Eerste-eeuwse Marcus

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik had nooit verwacht dat ik veel over papyrologie zou gaan bloggen, en ik had voor vandaag ook een heel ander artikel in gedachten, maar er zijn verwikkelingen in papyrologieland die er niet om liegen.

Eén: even wat eerstejaarsstof. Een papyrus is, zolang je antiek materiaal koopt op eBay en het recept gebruikt van antieke inkt, en zolang je het juiste schrijfmateriaal hanteert, zó te vervalsen dat het in een laboratorium niet valt te ontdekken. Een papyrus waarvan de herkomst onbekend is – die geen geldige provenance heeft, in jargon – kan dus niet dienen als wetenschappelijk bewijs omdat het kan gaan om een vervalsing (zie bijv. het Evangelie van de Vrouw van Jezus, de Artemidorospapyrus of de vijf Dode-Zee-rol-snippers van oktober j.l.). Onderzoekers hoeven gelukkig ook niets met unprovenanced papyri te doen aangezien er nog eeuwen werk is met het uitgegeven van de wel provenanced papyri in de museumdepots.

Twee: het document. We hebben het over een in 2012 ontdekt fragment van het Evangelie van Marcus dat zou dateren uit de eerste eeuw n.Chr. Dat is een spektakelstuk want dit evangelie is rond het jaar 70 n.Chr. geschreven en een afschrift uit de eerste eeuw behoort dus tot de allereerste kopieën. Er is geen twijfel over de authenticiteit omdat een wetenschapper een papiermaché-masker (zoals die op het bovenstaande plaatje) in een badje met palmolive-zeep uit elkaar heeft gehaald. Het is niet bepaald de provenance die we willen hebben, maar twijfel aan de echtheid is zo wel uitgesloten.

Probleem was echter dat papiermaché-maskers – de vakterm is kartonnage – aan het begin van de jaartelling in onbruik raakten. (Daarna komen de beroemde Fayyumportretten.) De ontdekkers hadden dus niet alleen een oud Marcusfragment te pakken, maar hadden ook unieke egyptologische data vernietigd: een kartonnage die onverwacht jong was.

Tot overmaat van ramp werd deze papyrus vervolgens almaar niet officieel uitgegeven, zodat eigenlijk iedereen dacht dat de claim niet klopte. Vermoedelijk, zo was de redenering, dateerde ’ie niet uit de eerste eeuw, was ’ie gewoon wat jonger gebleken en hadden degenen die de spectaculaire claim hadden gedaan het zwijgen er maar toegedaan. [Ik kan het linkje even niet vinden.] Weliswaar was de waarde van een tweede- of derde-eeuws fragment voor het bijbelonderzoek wat minder, maar de schade voor de egyptologie was nu des te groter.

Drie: de herkomst. Het stond vast dat deze tekst in handen was geweest van de Green Collectie, de grote verzameling illegaal verworven oudheden waarover ik al meer heb geschreven. Een rijke familie die behoorlijk oudheden heeft ingeslagen, een boete heeft gekregen voor zwarte handel, vervalsingen heeft aangekocht en voor zover ik weet nog wordt onderzocht door de Egyptische politie.

Vier: publicatie. Vorig jaar publiceerde Oxford-onderzoeker Dirk Obbink namens de Egyptian Exploration Society (EES), de beheerders van een enorme collectie papyri, een Marcusfragment uit de tweede of derde eeuw (P.Oxy. 5345 = Papyrus 137). Dit bleek niets anders dan het stuk dat via een palmolive-badje uit een mummiekartonnage zou zijn gehaald, maar dat dus jonger was dan aanvankelijk was geclaimd. De EES liet vorig jaar weten dat het nooit te koop was aangeboden aan de Greens. Maar hoe kon het in hun kring dan zo bekend zijn? Was het überhaupt wel ooit ooit via dat inmiddels beroemde palmolive-badje uit een kartonnage gehaald?

Vijf: het nieuws. De verklaring van de EES was al opmerkelijk genoeg. Het lijkt er nu echter op dat Obbink zich met papyri van de EES heeft aangediend bij de Green Collection, heeft verklaard de eigenaar te zijn en vervolgens die papyri heeft verkocht of heeft geprobeerd te verkopen. Dit is bekendgemaakt door Michael Holmes, die betrokken is bij de Green Collection. Het nieuws, dat niet helemaal als een verrassing komt, wordt momenteel op verschillende academische en minder academische blogs besproken en betwitterd (zoals, zoals [scroll naar beneden], zoals [duiding] en zoals [met weldadige zelfspot]; zoals; en zoals); de samenvatting van Candida Moss is hier. Een niet onbelangrijke toevoeging is dat Obbink al eerder papyri aan de Greens heeft verkocht. Hij is behalve wetenschapper ook handelaar.

Obbink heeft zich dus – als deze onthulling correct is – spullen toegeëigend van de EES (deze handeling staat ook bekend als diefstal) en lijkt de prijs te hebben opgedreven door te doen alsof het ging om een eerste-eeuws manuscript. De Green Collection heeft, bewust of onbewust (maar ze hebben de schijn inmiddels tegen), opgetreden als heler. De universiteit van Oxford heeft inmiddels een onderzoek ingesteld. Het is nog altijd mogelijk dat alles op een misverstand valt terug te voeren, maar er speelt een tweede zaak waarin Obbink bewijsbaar de waarheid niet sprak.

Zes: Sapfo. Grappig genoeg speelt bij de Sapfo-fragmenten precies hetzelfde als bij het Marcusfragment: ook deze fragmenten zijn in omloop gekomen na betrokkenheid van de Green Collection en Obbink. Die beweerde aanvankelijk dat hij ze had verworven door een kartonnage uit elkaar te halen en dat het ging om een handschrift uit de derde eeuw n.Chr. Dat was nog jonger dan wat we destijds dachten dat het Marcusfragment was en zoals gezegd: we kenden tot nu toe helemaal geen kartonnages uit de Keizertijd. Nu waren er ineens twee.

Toen Obbink met deze constatering werd geconfronteerd, veranderde hij zijn verhaal: niet hij had de kartonnage uit elkaar gehaald, het was al gedaan. Later veranderde hij zijn verhaal nog eens: het was geen kartonnage en het kwam uit een envelop die eindeloos in een bibliotheek in Amerika had gelegen, door iedereen vergeten. Dat zijn dus drie verhalen en dus sprak Obbink minimaal tweemaal de waarheid niet.

Erg plausibel is Obbinks derde verhaal niet want (a) het verklaart niet waarom hij steeds een ander verhaal ophing en (b) het verklaart niet waarom de Sapfo-papyri en het Marcusfragment, die jonger waren dan egyptologen voor mogelijk hielden, allebei tegelijk opdoken. Overigens is het mogelijk dat de Sapfo-fragmenten inderdaad geen kartonnage zijn, maar dat is iets voor een andere gelegenheid.

Zeven: dus? Het aannemelijkste scenario leek mij tot voor kort dat ergens in Egypte een nederzetting was die in de Keizertijd vasthield aan het begraven van mensen met papiermaché-maskers, dat die recent was geplunderd (zoals in diverse oases is gebeurd na de Arabische Lente), dat het spul was doorverkocht naar westerse verzamelaars en dat Obbinks eerste verklaring – hij had de Sapfo-papyri zelf uit een kartonnage gehaald – gewoon waar was.

Ik denk nu dat ik me op dit punt heb vergist, want dat Marcusfragment komt dus uit de collectie van de EES. Misschien is het bij nader inzien toch dom toeval dat twee onbestaanbaar jonge kartonnages tegelijk opdoken.

Wordt ongetwijfeld nog vervolgd – ik bedoel dit verhaal, al sluit ik niet uit dat dit ook nog eens betrekking zal hebben op Obbink.

Vervolg

15 gedachtes over “Eerste-eeuwse Marcus

  1. A. Minis

    De Oudheidkundige Wereld wordt geconfronteerd met kartonnages die te jong zijn om waar te zijn…jammer, want ze zouden veel kennis opleveren…er is sprake van diefstal en oplichterij en geheimzinnige badjes met Palmolivezeep (!!)..Zouden ze toch authentiek kunnen zijn? JL zet zijn hoop op lieden die vasthielden aan een verouderde traditie. Professor Obbink weet niet hoe hij zich hieruit moet draaien. Hij antwoordt niet op telefoontjes of mails, want hij heeft het misschien te druk met valse kartonnages in Palmolivezeep te weken. Wat een prachtverhaal op deze akelig warme dag!
    Het lijkt me meer iets voor een detective dan voor een oudheidkundige. Zoiets als “Sherlock Holmes en de Verstrooide Professor”. Of nee, Oxford, meer iets voor Lord Peter.

    1. FrankB

      “Oxford-onderzoeker Dirk Obbink”
      Onrust in Oxford deel 2? Met als ondertitel: “de butler noch de huishoudster heeft het deze keer gedaan?” (mijn excuses voor deze spoiler).

      1. Bedenk overigens het volgende.

        Het is denkbaar – al is het steeds moeilijker zo te denken – dat Obbink te goeder trouw is. Stel je voor dat hij alleen maar een beetje interessant heeft willen lopen doen over de demontage van de Sapfo-kartonnage. Dat kan. Praatjesmakers zijn aan de universiteit sterk oververtegenwoordigd omdat het de carrière bevordert, dus waarom zou Obbink niet tot dit menstype kunnen behoren? Dan heeft hij tweemaal gelogen in een krant, maar dat is geen misdrijf.

        Hij kan bovendien zich gewoon hebben vergist toen hij bij de Greens de verkeerde papyri aanbood. Wie zijn administratie feilloos op orde heeft, werpe de eerste steen.

        En is voor de Greens een ijdele, slordige praatjesmaker, die al betrapt is op leugens, niet de ideale zondebok om verantwoordelijk te maken voor de fouten van de Greens zelf?

        En ja, als dat zo is, heb ik met mijn stukje die rol perfect meegespeeld. Zoals hierboven aangegeven, vind ik het moeilijk te geloven dat Obbink én ijdel én slordig is, maar het is mogelijk. Het Oxford-onderzoek zal het leren.

        Het echte probleem zit ergens anders: wat wisten Obbinks medewerkers? Als er iets verkeerd was, zijn ze verplicht dat te melden, maar dat hebben ze (voor zover ik weet), nooit gedaan.

        Ik moet denken aan die affaire in Tilburg, waar een decaan allerlei regels overtrad. Dat moet iedereen hebben geweten maar omdat hij geld binnenhaalde, wilde niemand het weten en keek iedereen de andere kant op. Ze wisten genoeg, om zo te zeggen, om niet meer te willen weten. Ik sluit niet uit dat Obbinks medewerkers er ook zo tegenaan hebben gekeken: niet teveel vragen stellen, formeel heb jij niks verkeerd gedaan, en gewoon profiteren van de manier waarop Obbink exposure genereert. Dat mag niet – je moet overtredingen van de gedragscode melden – maar het is zoals ze hazen lopen.

      2. FrankB

        Tjonge, JL, het is dat jij al zoveel te doen hebt, maar als je ooit een sarcastische parodie wil schrijven op en Dorothy Sayers en het geschiedkundige wereldje heb je hier inderdaad een mooi onderwerp. Vervang al haar nobele academici door hoog opgeleide onbenullen, religieuze fanatici, bigotte anti-theisten, luilakken, kortzichtige bureaucraten en andere karikaturen van alles wat er mis met archeologen, classici en oudheidkundigen. Steel de plot van dit verhaal; ik suggereer een zeer vroege versie van het Thomas Evangelie dat op alle mogelijke en onmogelijke manieren wordt misbruikt. Laat een laaggeletterde statushoudster uit Verweggistan, die als schoonmaakster werkt de oplossing vinden (overeenkomsten met Bomans’ postbode zijn geheel niet toevallig). Serieus, het schrijven van zo’n boek zou nog een weldadige therapeutische werking op je kunnen hebben ook.

  2. FrankB

    “aangezien er nog eeuwen werk is”
    Zoals bekend ben jij te beschaafd om ronduit te zeggen wat de achterliggende betekenis hiervan is. Maar ik ben dat niet (en dat zal ook wel bekend zijn), dus daar gaat-ie. Wie meent dat spul van onbekende herkomst toch bestudeerd moet worden heeft een gaatje in zijn/haar hoofd. Ach ja, Einstein zei al dat twee dingen oneindig zijn – het universum en menselijke stompzinnigheid. Van het eerste was hij nog niet zeker. En Elijah Hixson heeft inderdaad heel goed begrepen dat die stompzinnigheid een onuitputtelijke bron van vermaak is. Klik die link en lees het, als u ondanks alles toch fijn wilt lachen. Dat is de ware humor: ondanks alles toch blijven lachen.

  3. Jeroen

    Dus… de twijfel aan de echtheid is juist niet helemaal uitgesloten?
    Noch of het daadwerkelijk een losgeweekt kartonnage-fragment betreft, noch -indien dit toch zo blijkt te zijn- de herkomst van het masker.

    1. Op dit moment zijn er vooral heel veel onduidelijkheden. Als het Marcusfragment niet uit een kartonnage is gesloopt, is de provenance niet duidelijk, al zijn, voor zover ik weet, de P.Oxy. netjes opgegraven. Maar eerlijk gezegd heb ik dat niet paraat.

  4. Vervolging, je hoopt van niet, maar het zou zo louterend kunnen zijn als de straffeloosheid waarmee gestolen of unprovenanced oudheden worden verhandeld en gepubliceerd eens ten einde kwam.

    1. Ja, dat heb ik ook weleens bedacht, maar er zijn risico’s. Stel je voor dat Obbink inderdaad wordt aangeklaagd en – na wettig en overtuigend bewijs enz. – veroordeeld wegens diefstal. Dan gaat hij de gevangenis in, en terecht, maar dan komt de vraag op waarom de Greens, die op veel grotere schaal actief waren (zij het als helers), er met een boete van afkwamen. Wie rookgordijnen wil leggen, hoeft maar “willekeur!” te roepen. En dat zou alleszins redelijk klinken.

  5. Dirk

    Obbink klinkt mij als een pseudoniem voor Olrik, wat dit een zaak maakt voor kapitein Blake en professor Mortimer.

  6. A. Harmens

    Als het uit de collectie van de EES (Egypt Exploration Society i.p.v. Egyptian, volgens hun website; ze zitten in Oxford) komt, dan neem ik toch aan dat zij een soort catalogus hebben van hun collectie. In een goede handschriftbeschrijving staat meestal iets over de Bibliothekheimat of bibliotheekgeschiedenis ook als de herkomst niet bekend is. Misschien heeft Obbink het fragment in de bibliotheek van de EES uit een of andere “context” weggehaald en daarna een verhaal opgehangen. Had het stuk überhaupt Egypte wel uit gemogen ook als het correct is opgegraven?

Reacties zijn gesloten.