Labradorstraat 26, Brussel

Ik had er behoefte aan mijn hoofd eens even leeg te maken. En gelukkig: als de treinen rijden, ben je in een handomdraai in Antwerpen. Gisteren reden de treinen.

Ik ben van Antwerpen naar Kontich gefietst. Ik bleek een verouderd adres te hebben gehad van het Museum voor Heem- en Oudheidkunde, zodat ik voor een gesloten deur stond. Dus snel naar mijn eigenlijke doel Mechelen, waar ik nog niet zo makkelijk binnen kon komen omdat er iets aan de hand was. Na wat wegomleidingen bereikte ik toch het centrum, waarvan ik alleen kan zeggen dat ik het heel erg mooi vond. Zelfs de kermis, die de oude gebouwen deels aan het zicht onttrok, kon de positieve indruk niet bederven. De hoofdstraat, die Bruul heet, deed me overigens denken aan de Oosterdijk in Sneek. Vraag me ook niet waarom.

Na te zijn omgefietst via Peutie (uit de onsterfelijke reeks Aalst, Peutie, Zwevezele, Genoelseldere), ben ik nog verder omgefietst om in de noordelijke buitenwijken van Brussel te gaan kijken in de Labradorstraat.

Zoals Conan Doyle een niet-bestaand adres bedacht voor Sherlock Holmes en zoals Multatuli een adres fingeerde voor Batavus Droogstoppel, zo verzon Hergé, toen hij in 1936 Het gebroken oor tekende, voor Kuifje een Labradorstraat. En zoals Baker Street 221b later wél is aangelegd en zoals er inmiddels wél een Lauriergracht 37 is, zo heeft Brussel later een Rue du Labrador gekregen, gelegen naast de Sentier du Boxer en met uitzicht op het Atomium. Ik heb het jaren geleden op een plattegrond ontdekt en ben er nu dus langs gefietst.

Veel is het niet, maar u hebt nu een leuke anekdote voor bij de borrel. Dat het beeldje waar het in Het gebroken oor om draait, te zien is in de onderschatte Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, veronderstel ik bekend.

10 gedachtes over “Labradorstraat 26, Brussel

  1. ….zo heeft Brussel later een Rue du Labrador gekregen, gelegen naast de Sentier du Boxer…

    O wee! Dat is om problemen vragen! Verander dat maar snel in Labradorstraat en Boxerweg voor je je de woede van Vlaamsgezinden op de hals haalt.

    1. Roger Van Bever

      Als tweetalige Vlaming die al 47 jaar in Nederland woont erger ik mij aan dit soort dingen niet meer, laat staan dat ik er woedend om word. Ik heb ook een tijdje in Brussel gewoond in de jaren 60 en een groot deel van mijn familie woonde er. Ook toen kon ik die dingen genoeg relativeren. Ik vind dat de tweetalige stad Brussel een heel creatieve oplossing met die straatnaamborden bedacht heeft. De creativiteit is erop gericht om het aantal letters op het bord zo klein mogelijk te maken. Maar eerlijk is eerlijk: Ook al is er maar een verschil van een accent circonflexe tussen de Vlaamse naam en de Franse, toch staan ze er beide op en kan iedereen tevreden zijn.. Bij de Vlaamse naam sparen ze meestal een koppelteken uit.
      Bent u een Vlaming?

        1. Dat klopt, Jona en dat geldt vooral voor de autochtone Brusselaars die al wat ouder zijn. Die spreken Frans en Vlaams door elkaar, soms in één zin, vooral ‘les Marolliens’, de inwoners van de oudste vollkswijk ‘les Marolles’. Ik kan aardig goed het Brussels spreken.
          Maar ook de ‘nieuwe Brusselaars’ zijn bereid om van het Nederlands naar het Frans te switchen en omgekeerd. Brussel is eigenlijk een fantastische stad, te weinig bekend bij velen. Ik kom er de laatste tijd veel te weinig.

      1. Ben ik een Vlaming ? Ik ben geboren in Antwerpen, opgegroeid in Oostende en heb gestudeerd aan de Brusselse VUB. Maar mijn “moedertaal” is het Frans, mijn moeder was een “française” uit Bretagne en mijn vader een Waal. Als ik per se op mezelf een etiket zou moeten plakken, zou ik zeggen: ik ben een tweetalig Belg. Een met uitsterven bedriegde diersoort 😉

          1. Roger Van Bever

            Effectivement, Maurice, les Belges bilingues ou presque bilingues sont une espèce en voie de disparition.

  2. Dirk

    Holmes woont op 221B.

    Van Antwerpen naar Brussel via Kontich, dan ben je bijna voor mijn deur langs gefietst. Wat een afstanden weer voor zo’n warme dagen.

    Mechelen is de voorbije jaren enorm veranderd. Van een groezelige stad met een slechte reputatie is het inderdaad een hele mooie en aangename plek geworden. Als ik niet zo’n verstokte Antwerpse chauvinist was, had ik er graag kunnen wonen.

Reacties zijn gesloten.