Vitus, een vuurvaste heilige (5)

NN: Vitus waakt over vissers (twintigste eeuw, San Vito Lo Capo; ©Shutterstock)

[Dit is het laatste van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Vitus de zorgverlener

Zichzelf respecterende heiligen bezitten hulpgerichte eigenschappen die ontleend zijn aan hun levensverhaal. Ook Vitus verleent als ervaringsdeskundige specialistische zorg aan mensen in nood, en bovendien beschermt hij beroepsgroepen. Oorzaak en gevolg zijn steeds te vinden in de Gulden Legende, parallelle varianten en latere toevoegingen. Daaruit afgeleide woord- en beeldassociaties spelen ook een rol.

Vitus’ ontsnapping per schip uit Sicilië resoneert in een vrome legende waarin hij vissers uit een storm redt. Een imposante beeldengroep in San Vito lo Capo bevestigt die nautische reputatie. Aan de haven, de plek van de jaarlijkse heropvoering van zijn aankomst per schip en het startpunt van een feestelijke processie, speurt hij met wapperend haar en samen met zijn waakzame honden de zee af. Kruis en palmtak geven spiritueel decorum aan zijn sportschooltorso.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (5)”

Vitus, een vuurvaste heilige (4)

Heinrich Papen of Johann Sasse: Vitusmonument (ca.1675; ©Kirchengemeinde Corvey)

[Het is vandaag de feestdag van Sint-Vitus. Dit is het voorlaatste van vijf blogjes die Jos Hanou schreef over deze heilige. Het eerste was hier.]

Reislustige relieken

De historiografische invulling van dit hoofdstuk is een collage van divers bronmateriaal en wil niet meer zijn dan een aanvaardbare omlijsting van de gekozen iconografie. Volgens een mistige overlevering werd Vitus’ lichaam in 583 ontdekt, en in 700 naar Rome overgebracht. Daar bleef het niet lang. Paus Stephanus II zocht wereldlijke steun tegen zijn Langobardische en Byzantijnse vijanden in Italië en nam de met geestkracht gevulde relieken in 756 mee naar de abdijkerk Saint-Denis voor de zalving van Pippijn de Korte tot koning der Franken.

Daar genoot het prestigieuze relatiegeschenk kort rust, want in 836 belandde het in de benedictijner abdij Corvey, een Karolingisch cultuurcentrum aan de Weser. Een mogelijke oorzaak was onmin tussen de Frankische keizer Lodewijk de Vrome en abt Hildewijn van Saint-Denis, die noordwaarts vluchtte met Vitus als reisbagage. Zo’n illegale translatio werd gedoogd als ongevraagd verplaatste heiligen gewoon doorgingen met het verlenen van afgesmeekte gunsten. Ook Vitus ging akkoord, want volgens geschiedschrijver Widukind van Corvey “begon het geluk van de Franken te dalen en van de Saksen te stijgen”.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (4)”

Vitus, een vuurvaste heilige (3)

Meester van het Augustijner Altaar: Vitus drijft een duivel uit (1487; Germanisches Nationalmuseum Neurenberg)

[Dit is het derde van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Rumoer in Rome

Abrupt verspringt het verhaal naar Rome, waar de zoon van keizer Diocletianus bezeten wordt door een demon. Geen erg snugger exemplaar, want hij verklapt dat “als Vitus niet kwam, hij nooit uit hem weg zou gaan”. Vitus wordt opgespoord en voor de keizer geleid, die hem gebiedt zijn zoon te genezen. Net als eerder antwoordt Vitus bescheiden dat niet hij, maar de Heer dat kan: “meteen legde hij de handen op en onmiddellijk vluchtte de demon weg”. De Meester van het Augustijner altaarstuk maakte er een drukbezocht schouwspel van waarin eigentijdse Neurenbergers een duiveluitdrijving konden herkennen. Een assistent houdt de stuiptrekkende zoon in bedwang, terwijl Vitus hem in een kennelijke priesterrol zijn stool omlegt en in woord en gebaar een bezwering uitvoert. Het wijwatervat op tafel is een essentieel onderdeel van dit proces, terwijl de blote voeten van de tegenspartelende patiënt mogelijk verwijzen (onderzoek is gaande) naar een doopritueel voorafgaand aan de exsufflatio: uitblazing van de duivel. Het pekzwarte duiveltje vertrekt zoals hij binnenkwam: door de mond van zijn slachtoffer. Diocletianus en zijn gevolg kijken nog sceptisch gebarend toe, terwijl achterin sensatiezoekers angstig om een deurpost gluren. Door de open vensternissen onder het tongewelf verschijnt een berglandschap met Duitse architectuur en een Romeins aquaduct.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (3)”

Vitus, een vuurvaste heilige (2)

Omg. Jörg Kölderer: Vitus gedoopt, weigert afgodenverering (Ferdinandeum, Innsbruck; REAL Online)

[Dit is het tweede van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Straffen op Sicilië

Jacob van Voragine begint bijna ieder heiligenverhaal in de Gulden Legende met een etymologische uitleg. Bij Vitus kan dat op vita (leven) of virtus (deugd) duiden. Daarna brandt het verhaal los, doorgaans in korte zinnen die predikanten met hun retorische talenten konden verrijken. Kunstenaars deden dat natuurlijk ook met hun beeldende middelen.

De twaalfjarige senatorszoon Vitus was Siciliaan en als christen opgevoed door zijn huisleraar Modestus en zijn voedster Crescentia. Van zijn heidense vader Hylas “kreeg  hij de zweep omdat hij de afgoden verachtte en ze niet wilde aanbidden”. Een bijna terloopse mededeling die een Oostenrijkse schilder rond 1515 inspireerde tot de hierboven afgebeelde, levendige en gelaagde beginscène van een aan Vitus gewijd altaarstuk. Onder een zilveren afgodsbeeld  proberen verbijsterd kijkende volwassenen Vitus van zijn ongelijk te overtuigen. Het is een debat op filosofisch niveau, want op talrijke vingers worden argumenten afgeteld. Eigentijdse kijkers konden deze iconografische conventie herkennen van (prenten naar) Dürers schilderij waarin de twaalfjarige Jezus de Bijbel rustig uitlegt aan ongunstig uitziende Schriftgeleerden. Het altaarstuk benadrukt daarmee Vitus’ navolging van Jezus. Als tegenhanger van het zielloze tempelbeeld voegde de schilder in de achtergrond een gotische kapel met Vitus’ doop toe, onder bescherming van de neerdalende Heilige Geest. De doopvont is bovendien een visuele cliffhanger die kijkers voorbereidt op een antitype: de ketel waarin Vitus een latere marteling zal ondergaan.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (2)”

Vitus, een vuurvaste heilige (1)

Atelier Pierre Cuypers: Vitus voor keizer Valerianus, de vlucht uit Sicilië, duiveluitdrijving (ca. 1900; Sint-Vituskerk, Hilversum)

Als ik u zeg dat Diocletianus keizer was in Rome, en u verheugd denkt te beginnen aan een nieuwe serie van Jona, dan moet ik u teleurstellen. Als schrale troost ontmoet u in deze reeks een Romeinse martelaar die in het jaar 303 het aardse leven verliet. Martelaren waren er volop in deze tijd van christenvervolgingen, maar Vitus is mijn favoriet. Die voorkeur is regionaal bepaald, want wie opgroeit in het Gooi krijgt onverbiddelijk te maken met deze heilige. Al sinds de negende eeuw verleent hij er zijn naam aan tal van kerken, scholen en verenigingen.

Deze kennismaking start met het oudst bekende bronmateriaal over Vitus. Daarna kijkt u mee naar keuzes die beeldende kunstenaars maakten bij hun interpretatie van Vitus’ hagiografie in de middeleeuwse verhalenbundel Gulden Legende, die veel van zijn specialiteiten als wonderdoener en beschermer inspireerde. Later komt ter sprake hoe zijn verering vanuit Italië naar het noorden en oosten migreerde, en de onderling soms afwijkende beeldtradities die daaruit voortkwamen.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (1)”

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (1)”

Sinterklaas met boeken (bis)

(Boekhandel De Kler, Leiden)

[Zoals beloofd nog een tweede stukje over boeken om met Sint-Nikolaas cadeau te doen (en liefst ook te lezen). Met dank aan Roel Salemink van de Athenaeum-boekhandel in Amsterdam.]

Vertalingen

Afgelopen tijd was rijk aan nieuwe vertalingen. De gelauwerde vertaler Piet Schrijvers waagde zich aan een eigentijdse vertaling van het werk van Ovidius en kwam met twee gebonden uitgaven: De Gedaantewisselingen (Metamorfosen) en de Kalendergedichten (Fasti). Het mooie is dat bij beide boeken ook de Latijnse tekst is opgenomen. Ook van Harrie Geelen, classicus, illustrator (en man van vertaalster Imme Dros), verscheen op hetzelfde moment een vertaling van Ovidius, Metamorphoses. Voor een vergelijkend warenonderzoek van de verschillende vertalingen van de Metamorfosen verwijs ik u graag naar de website van Athenaeum, waar we een paar zinnen naast elkaar hebben gezet.

Naast Ovidius zijn er ook twee vuistdikke vertalingen verschenen van De Civitate Dei (de Stad van God) van Augustinus door Chris Dijkhuis, die na 40 jaar een eigentijdse vertaling maakte van dit belangrijke werk dat Augustinus schreef na de plundering van Rome door de Visigoten in het jaar 410. En daarnaast de Legenda Aurea (de Gulden Legende) van de dertiende-eeuwse Jacobus de Voragine, dominicaan, schrijver, bestuurder en aartsbisschop van Genua. Het is een boek vol heiligenlevens, dat beschouwd kan worden als inspiratiebron voor veel westerse kunst en literatuur. De vertaling is van Ton Hilhorst en Carolien Boink.

  Lees verder “Sinterklaas met boeken (bis)”

Sint-Joris en de draak (2)

Gevelsteen van Sint-Joris (Vlasmarkt, Middelburg)

De gevelsteen van Sint-Joris hierboven zult u vinden op een steenworp (letterlijk) van de beroemdste monumentale trap uit de Nederlandse literatuur (ook letterlijk) en het is natuurlijk geen toeval dat in de hoofdstad van Zeeland de draak blauw is en golft als water.  Het paard lijkt overigens meer op een stier die ten aanval gaat, maar dat terzijde.

U vond het begin van de legende van Sint-Joris hier en u leest hieronder hoe het afloopt.

Lees verder “Sint-Joris en de draak (2)”

Sint-Joris en de draak (1)

De draak van Sint-Joris te Beesel (Rik van Rijswick)

De draak hierboven, gemaakt door Rik van Rijswick, fotografeerde ik afgelopen zomer bij Beesel, dat u misschien kent van het draaksteken. Het is wel een tof beestje voor deze mooie zomerdag, want het is vandaag Sint-Joris. Maar wie was dat eigenlijk?

De Gulden Legende, de grote collectie heiligenlevens die Jacob van Voragine in 1260 publiceerde, noemt verschillende verhalen over de marteldood van christenen die Georgius hebben geheten, en ik sluit allerminst uit dat ze allemaal waar zijn omdat de naam destijds net zo gangbaar was als ons “meneer De Boer”. Het beroemdste verhaal is natuurlijk dat van zijn optreden als drakendoder, dat een variant is op het verhaal van de Griekse held Perseus. De christelijke legende is later weer door moslims opgepikt: zij noemen Perseus/Georgius Khidr, “de groene man”. In Jounieh bij Beiroet worden Khidr en Georgius samen vereerd; Khidrs graf is me ooit aangewezen in de citadel van Aleppo; en hij verschijnt aan u als u in Isfahan veertig dagen lang elke avond de stoep goed schrobt zonder u daarop te laten voorstaan.

Kortom, een volksverhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan, maar omdat ik de legende eigenlijk eens wilde lezen, heb ik die maar eens opgezocht. Hieronder dus de tekst van een gedeelte uit de Gulden Legende, vertaald door Vincent Hunink. Maar eerst nog even dit: komt u vanavond naar Oog op de Oudheid in Leiden?

Lees verder “Sint-Joris en de draak (1)”