Ongeveer zeven gedachten over inclusiviteit

Zaterdagavond zag ik de film Apollo 11, over de eerste maanlanding. Het viel me op dat er nauwelijks vrouwen en kleurlingen in beeld kwamen. Dat is geen verwijt aan de film, wel een constatering over mijn perceptie: ik verwacht bepaalde mensen te zien en het valt me op als die ontbreken. Ik neem aan dat iedereen langzamerhand die ervaring heeft. Niemand zal verbaasd zijn dat als thema voor de volgende Week van de Klassieken “de inclusieve Oudheid” is genoemd.

Ik weet niet goed wat ik daarvan moet denken. Soms denk ik “goed idee”, even vaak denk ik “geen goed idee”. Dat betekent dus dat het thema interessant is, maar daaruit volgt niet noodzakelijkerwijs dat het een thema is waarmee je het belang van de klassieken kunt uitleggen. Hieronder wat losse gedachten en afwegingen.

Gedachte 1: Diversifiëring, inclusiviteit of hoe je het wil noemen, is een belangrijk thema. Niet alleen omdat musea en universiteiten de plicht hebben de hele samenleving te informeren, maar ook omdat er inhoudelijk te winnen valt. Iemand met een “zwart” perspectief kan bijvoorbeeld bronnen anders waarderen. Ik ken een boek over Amazones dat een vermelding van vrouwelijke krijgers in West-Afrika als verwaarloosbaar terzijde schoof; ze kwamen volgens de Grieken immers uit het Zwarte-Zee-gebied. Een auteur met Afrikaanse wortels zou die aanwijzing voor Afrikaanse Amazones serieuzer hebben genomen. Vermoedelijk terecht, want er zijn vrouwelijke krijgers geweest in de Bambouk.

Gedachte 2: “Inclusiviteit” is een nogal vaag thema. Uitgangspunt is dat niet alle maatschappelijke stemmen even goed worden gehoord:

  1. naar academici wordt eerder geluisterd dan naar niet-academici,
  2. naar witten eerder dan naar zwarten,
  3. naar mannen meer dan naar vrouwen,
  4. naar de stad meer dan naar het platteland,
  5. naar hetero’s meer dan homo’s.

Zie ik het goed, dan is in de oudheidkunde de tegenstelling tussen academici en niet-academici de minst herkende en daarom gevaarlijkste, terwijl de etnische tegenstelling momenteel het meest uitgesproken is.

Gedachte 3: Wat interessant en belangrijk is, is niet per se een goed idee voor wetenschapscommunicatie. De afnemers hebben immers niet dezelfde belangstelling als de aanbieders. Een voorbeeld dat ik altijd aanhaal is dat terwijl de wetenschap is verdeeld in specialismen, het publiek geïnteresseerd is in de Oudheid. (Anders gezegd: tegenover een aanbod van archeologie, geschiedenis, klassieke talen staat een vraag naar oudheidkunde.)

Ook hier speelt zoiets. De informerende partijen opperen een thema waar weinig vraag naar is.

Gedachte 3a: Ik dénk althans dat er weinig vraag is. Ik beantwoord ruim dertig vragen per dag en heb nog nooit een verzoek gehad of ik het academisch discours over inclusiviteit wilde uitleggen. En let wel: ik krijg regelmatig suggesties dat de wetenschap te eenzijdig is.

Gedachte 3b: Dat de vraag naar een bepaald onderwerp niet bestaat, wil niet zeggen dat je mensen niet mag voorhouden “hier, kijk, dit is interessant”. Ik doe, geloof ik, niet anders dan tonen dat een onderwerp waarvoor weinig maatschappelijke aandacht is, die aandacht wel verdient. Maar of je resultaat boekt op deze manier?

Gedachte 4: Onlangs kreeg ik een mailtje onder ogen over een leuk initiatief om wetenschappelijke inzichten beter te delen. Kon het niet wat inclusiever, was het verwijt, want de sprekerslijst toonde geen people of color. Lullig, want de betrokkenen hadden hun best gedaan. Het voorval illustreert dat er nogal eens wordt afgerekend vanuit te snelle aannames. Dat is ergerlijk maar niet erg; het betekent dat mensen weten dat er iets op het spel staat.

Maar moet je een ongestructureerde discussie, die soms het slechtste uit ons bovenhaalt, meenemen in de publieksvoorlichting? Ik weet het niet. Niemand zal het ons kwalijk nemen als we in de Week van de Klassieken een beetje aardig voor de dag willen komen. Omgekeerd is de voorlichting over de Oudheid ontzettend tam. Het mag best wat pittiger.

Gedachte 5: Je wil rekening houden met alle perspectieven. Ik heb onlangs met belangstelling gekeken naar een Algerijnse Augustinusfilm. Ik weet echter niet zeker of ik er iets mee heb gewonnen, want de Augustinus die hier werd neergezet, was in feite die van voor de ontkerkelijking. Die indruk heb ik wel vaker. Ik wil best aandacht besteden aan Iraanse visies op Cyrus de Grote, aan niet-westerse visies op een zwarte erfenis aan Griekenland, en aan Armeense visies op Armenië. Maar te vaak zie ik dat die alternatieve visies niet alle data incorporeren.

Gedachte 5a: Vanzelfsprekend is het lastig voor niet-academici om alle relevante data te incorporeren als die achter betaalmuren liggen.

Gedachte 5b: Het is ook voor academici moeilijk alle relevante informatie mee te nemen. Classici weten te weinig van archeologie en andersom.

Gedachte 6: Ik las gisteren dit artikel van Bart de Coo n.a.v. een boek van E.D. Hirsch, How to Educate a Citizen. U kunt Hirsch kennen: als antwoord op Blooms The Closing of the American Mind publiceerde hij Cultural Literacy. What Every American Needs to Know. Dat is het uitgangspunt van ons Cultureel Woordenboek. Verondersteld is dat er kennis bestaat die iedereen moet hebben. Uit het stuk van De Coo haal ik een passage die me aansprak:

[D]e bezwaren … komen van twee groepen mensen. De eerste groep wordt gevormd door de mensen die zich moeilijk kunnen vereenzelvigen met de dominante cultuur. De tweede groep wordt gevormd door de mensen die onderwijs in voorgeschreven kennis beschouwen als geestdodend. … Beide groepen hebben ongelijk.

Kennis van alle zaken die de elite stilzwijgend als bekend veronderstelt, geeft de mensen die deel willen uitmaken van deze elite de kans om gehoord te worden, om serieus genomen te worden, om door deze elite herkend te worden als een van hen, met alle gunstige gevolgen voor de emancipatie van allerlei groepen van dien: Martin Luther King kende het elitaire kenniscorpus door en door, hij kende de Bijbel en de klassieke retorica als geen ander en hij had een reusachtige woordenschat, en juist dat stelde hem in de gelegenheid tot het bewerkstelligen van heftige maatschappelijke veranderingen en tot het mobiliseren van miljoenen.

We kunnen, vervolgt De Coo, de gemeenschappelijke kennis vergelijken met munten. Doordat ze hetzelfde en inwisselbaar zijn, kun je er overal mee terecht. En hoe meer je ervan bezit, hoe meer je ermee bereiken kunt. Zoals gezegd sprak dit me aan, al herken ik de problemen.

Gedachte 6a: De vraag is natuurlijk wie het gedeelde curriculum samenstelt. De Coo noemt de Canon van Nederland als voorbeeld van hoe het zou kunnen. Dit zal weinig oudheidkundigen overtuigen. De Commissies Van Oostrom en Kennedy hebben hen immers genegeerd. De archeologen hebben aangegeven dat het wél zinvol is deskundigen mee te laten praten, ironisch genoeg juist omdat de Canoncommissie een te “wit” beeld van het diepe verleden gaf.

Gedachte 6b Ik ben er niet zeker van of “mensen die zich moeilijk kunnen vereenzelvigen met de dominante cultuur” wel profijt hebben van meer gedeelde culturele kennis. Gewoon, ik weet het niet. Al geloof ik wel dat meer kennis altijd beter is dan minder. Dus één ding staat als een paal boven water: kennis moet gedeeld. Wie informatie bezit maar niet deelt, speelt maatschappelijk geen rol.

Gedachte 6c: Om die reden is het begrijpelijk dat classici, die ooit veel invloed hadden op de bepaling van de culturele canon, deze invloed hebben verloren. Enkele positieve uitzonderingen niet te na gesproken deelden ze onvoldoende professioneel.

Gedachte 7: Ik wil – gedachte 5 nog even – rekening houden met een veelvoud aan perspectieven maar het ontbreekt in elk geval in sommige niet-westerse visies aan feitenkennis. Iedere discussie over inclusiviteit moet daarom vooraf worden gegaan door een andere discussie: die over open access en over de schade die is aangericht doordat bad information drives out good.

Summa summarum: In een samenleving als de onze, waarin het ontbreken van gezichten en stemmen je opvalt, is inclusiviteit vanzelfsprekend. Maar niet alle stemmen zijn even geïnformeerd. Wie meer inclusiviteit wil, moet er eerst voor zorgen dat alle bevolkingsgroepen gelijkelijk toegang hebben tot wetenschappelijke informatie.

[De reeks “Methode op Maandag” (MoM) toont wat de oudheidkundige wetenschappen maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier. Dit wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

64 gedachtes over “Ongeveer zeven gedachten over inclusiviteit

  1. Frans

    Een tijdje terug had ik het over De kinderen van de wind van François Bourgeon en ook daarin worden de vrouwelijke krijgers van Dahomey opgevoerd. En het Franse Vreemdelingenlegioen heeft er nog tegen gevochten. Kortom, die auteur die ze terzijde schoof was niet goed geïnformeerd.

  2. Martin

    “Maar niet alle stemmen zijn even geïnformeerd.” Ja, we hoeven toch niet naar alles te luisteren of alles mooi of interessant te vinden? Je kunt wel inclusiviteit gaan eisen om belangstelling af te dwingen, maar als het mij niet interesseert dan interesseert het mij niet. We hebben een vrije markt, iedereen mag een boek publiceren of een schilderij maken, maar als niemand er belangstelling voor heeft, dan is dat zo. We zitten hier tenslotte niet in de Sowjet Unie. Vrijheid en gelijkheid zijn in tegenspraak.

    1. Je hoeft niet alles spannend te vinden, maar een visie uitdragen zonder de feiten te kennen of te gebruiken is gevaarlijk. Voorbeeld is het idee dat all Indo-Europese talen oorspronkelijk uit India komen, uitgedragen door de ultra-nationalisten van de BJP. Een visie die 1 op 1 in de handgeschreven syllabus van de zelf-benoemde “magister Jakobus” van de middelbare school van mijn dochters terechtkwam. Deze docent voorbereidend wetenschappen onderwijs “dacht” dat hij dat in zijn jeugd in Leiden had geleerd, wat niet kan.

    2. Rob Duijf

      ‘Vrijheid en gelijkheid zijn in tegenspraak.’

      Dat hoor ik jou steeds beweren. Er zijn ook mensen die beweren dat vrijheid en gelijkheid in elkaars verlengde liggen. Er zijn mensen die van mening zijn dat vrijheid betekent dat je kunt doen en laten wat je wilt en even zo zijn er mensen die denken dat gelijkheid hetzelfde is als gelijkschakeling.

      Er zijn even zovele concepten van vrijheid als van gelijkheid. Dat roept de vraag op wat het is en niet wat we denken dat het is. Het concept van een boom is geen boom. Dus waar staan die woorden ‘vrijheid’ en ‘gelijkheid’ voor? Wat is de werkelijkheid achter de abstractie? Als we dat niet snappen, dan worden concepten ideologieën.

      1. Martin

        Vrijheid betekent dat je je vrij kunt ontplooien en je eigen keuzes kunt maken. Dat impliceert sociaal-economische verschillen. Als je die verschillen niet wilt hebben dan is onderdrukking nodig. De geschiedenis van de Sowjet-Unie laat zien hoe dat eindigt.

        1. Frans

          Mee eens, zolang die sociaal-economische verschillen niet zo groot worden dat mensen in armoede leven. Want dan ben je ook niet vrij.

        2. Rob Duijf

          ‘Als je die verschillen niet wilt hebben dan is onderdrukking nodig.

          Dat hoeft helemaal niet, als je inziet dat sociaal-economische verschillen ontstaan vanuit de idee van ongelijkheid, van ‘anders zijn’. Maar klopt die idee wel?

          Als je dat aanneemt, ja dan zijn er verschillen en dat roept evenzeer krachten op die op basis van andere aannames die verschillen trachten te vereffenen. Dat heet conflict en dat wordt veroorzaakt door verdeeld denken. Daar zitten altijd twee kanten aan. In jouw drang naar ‘vrijheid’ onderdruk je evenzeer de drang van een ander naar ‘gelijkheid’.

            1. Rob Duijf

              Tot op heden, met alle vervelende gevolgen van dien op alle niveaus van de samenleving.

              Nu zijn er nog wel andere stromingen dan politieke die menen iets over ‘vrijheid’ en ‘gelijkheid’ te zeggen te hebben, maar dat komt uiteindelijk op hetzelfde neer: men heeft een idee, ideen worden overuigingen, d.w.z. dan men die idee voor de werkelijkheid houdt en voordat je het weet, vechten we elkaar de tent uit.

              De meningen lopen dus nogal uiteen. Daarom terug naar de vraag die ik hierboven al stelde: wat is dat, ‘vrijheid, ‘gelijkheid’? Bestaat er wel zoiets? Hoe ga je dat objectiveren, Martin?

              1. Martin

                Ik ga dat niet objectiveren, het is politiek. Het is altijd zo geweest: de have not’s willen gelijkheid, de haves vinden dat niet nodig. Daarbij komt dat goede sociale voorzieningen gefinancierd moeten worden, dus een politiek systeem waarin de economie instort is dan geen goed idee. Op dit moment staan VVD en PVV bovenaan in de peilingen, terwijl de linkse partijen het niet zo goed doen. Dat heb je in een democratie.

  3. Frans

    En verder, tja, de Grieks-Romeinse wereld, dat is nou eenmaal Europa, dus zo gek is het niet dat dat voornamelijk door blanke Europeanen bestudeerd wordt. Toen ik de Nubië tentoonstelling in Assen bezocht, viel het me op dat er ineens meer zwarte bezoekers waren dan bij andere tentoonstellingen. Dus om dat soort dingen vaker te doen, iets verder kijken dan de Europese neus lang is, dat zou helemaal niet slecht zijn.
    Maar als iemand gaat klagen over te weinig “people of color” (ik spel het op z’n Amerikaans omdat het uit Amerika overgewaaid activistenjargon is), dan krijg ik weer het idee dat degenen die het hardst roepen dat ze tegen racisme zijn juist het meest bezig zijn met huidskleur.

    1. “krijg ik weer het idee”
      De vraag is aan wie dat dan ligt.

      “iets verder kijken dan de Europese neus lang is”
      Dat hoeven wij witte mannen helemaal niet te doen. We hoeven alleen maar aan vrouwen en aan gekleurde mensen te laten zien hoe ze de wetenschappelijke methode kunnen gebruiken.om zelf onderzoek te doen. In een kramp schieten om denkbeeldige privileges te beschermen is overbodig.

      1. A. Minis

        Er zijn genoeg vrouwen die de wetenschappelijke methode gebruiken en dat ook onderwijzen aan anderen (mannen en vrouwen).

      2. Frans

        “Witte” mannen moeten vrouwen en gekleurde mensen laten zien… Klinkt een beetje koloniaal, vind je niet? En je gaat weer mensen in hokjes indelen. Dat is de voornaamste reden dat ik de kriebels krijg van al dat gedoe over inclusie en weetikveelwat. En het leidt ook verschrikkelijk gauw tot ruzie.

      3. Jeroen

        “Dat hoeven wij witte mannen helemaal niet te doen. We hoeven alleen maar aan vrouwen en aan gekleurde mensen te laten zien hoe ze de wetenschappelijke methode kunnen gebruiken om zelf onderzoek te doen.”

        Ik geef je het voordeel van de twijfel, en ga er maar van uit dat je het niet bedoelde zoals het er staat…

    2. Nee, de Grieks-Romeinse wereld strekt zich uit naar de Maghreb, Egypte en het Nabije Oosten. Het huidige Algerije is ooit zwaar geürbaniseerd geweest; Turkije/Syrië vormde, naast Tunesië/Italië het economische zwaartepunt van de antieke wereld.

      1. Frans

        We kennen natuurlijk de onvermijdelijke Dr. Zahi Hawas, maar zijn er veel Arabische en Noord-Afrikaanse geleerden die de oudheid bestuderen?

        1. Ja, heel veel. Tunesië en Algerije doen heel goed mee. Libië tot voor kort ook. Dat ze niet bekender zijn, ligt niet aan deze geleerden maar aan het feit dat de (Engelstalige) wetenschappelijke wereld de neus ophaalt voor wat in het Frans wordt gepubliceerd.

            1. In de tijd van Alexander de grote was het hele Nabije Oosten gehelleniseerd, dus Klassiek. Waarom blijft die week van klassieken in Europa hangen? Het Nabije Oosten heeft minstens zoveel bijgedragen aan onze huidige cultuur als die Grieken en Romeinen. Waarom zo beperkt.

        2. Natuurlijk, voor de meeste Arabische landen is oudheidkunde gewoon vaderlandse geschiedenis, en die wordt vlijtig bestudeerd. In Saoedi-Arabië waren er lange tijd voorbehouden van religieuze aard, maar daar zijn ze nu ook begonnen. Wel is in Syrië, Iraq en Jemen het onderzoek grotendeels tot stilstand gekomen door oorlogsomstandigheden.

  4. Willem Visser

    Bij Gedachte 2 denk ik dat de meeste mensen toch liever ds. Martin Luther King hoorden spreken dan ds. Ian Paisley.
    Daarnaast dient men te bedenken dat er voor 1970 nauwelijks (zwarte) Surinamers in Nederland woonden, laat staan dat de paar honderd die hier woonden het benoemen waard zijn; ik kan er slechts 2 bedenken: Anton de Kom en Waldemar Nods. En aan die twee is ruim aandacht besteed.

  5. Er lopen voortdurend twee discussies door elkaar. Universiteiten moeten studenten aantrekken en besteden daarom aandacht aan niet-westerse perspectieven die verder gaat dan vroeger. Dat is te prijzen maar zoals je aangeeft is er nogal eens sprake van gebrek aan informatie. Als je daar dan teveel aandacht aan besteedt, gaat de studentenwerving (= het geld) voor de waarheid. Dat is oneigenlijk.

    Voor musea geldt hetzelfde. We moeten nieuwe doelgroepen aanboren om gefinancierd te blijven. Uitschieters zijn er nog niet maar ik ben er wel bang voor.

    [geëdit – jl]

  6. keesclaas

    Het is de kleur van de bril die men draagt die bepaalt of inclusiviteit verwerpelijke discriminatie is dan wel nastrevenswaardige ‘positieve’ discriminatie. De vraag om meer en overal inclusiviteit toe te passen, vraagt om meer en overal dwingende overheidsmaatregelen om die inclusief waar te maken. Het werkt kennelijk niet van nature. Eigen initiatief tonen, kansen grijpen, prestaties leveren, ondernemerschap tonen leiden tot exclusiviteit en ongelijkheid. Inclusiviteit vraagt dan ook dat de staat de gelijke uitkomsten regelt. En dat bijvoorbeeld de universiteit een ‘veilige’ situatie creëert voor de studenten. En dat we niet meer van blanken (ras) maar van witten (kleur) spreken.

    1. Martin

      “Het werkt kennelijk niet van nature”. Dat is dus het punt. Waarom zou de overheid het dan moeten afdwingen?

        1. Martin

          Ja, er zijn ook wetten die van alles verbieden. Ik bedoelde het in de zin van “Inclusiviteit vraagt dan ook dat de staat de gelijke uitkomsten regelt.”

          Dat kan niet per wet geregeld worden, want de mensen zijn niet allemaal hetzelfde.

        2. Frans

          Daar is de overheid de laatste tijd ontzettend goed in geworden. Een beetje te goed als je het mij vraagt. We moeten zelfs beschermd worden tegen onze natuurlijke neiging om bij elkaar te komen…

          1. Rob Duijf

            ‘(…) want de mensen zijn niet allemaal hetzelfde.’

            Dat zijn ze dus wel, alleen denken ze dat ze anders zijn. We verschillen slechts van elkaar in oppervlakkigheden; daar vormen we allerlei ideeën over waarmee we ons identificeren en daarmee scheiden we ons van elkaar af. Dat is wat de meeste mensen doen, ongeacht hun ras, huidskleur, cultuur, sociale en maatschappelijke status.

            Daar gaat wetgeving niets aan doen. Dat is een kwestie van inzicht. Bewustzijn kun je niet afdwingen, maar je kunt er wel toe opvoeden. Dat begint bij onszelf; er zou een wereld gewonnen zijn als we onszelf ter discussie zouden stellen i.p.v. de ander.

            1. Martin

              Ik begrijp nu niet meer wat je met “hetzelfde” bedoelt. Uit alles blijkt toch dat de mensen niet allemaal hetzelfde zijn? En dan heb ik het niet over uiterlijkheden maar over geestelijke capaciteit. Dat is net als bij laptops: een moderne laptop kan veel meer dan een laptop van 15 jaar geleden. Sneller, mooier beeld, WhatsApp, groter geheugen, betere software, etc.

              1. Rob Duijf

                ‘Uit alles blijkt toch dat de mensen niet allemaal hetzelfde zijn?’

                Mensen verschillen, dat is waar, maar dat is het probleem niet. Het probleem ontstaat wanneer we ons met die verschillen identificeren en daar een bepaalde waarde aan toekennen. Daarbij gaat het niet alleen om uiterlijkheden, maar ook om innerlijkheden. Je kunt over uitmuntende geestelijke capaciteiten beschikken, maar ben je daarom meer of beter dan een ander die het toevallig met minder moet doen? Zeggen huidskleur, ras, cultuur, sekse, sociale en maatschappelijke achtergronden iets over iemands geestelijke vermogens? Zijn mensen met een verstandelijke beperking minderwaardig?

                Betekent het hebben van een zeker intellectueel vermogen ook dat je dat vermogen op een intelligente manier gebruikt? We zijn tot grootse constructieve prestaties in staat, waarvoor intelligentie is vereist; evenzeer echter zijn we in staat onze geestelijke capaciteiten in te zetten voor totale destructie, voor niets ontziende machtsuitoefening. Is dat intelligent? Of is het eigenlijk gewoon verschrikkelijk dom…

    2. Ben Spaans

      Blanken zijn roze, niet wit. De meeste zwarten zijn niet zwart. En dan zijn er nog echte bruinen. Heeft niemand dan door dat de waanzin zich alleen maar aan het verplaatsen is…🤢

  7. Streven naar inclusiviteit houdt niet in dat men kritiekloos moet zijn. Iets als

    “Maar te vaak zie ik dat die alternatieve visies niet alle data incorporeren.”
    is opbouwende kritiek. Je laat zien dat je andere perspectieven serieus neemt en geeft aan hoe die betere resultaten zullen opleveren.
    Ik maak een beetje (een beetje maar) bezwaar tegen De Coo’s gebruik van het woord “elite”. Het punt van de wetenschappelijke methode is nou net dat ze voor iedereen is; dat is de uiteindelijke rechtvaardiging van inclusiviteit. Het andere punt is dat je er moeite voor moet doen (en nogal eens een hoop geld nodig hebt). En let op: dat geldt voor hoog opgeleide mensen evenzeer. Een goed voorbeeld is tweevoudig Nobelprijswinnaar Linus Pauling.

    https://www.cracked.com/article_18638_4-nobel-prize-winners-who-were-clearly-insane.html

  8. De belangrijkste remedie is goed onderwijs. En we weten allemaal wat 40 jaar neoliberaal beleid daaraan gedaan heeft.

    https://nos.nl/artikel/2226821-het-nederlandse-onderwijs-glijdt-af-al-20-jaar-daalt-niveau-zegt-inspectie.html

    “De etnische segregatie neemt af, maar de tweedeling op basis van opleiding en inkomen van de ouders neemt toe.”
    Met de inclusiviteit gaat het dus voorlopig wel de goede kant op. Maar de populariteit van pseudo- en kwakwetenschap zal nog wel even blijven, juist onder hoogopgeleiden. Denk aan de antivax beweging.

    1. Martin

      “de tweedeling op basis van opleiding en inkomen van de ouders neemt toe”.

      De Inspectie bedoelt dat er de tweedeling correleert met opleiding en inkomen van de ouders. Maar waarom dan “op basis”, wat klinkt als een oorzakelijk verband?

      1. Martin

        De Inspectie begrijpt dus niets van data analyse, en zou dus kunnen profiteren van boven genoemde YouTube video.

  9. Rob Duijf

    @Martin ‘Ik ga dat niet objectiveren, het is politiek.’

    Als we niet objectiveren, blijven we hangen in meningen en aannames. We stellen geen vragen meer, behalve naar de bekende weg, wat betekent dat we een bias hebben en zien wat we willen zien.

    Als jij stelt ‘Het is altijd zo geweest’, dan impliceert dat, dat het dus ook altijd wel zo zal blijven. Dat is nog maar de vraag, maar om een antwoord te verkrijgen, moet je die vraag wel stellen. Politiek bestaat bij de gratie van verdeeldheid. Dat geldt ook voor de economie die door economen wordt bedacht, maar door politici wordt vormgegeven. Als je daar voor kiest, dan kies je ook voor het conflict en alle actuele en toekomstige ellende die daaruit voortvloeit. Wat polarisatie inhoudt, kun je nu mooi zien in de VS waar de rode veren tegenover de blauwe veren staan. In potentie is die polarisatie echter overal aanwezig waar politiek wordt bedreven. Het betekent dat je je afscheidt van de ander die vervolgens een bedreiging is en die ander doet precies hetzelfde.

    Dat is de norm. Zo zijn we geconditioneerd. We leren te verdelen, te kiezen en de verdeeldheid in stand te houden. Kiezen voor het één is onvermijdelijk kiezen tegen het andere, ook al giet je er een beschavingssausje overheen. Als je dat zo wilt houden, dan moet je vooral geen vragen stellen. Dan moet je vooral niet proberen inzicht te verkrijgen in de oorzaak, wat immers betekent dat je moet onderzoeken, dat je voorbij de grenzen van je eigen gelijk moet kunnen kijken.

    1. Martin

      Je kunt de vraag wel stellen, maar of er dan een antwoord is? Er zijn verschillende politieke systemen uitgeprobeerd in de laatst paar eeuwen. Communisme, nationaal-socialisme, liberale democratie etc. Dus we hebben vergelijkingsmateriaal waar we iets uit kunnen leren. Bv dat niet alle antwoorden acceptabel zijn. En soms is de ander ook een echte of vermeende bedreiging. De vraag mbt de USA is waarom Trump zo populair was en ook nog is. De polarisatie gaat ergens over, die kun je niet zomaar van tafel vegen. Bij die bestorming in Washington zag je aan de deelnemers waar het over ging: hun USA zou gaan ophouden te bestaan, door feminisme en door een stortvloed aan immigranten, door BLM, door witte vrouwen die geen kindertjes meer willen krijgen, etc etc. Dan kun je zeggen dat die mensen gek zijn, of je accepteert dat mensen bang kunnen zijn voor de toekomst. En ja, wat is de oorzaak van armoede? Zie wat er in Suriname en Zuid-Afrika is gebeurd: economische meltdowns wegens irrationaliteit.

      1. Rob Duijf

        ‘Je kunt de vraag wel stellen, maar of er dan een antwoord is?’

        Dat hangt er vanaf of je de juiste vraag stelt, Martin. Als je naar de bekende weg vraagt, dan krijg je het bekende antwoord. We kunnen namelijk helemaal niets nieuws bedenken, alles is een voortzetting van het oude, maar in een ander jasje gegoten. Het denken is beperkt en dus zijn de oplossingen die we bedenken beperkt.

        We zijn geconditioneerd tot het oplossen van problemen, maar dan moeten we ze eerst begrijpen. Dat geldt voor het oplossen van praktische vraagstukken, maar daar hebben we het hier niet over, dat moet moet wel heel duidelijk zijn!

        Onze problemen – de problemen van de mensheid, en dat zijn we zelf – zijn van psychologische aard. We moeten de oorzaak doorzien, anders blijft het probleem bestaan en dan zijn we met symptoombestrijding bezig. Die oorzaak is het denken zelf, dat verdeeldheid schept. Met datzelfde denken proberen we die problemen vervolgens op te lossen, maar dat kan niet. Alles wat we doen, is een herhaling van wat we al hebben gedaan. Het denken is dus niet het juiste instrument. Wat dan wel?

        Intellectueel valt dit allemaal wel te begrijpen, omdat het rationeel is, redelijk, logisch beredeneerd. Maar dat is nog geen inzicht. Het denken is niet tot inzicht in staat, omdat het beperkt is, subjectief, abstract. Het is niet meer dan een proces van informatieverwerking. Het kan niet voorbij zichzelf kijken. Kennis is ‘dat wat gekend is’, dat wat is geweest. Dat betekent dat als we echt iets nieuws willen ontdekken, we het oude achter ons moeten laten. Het nieuwe is voor het denken ongrijpbaar, omdat het denken – kennis dus – het oude is. Als je dat heel scherp inziet, het feit, niet de intellectuele benadering, maar daaraan voorbijgaand, dan denk je niet langer in termen van oplossingen. Omdat er geen verdeeldheid is, is er geen keuze en dus geen conflict. Dat inzicht is nieuw. Als je vanuit dat inzicht handelt, gebeurt er iets dat totaal anders is, omdat het nieuw is. Dat inzicht valt alleen niet te organiseren, het valt niet in een ideologie te gieten, het valt niet te corrumperen. Dichterbij kan ik niet komen, je ziet het, of je ziet het niet.

      2. Rob Duijf

        ‘En soms is de ander ook een echte of vermeende bedreiging.’

        Dat komt, omdat we denken dat de ander een bedreiging is. Dat idee manifesteert zich via ons handelen in de realiteit in onze relaties en materialiseert in de instituties die we creëren. Het idee is illusie, maar wordt werkelijkheid. Natuurlijk heeft ook de mens als denkende primaat net als andere dieren behoefte aan veiligheid. Veiligheid kan echter niet worden gegarandeerd. Dat is een feit! Psychologische angst ontstaat echter wanneer we wegbewegen van het feit. We zoeken veiligheid in identificatie met de natie, ras, gender, politieke ideologieën, godsdiensten, spiritualiteit, drank, drugs,vertier, geld, bezit, status, aanzien, macht etc etc etc. Allemaal zaken van voorbijgaande, vluchtige en dus onzekere aard. Door identificatie scheiden we ons af van de ander, het andere en onszelf. Waar we veiligheid zoeken, leidt dat tot nog grotere onveiligheid en angst. En die ander doet precies hetzelfde! En dus hebben we een probleem. Dat is al duizenden jaren zo.

        ‘Dan kun je zeggen dat die mensen gek zijn, of je accepteert dat mensen bang kunnen zijn voor de toekomst.’

        Ik zeg niet dat die mensen gek zijn! Ik begrijp hun angst, omdat hun angst de mijne is. Dat heet compassie. Ik ben niet anders dan zij, net zo min als jij anders bent. Ik begrijp echter waar die angst vandaan komt, hoe deze ontstaat en hoe deze kan eindigen, zodat er iets nieuws kan ontstaan. Ik laat het je zien. Ga maar kijken. Mocht je tot een ander inzicht komen, dan hoor ik het graag.

  10. Martin van Staveren

    @Rob: “Zeggen huidskleur, ras, cultuur, sekse, sociale en maatschappelijke achtergronden iets over iemands geestelijke vermogens?”

    Er zijn wel zekere statistische correlaties. Kinderen uit lage-SES gezinnen doen het meestal minder goed op school, dat is zo’n thema. Meestal zijn hun ouders ook niet zo hoog opgeleid, en dat is dan ook de verklaring. Heb je die YouTube bekeken? Erfelijkheid en zo. Het enige dat we kunnen doen is goed onderwijs openstellen voor iedereen, ongeacht huidskleur en sekse etc. Maar dat wil niet zeggen dat dan iedereen dezelfde resultaten gaat behalen.

    1. Rob Duijf

      Akkoord Martin, maar SES is complex! Het heeft niet alleen maar te maken met kennis, vaardigheden en capaciteiten. Er spelen met name sociaaleconomische omstandigheden een rol. Dat speelt bij mensen met een lage opleiding, een laag inkomen, die wonen in achterstandswijken met hoge werkloosheid, sociale en vooral ook culturele isolatie, xenofobie. Mensen die moeilijk een baan vinden, discriminatie op de arbeidsmarkt, discriminatie in het algemeen. Evenzeer echter kunnen kinderen uit lage SES-gezinnen succesvol zijn, wanneer ze de kansen krijgen om hun capaciteiten te ontwikkelen. Het is al een oud probleem, maar als de politieke wil er is, dan kunnen die omstandigheden worden verbeterd.

      Dat is echter niet waar ik op doelde. Er zijn mensen die denken dat andere mensen met een kleurtje en/of uit andere culturen minder zijn, om niet te zeggen minderwaardig, en dat zijn niet alleen laagopgeleiden… Het is juist de idee van anders zijn, de illusie van het wij-zij-denken, dat niet op feiten is gebaseerd, maar wel door alle sociaal-maatschappelijke en culturele geledingen heen manifest is. Dat geldt ook voor mensen die op grond van hun capaciteiten menen een hogere status te hebben dan anderen. Zolang mensen vasthouden aan dit soort identificaties zal er ongelijkheid blijven bestaan, alle goede sociaaleconomische en interculturele initiatieven ten spijt.

      1. Rob Duijf

        Dit wordt overigens vandaag in Elseviers Weekblad weer mooi geïllustreerd aan de hand van een bedenkelijk appje van Thierry Baudet over IQ:

        ‘Blank 110, Hispanic 90, Afro 75. Of iets dergelijks.’

        Natuurlijk ontkent Baudet in alle toonaarden dat hij dat zou hebben beweerd.

  11. Martin

    Ja, dat zag ik ook, maar zijn die cijfers bedenkelijk? Er zijn inderdaad zulke verschillen in gemiddelde IQ waarden. IQ correleert voor 80% met schoolsucces, en SES correleert ook weer met schoolsucces, dus SES van een gezin correleert met het IQ van een kind uit dat gezin. Statistisch gezien heb je dan de vraag waarom die correlaties zijn wat ze zijn. Dat ligt uiteraard politiek gevoelig, dus dan zijn die cijfers racistisch. We zien dat ook bij de Belastingdienst, die mag dus fraude opsporing niet op correlaties baseren, terwijl dat statistisch gezien voor de hand ligt, want correlaties zijn relevante informatie. Fraude opsporing mag niet op relevante informatie worden gebaseerd. Veel succes ermee, dan. Op het Journaal wordt gedaan alsof het heel erg is als gemeenten “algoritmes” inzetten. Ohhh, een algoritme! Stelletje onbenullen.

    1. Rob Duijf

      ‘Ja, dat zag ik ook, maar zijn die cijfers bedenkelijk?’

      Die cijfers zijn niet bedenkelijk, het is bedenkelijk ze te gebruiken ter onderbouwing van een minderwaardig mensbeeld.

      1. Martin

        Ik heb het niet over minderwaardig. Maar die onderwijskundigen maken er een potje van.

        https://www.slo.nl/sectoren/so/netwerk-speciaal-onderwijs-nso/blog/blog-items/kun-zeggen-kansenongelijkheid-onderwijs/

        “Kansenongelijkheid ligt voor een groot deel aan ons systeem
        Aan de andere kant is kansenongelijkheid geen keuze, want een deel van die ongelijkheid zit in ons onderwijssysteem besloten. Het systeem dat vroege selectie kent, op 11-jarige leeftijd worden leerlingen namelijk al geselecteerd naar één van de zeven verschillende niveaus van voortgezet onderwijs (van praktijkonderwijs tot vwo/gymnasium). Vroege selectie dus, terwijl de (cognitieve) verschillen nog niet eens zo groot zijn op die leeftijd.”

        De cognitieve verschillen zijn niet eens zo groot op 11-jarige leeftijd, staat daar. Dat is dus pertinent onwaar. Al op de lagere school zijn de cognitieve verschillen duidelijk zichtbaar. Mijn twee zussen hebben in het kleuteronderwijs gewerkt: daar is het al zichtbaar. Het is bekend dat intelligente kinderen in het moderne lage en middelbare onderwijs te weinig uitdaging krijgen, en dat vind ik bijzonder kwalijk. Ik heb mij op de lagere school stierlijk verveeld, en in de 5e klas VWO vroeg een leraar aan mij of ik het op school nog wel leuk vond. En inderdaad, pas toen ik in Delft ging studeren moest ik gaan werken. SLO heeft het alleen over de PvdA achterban. Kansenongelijkheid is een keuze, ja hoor. Talent wordt in het schoolsysteem tegengewerkt. Dankzij de PvdA, die zag “kennis, macht en inkomen” en dacht dus: we gaan ervoor zorgen dat iedereen veel kennis krijgt, dan gaat iedereen een hoog inkomen krijgen. Totaal onbenullig dus. Als dat soort mensen het onderwijs gaat hervormen, dan weet je wat er gaat gebeuren.

        1. Rob Duijf

          ‘Het is bekend dat intelligente kinderen in het moderne lage en middelbare onderwijs te weinig uitdaging krijgen, en dat vind ik bijzonder kwalijk.’

          Daar zal ik jou niet in tegenspreken, al lijkt het –  als je het zo stelt – alsof er overwegend domme kinderen op school zitten… Dat zul je ongetwijfeld niet zo bedoelen. 😉

          Er is inderdaad te weinig aandacht voor ‘voorlijke’ kinderen waarvan de intelligentie in het basisonderwijs niet wordt herkend en opgepakt, die zich vervelen en daardoor verkeerd op vlijt en ijver worden beoordeeld, of door onderwijzers als lastig worden ervaren, wanneer ze wijsneuzerig doen en daarvoor worden gestraft en gepest, of die in het voortgezet onderwijs de autoriteit van hun leraren trotseren. Ik kan er over meepraten.

          Ik ben geen onderwijskundige en het is al weer een eeuw geleden dat ik op de – toen nog – lagere school zat. Volgens mij gaat het in opvoeding en onderwijs niet alleen om het aanleren van kennis en vaardigheden, maar ook om het ontwikkelen van talenten als het vermogen om samen te werken.

          Dat vraagt ook om een andere ‘mind set’ van onderwijzend personeel. Dat betekent in mijn optiek dat een leerkracht niet alleen een kennisoverdrager is, maar zelf ook over de openheid moet beschikken om te leren van de leerling; een leerling tussen de leerlingen, zeg maar. Wat betekent het om in relatie te staan? Wat kunnen we van onszelf en van elkaar leren? Hoe kijken we naar ons zelf, naar de ander, naar de wereld om ons heen? Er zijn scholen (ik ken er een paar in het buitenland) waar dat het uitgangspunt is.

          Voorlijke kinderen komen qua intelligentie dan vanzelf bovendrijven en kunnen andere kinderen helpen die wat meer moeite hebben om mee te komen. Belangrijk is dat kinderen leren inzien dat ze, ongeacht hun achtergrond en talenten, niet beter of slechter zijn anderen. Dat in een samenleving iedereen van waarde is en dat het daarin draait om samenwerking, niet om competitie en concurrentie, dat het er om gaat elkaar te dienen en niet aan elkaar te verdienen. Op die manier vorm je mensen die een samenleving van binnenuit kunnen veranderen, omdat ze zelf tot verandering in staat zijn.

  12. Ben Spaans

    Als je zo’n bericht doorneemt zie je hoe allerlei begrippen door elkaar lopen, ‘volkeren’ ‘ras’ ‘erfelijkheid’ – bij ‘volkeren’ mag er nog net over verschillen worden gesproken, maar als het woord ‘zwart’ valt gaat het om ‘ras’ en dan kan het niet – maar er is toch helemaal geen ‘zwart’ ras? Of lokt het woord ‘zwart’ alleen al ‘racisme’ uit en is het daarom gevaarlijk?
    Stel, stel, verschillen zouden echt ‘wetenschappelijk’ aantoonbaar zijn – zou dat dan zomaar geaccepteerd worden…?

    1. Willem Visser

      Het is een slechte zaak geweest om van de woorden neger en blanke af te stappen. Wat we ervoor in de plaats kregen was ‘zwarte’ en ‘witte’. En dat zijn woorden die een tegenstelling uitdrukken en dus ‘niet verbindend’ werken (zij en wij).
      En zonder het gelijk over I.Q te hebben: veel pigment bewijst zijn diensten als je in Afrika woont. En vergelijk de sportprestaties van negroïde mensen eens met die van blanke: de Marathonlopers uit Ethiopië, de boksers Cassius Clay en Joe Frazier (Hitler heeft hier jarenlang de smoor over gehad).
      En ook op muzikaal gebied is de negroïde mens niet onverdienstelijk. Alle hedendaagse pop- en aanverwante muziek is terug te herleiden naar de ‘working songs’ van de negers op de katoenvelden; Blues, Dixie, Jazz, Rock a Billy, Soul, Gospel, enz. enz. (tussen haakjes; moet de term ‘negro spiritual’ ook verdwijnen?).

      1. Rob Duijf

        ‘En dat zijn woorden die een tegenstelling uitdrukken en dus ‘niet verbindend’ werken (zij en wij).’

        Zeker. Maar het probleem zit niet in de woorden, maar in de identificatie. Zolang we verdeeld blijven denken, zullen er tegenstellingen bestaan en is ‘verbinding’ een probleem. Wanneer we echter inzien dat de ander niet anders is dan wij, en dat het vermeende anderszijn berust op denkbeelden, op verbeelding, is er geen verdeeldheid en doet verbinding niet meer terzake.

        Verder is jouw opsomming van verschillen tussen de ‘blanke’ en de ‘negroïde’ mens – hoezeer ik het ook met je eens ben (de term ‘negro’-spiritual hoeft van mij niet te verdwijnen) – een vergelijking op basis van oppervlakkigheid. We hoeven onszelf niet te bewijzen ten opzichte van de ander. Dat doet niets af aan de sportieve en artistieke prestaties, maar het wordt groot, omdat we onderscheid maken. Juist dan worden we schatplichtig aan elkaar in plaats van dat we elkaar versterken.

    2. Rob Duijf

      ‘(…) maar er is toch helemaal geen ‘zwart’ ras?’

      Sterker nog: er zijn helemaal geen rassen. Alle mensen zijn biologisch gezien Homo sapiens. Binnen deze soort zijn geen rassen, ongeacht hun uiterlijke genetische kenmerken.

      De moderne mens heeft zich in betrekkelijk korte tijd (ca 70.000 jaar geleden) vanuit Afrika over de wereld verspreid. Daaruit zijn volken ontstaan die zich etnisch van elkaar onderscheiden door hun cultuur, maar etniciteit is iets heel anders.

      Wanneer we uiterlijke kenmerken als huidskleur willen benoemen, schieten we in de verkramping. Woord is altijd geassocieerd met beeld. Zo kan het woord ‘zwart’ negatief (zwarte Piet) en positief (Black is beautiful) worden geassocieerd. Zo schijnt het woord ‘blank’ nu uit den boze te zijn vanwege de negatieve associatie met culturele superioriteit, kolonialisme en rassendisriminatie en daarom kiezen we liever voor het politiek correcte ‘wit’.

      Het probleem schuilt natuurlijk niet in het woord, maar in de verbeelding, de identificatie met vermeende kwaliteiten en eigenschappen, en de culturele normen en waarden. Het is juist in identificatie waarin we ons van de ander onderscheiden. Die identiteit berust dus op verbeelding en dat is illusie, welke identiteit je ook aanneemt.

      ‘Stel, stel, verschillen zouden echt ‘wetenschappelijk’ aantoonbaar zijn – zou dat dan zomaar geaccepteerd worden…?’

      Ik denk dat dat van het perspectief afhangt. Pakt het voor de identiteit gunstig uit, dan zal het instemmend worden begroet, pakt het negatief uit, dan zal stampvoetend worden afgewezen. Als we echter de feiten onder ogen willen zien, zullen we afstand moeten doen van onze identiteit. Da’s ff slikken…

  13. Willem Visser

    Het gaat er mij niet om dat iemand zich zou moeten “bewijzen”. Het gaat erom dat elk ras sterke en minder sterke eigenschappen heeft. Dus als het juist is dat negroïde personen gemiddeld een lager I.Q. zouden hebben dan andere rassen, dan staat daar tegenover dat ze uitblinken in sport en muziek.

    1. Rob Duijf

      ‘Het gaat erom dat elk ras sterke en minder sterke eigenschappen heeft.’

      Er zijn geen rassen binnen Homo sapiens Willem, dat is een mythe. Mensen hebben rassen bedacht in vee, land- en tuinbouwproducten en huisdieren om door kweek en fok bepaalde eigenschappen te versterken, zoals hoge opbrengst, kracht en een ‘mooi’ uiterlijk.

      Vanaf de laatste diaspora pakweg 70.000 jaar geleden heeft de moderne mens zich razendsnel over de continenten verspreid en zich aangepast aan andere omstandigheden. Dat zegt iets over zijn enorme aanpassingsvermogen. In Europa en Azië heeft Homo sapiens zich vermengd met de oudere mensachtige Homo neanderthalensis, terwijl in Afrika de soort zich verder ontwikkelde. Biologisch is de moderne echter één soort.

      ‘Dus als het juist is dat negroïde personen gemiddeld een lager I.Q. zouden hebben dan andere rassen (…)’

      Dat is om twee redenen niet juist. Ten eerste vanwege de rassenaanname;

      Ten tweede omdat IQ niets te maken heeft met erfelijkheid, maar met sociaaleconomische omstandigheden. ‘Negroïde’ mensen leveren dezelfde intellectuele prestaties als blanken, maar door witte suprematie, segregatie en discriminatie zijn de sociaaleconomische omstandigheden van negroïde mensen in de weststerse en westers georienteerde wereld echter bepalend voor hun kansen.

      Bovendien vereist een technologisch hoogontwikkelde westerse samenleving andere capaciteiten, dan een samenleving in meer natuurlijke omstandigheden. Moderne westerse mensen die ‘terug naar de natuur’ gaan, weten dat er nog iets meer nodig is dan een hoog IQ om te kunnen overleven, bijvoorbeeld instincten. Dat is dus appels met peren vergelijken. In ontwikkeling winnen we net zo goed de eigenschappen die we nodig hebben, als dat we ze weer kwijtraken wanneer we ze niet nodig hebben.

      1. Willem Visser

        Biologisch gezien bestaan er inderdaad geen verschillende mensenrassen. Sociologisch gezien bestaan ze wel degelijk. Denk hierbij terug aan de discussie tijdens het Wilders proces over of Marokkanen wel een ras zouden zijn of niet. De ovj hutselde in zijn aanklacht ras en etniciteit door elkaar heen.
        Elke Mavo scholier met biologie in zijn pakket weet dat er slecht een menselijk ras is; criterium hiervoor is dat de verschillende soorten (binnen dit ras) toch nakomelingen kunnen verwekken. En dit is iets wat bij de twee olifanten rassen die bestaan niet kan; een Indische- en een Afrikaanse olifant kunnen samen geen nakomelingen verwekken.

        1. Rob Duijf

          ‘Elke Mavo scholier met biologie in zijn pakket weet dat er slecht een menselijk ras is (…)’

          Dan heeft die Mavo-scholier of niet goed opgelet, of het is hem verkeerd aangeleerd.

          Je gebruikt hier opnieuw de term ‘ras’ voor ‘soort’. Ras is een idee uit de 18de/19de eeuw dat in de vorige eeuw een zeer kwalijke en verwerpelijke geur heeft gekregen die nog steeds niet is opgetrokken. Die idee wordt in de huidige wetenschap als verouderd en achterhaald gezien.

          Binnen de soort Homo sapiens zijn geen soorten, maar sinds de laatste diaspora waarbij mensen zich aan veranderende omstandigheden hebben aangepast, is er een grote genetische diversiteit ontstaan. Dat werd al door paleontologisch onderzoek aangetoond, maar is door het recente DNA-onderzoek verder bevestigd en onderbouwd.

          1. Willem Visser

            Ook de laatste bewerking uit 2018 van de GRONDWET gebruikt de term ‘ras’.

            Artikel 1
            Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

            1. Rob Duijf

              Tja, omdat er mensen zijn die aannemen dat er zoiets als ras bestaat en op grond daarvan anderen discrimineren. Dat snap je toch wel?

      2. Martin

        IQ heeft niets met erfelijkheid te maken? Bij kinderen van twee jaar oud zie je de verschillen al, terwijl die nog helemaal geen geld hebben. Overigens heeft men er in Suriname, Zimbabwe en Z-Afrika toch wel een economisch zooitje van gemaakt. Heeft ook niets met IQ te maken?

        1. Rob Duijf

          Ik denk dat jij ‘hoogbegaafdheid’ verward met ‘hoog IQ’. Hoogbegaafde mensen hebben een hoog IQ, maar mensen met een hoog IQ hoeven niet per se hoogbegaafd te zijn. Hoogbegaafdheid kan deels erfelijk bepaald zijn, maar ook niet-hoogbegaafde ouders kunnen hoogbegaafde kinderen krijgen. We hebben dat overigens in deze kolommen al eens eerder met elkaar besproken.

          Maar mensen met een hoog IQ – dus ook hoogbegaafden – zijn ook maar mensen, hè? Ze komen niet van Mars… Mensen met een hoog IQ kunnen net zo egocentrisch denken als mensen die het met minder moeten doen en dat leidt tot angst, zelfzucht, eigenbelang, macht, vriendjespolitiek, corruptie, hypocrisie, exclusiviteit, en destructie. Suriname, Zimbabwe en Z-Afrika zijn daarin echt niet exemplarisch, het komt overal voor, ook in de hoogontwikkelde westerse beschaving.

          Dat heeft natuurlijk niets met intelligentie te maken. Zonder zelfinzicht heeft een hoog IQ geen enkele betekenis.

  14. Ben Spaans

    Voor de goede orde, ik ben geen voorstander van denken in rassen. Ik wijs erop dat de manier waarop er over (vermeende) verschillen tussen mensen wordt gesproken vol valkuilen en voetangels zit.

    En de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen.

    De Frank Boeyen Groep….nah.
    (Boeien, als in drijvende objecten op zee, dan wel een slecht verstaanbare zanger uit Nijmegen…(ooit aan mij gepresenteerd als het toppunt van scherpzinnige humor, tja…)).

Reacties zijn gesloten.