Sint-Joris en de draak (2)

Gevelsteen van Sint-Joris (Vlasmarkt, Middelburg)

De gevelsteen van Sint-Joris hierboven zult u vinden op een steenworp (letterlijk) van de beroemdste monumentale trap uit de Nederlandse literatuur (ook letterlijk) en het is natuurlijk geen toeval dat in de hoofdstad van Zeeland de draak hier blauw is en golf als water.  Het paard lijkt overigens meer op een stier die ten aanval gaat, maar dat terzijde.

U vond het begin van de legende van Sint-Joris hier en u leest hieronder hoe het afloopt.

Eindelijk zag de koning in dat hij zijn dochter niet kon bevrijden. Hij liet haar in koninklijke gewaden kleden en omhelsde haar in tranen. “Ach, mijn liefste dochter,” sprak hij, “ik dacht dat ik zoons van jou zou kunnen opvoeden onder de hoede van het koninklijk huis en nu ga je heen om verslonden te worden door de draak. Ach, mijn liefste dochter, ik hoopte dat ik vorsten kon uitnodigen voor je bruiloft, het paleis met parels versieren, naar tamboerijnen en orgels luisteren, en nu ga je heen om door de draak te worden verslonden.”

Hij kuste haar en liet haar gaan met de woorden: “Lieve dochter, was ik maar gestorven voor ik je zo moest wegsturen!”

Ze viel voor de voeten van haar vader neer en vroeg hem om zijn zegen. Met tranen in zijn ogen zegende haar vader haar, en zo ging ze op weg naar het meer. De heilige Georgius kwam daar langsgereden en vroeg het huilende meisje wat er aan de hand was.

“Goede man,” zei ze, “spring snel op je paard en vlucht zodat je niet samen met mij zult sterven.”

“Wees niet bang, jongedame,” antwoordde Georgius, “maar zeg mij wat jou hier te wachten staat onder het toeziend oog van al die mensen.”

“Naar ik zie heb je een goed hart, goede man, maar waarom wil je samen met mij sterven? Vlucht toch snel!”

“Ik ga hier niet weg voor je me verteld hebt wat er aan de hand is,” zei Georgius. Ze vertelde hem alles.

“Wees niet bang, jongedame,” zei Georgius, “want in naam van Christus zal ik je helpen.”

“Goede soldaat, sterf toch niet samen met mij! Het is genoeg als ik alleen sterf. Je kunt me tóch niet bevrijden en dan zul je samen met mij omkomen.”

Kijk! nog voor ze was uitgesproken kwam daar de draak aan en stak zijn kop omhoog uit het meer. “Vlucht, goede heer!” sprak het meisje. “Vlucht snel!”

Georgius besteeg zijn paard, sterkte zich door een kruis te slaan en viel moedig de naderende draak aan. Dapper hield hij zijn lans in de aanslag en beval zich aan in Gods bescherming. Hij sloeg toe en bracht de draak met zware verwondingen ten val.

“Gooi je gordel om de nek van de draak!” riep hij het meisje toe. “Aarzel niet, kind!”

Ze deed wat hij zei en daarop volgde het beest haar als een uitstekend afgerichte hond. Ze brachten de draak de stad binnen, maar de mensen die het zagen sloegen op de vlucht, de bergen en de wildernis in. “Wee ons,”  zeiden ze, “nu zullen we allemaal sterven!”

De heilige Georgius wenkte hen. “Wees niet bang,” sprak hij, “want hiervoor heeft de Heer mij naar jullie gezonden: om jullie te bevrijden van het leed dat de draak heeft aangericht. Jullie hoeven slechts in Christus te geloven en jullie allen te laten dopen, dan zal ik de draak doden.”

De koning en het hele volk lieten zich dopen. Daarop trok de heilige Georgius zijn zwaard, doodde de draak en liet hem naar buiten de stad brengen. Vier span ossen trokken hem naar een groot veld buiten de stad. Die dag werden twintigduizend mensen gedoopt, kinderen en vrouwen niet meegeteld. De koning liet ter ere van de heilige Maria en de heilige Georgius een verbazingwekkend grote kerk bouwen. Onder het altaar ontspringt een bron en alle zieken die van het water drinken worden weer gezond. De koning bood Sint-Georgius ontelbaar veel geld, maar hij weigerde het aan te nemen en liet het aan de armen geven. Georgius wees de koning kort op vier plichten, namelijk dat hij zorg moest dragen voor Gods kerken, priesters eerbied moest tonen, de heilige mis trouw moest bijwonen en altijd aan de armen moest denken. Daarna kuste hij de koning en vertrok.

[De vertaling van dit stuk uit de Gulden Legende was van Vincent Hunink.]

30 gedachtes over “Sint-Joris en de draak (2)

    1. Rob Duijf

      Ach, zo deed de heilige Moeder Theresa het in India ook. Stel je voor dat je iedereen, zonder aanzien des persoons, zou bijstaan…

    2. jacob krekel

      @Frans: als je geen Christen bent, dan ben je verloren en is iedere hulp zinloos. De bekering is dus een noodzakelijke voorwaarde om de hulp mogelijk te maken.
      In 1270 zou deze toelichting overbodig zijn, want iedereen begreep deze vanzelfsprekendheid.

    1. Nanny

      Vandaag is de verjaardag van st. Georges. Wordt in het Midden Oosten groots gevierd. Felicitaties aan iedere Joris, George, Georges, Gregorius enz.

        1. Nanny

          Het is de naamdag. Ging er vanuit dat dat vanzelfsprekend de geboortedag is. Maar sterfdag kan natuurlijk ook. In ieder geval groot feest.

      1. Henk Smout

        De ook en vooral in het Duitse taalgebied vrij gebruikelijke voornaam Jürgen valt onder “enz.” Jürgensturm is de door de oorspronkelijk Oostenrijkse Amerikaan Hans Kmoch bedachte term voor de aanval met de h-pion op de drakenformatie g7-g6 om de torenlijn te openen tegen Zwarts korte rokade, ook h4xg3 met Zwart.

        [bewerkt door moderator]

  1. Henriette Broekema

    Het verhaal van Sint-Joris en de Draak gaat terug tot een zeer oude mythe over de strijd van de stormgod tegen de zee. Deze mythe is waarschijnlijk ontstaan in Noord-Syrië, in de beroemde tempel van de stormgod Adad in Aleppo in het begin van het tweede millennium vC. Vandaaruit verspreidde de mythe zich naar andere gebieden. Fragmenten zijn aangetroffen in de paleisarchieven van Egypte en Hattusha, de hoofdstad van het rijk van de Hetieten, waar de mythe over het zeemonster een onderdeel vormt van de Kumarbi-cyclus. In Egypte is een gedeelte van de mythe bewaard gebleven in de zogenaamde Astarte-papyrus. Daarin lezen we hoe de goden bedreigd werden door het zeemonster Yamm. De goden probeerden hem te paaien met kostbare geschenken, maar op den duur was de Zee daar niet tevreden mee en eiste meer offers. Dan besluiten de goden om godin Astarte naar de Yamm te sturen. Zij zal als liefdesgodin de Zee met haar charmes op het strand lokken, zodat de stormgod hem gemakkelijk kan doden. Astarte begeeft zich naar de zee en ontkleedt zich voor het zeemonster en zet haar gezang en kokette lachjes in om de zee te verleiden:
    Then he [Yamm] lifted up [his face …and she (Astarte) was] singing and laughing at him. Then Yamm saw Astarte while she was sitting on the edge of Yamm. Then he said to her: ‘Where have you come from, O daughter of Ptah, O angry and raging goddess? Have you worn out your sandals that are on your feet; have you frayed your clothes that are on you, by the going and coming that you have done from the sky and the earth?’ De tekst is helaas zeer beschadigd, maar het loopt allemaal goed af wanneer de Stormgod zelf op het toneel verschijnt en Yamm verslaat.
    The Hettitische versie is nog explicieter: ‘’She washed herself […] She anointed herself with fine perfumed oil. she adorned herself …. Ištar held up her naked member before Hedammu (het zeemonster). Hedammu began to speak words to Ištar: ‘What deity are you, that [you] do not [….]…Hedammu sees the beautiful goddess and his penis spring forth … The valiant Hedammu came from his throne, from the sea. He came out onto the dry land [….]. Ook hier wordt de gulzigheid van het zeemonster hem fataal. Eenmaal op het droge kan de stormgod hem gemakkelijk doden.
    Een echo van de strijd van de stormgod tegen het zeemonster vinden we terug in het Oude Testament. Psalm 74 beschrijft het gevecht van Jahwe met de zeeslang Leviathan: ‘U hebt door uw kracht de zee gespleten en de koppen van monsters op het water verpletterd, u hebt de schedels van Leviatan verbrijzeld, hem als voedsel gegeven aan de dieren in de woestijn’.

    Zie onder andere Noga Ayali-Darshan, ‘The Bride of the Sea’: The Traditions about Astarte and Yamm in the Ancient Near East,” 2010

  2. Nanny

    Dit is de versie die in Libanon de ronde doet: St. George Killed the Dragon in Beirut

    Bruce Condè, 1955 and 1960

    Beirut’s and Britain’s patron saint is known the world over as the slayer of the dragon, but the traditional spot where St. George actually destroyed the monster is one of the least-known historic sites in this city.
    The conventional story of St. George, (“Mar Juryus” in Arabic), who is also called “al-Khadr” by both Christians and Moslems in this part of the world, is extremely vague.

    Generally he is said to have been born in Lydda, Palestine, to have risen to high rank in the Roman army, in which capacity be served in Britain, become a distingushed Christian, and to have suffered martyrdom under Diocletian, on April 23, 203 AD., still celebrated as St George’s Day.

    The legend of his slaying the dragon is better known Beirut being blockaded by a monster who periodically arose out of a small lake or well between the town and the river, to terrorize the inhabitants, the people begged their ruler to accede to the creature’s demand for the surrender of his daughter as the price of the city’s freedom.

    As the weeping princess left the Bab es-Serail (east) gate of the town walls, St. George rescued her from the dragon, killing it a short distance from the well and freeing the city.

    St. George is al-Khadr
    Although informed authorities on Middle Eastern mythology as(sure us that St. George is a rationalized Christian perpetuation of the earlier pagan god, .Adonis, himself a derivation of Tammuz, and that early Moslems confused him with both Elias and the “servant of God” who spoke to Moses in Sura 18 of the Koran, all under the somewhat ambiguos name of al-Khadr – “the Green One”, we find him already famous during the life of Constantine, the first Christian emperor, in the early decades of the Fourth Century A. D.

    Zie http://almashriq.hiof.no/lebanon/900/910/919/beirut/st-george.html

  3. G. Havingha

    “HELLESPONT, een Zee-Engte tusschen Europa en Azië, dewelke hedendaags de Engte van Gallipolis, of de Dardanellen, of ook de Arm van St. Joris genoemd word.”

    uit: “Nieuw en volkomen woordenboek van konsten en weetenschappen”(1773)

    1. Luberta

      Prachtig, zo’n mechaniek. En ook een bijzondere uitvoering van Schubert’s Der Lindenbaum, een tekst waar ik weinig van Sint Joris in kan bespeuren.

      1. Frans

        Pfff… Probeer maar eens iedere dag langs zo’n klokkenspel te lopen dat ieder half uur hetzelfde deuntje speelt, dat wor’ je gauw zat!

  4. Dirk

    Op de Grote Markt in Antwerpen staat bovenop één van de gildehuizen een vergulde Sint-Joris. Vanop zijn steigerend paard steekt hij naar een draak die de trapgevel beklimt. Ik weet niet hoe ik hier een foto kan plaatsen, maar wie het interesseert, bekijkt het maar eens op Google Earth (noordkant van de Markt) of hier: http://www.verbeelding.be/index.php/actualiteit/11-beeldenpatrimonium/73-vkb1-539
    In mijn eigen buurt vind ik het slangenhuisje, een paviljoentje van een verdwenen hof van playsantie. De legende vertelt dat een slang daar onder een houtmijt woonde en de omgeving terroriseerde. Niemand kon het beest verschalken. Op een dag verscheen er een krijger die zich helemaal uitkleedde en zowel zichzelf als zijn paard met vet insmeerde. De slang viel aan, maar kon niet omhoog klimmen langs de glibberige poten van het paard en de krijger doodde haar met zijn lans. Een naam heeft deze held niet, wellicht omdat de heilige Joris dit naakte avontuur liever anoniem beleefde. Op het dak prijkte vroeger een slang, recent vervangen door een hedendaags exemplaar.
    Als je dan toch op Google Earth zit, hoek Grote Steenweg-Pulhoflaan (Berchem).

  5. Dirk

    En wie Sint-Joris eens live aan het werk wil zien, kan dat jaarlijks in Bergen doen (Doudou, eerste zondag na Pinksteren) of wat verder weg in het Beierse Woud, in Furth im Wald (Drachenstich, augustus – ook een Drachenmuseum).

  6. jacob krekel

    Ik heb nog eens nagedacht over de eerste opmerking van Frans, en mijn reactie daarop. Dat leidt mij tot de conclusie dat de pointe van dit verhaal is: redding is alleen mogelijk voor wie zich bekeert (i.c.: tot het geloof in Christus).
    De rest is allemaal decor en buitenkant: de draak, Sint Joris, zijn zwaard, het fijne detail dat hooggeplaatsten graag anderen de kastanjes voor hen uit het vuur laten halen (c.q. hun kind voor het algemeen belang offeren).
    Ik weet niet of deze interpretatie gangbaar is, en zonder de denigrerende opmerkingen van Frans en Rob Duijf was ik er nooit op gekomen, dus: bedankt (niet sarcastisch bedoeld) heren.

      1. jacob krekel

        een comfortabele 21e eeuwer kan inderdaad op deze wijze neerbuigend naar die stomme middeleeuwers doen, die op iedere leeftijd bij de bosjes stierven, desnoods als slachtoffer van een draak, maar het getuigt niet van veel inlevingsvermogen

        1. Frans

          Okay, Jakob, als je er per se over door wilt gaan: de mensen moeten dus hun kinderen opofferen om de draak tevreden te houden en de koning gaat zich pas achter z’n oren krabben als zijn eigen dochter op het menu staat. En ook dan maakt hij zich alleen maar druk over een toekomstige bruiloft en bijbehorende kinderen. En pas dan verschijnt St. Joris. (Waarom was hij niet op tijd om al die kinderen van het gewone volk te redden?) En dan moeten al die mensen zich bekeren. Doen ze natuurlijk alleen maar uit eigenbelang, om van die k*tdraak af te zijn. (En vrouwen en kinderen worden niet eens meegerekend!) Dus ja, misschien was mijn reactie denigrerend, maar datzelfde kan gezegd worden van dit staaltje van ongegeneerde zieltjeswinnerij. En natuurlijk moeten we het in het licht van de tijd zien. En ik heb ook als kind op de christelijke school meegemaakt dat mensen kwamen vertellen over de zending. Toen slikte ik dat voor zoete koek. Nu niet meer. Terug naar het verhaal, zou het niet veel mooier zijn als Joris de draak doodt uit edelmoedigheid en de mensen zich bekeren uit dankbaarheid? Dat zou pas een christelijk verhaal zijn!

          1. jacob krekel

            Beste Frans,
            waarom zou je er een mooi verhaal van willen maken? Het is een gruwelijk verhaal, van mensen die vaak in gruwelijke omstandigheden leefden, waar wij in onze comfortabele welvaartsstaat geen voorstelling meer kunnen maken, tenzij we aan den lijve hebben ervaren – in Kampuchea, Rwanda, Bosnië, of waar ook – wat gruwelijke omstandigheden zijn. Hongersnood, misoogsten, vreemde krijgslieden (2 Samuel 11: “Bij het aanbreken van het voorjaar, de tijd waarin koningen gewoonlijk ten strijde trekken…,”) allemaal dagelijkse kost. En dan is er toch hoop op verlossing.
            Ze vertellen daar een verhaal over. De bijbel neemt vaak een bestaand verhaal neemt en geeft daar een heel eigen wending aan (b.v. de twee zondvloedverhalen), maar het was voor mij verrassend dat ze ook in de middeleeuwen een narratief model nemen. Wat we in veel bovenstaande reacties zien is dat het verhaal wordt verabsoluteerd, maar dat men de pointe mist. Dat doet denken aan de expert in de drukinkt van de reisbrochures die we een paar blogs geleden tegenkwamen.
            Laat toch die middeleeuwers in hun waarde en gun ze hun hoop op verlossing uit de dagelijkse ellende. Zo’n reactie als van Ben Spaans, daar wordt ik ziedend over, en dan moet ik even denken aan de regels voor dit blog om beschaafd te kunnen reageren.
            In uw reactie naar mij stelt u ook de vraag: “(Waarom was hij niet op tijd om al die kinderen van het gewone volk te redden?”). Dat is op zich een terechte vraag en verwijst naar de algemene vraag van de theodike, waarom God het kwaad in de wereld tolereert. Dat is een van de moeilijkste vragen uit de theologie, en er bestaat bij mijn weten geen bevredigend antwoord op. Ik heb er wel gedachten over, maat die zouden aanzienlijk meer plaatsruimte vergen dan een reactie op een reactie in een blog, dus ik laat het hierbij, want in dit verhaal is deze vraag irrelevant.

            1. Ben Spaans

              Meneer Krekel, ik heb geen minachting voor Middeleeuwse mensen. U hoeft daar niet ziedend over te worden. Maar ik laat me niet gijzelen door ‘daar werd toen waarde aan ontleend’ om ook eens stoom af te blazen over gedachtesystemen. En er is in de middeleeuwen niemand door een draak omgekomen, zeg ik met 21ste eeuwse arrogantie.

            2. FrankB

              “Ze vertellen daar een verhaal over.”
              Eh ja. En sommige delen van dat verhaal bevalt sommige mensen in de 21e Eeuw niet.

              “Laat toch die middeleeuwers in hun waarde”
              Dat doet men het beste door nauwgezet aan te geven wat men in het verhaal niet bevalt. En juist dat probeert u tegen te gaan. Laat toch die moderne mensen uit de 21e Eeuw in hun waarde.

              “en gun ze hun hoop op verlossing uit de dagelijkse ellende. ”
              Die hoop hebben ze niet meer nodig, omdat ze al een paar eeuwen uit hun dagelijkse ellende bevrijd zijn. Tenzij ze eeuwig in de hel lijden, maar daar veranderen wij hier op deze blog toch niets meer aan.
              Gewoonlijk zijn uw reacties beter doordacht.

          2. Dirk

            ‘Waarom was hij niet op tijd om al die kinderen van het gewone volk te redden?’

            Dat is heel eenvoudig te beantwoorden. Dan zou er geen verhaal geweest zijn. Het gevaar is een noodzakelijke voorwaarde voor het bestaan van de held. Sommigen zouden deze narratieve waarheid doortrekken naar de theologie: het kwaad stelt mensen in staat om goed te doen.

            1. Frans

              Ja, dat had ik inmiddels ook bedacht. Die draak moet wel echt gevaarlijk zijn. Verder heb ik geen zin om dit groter te maken dan het is.

    1. Roger van Bever

      Sorry, dit ging even fout!

      Herstel:

      De legendes betreffende ‘drakendoders’ is in veel godsdiensten wijd verbreid. Met name in het christendom. Volgens sommigen zouden deze legendes zou volgens sommigen veel ouder zijn dan het christendom.

      Het gaat meestal over monsters die het Kwaad of de Satan vertegenwoordigen en de doders ervan vertegenwoordigen het Goede. Deze laatsten zijn vaak dappere ridders, maar meestal kluizenaars, monniken, heiligen die door louter door hun voorbeeldig leven en door hun gebed in staat zijn om deze verschrikkelijk kwaadaardige wezens uit te schakelen. De navolging en verering van deze heiligen wordt daardoor uiteraard bevorderd (dat is het prijskaartje dat er aan hangt).
      In Brussel wordt de aartsengel Michael die met zijn lans de de draak doodt als de patroonheilige van de stad vereerd. De draak symboliseert Satan. Op de toren van het Brussels stadhuis staat een groot verguld beeld van dit tafereel.
      Er hoort ook een gebed bij:

      Gebed tot heilige Aartsengel Michael:
      Heilige Aartsengel Michael, verdedig ons in de strijd ; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Dat God hem gebiede, zo smeken wij ootmoedig, en gij, Vorst van de hemelse legermacht, drijf Satan en de andere boze geesten, die tot verderf van de zielen over de wereld ronddwalen, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

      Sommigen onder ons die zich vroeger aan het genot van het roken van tabak overgegeven hebben, zullen zich ongetwijfeld nog de pakjes Groene Saint Michel herinneren, waar ook de afbeelding van de aartsengel die de draak doodt op stond.

      Voor een vollediger overzicht over de drakendoders:
      https://www.wikiwand.com/fr/Sauroctones

Reacties zijn gesloten.