Klassieke literatuur (9): biografie

Seneca en Sokrates, twee volken in één cultuur: het culturele ideaal van Ploutarchos. Herme uit Rome, nu in het Altes Museum in Berlijn.

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik het genre van de biografie.]

Ik heb er al eerder op gewezen dat de Grieken en Romeinen methodisch individualisten waren, wetenschapsbargoens om aan te geven dat alleen individuen de oorzaak kunnen zijn van historische gebeurtenissen. Deze visie geldt als achterhaald: er bestaat zoiets als “institutionele overmacht”, wat wil zeggen dat menselijk gedrag wordt veroorzaakt door abstracte zaken die niet zijn te herleiden tot individuen. Over deze stof hoeven wij ons nu het hoofd niet te breken; waar het mij vandaag om gaat is dat het antieke denken over oorzakelijkheid met zich meebrengt dat men het karakter van de diverse historische personages relatief belangrijk vond. Dus ontstond een nieuw literair genre: de biografie.

Er zijn twee bekende antieke biografen: de Romein Suetonius, schrijvend even na 120 n.Chr., en de Griek Ploutarchos, schrijvend even vóór 120. Ze zouden elkaar kunnen hebben ontmoet want ze bewogen allebei in Romeinse bestuurlijke kringen.

Almacht

Suetonius eerst. Hij beschreef de levens van Julius Caesar, keizer Augustus en tien van hun opvolgers. Ik noem dit altijd als één van de twee teksten waar iemand die nog nooit iets over de Oudheid heeft gelezen, zou kunnen beginnen. (De andere is Herodotos.) Suetonius was behoorlijk invloedrijk: het simpele gegeven dat hij geen aandacht heeft besteed aan Julius Sabinus, was voldoende om ervoor te zorgen dat deze vergeten is geraakt, hoewel hij gewoon behoort tot de usurpatoren uit het Vierkeizerjaar (waarin dus eigenlijk vijf keizers aan de macht waren).

Een andere uiting van zijn invloed is dat zijn model door latere auteurs is overgenomen: eerst iets over iemands afstamming, dan iets over zijn carrière voor zijn keizerschap, vervolgens de troonsbestijging. Tot zover was het chronologisch. Daarna wordt de biografie thematisch: een karakterschets, het privéleven (inclusief de seksuele details die altijd veel aandacht trekken), gedrag als burger, militair optreden. Het thematische deel kan ook in “goede daden” en “slechte daden” zijn verdeeld. Tegen het einde keert Suetonius weer terug naar de chronologie: voortekens van ’s keizers naderende einde, de omstandigheden waaronder hij de dood vond, het aantal regeringsjaren en tot slot een beschrijving van de uitvaart. Deze structuur is, zoals gezegd, overgenomen door latere auteurs, bijvoorbeeld in Einhardts biografie van Karel de Grote.

Het is ook niet zo vreemd dat Suetonius invloedrijk kon worden, want hij schrijft prettig en heeft natuurlijk geweldige stof. Romeinse keizers zijn, net als Amerikaanse presidenten, altijd interessant. Het maakt daarbij eigenlijk opvallend weinig uit dat Suetonius’ thematiek zo oubollig is: hoe leeft een mens wanneer hij zo’n beetje almachtig is? In de Oudheid waren niet alleen de geschiedschrijvers maar ook de biografen vooral moralisten.

Suetonius is online hier te vinden (Latijn en Engels); er is een Nederlandse vertaling van Daan den Hengst.

Dubbellevens

Dan Ploutarchos. Hij leefde iets eerder maar het genre is bij hem eigenlijk al wat verder ontwikkeld omdat hij zich niet beperkt tot één man – altijd mannen – maar er twee behandelt: een Griek en een Romein. Zo staat veroveraar Alexander de Grote tegenover veroveraar Julius Caesar, wetgever Solon tegenover wetgever Numa Pompilius, opstandeling Eumenes tegenover opstandeling Sertorius en balling Themistokles tegenover balling Camillus. Zoals u merkt zijn de parallellen niet toevallig: Ploutarchos zoekt naar overeenkomsten, wil duiden wat het nu is om een veroveraar, een wetgever, een opstandeling of een balling te zijn. Waar Suetonius geïnteresseerd is in zijn gebiografeerden omdat hun karakter de geschiedenis een bepaalde loop gaf, verkent Ploutarchos de menselijke psyche. De een is meer historicus, of een voorwetenschappelijke voorloper daarvan, terwijl de andere meer psycholoog is of filosoof.

Interessant is hierbij Ploutarchos’ visie op wat karakter nu eigenlijk is. In principe was dat iets dat voorgoed vast lag. Als iemand andere gedragingen ging vertonen, meenden de Grieken en Romeinen dat dat kwam door veranderende omstandigheden. Beroemd is de analyse die Tacitus biedt van keizer Tiberius: als keizer ondervond hij steeds minder tegenstand en daardoor liet hij het masker van nette omgangsvormen steeds meer vallen en toonde hij steeds meer het monster dat hij feitelijk was. In zijn Sertorius wijkt Ploutarchos van deze antieke visie af en toont hij dat mensen door harde omstandigheden van karakter kunnen veranderen. Het is de eerste stap in de richting van de Belijdenissen van Augustinus, die precies die verandering onderzoekt.

Ploutarchos’ invloed is immens en dan bedoel ik niet dat Bullock een geweldige dubbelbiografie schreef van Stalin en Hitler om te onderzoeken wat tirannie is. Nee, het gaat om iets wezenlijkers: Ploutarchos’ visie dat de Grieken en Romeinen de twee volken waren binnen een gedeelde cultuur. Het is overdreven, maar niet zo heel erg veel, dat hij zo de klassieken heeft uitgevonden als een natie-overstijgend cultureel concept.

Hetty van Rooijen heeft veel van Ploutarchos’ biografieën vertaald. Uitgeverij Athenaeum heeft er twee bundels van gemaakt, Beroemde Grieken en Beroemde Romeinen, een breuk met de auteursintentie die universeel – nou ja, door alle classici, archeologen en historici van Nederland en Vlaanderen – wordt beschouwd als de meest bizarre redactionele beslissing aller tijden. Voor zover ik weet heeft Van Rooijen met die beslissing niets te maken gehad.

Overig

Er zijn meer antieke biografieën. Tacitus bewerkte de grafrede op zijn schoonvader Agricola tot biografie. Die is vertaald door Vincent Hunink. Xenofon – daar is de sympathieke man weer – schreef een vie romancée van Cyrus de Grote, in het Nederlands vertaald door John Nagelkerken. Soortgelijke geromantiseerde levensbeschrijvingen zijn er van Alexander de Grote (“de Alexanderroman”, De avonturen van Alexander de Grote, vertaald door Patrick De Rynck) en van de filosoof Apollonios van Tyana (vertaald door Simone Mooij). De Historia Augusta is een soort vervolg op Suetonius (vertaald door John Nagelkerken).

Van de autobiografieën vermeld ik nog het Tatenbericht van keizer Augustus, de Res Gestae (vertaald door onder andere Ivo Gay) en de Belijdenissen van Augustinus (diverse vertalingen maar taaie kost).

22 gedachtes over “Klassieke literatuur (9): biografie

  1. FrankB

    “methodisch individualisten waren”
    Momenteel lees ik Ian Kershaw’s Een Naoorlogse Achtbaan. Hoewel niet zo rigoureus als De Laatste Man is het uitstekend. Een centrale vraagstelling ontbreekt, zodat de nadruk meer ligt op beschrijven dat theorievorming. Wat ik in zekere zin grappig vond is zijn beschrijving van de politieke carriere van Gorbatsjov, 1985-1991. Methodisch individualisme is niet zijn enige, maar wel zijn belangrijkste benadering. Mbt de Sovjet-Unie slaagde Gorbatsjov er in zich te onttrekken aan allerlei “institutionele overmacht”, inclusief het Rode Leger, de KGB, de partij en het politbureau.
    Het zal je niet verbazen dat ik juist in zulke gevallen biografieën interessant vind, zij het nog steeds tot op zekere hoogte.

    “Romeinse keizers zijn, net als Amerikaanse presidenten, altijd interessant.”
    Ja. Zucht. Ik ben weer eens een uitzondering. De huidige rel rond koningin Maxima (en destijds de vraag of haar papa op de bruiloft mocht komen) boeit mij nauwelijks.
    Ik zou dus eerder Ploutarchos gaan lezen dan Suetonius.

    “verkent Suetonius de menselijke psyche.”
    Je zal Pluut wel bedoelen.

    “Belijdenissen van Augustinus (diverse vertalingen maar taaie kost)”
    Behalve dan het hoofdstuk dat de aard van tijd onderzoekt. Het is even wennen aan de gezwollen, religieuze schrijfstijl, maar de inhoud is zo briljant dat het nu nog steeds relevant is. Hoewel vanuit chronologisch oogpunt onlogisch is het hoofdstuk een zeer waardevolle aanvulling op Stephen Hawking’s Het Heelal.

    1. Kershaw ja. ‘Het woeste continent’ en ‘Afdaling in de hel’ zijn ook de moeite waard. Niet voor tere zieltjes, maar die van jou kan het wel hebben neem ik aan.

          1. Frans

            Bloedlanden is te erg? Om met Leonardo DiCaprio te spreken in Django Unchained: You had my curiosity. Now you have my attention.

      1. Ben Spaans

        ‘Het Woeste Continent’ (Savage Continent. Europe in the aftermath of World War Two) is van Keith Lowe, niet van Ian Kershaw.

  2. Roel Mulder

    Leuk stuk, compliment! Moet de Suetonius van regel 9 onder de kop “Dubbellevens” niet een Ploutarchos zijn?

  3. Debby Teusink

    “…dat alleen individuen de oorzaak kunnen zijn van historische gebeurtenissen. Deze visie geldt als achterhaald: er bestaat zoiets als “institutionele overmacht”,
    Hoezo achterhaald? Zonder Boeddha, geen boeddhisme, zonder Mohammed geen islam en zonder Jezus geen christendom.
    Er zullen best processen zijn die de geschiedenis zonder een sterk individuele component sturen, maar individuen zijn op sommige momenten in staat om het balletje de andere kant op te laten rollen.

    1. @debby: het klinkt als een redelijk verhaal maar vergeet niet dat er een hoop mensen achter zo iemand aan moet lopen anders wordt het niks. we kunnen ook nog denken aan Lenin en Stalin. Bestaan die oranje hemden eigenlijk nog? Vroeger zag je ze op cursus in Egmond aan Zee, op de boulevard. En hoe zit het het met die zgn. influencers op de nieuwe tilleviesie?

      1. …Ik heb er al eerder op gewezen dat de Grieken en Romeinen methodisch individualisten waren…

        Op zichzelf heb je, wat de oudheid betreft, gelijk, Jona. Ons eerste Latijnse leerboek bevatte vooral minibiografietjes van beroemde Latijnse en Griekse mannen en vrouwen (een compilatie van ‘De viris illustribus urbis Romae’ van Cornelius Nepos, bewerkt door enen Abbé Lhomond als ik mij goed herinner) en daarnaast nog wat stichtende bewerkte christelijke teksten uit de Bijbel.

        Toch denk ik dat ook heden ten dage personen er (veel) blijven toe doen, maar of ze door die ‘instutionele overmacht’ hun gedrag kunnen/ willen veranderen of niet, is per geval moeilijk te achterhalen. Dat zal pas later blijken. Toch denk ik, samen met Debby Teusink, dat in de hedendaagse historiografie het methodisch individualisme nog steeds overheerst. Je moet als modern historicus al buitengewoon goed ingevoerd zijn in wat zich werkelijk in een land afspeelt (taalkennis, lange tijd in het land wonen, contactmogelijkheden met het gewone volk, media, enz.) om die institutionele Een Robert Fisk is daar een treffend voorbeeld van voor het Nabije-Oosten. Wij hebben het over Erdogan, Xi, Kim Jung-un, Poetin, Trump, Maduro, enz. Als men het in Frankrijk over ‘le Général’ heeft weten de meeste Fransen dat het over de Gaulle gaat. En ‘le Maréchal’ is Pétain.

        Ik weet niet hoe het nu op de scholen is. Het ideale zou natuurlijk zijn dat die ‘institutionele overmacht’, wat voor effect ze ook hebben op de heersers wat meer aan de orde komen dan in onze tijd.

        Nog iets: ik denk niet dat belijdenisliteratuur zoals Augustinus, Marcus Aurelius, Boëthius moet ondergebracht worden bij de biografieën.

        Voor de rest weer een interessante blog, in principe aanleiding voor discussie

  4. Debby Teusink

    Beste Jan, natuurlijk zijn processen van invloed, zonder de instabiliteit van de Weimar republiek en het aanwezige ressentiment en nationalisme in Duitsland was Hitler nooit aan de macht gekomen, zonder de burgeroorlogen van de eerste eeuw voor Christus was Augustus nooit aan de macht gekomen en in het Judea van begin eerste eeuw was Jezus niet de eerste noch de laatste die zich als messias opwierp in het daarvoor meer dan geschikte klimaat. Maar dat een Constantijn koos voor het christendom en niet voor een andere mysteriegodsdienst, was een individuele keuze. Alexanders persoon was de stuwende kracht achter zijn verwoestende veldtocht met niet te onderschatten gevolgen voor de wereldgeschiedenis. Personen doen ertoe!

    1. FrankB

      ” dat een Constantijn koos voor ….. was een individuele keuze”
      Dat is ook nog maar de vraag, natuurlijk.

      “Personen doen ertoe!”
      Misschien is het aan uw aandacht ontsnapt, misschien bent u het even vergeten, maar nog zeer recentelijk heeft JonaL een reeksje gewijd aan de ondergang van de Romeinse Republiek in termen van Julius Caesar.
      Ook aan andere personen besteedt hij regelmatig aandacht. Dus deze opmerking kon nauwelijks overbodiger.

    2. @debby: helemaal eens, zal ik ook niet tegenspreken. Maar je voert iets op wat niet zo gauw bij mij opkwam, namelijk omstandigheden! Dank.

  5. Otto Cox

    Personen doen ertoe, maar omstandigheden, processen spelen een grotere rol dan de geschiedenisverhalen ons doen geloven. Zelfs als een persoonlijkheid als Alexander de G. keizer van de Azteken was geweest, dan nog was het die Azteken of andere amerikaanse volken nooit gelukt Europa te veroveren (lees Jared Diamond). Justinianus noch Belisarius waren in staat de teruggang van het Romeinse Rijk tegen te houden als gevolg van klimaatverandering en een pestepidemie (die er o.a. voor zorgden dat de belanstinginkomsten drastisch terugliepen). Dat de vikingen zulke goede zeevaarders waren heeft alles te maken met de omstandigheden waarin ze leefden. Dat wil niet zeggen dat personen nooit het verschil maken, maar de invloed van klimaat, natuurlijke omgeving, economische ontwikkeling etc zijn minstens zo belangrijk, zo niet belanrijjker.

  6. Boeiend, deze discussie over de vraag in hoeverre personen of instituties/omstandigheden de geschiedenis bepalen. Een vergelijkbare kwestie speelt tegenwoordig in de wetenschap,met name ook de exacte en medische wetenschappen: we schrijven ontdekkingen en ‘doorbraken’ vaak toe aan individuen (de Nobelprijzen helpen daar vrolijk aan mee), terwijl elke zichzelf respecterende wetenschapper in die vakken toegeeft dat het teamwerk is en dat men altijd voortbouwt op de successen en mislukkingen van anderen. Zijn die individuen dan niet belangrijk? Jazeker wel. Maar het individu is niet zo bepalend als soms lijkt wanneer je de stukken in de krant leest of de doorbraak op TV ziet.

    Waarom is dat zo? Als ik een lekenhypothese mag lanceren: we vinden het verhaal (van de geschiedenis, van de wetenschappelijke ontdekking) makkelijker te begrijpen vanuit het individu dan vanuit de complexere realiteit waarin vele mensen, (proef)dieren en dingen een rol spelen.

    Zelfs als dat individu helemaal niet bepalend was voor het verloop van de gebeurtenissen, is dat het narratieve schema dat ons raakt. De Holocaust is een onvoorstelbare grootschalige verschrikking. Een verhaal als dat van Anne Frank raakt direct, en maakt daarmee die grotere geschiedenis bespreekbaarder.

    1. jan kroeze

      Ik las vanochtend een aardig stukje in de Volkskrant van Max Pam, uitroeing Indianen, Armeniers Apartheid, Goelag, nou ja enz.

Reacties zijn gesloten.