Een Koptische legende

Koptisch mozaïek van de heilige familie (Hangende Kerk, Cairo)

Ik ben nooit in Matariyya geweest, een oud christelijk heiligdom in de buurt van Cairo. Het heeft echter al zeker een halve eeuw mijn belangstelling, want mijn moeder vertelde me ooit het bijbehorende verhaal, dat zij ongetwijfeld in de jaren veertig van een pater zal hebben gehoord.

Het komt erop neer dat Maria en Jozef, samen met de pas geboren baby Jezus, na de kindermoord van Betlehem op de vlucht waren voor de soldaten van koning Herodes de Grote. (Met de kennis van nu weten we: die soldaten kunnen best weleens Bataven zijn geweest.) Ze waren, zoals ook de evangelist Matteüs vertelt, op weg naar Egypte. Volgens de legende kwamen de soldaten steeds dichterbij, zodat de heilsgeschiedenis dreigde een verkeerde afloop te krijgen. Gelukkig was er een grote boom die, toen de heilige familie even wilde uitrusten, de takken over de vluchtelingen uitspreidde, zodat de soldaten hen niet zagen.

Lees verder “Een Koptische legende”

De Zevenslapers van Efese

De Zevenslapers van Efese

In de winter van 249/250 gelastte de Romeinse keizer Decius al zijn onderdanen om te offeren aan hun voorouderlijke goden. Daar was alle reden toe, want er woedde een akelige, op ebola lijkende epidemie, en verder waren er de problemen die worden samengevat als de Crisis van de Derde Eeuw. Voor sommige groepen pakte Decius’ loyaliteitseis vervelend uit, want neopythagoreeërs, hermetici en neoplatonisten maakten bezwaar tegen het offeren. Op naam van de pythagorese filosoof Apollonios van Tyana is een briefje overgeleverd waarin hij expliciet zegt dat de grootste eer die men aan de goden kan bewijzen, eruit bestaat niet aan ze te offeren. Duidelijke taal.

Voor de vereerders van Christus was het makkelijker. De meesten hadden de nieuwe god toegevoegd aan hun pantheon. Van keizer Severus Alexander (r.222-235) is bekend dat hij dagelijks offerde aan Abraham, Christus, Orfeus en de zojuist genoemde Apollonios van Tyana. Voor sommige vereerders van Christus stonden echter principieel afwijzend tegenover Decius’ eis, en betaalden met hun bloed. Dionysius van Parijs (Saint-Denis) is een voorbeeld. Andere christenen maakten zich uit de voeten, zoals de bisschop van Karthago, Cyprianus.

Lees verder “De Zevenslapers van Efese”

Barlaam en Josafat

Barlaam en Josafat op een twaalfde-eeuwse Byzantijnse miniatuur.

Vorige week is Hans Overduin overleden, de auteur van allerlei stukken op deze blog. Bescheiden als hij was, stelde hij geen prijs op een necrologie. Het onderstaande stuk illustreert echter zijn brede belangstelling voor volkscultuur, religie, de Middeleeuwen, ja eigenlijk alles wat op zijn pad kwam.

***

Prins Siddhartha Gautama, de historische figuur waar het boeddhisme op gebaseerd is, leefde een kleine vijfhonderd jaar vóór Jezus van Nazareth in het huidige India. Na zijn dood werden al snel biografieën opgetekend die onderling de nodige verschillen vertoonden maar altijd drie elementen bevatten:

  1. een profetie van astrologen die voorspelden dat Siddhartha óf een groot koning óf een grote heilige zou worden (waarna zijn vader hem opsloot in het paleis),
  2. de tijdelijke ontsnapping uit het isolement op zijn negenentwintigste jaar, waarbij de prins tijdens een rijtoer een oude man, een zieke man en een dode man zag en aldus werd geconfronteerd met het leed dat zijn vader al die tijd voor hem verborgen had gehouden,
  3. de poging van hofdames om hem te verleiden en hem van het spirituele pad af te houden.

Deze elementen komen ook voor in een van de populairste legenden uit de Middeleeuwen, het verhaal van Barlaam en Josafat. Het duurde echter tot de opkomst van de indologie, tot Europese geleerden in de gaten kregen dat de christelijke legende gebaseerd moest zijn op de biografie van Boeddha. De ontdekker was de Franse geleerde Edouard de Laboulaye (1859).

Lees verder “Barlaam en Josafat”

Aristobulus, de eerste bisschop van Britannia

Een voorname Romein, midden eerste eeuw (Museo civico, Milaan)

Het is vandaag, 16 maart, volgens de Oosters-Orthodoxe kerk,noot De kerk van Rome viert deze dag op 15 maart. de feestdag van een interessante heilige, de apostel Aristobulus, die door Paulus naar Britannia gestuurd zou zijn. Hij wordt daarom ook wel de eerste bisschop van Groot-Brittannië genoemd, hoewel er in die tijd nog geen bisschoppen bestonden. Zijn naam betekent ‘uitstekende raadgever’ en hij zou deel uitgemaakt hebben van de ‘zeventig apostelen‘, gezanten van Jezus:

Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar hij van plan was heen te gaan.noot Lukas 10.

Lees verder “Aristobulus, de eerste bisschop van Britannia”

Nikolaas van Myra

De dood van Nikolaas van Myra (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Ik heb wel vaker geschreven over Nikolaas, de bisschop van de Lycische havenstad Myra die overmorgen ongeveer 1681 jaar geleden is overleden. Die datum, zes december dus, is eigenlijk het enige dat we met zekerheid weten, al zal het jaar 342 niet ver bezijden de waarheid zijn. Aannemend dat hij een jaar of vijftig, zestig is geworden, zal hij herinneringen hebben gehad aan de christenvervolging van Diocletianus. Wellicht is hij in 325 aanwezig geweest op het Concilie van Nikaia. Daar is een beroemde legende over – de pastorale pets die hij een andersdenkende zou hebben gegeven – maar dat verhaal is betrekkelijk jong.

Dat was, in volgorde van afnemende waarschijnlijkheid, alle historische informatie over Nikolaas van Myra. We kunnen nog toevoegen dat in de zesde eeuw zijn graf even buiten de stad werd aangewezen; daarvandaan is het gebeente later overgebracht naar Bari. Je leest weleens dat een koolstofdatering zou hebben bewezen dat dit materiaal uit de vierde eeuw stamde, en uitgesloten is dat niet, maar het is bij mijn weten nooit in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd. Tot slot: in de eerste helft van de vierde eeuw is in de haven van Myra een kerk gebouwd. Misschien was Nikolaas betrokken, misschien niet.

Lees verder “Nikolaas van Myra”

3500 jaar Sint-Joris (2)

Sint-Joris (Historisch Museum, Sofia)

In het eerste deel toonde ik hoe de legende van Sint-Joris via de legende van Sint-Theodorus teruggaat op het verhaal over Perseus. Maar het is ouder.

De groene man

Nog niet zo heel lang geleden waren er in het Midden-Oosten cultusplaatsen die werden gedeeld door christenen en moslims en soms ook door druzen en joden. Dat is niet zo vreemd. De grenzen tussen godsdiensten zijn niet overal en altijd scherp. In Libanon bestond lange tijd de gewoonte dat moslims, vóór de pelgrimage naar Mekka, de zegen kwamen vragen van de dorpspriester. Want waarom ook niet? Het had eeuwenlang reizigers beschermd, dus zo’n gebruik schaf je niet af. Moslims lieten zich ook weleens dopen, niet om christelijk te worden, maar omdat het doopsel kwade geesten op afstand hield. Ook dat was eeuwenlang goed gegaan, ook dat schafte je niet af. En in elk dorp waren de kinderen islamitisch ten tijde van het Suikerfeest en christelijk met Pasen. Je geloof is waar snoep valt te halen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (2)”

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (1)”

Mar Tadros

De kerk van Mar Tadros in Bahdidat

Ik zag vandaag iets moois: de kerk van Mar Tadros in Bahdidat. Die laatste naam wordt op allerlei manieren gespeld en de eerste naam is een andere weergave van Sint-Theodoros.

Volgens de legende was dat een Romeinse soldaat die weigerde aan de heidense goden te offeren en daarom werd verbrand. De wijze van executie zou kunnen bewijzen dat hij feitelijk geen christen was maar manicheeër. De wijze waarop hij wordt afgebeeld, als ruiter te paard, lijkt veel op afbeeldingen van de zogeheten Thracische Ruiter. Vaak staat hij afgebeeld tegenover Sint-Joris, eveneens te paard. Die heilige heeft zijn iconografie – drakendoder, geboeide prinses, toekijkend koninklijk echtpaar – geleend van de Griekse Perseusmythe.

De hemel zit vol heiligen die zich hebben gestoken in andermans pak.

Lees verder “Mar Tadros”

Maria en de familie van Jezus

Het oudst-bekende portret van Maria, gevonden in Tyrus (Nationaal Museum van Libanon, Beiroet)

Het Nieuwe Testament bevat twee kerstverhalen. In het evangelie van Mattheüs komt Jezus ter wereld in Bethlehem (in Judea) en vestigen zijn ouders zich later te Nazareth (in Galilea). In het evangelie van Lukas wonen Jezus’ ouders in Nazareth en trekken ze in verband met een Romeinse volkstelling naar Bethlehem. In het eerste evangelie is de beweging dus van zuid naar noord en in het andere van noord naar zuid. De verklaring is natuurlijk simpel: Jezus kwam uit Nazareth terwijl de messias uit Bethlehem behoorde te komen, zodat beide auteurs een manier verzonnen om de geboorte te laten plaatsvinden waar het behoorde te zijn gebeurd.

Mattheüs vertelt dat Maria zwanger werd toen ze was verloofd met Jozef, maar nog voordat ze gingen samenwonen. Die voorhuwelijkse periode is het onderwerp van verschillende bepalingen uit het Mishna-traktaat Ketubot (“huwelijkscontracten”), waaruit blijkt dat de verloofden een jaar de tijd kregen om zich voor te bereiden op hun nieuwe levensfase. Verder weten we dat de leeftijd van een verloving voor de vrouw rond de twaalfde verjaardag lag. We moeten ons Maria dus voorstellen als een puber.

Lees verder “Maria en de familie van Jezus”

Martinus van Tours (Sint-Maarten)

SInt-Maarten (Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen)

Dat niet alle christelijke heiligen bescheiden personen waren, wordt geïllustreerd door Martinus van Tours. Sint-Maarten, zoals u hem kent, nam zelf een biograaf in dienst om zijn heiligenleven schrijven. Je zou je ergeren aan Sulpicius SeverusLeven van de heilige Martinus  als de tekst niet zo interessant was. Martinus was namelijk bepaald geen kwezel.

Het verhaal van de mantel

Hij begon zijn loopbaan bij de Romeinse cavalerie en was achttien toen hij zich in 335 bekeerde tot het christendom. Dat gebeurde, zo lezen we, nadat hij bij de stadspoort van Amiens een naakte man had zien zitten, die door iedereen werd genegeerd. Het was hartje winter.

Lees verder “Martinus van Tours (Sint-Maarten)”