Waterbeheer in Henegouwen

De scheepslift van Strépy-Thieu

Gisteren ging een lang gekoesterde wens in vervulling: ik zag de scheepslift van Strépy-Thieu. Na een knap vermoeiende fietstocht over de slagvelden van Fleurus en langs Liberchies was ik uitgeput aangekomen in La Louvière; uitgerust en wel ging ik vrijdag in een lichte regen op pad naar de bestemmingen die ik wilde aandoen: de Espace Gallo-Romain van Aat, de Archéosite van Aubechies (een soort Archeon) en uiteindelijk Doornik. Even ten noordwesten van La Louvière lag het kanaal-aquaduct dat een voorspel vormde voor het eigenlijke werk.

Eerst even dit: Henegouwen, met name het gebied dat Borinage heet, vormt een oud industrieel centrum. Om het te verbinden met de Schelde en de Samber/Maas, zijn allerlei kanalen aangelegd. (Willem I dankte er zijn bijnaam “kanalenkoning” aan.) Eén van die kanalen is het Centrumkanaal, waarvan de aanleg voor de vroege negentiende eeuw nog te moeilijk was: het moest namelijk een hoogteverschil van bijna honderd meter overbruggen. Pas toen het mogelijk was scheepsliften in plaats van sluizen te bouwen, was de aanleg mogelijk. Koning Leopold II opende het Centrumkanaal in 1888.

In 1982 begon de vernieuwing van het kanaal, een project dat twintig jaar duurde. De vier liften maakten plaats voor één enorme scheepslift. Over een even verderop gelegen dal kreeg het kanaal een aquaduct. Toen ik aan kwam fietsen, dacht ik dat het een autosnelweg was met daaronder een rotonde voor de diverse autowegen. Pas later begreep ik dat het geen viaduct maar een aquaduct was. Door de enorme lengte, een halve kilometer, had ik het simpelweg niet herkend.

Het kanaal-aquaduct

Je kunt langs het kanaal fietsen en bereikt dan al snel de scheepslift van Strépy-Thieu. Je weet dat het kunstwerk immens is – dat is waarom je hier bent – maar het is echt heel, heel groot.

De scheepslift van Strépy-Thieu

Ik ben vrij lang blijven kijken maar er waren geen schepen om op te tillen. Toen er ook niets aan kwam varen, ben ik maar verder gefietst. Henegouwen bleek, zeker toen het zonnetje doorbrak, zo mooi als ze altijd zeggen.

Vlak voor Doornik

9 gedachtes over “Waterbeheer in Henegouwen

      1. Medellín, 25 juli 2020

        @lotti @Robbert

        De gegevens van SOFICO, eigenaar en exploitant van de scheepslift, bieden een geheel ander beeld dan uit uw uitspraken kan worden afgeleid.
        (re: https://sofico.org/chiffres-cles-2019-une-rentabilite-confirmee-des-investissements-soutenus/).

        @Jona Lendering
        Uw waarneming omtrent de afwezigheid van ¨op te tillen schepen¨ (of ¨te laten zakken schepen¨) sluit goed aan bij door sectordeskundigen genoemde in de afgelopen 50 jaar steeds verder voortschrijdende opgetreden schaalvergroting in de ¨binnenscheepvaart¨.
        (….. inclusief belangrijke moderniseringen als de introductie van ¨dubbele huid¨ en schone en veel efficiëntere motoren, (zelfs al tot H2 gebruik voor aandrijving aan toe), en mooie innovaties in onderwater coatings en verven).

        Het totaal tonnage aan goederen vervoerd over water neemt toe, wereldwijd, gelukkig maar voeg ik er even aan toe, terwijl het aantal schepen nog steeds afneemt daarbij.

        De cijfers spreken hieromtrent ook voor wat betreft de door u bezochte en prachtige scheepslift, duidelijke taal.
        (re: https://sofico.org/nl/ontbrekende-schakels/de-scheepslift-van-strepy-thieu-en-het-centrumkanaal/)

        Het lijkt mij ons allen te sieren om niet zomaar allerlei kreten over haalbaarheid en duurzaamheid van ¨grote werken¨ te slaken. En al helemaal niet indien er juist geen sprake is van louter overheidsfinanciering, doch van een heldere en publiek zich verantwoordende publiek-private constructie, zowel qua eigendom, als qua financiering én qua exploitatie.

        In het geval van de door Jona bezochte scheepslift, is het ook relevant om over het milieueffect van de aangebrachte oplossing in de waterinfrastructuur na te denken.
        Immers, de substitutie van vervoer met duizenden vrachtauto’s door grote en efficiënte en schone binnenschepen leidt tot een forse en goed meetbare vermindering van uitstoot van gassen en fijnstof.
        Vervoer over water is bovendien veiliger dan vervoer met vrachtauto’s over asfalt.

        Last but not least zijn de ¨grote¨ waterwerken in mijn beleving prachtige voorbeelden van ¨industrieel landschap¨.
        Ik schrijf niets nieuws eraan te herinneren dat dit onderdeel vormt van een separate maar levende tak van ¨sport¨ in de archeologie.

        Daarbij besef ik terdege dat bij sommige lieden de ziedende vlammen van woede en ergernis de oorgaten uitblazen als er bewondering over industrieel erfgoed kenbaar gemaakt wordt.

        Zo blijft er gelukkig nog iets te bespreken over.

        B.a.v. toutes et tous, 😉

        JL

        1. FrankB

          Ik zal vast wel weer met mijn neus kijken, maar ik zie de scheepslift er niet tussen staan. Wel een niet afgemaakte vierbaansweg met brug, niet ver er vandaan. Wel wordt op de Wikipedia-pagina van deze scheepslift vermeld dat sommigen vinden dat de scheepslift op de lijst moet.
          Bedankt voor de amusante link.

  1. lamotm

    Spijtig dat je dan de oudste scheepslift in Houdeng gemist hebt, Jona. Van 1888, en wordt af en toe nog gebruikt. Een prachtig staaltje van industriële archeologie! Toch alle respect voor je vele fietskilometers.

    1. Bert Schijf

      Dat kan ik beamen. De constructie laat heel goed zien hoe zo’n scheepslift werkt. Toen ik op een excursie met Amsterdamse studenten die lift bezocht, liepen we met zijn allen door een hek met een bordje waarop tweetalig Verboden Toegang stond. Maar ja, je bent Amsterdammer, of je bent het niet. Zo konden we de constructie ook beter bekijken. Prompt kwam er een Franstalige kwade oppasser op ons af die zei dat we weg moesten. Scheldend meende hij dat het altijd hetzelfde probleem was die Hollanders. Daar had hij geen ongelijk in. Met alle respect overigens voor het vele fietsen.

  2. Martin

    Even een geheel ander perspectief, if I may:

    https://en.wikipedia.org/wiki/Thomas_Heath_(classicist)

    Heath was ook goed in wiskunde en heeft dus klassieke Griekse wiskundige boeken vertaald: Euclides, Archimedes, Appolonius. De oude Grieken hebben ontdekt dat niet alle grootheden rationeel zijn, dwz een verhouding tussen twee gehele getallen. Beroemd is de wortel uit 2. Een vraag die men destijds niet kon beantwoorden: als je een kubus hebt met ribbe a, en dus volume a^3, hoeveel groter moet a dan zijn om het dubbele volume te krijgen? Dat is dus niet een kubus met ribbe 2a, want dan zou het volume acht keer zo groot worden. Appolonius heeft een boek geschreven over “conic sections”, dus over kegelsneden (cirkel. ellips, etc), en is daar blijkbaar met geometrische methoden ver mee gekomen. Heel interessant. Pas tijdens de Renaissance is die wiskunde in Europa weer boven water gekomen.

Reacties zijn gesloten.