwijst wellicht niet alleen naar WO II, maar kan ook heel goed verwijzen naar lieden die al marcherend God bless America blaten.

  5. Wilfried Dierick

    Vergeet ‘Woutertje Pieterse’ niet met scènes als deze waarin Woutertje Femke vraagt of hij haar vriendje mag zijn. Zij antwoordt dat hij dan ook alles voor haar moet doen.
    En dan komt het: “Alles slechts? Och, het kwam Wouter zo weinig voor.”
    Alles slechts…

    1. Woutertje Pieterse is het beste dat ooit door welke auteur ook is geschreven.

      Professioneel moet ik natuurlijk iets mompelen over de Ilias als superieur en zo, maar iedereen die de zesentwintig letters van het alfabet beheerst kan weten dat dat schromelijk overdreven is.

        1. jan kroeze

          Het aardige is nu juist dat er zoveel geschreven is dat men kan omschrijven als het allerbeste.
          BV. De Avonden of de zure ego-stukken van Jeroen Brouwers, maar wel schitterend. De prachtige scheldbrieven van August Willemsen. Inderdaad zoals je al zei Jona, iedereen heeft wel ergens een mening over.

          1. ik neem aan dat je brouwers bedoelt?
            er zijn nogal wat luitjes die de beste man niet serieus nemen.
            wat willemsen betreft, ik geniet van z’n vertalingen van pessoa.

      1. Roger van Bever

        …Woutertje Pieterse is het beste dat ooit door welke auteur ook is geschreven…

        Dat is nogal een uitspraak, Jona! Op wetenschappelijk-statistische gronden zou je alleen deze conclusie kunnen trekken, als je alle literaire werken die ooit verschenen zijn gelezen hebt. Jouw belezenheid valt moeilijk te onderschatten, dat weet en merk ik, maar zo’n subjectieve uitspraak valt moeilijk waar te maken. 😊

  6. Dirk

    Ik ken Multatuli enkel van een spreekoefening in het secundair: Saidjah’s vader had een buffel, waarmede hij zijn veld beploegde. Maar ik ben dan ook geen groot liefhebber van romans en heb me op dat vlak door mijn Germaanse moeten sleuren.
    Over marsmuziek heb ik ook een mening klaarliggen. Heerlijk om mee te zingen. Nationalisme is gevaarlijk, oorlog is vreselijk, maar strijdliederen vind ik vaak gewoon mooi. Die Wacht Al Rhein, bijvoorbeeld.

      1. Jeroen

        mee moeten spelen in een pantomime van de Japanse Steenhouwer

        Je hebt geen normale jeugd gehad, Jona… geen normale jeugd… 🙂

  7. jacob krekel

    Waarom wil iemand eigenlijk een uitspraak doen over wie de grootste auteur is die ooit geschreven heeft? Dat is toch een volkomen zinloos begrip, zeker voor iemand als ik die zelden in superlatieven denkt.
    Het heeft meer iets van een gezelschapsspel, nauw verwant aan kwartetten

    1. Natuurlijk is het op zich een zinloos begrip, maar is dat erg? Zo nu en dan hebben mensen simpelweg de behoefte om een top 5 of 10 samen te stellen. Het geeft wat reuring in de tent en daar houden mensen van. Wat mij opvalt is dat talig volk zoals (neem ik aan) de meesten op deze blog vaak komen aanzetten met ouwe meuk (Ilias, Cervantes), dit is niet beledigend bedoeld, let wel, maar ik zie geen modern werk. Maar ja, het is een blog over de oudheid, snap ik. Ik wil wel vaker een top-zoveel over dittem of dattum. Het breekt de ernst mbt. de oudheid .En ik heb er ondertussen naar mijn idee veel van geleerd, het zet aan tot het lezen van boeken bv.

      1. Roger van Bever

        @ Jan Kroeze en Jona Lendering.
        Ik ben het hier volledig mee eens! Dit is een veelzijdige blog en zo nu en dan een blog over de hedendaagse literatuur zou leuk zijn. Jona is een uomo universale en hij zou best af en toe iets kunnen schrijven over het hic et nunc! Want daar is hij best toe in staat. En er valt ook veel van te leren. Wat is bvb. de toegevoegde waarde van fictie of literaire non-fictie over de oudheid? Merkwaardig heb ik soms meer gehad aan een non-fictie boek dan aan een wetenschappelijk werk. Een paar jaar geleden lazen we in onze Latijnse leesclub de brieven van Cicero. Ik had tevoren het werk ‘Terentia’ van Adelheid van Beuningen gelezen en was beter op de hoogte over het leven van Cicero dan mijn leesclubgenoten. Ik had ook de biografie van Anthony Everitt over Cicero gelezen, maar van de (overigens goed onderbouwde) fictie van Van Beuningen had ik me een vrij goed beeld gevormd van de mens Cicero. Soms beklijft fictie merkwaardig genoeg beter dan saaie non-fictie. Ik weet niet hoe dat komt. Ik denk ook aan Jan van Aken, Hella Haase, Robert Graves, Robert Harris, Marguerite Yourcenar, Maurice Druon, Roger Martin Du Gard en nog zoveel anderen.
        Ik zou Jona’s standpunt hierover wel eens willen weten.

Reacties zijn gesloten.