Hexham Abbey en de Romeinen

Hexham Abbey (© Wikimedia Commons | Bob Castle)

Na een eerdere afgeblazen poging onder keizer Caligula vielen in het jaar 43 n.Chr. op bevel van keizer Claudius de Romeinen met vier legioenen plus hulptroepen ‘Britain’ binnen, waarvan zij het huidige Engeland en Wales bezetten en tot de provincie Britannia maakten. Om de noordgrens, de limes van de provincie, te beschermen tegen de in het huidige Schotland wonende Picten, bouwden de soldaten op bevel van Hadrianus (r.117-138) de Muur van Hadrianus.

Deze liep van het huidige Carlisle in het westen tot Newcastle upon Tyne in het oosten, een bijna horizontale oost-west lijn van 117 kilometer. Velen denken dat de Romeinen niet noordelijker zijn gekomen, maar dat is niet juist. Hadrianus’ opvolger keizer Antoninus Pius herhaalde dit kunststukje in 142 met de aanleg van de Vallum Antonini die liep vlak boven het huidige Glasgow en Edinburgh en raakte aan de Schotse Hooglanden, waarvan de grens met de Schotse Laaglanden. Deze versterking is minder bekend omdat hij minder belangrijk en korter in gebruik is geweest dan de Muur van Hadrianus.

De Late Oudheid

Na het jaar 400 implodeerde het Romeinse gezag. De laatste troepen trokken weg omdat ze op het vaste land hard nodig waren in de strijd tegen de Visigoten en Vandalen en in de herhaaldelijk oplaaiende Romeinse burgeroorlogen. Later staken groepen Juten, Friezen, Angelen en Saksen de Noordzee over en namen Brittannië in bezit. De geromaniseerde, van oorsprong Keltische bevolking werd verdreven naar ’s lands uithoeken Wales en Cornwall en verder naar Ierland en zelfs Armorica, het huidige Franse Bretagne. Hier wordt door een deel van de bevolking nog altijd een Keltische taal gesproken, het Bretons.

De late vijfde en de zesde eeuw vormen de tijd waarin de Arthur-sage wordt gesitueerd en vormt een wat duistere periode. Als we weer terugkeren in het licht van de geschiedenis, bevinden we ons in de tijd die bekendstaat als de Heptarchie ofwel Zeven Koninkrijken.

Wilfrids abdij

In de vierde eeuw was Romeins Britannia grotendeels gekerstend. In de late zevende eeuw – we zitten dus al in de periode van de Heptarchie – leefde in het noordelijke koninkrijk Northumbria ene Wilfrid, bisschop van York. Geboren uit Northumbrische adel, had hij gestudeerd in Lindisfarne, in Canterbury en in Rome, om rond 660 naar Northumbria terug te keren, waar hij kloosters stichtte in Ripon, het Romeinse Inhrypum, en in 674 nabij Hexham, een stad pal naast de Muur van Hadrianus, een veertig kilometer ten westen van Newcastle.

Het klooster bij Hexham werd bijna geheel opgetrokken uit sloopresten van de Vallum Hadriani en Romeinse gebouwen uit het nabijgelegen Corbridge, het antieke Coria. Tegenwoordig staat op de plek van Wilfrids benedictijner abdij een forse middeleeuwse kerk, gebouwd in 1170-1250 en verknutseld in de negentiende eeuw. Onder deze kerk resteert echter nog de crypte van de oorspronkelijke abdij.

Wilfrids klooster werd in 875 verwoest door de Vikingen, herbouwd in 1113 als een augustijnse priorij die in 1537 als zodanig werd ontbonden. Opgravingen in 1984-1993 hebben niet alleen de oorspronkelijke abdij van Wilfrid aangetoond, maar ook een tweede kerk, gewijd aan Sint-Andreas.

Flavinus

Grafsteen van Flavinus

Het leuke aan de crypte is dat er tal van Romeinse overblijfselen in zijn verwerkt waaronder de grafsteen van de cavalerist en standaarddrager Flavinus, die op vijfentwintigjarige leeftijd sneuvelde. Het monument, met de inscriptie die bekendstaat als RIB 1172, geldt als één van de belangrijkste Romeinse vondsten in Engeland.

Het reliëf is waarschijnlijk in de twaalfde eeuw gepikt uit de restanten van het Romeinse fort van Coria, werd als bouwsteen gebruikt in de fundamenten van de nieuwe priorij en ontdekt in 1881. Alle stenen van de crypte zijn van Romeinse origine.

Damnatio memoriae

Een interessante en bewust beschadigde ‘slab’ (een damnatio memoriae) in de crypte is RIB 1151:

Imp(erator) Caes(ar) L(ucius) Sep(timius) [S]everus Pi(us)
Pertinax et Imp(erator) C[a]esar M(arcus)
Aur(elius) Antoninu[s] Pius Aug-
usti et P(ublius) Septi[mi]us Geta
Caesar horre[u]m [per]
vexillatione[m leg(ionis) …]
fecerunt su[b L(ucio?) Alfeno?]
[Senecione? leg(ato) Augg(ustorum) pr(o) pr(aetore)]

Ofwel: keizer Septimus Severus en zijn zonen Caracalla en Geta hebben een graanpakhuis laten maken door troepen die vermoedelijk werden gecommandeerd door Lucius Alfenus Senecio.

De gewiste woorden zijn belangrijk: nadat Geta in 211 door zijn broer Caracalla was gedood, werd diens naam overal gewist. Deze uitwissing heeft hier inderdaad plaatsgevonden, maar zo oppervlakkig dat de naam zichtbaar is gebleven.

Maponos

Een ander opmerkelijk Romeinse overblijfsel in de middeleeuwse kerk is inscriptie RIB 1120:

Aan Apollo Maponos heeft Quintus Terentius Firmus, zoon van Quintus, uit het kiesdistrict Oufentina, uit  Sena Julia, prefect van het kamp van het Zesde Legioen Victrix Pia Fidelis, dit geschenk opgedragen.

Inscriptie ter ere van Apollo Maponos (© Wikimedia Commons | Mike Quinn)

De hier genoemde Apollo Maponos was een combinatie van een Keltische en een Grieks-Romeinse godheid. In de Keltische mythologie geldt Maponos (‘Grote Zoon’), een kind van de riviergodin Modron, als de godheid van de jeugd. Hij werd met name in het noorden van Engeland en in Gallië vereerd en daarbij dus gelijkgesteld aan Apollo.

Apollo Maponos is een te complexe godheid om hier in een paar regels te beschrijven. Aardig om te vermelden is echter dat de stam map (zoon), in het Oud-Iers macc, de basis is voor de welbekende Schotse en Ierse prefixen Mac en Mc. Maponos komt ook voor in de mythologie van Wales onder namen als Mabon, Mabuz en Mabonagrain. Via een aantal middeleeuwse Welshe prozateksten, de Mabinogion, kwam Maponos uiteindelijk onder de naam Mabon ap Modron terecht in de Arthursage over Culhwch en Olwen.

[Op mijn uitnodiging om met enkele gastbijdragen dit tot een coronavrije ontmoetingsplaats te maken, ging Hans Overduin in. Dank! Meer gastbijdragen zijn welkom.]

15 gedachtes over “Hexham Abbey en de Romeinen

  1. Leuk! Als ik me niet vergis, vormen reliëfs als dat van Flavinus de grondslag voor de aanname dat onder het geheven voorbeen van het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius oorspronkelijk de figuur van een knielende barbaar was geplaatst. Interessant is dat de barbaar op de grafsteen een zwaard omklemt en kennelijk nog lust heeft om terug te vechten.

  2. Rudmer Koopal

    Leuke blog Hans. Wel één misverstand: de geromaniseerde Keltische bevolking werd niet verdreven naar de randen van Brittannië. Er loopt een lijn dwars door Engeland van noord naar zuid. Aan de oostkant woonden de Germanen en aan de westkant de Kelten. Opmerkelijk genoeg zijn in graven aan weerskanten bijna geen lijken aangetroffen die wijzen op een geweldadige dood. De geweldadige verovering van Brittannië door Germanen is een achterhaalde mythe. Archeologen en historici zijn het er wel over eens er dat er een vermenging plaats vond in het midden van Engeland en zich verspreidde over het land. Hoe westerlijker je ging hoe minder de invloed van de Germaanse talen en hoe minder migratie/ vermenging.

    1. Dirk

      Archeoloog Francis Pryor nuanceert de gewelddadige Germaanse invasie in het zeer leesbare Britain AD: a Quest for Arthur, England and the Anglo-Saxons.

      1. Robert

        “Archeoloog Francis Pryor nuanceert de gewelddadige Germaanse invasie in het zeer leesbare Britain AD: a Quest for Arthur, England and the Anglo-Saxons.”

        Wel zeer leesbaar, maar wegens de gemaakte fouten niet aan te raden. Betere (en ook leesbare) boeken over dit onderwerp werden geschreven door Dark, Higham en Snyder om er een paar te noemen.

    2. FrankB

      Tja, maar voordat de Germanen het oosten van Engeland verwierven woonden daar toch eerst Kelten/Romeinen. En de emigratie van de laatsten zal toch ook een reden hebben gehad. En Offa’s Dijk werd ook niet voor niets aangelegd. Die lag er al in de 8e eeuw en wel een stuk westelijker dan die lijn dwars door Engeland.
      Het aardige van mythes als die van Koning Arthur is dat ze nog wel eens een kern van waarheid hebben – zie de veronderstelde timmermanszoon uit Nazareth.
      Het is wel maf dat de Engelsen, die hun bestaan te danken hebben aan twee succesvolle invasies, zo dol zijn op verhalen over verzet tegen één van die invasies.

      1. Dirk

        Op reis door Zuid-Engeland zijn geslaagde en verijdelde invasies nooit veraf: de stranden van Deal, Arthur, Battle Abbey, Martello Towers, het Royal Military Canal en de HMS Victory, de tunnels onder Dover Castle…

      2. Rudmer Koopal

        Ook hier weer een misverstand dat alle Kelten zijn weggetrokken als een etnische eenheid uit Oost-Engeland, is ook niet gebeurd. Om in de woorden van Jona te spreken ‘een negentiende-eeuwse interpretatie’. Stammen zijn geen etnische eenheden. Land is geven als buffer en landbouwgrond aan diverse Germaanse stammen. Germanen werden o.a. ingezet om onderlinge Keltische conflicten te beslechten. Nog onvoldoende onderzocht is in hoeverre het land leeg/ bevolkt was (zoals is geweest met Friese-Groningse kust en Noord-Duitse laagvlakte).
        Diegene die bleven, assimileerden in de Germaanse koninkrijken die geen afgesloten eenheden zijn. Uit opgravingen zie je dat alles door elkaar woont Kelten en Germanen, er wordt onderling getrouwd en producten uitgewisseld. Dit speelt zich af in latere 4e-eeuw- einde 6 eeuw.
        Offa’s dijk (huidige grens Wales-Engeland) is van later. Dit werd geïnterpreteerd als grens tussen Kelten en Germanen, maar dit is in eerste instantie een grens tussen twee koninkrijken. Mercia is bij uitstek het koninkrijk waar assimilatie van Kelten en Germanen heeft plaatsgevonden. De Germaanse taal en cultuur van de bovenlaag heeft het alleen gewonnen in Mercia.

        De enige constante achter alle mythes en verklaringen achter Koning Arthur is volgens mij oorlog, d.w,z. conflicten tussen machthebbers, tussen Kelten onderling (inclusief die op Ierland) en met de Saksische rijkjes die ontstaan.

    3. Robert

      “Opmerkelijk genoeg zijn in graven aan weerskanten bijna geen lijken aangetroffen die wijzen op een geweldadige dood. De geweldadige verovering van Brittannië door Germanen is een achterhaalde mythe.”

      Ja en nee. De modellen van de jaren 60 waarin Germanen de ‘Kelten’ voor zich uit dreven, tot ze zich terugtrokken in de heuvels van Wales of naar Bretagne vluchtten zijn inderdaad achterhaald. Maar dat geldt ook voor een tweedeling tussen beide groepen – inmiddels is ook de etymologie zover dat allerlei plats- en riviernamen niet meer exclusief aan Germaanse invloeden worden toegeschreven, en is geaccepteerd dat er tot eeuwen na de komst van de Engelsen de Britten (beter dan ‘Kelten’) ook nog te identificeren zijn in de oostelijke delen van het eiland.

      Overigens die lijken, als dat nog klopt want zoveel hebben we er ook niet, is geen indicatie voor een goed model – als je een dorp zou uitmoorden gaan de lijken in een ondiepe kuil langs de weg of ze blijven liggen. De overwinnaars vullen de begraafplaatsen, en graven met wapens bevatten ook lijken met sporen van geweld. helaas gaat het om zulke lage aantallen dat het de vraag blijft of daar modellen met sluitende conclusies op gebaseerd kunnen worden.

      1. Rudmer Koopal

        “is geaccepteerd dat er tot eeuwen na de komst van de Engelsen de Britten (beter dan ‘Kelten’) ook nog te identificeren zijn in de oostelijke delen van het eiland”. Helemaal mee eens, ik heb niet anders beweerd.

        Diverse universiteiten hebben heel, heel veel graven onderzocht en in kaart gebracht de laatste jaren. Er is een model ontwikkeld en opvallend was het bijna ontbreken van geweldsdelicten langs de lijn waar Kelten (Britten) en Germanen eerst naast elkaar woonden.

  3. Rob Duijf

    ‘(…) en zelfs Armorica, het huidige Franse Bretagne.’

    Laat dat zelfs maar weg, die stap is niet heel veel groter dan de stap naar Ierland. De eerste kolonisten in Armorica kwamen uit Cornwall. Dat is ook logisch, want zij waren een Kanaalvolk. Het Bretons is dan ook nauw verwant aan het Cornish.

    1. Robert

      “De eerste kolonisten in Armorica kwamen uit Cornwall. ”

      Dat is maar de vraag, want er bestaan geen goede bronnen over de eerste migranten vanuit Britannia naar wat nu Bretagne is. Het is waarschijnlijker dat – net als de aanwezigheid van Germaanse migranten in Britannia al voor het einde van de Romeinse invloed – er al hechte contacten waren tussen Devon en Cornwall enerzijds en de Gallische kust anderzijds. De eerste aantoonbare migratie van Cornwall en west-Wales dateert van de 6de eeuw.

    2. Geert

      Dat Keltische Britten naar Ierland zouden zijn gevlucht is geheel nieuw voor mij. Ik dacht dat de Ieren juist aanvallen op de westkust van Wales en Engeland uitvoerden. Is hier een bron voor?

  4. FrankB

    “Velen denken dat de Romeinen niet noordelijker zijn gekomen, maar dat is niet juist. ”
    Ah, toen ik lang geleden in Glasgow was wist een inwoner mij precies aan te wijzen waar zijn roemruchte voorouders de Romeinen hadden tegengehouden: op een heuvel vlak buiten de stad (of er nog binnen, dat weet ik niet meer). Daar zal best een heleboel folklore bij hebben gezeten, maar aan de kern (de Romeinen zijn de Schotse Heuvellanden doorgetrokken) viel niet te twijfelen.
    Later meen ik ergens gelezen te hebben dat ze in het oosten nog noordelijker zijn gekomen, een heel eind boven Edinburgh.

    “’s lands uithoeken Wales en Cornwall en verder naar Ierland en zelfs Armorica, het huidige Franse Bretagne.”
    Ik meen ook ergens gelezen te hebben dat een flink aantal in Noordwest Spanje terecht is gekomen. Geen idee of het Galicisch nog Keltische taalinvloeden heeft.

    “vormt een wat duistere periode”
    Nogal een understatement. Tussen ongeveer 400 CE en 550 CE (Gildas) is de enige geschreven bron de bekende smeekbrief aan Aetius. Daardoor weten we niets met enige zekerheid over de Slag bij Mons Badonica. De archeoloog die naam wil maken moet de plek ervan proberen te vinden.

    1. Robert

      “Later meen ik ergens gelezen te hebben dat ze in het oosten nog noordelijker zijn gekomen, een heel eind boven Edinburgh.”

      Zeker. Er is een legioensfort gevonden te Inchtuthil, ten noorden van Perth. Volgens Tacitus was dat zeker niet de noordelijkste plek, want de Romeinse marine bereikte de Orkneys.

      “Tussen ongeveer 400 CE en 550 CE (Gildas) is de enige geschreven bron de bekende smeekbrief aan Aetius. Daardoor weten we niets met enige zekerheid over de Slag bij Mons Badonica. ”

      Gildas is wel de bekendste die in deze periode vanuit Britannia schrijft, maar helaas zijn werk niet erg bruikbaar omdat het een preek is, hij geen data noemt en maar enkele namen vermeldt. De slag bij Badonicus Mons blijft daarom slecht dateerbaar, en de winnaar blijft ongenoemd.
      Gildas is echter niet de enige: St Patrick gaat hem voor. Helaas is diens werk ook niet van veel nut als bron voor historische details. Bede is de eerstvolgende, inderdaad pas vanuit het midden van de achtste eeuw.

Reacties zijn gesloten.