Nachtelijk geblog

Ik zat gisteravond bij vrienden koffie te drinken en terwijl we met een half oog keken naar een film over draken kletsten we, behalve over koetjes en kalfjes, over een paar dingen waar iedereen in onze filterbubbel het momenteel over heeft. De vaste lezers van deze blog kennen enkele van die onderwerpen wel, zoals de openlijke minachting voor de archeologie in Cuijk, waar de gemeente – in een schoolvoorbeeld van wat een vals dilemma is – de wetenschappelijke belangen plaatst tegenover wat ze maatschappelijk relevant vindt.

We hadden het over de aanslag door de Commissie Van Rijn op de letteren en dat leidde tot een discussie over de problemen aan de Amsterdamse letterenfaculteit in 2015. Ik herinnerde me daarvan vooral het gênante onderscheid dat de decaan toen maakte tussen brede, op de maatschappij gerichte opleidingen en wetenschappelijke opleidingen. Nog een voorbeeld van een vals dilemma, want de maatschappij schreeuwt om letterenstudenten die wetenschappelijk zijn opgeleid. Mijn gastheer herinnerde ons echter aan iets anders: aan het feit dat de letterenproblemen destijds waren uitgelopen op een bezetting van het Maagdenhuis die veel kwaad bloed had gezet bij de andere faculteiten. Dat maakte de steun die de bedreigde letteren nu krijgen van medewerkers uit die andere faculteiten, eigenlijk nog veel inspirerender.

En uiteraard bespraken we de problemen in de papyrologie, waar momenteel niet minder dan vijf schandalen tegelijk spelen: de eerste-eeuwse Marcus (met een rol van de Green Collection), de vervalste Dode Zee-rolfragmenten (aangekocht door de Green Collection), de niet van een geloofwaardige provenance voorziene Sapfo-fragmenten (met betrokkenheid van de Green Collection), de valse Artemidorospapyrus en het valse Evangelie van de Vrouw van Jezus.

Ik legde uit dat ik de blogstukjes die ik erover schrijf, ofschoon geschreven voor een publiek dat al belangstelling heeft, altijd lastig vind. In zo’n stukje kan ik namelijk niet teveel voorkennis veronderstellen en ik heb niet steeds zin om wéér te vertellen hoe simpel het is om een papyrus zó te vervalsen dat het niet te herkennen valt in een lab. Ook voor u zal het niet leuk zijn als ik wéér uitleg dat papyrologen pas aan het werk kunnen als de provenance bekend is omdat de kans levensgroot is dat ze aan een vervalsing werken. Ook is het niet leuk om wéér te schrijven dat oudheidkundigen niet alles kunnen weten en dat er daarom gedragscodes zijn om enerzijds de belangen van de diverse disciplines en anderzijds de transparantie van de bezigheden te garanderen. En tot slot is het niet leuk om wéér slecht nieuws over de oudheidkunde te moeten brengen. De instorting van een wetenschappelijk specialisme is even belangrijk als journalistiek lastig.

De drakenfilm liep ten einde en omdat ik de Livius Nieuwsbrief nog moest maken, besloot ik huiswaarts te gaan. Al het slechte nieuws speelde weer door mijn hoofd en toen ik thuis kwam besloot ik de nieuwsbrief even de nieuwsbrief te laten. Een blogstukje over peltasten dat ik eigenlijk donderdag had willen plaatsen, haalde ik een dag naar voren, opdat u hier toch iets te lezen zou hebben nu ik de nieuwsbrief niet kon plaatsen. Met een goed boek (dit) ging ik naar bed.

Om half vier piepte mijn telefoon. Een vriend uit Leiden liet me weten dat Geertje Dekkers in De Volkskrant een geweldig goed stuk had geschreven over de eerste-eeuwse Marcus. Ik ben mijn bed maar uit geklommen. Denkend aan de letteren in de nacht was ik om mijn slaap gebracht. U moet het stuk echt even lezen. Ik zou de problematiek zo helder niet hebben kunnen uitleggen. De instorting van de papyrologie is niet alleen belangrijk maar is journalistiek wél mogelijk.

We weten over de eerste-eeuwse Marcus nog altijd niet voldoende en ik sluit niet uit dat de Oxford-geleerde die nu wordt verdacht van diefstal, in feite het slachtoffer is van een lastercampagne waarmee de Green Collection of een andere partij probeert een straatje schoon te vegen. Hoe dat ook zij: er is gestolen, er is geheeld, er is gedaan aan prijsopdrijving. De twee eerste zijn verboden in de wet en de derde in de gedragscodes.

Ik kan alleen denken aan de affaire-De Ruijter in Tilburg, waar een decaan jarenlang kon frauderen. Dat deed hij handig, want een deel van het geld kwam de faculteit ten goede. Alle medewerkers moeten daarvan voldoende hebben geweten om te weten dat ze niet meer moesten weten. Ik vraag me nu af wat er in vredesnaam in Oxford bekend is geweest. Het zelfreinigend vermogen van de wetenschap bestaat wel, getuige het feit dat ook deze zaak aan het rollen is gekomen, maar het is veel te laat om de schade nog te beperken en je weet niet hoeveel problemen er nooit aan het licht komen.

Het is nu anderhalf uur later. Meestal schrijf ik mijn blogstukjes sneller. De peltasten krijgt u morgen en de voornaamste les van deze nacht is: leg nooit uw telefoon naast uw bed, zodat u niet door Leidse nachtbrakers wordt gewekt.

20 gedachtes over “Nachtelijk geblog

  1. FrankB

    “ik heb niet steeds zin om ….”
    Dit voorbeeld is mi een non-probleem. De link naar Apoftegma werkt goed

    “Ook voor u zal het niet leuk zijn ….”
    Valt ook wel mee – alweer, een gepaste link voldoet prima. Ik houd er wel van als je een stukje op die manier in context plaatst. Als ik het weer eens vergeten ben hoef ik eigenlijk alleen maar de kop te lezen en ik weet weer waar het over gaat.
    Het omgekeerde is veel vervelender: je laat dit weg, ik zit me af te vragen waar je het ook al weer over hebt en moet een hoop moeite doen om de achtergrondinfo weer te vinden.
    Hetzelfde voor de rest.

    “En tot slot is het niet leuk om wéér slecht nieuws over de oudheidkunde te moeten brengen.”
    Nee, dat kan ik me heel goed indenken.

    “leg nooit uw telefoon naast uw bed,”
    Ik heb geen andere wekker ….

    “zodat u niet door Leidse nachtbrakers wordt gewekt.”
    Ah, die hebben we nauwelijks in Oost-Groningen – soms vraag ik me af of ze wel weten waar dat ligt.

  2. Saturnus Optimus Maximus

    Correctie, het bericht werd om 03.02 Verzonden per Spreeuw. Ruim 28 minuten voor half vier des’ nachtes.

    Het nieuws leek Mij belangwekkend genoeg om wederom een aardbewoner den slaap niet te kunnen laten velen.

    Met vriendelijke groet,

    Saturnus, Heer der Tijd en Romeins Godheid.

  3. henktjong

    Rare vrienden heb jij die om half vier ’s nachts bellen over een krantenartikel. Weten die niet van je slaapproblemen?

    1. Ravenclaw

      In elk geval betere vrienden dan mensen die nog steeds in Aleister Crowley en zijn onzin geloven.

  4. Robert

    “Reign of Fire’. Beetje een draak van een film maar ik kijk toch altijd weer even als hij langs komt.

  5. Robert

    “Een goed boek'(dit)”

    De link gaat naar het stripboek (een serie), maar ik neem aan dat je de oorspronkelijke roman bedoelt? Een prima keuze, het is een prachtboek (de getekende versie trouwens is ook aardig).

  6. Dat de andere faculteiten letteren steunen, is niet zo gek, want ze zitten in hetzelfde schuitje. Het betreft hier alfa/gamma/medisch, waarbij onder gamma ook bijv. Rechten en Economie worden gerekend, kortom alles wat geen beta is. Doordat veel universiteiten niet gaan herverdelen, maar wel gekort worden, treft het misschien zelfs beta’s die op algemene universiteiten werken.

  7. jan kroeze

    Een stripboek? Getsie! Endan om 5 uur weer achter de typemasjien, allemachtig. Precies rond die tijd klom ik uit bed om naar de wc te gaan, ik wist hoe snel ik weer in m’n bed moest rollenn tegen elven echt wakker! De ochtend is een verschrikking! En als je oud gaat ook gelden voor de avonden. Dus blijft er weinig over, ’s middags nog een uiltje knappen als het meezit. Leven is een vreemde ingewikkelde bezigheid, we mogen blij zijn dat we geen 3oo jaar worden,

  8. Ben Spaans

    Een van de belangrijkste zaken uit het stuk van Geertje Dekkers is dat er in deze affaire juist helemaal géén eerste eeuwse Marcus-fragment is.

  9. “Denkend aan de letteren in de nacht was ik om mijn slaap gebracht”: ik hoor een bekende dichtregel zonder hem thuis te kunnen brengen. Slaaptekort is niet goed voor het geheugen, maar het laatste ligt bij mij niet aan het eerste. Kun je me even opfrissen?

      1. Dank je! Maar ik herinner me niet dit heine-gedicht ooit te hebben gelezen. Is het niet al vaker door nederlandstaligen ‘aangepast’?

    1. Willem van Bentum

      Een zinspeling op ‘Insomnia’ van Bloem: Denkend aan de dood kon k niet slapen …

      1. Wilfried Dierick

        Bij het citeren uit gedichten kun je niet secuur genoeg zijn:
        “Denkend aan de dood kan (!) ik niet slapen…”

Reacties zijn gesloten.