De oud-oosterse godsdiensten

De koning, als vertegenwoordiger van de mensheid, tegenover Horus, beschermgod van het koningschap (Abydos)

Zoals ik al aankondigde in mijn vorige stuk over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag hebben over het hoofdstuk over de godsdiensten van het oude Nabije Oosten. Dat zou onder te verdelen zijn geweest in paragrafen over de diverse volken. De auteurs doen dat niet. In plaats daarvan benadrukken ze wat die volken gemeenschappelijk hadden. Ik denk dat er 85% zekerheid is dat ze dit doen omdat de Bronstijdgodsdiensten niet hun favoriete thema zijn. Ze herhalen daarom algemene inzichten en wagen zich niet aan een eigen verhaal. Dat pakt echter goed uit.

Polytheïsme

In de Bronstijd geloofden de mensen in het Nabije Oosten in talloze goden, die afstamden van oergoden.

Lees verder “De oud-oosterse godsdiensten”

“De burger moet betalen, niet méér”

559 Australische dollars is ongeveer 350 euro. Dat is dus de prijs voor een boek waarin onderzoekers de informatie uit gespecialiseerde academische artikelen voor anderen ontsluiten, opdat anderen er ook nog eens van profiteren. De eigenlijke artikelen liggen achter betaalmuren. Als de materie toegankelijk wordt gemaakt, is het resultaat, zoals we in dit voorbeeld zien, volslagen onbetaalbaar.

Ondertussen kan, doordat betrouwbare informatie ontoegankelijk blijft en verouderde inzichten via digitaliseringsprojecten beschikbaar komen, desinformatie zich makkelijker verspreiden dan wetenschappelijke informatie. Bad information drives out good. Je hoort vaak praten over open access en dat is goed, maar het is slechts een deelprobleem. Het echte probleem is hoe we de schade die de afgelopen jaren aan de publieke kennis is toegebracht, teniet kunnen doen. Zonder dat ik claim precies te weten hoe het moet, weet ik wel dat er goede ideeën zijn. Dáárover moeten we praten.

Lees verder ““De burger moet betalen, niet méér””

Educatieve almachtsfantasieën

Kind op weg naar school (reliëf uit Neumagen, nu in het Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Als een kandidaat-Kamerlid, Sidney Smeets van D66, je vraagt wat een volgend kabinet zou kunnen doen op het gebied van onderwijs, cultuur en wetenschap, dan probeer je een antwoord te geven. Hier dus wat almachtsfantasieën – wat zou ik doen als ik een regeerakkoord zou schrijven?

Om te beginnen: erkennen dat er een probleem is en dat dit een algemeen maatschappelijk probleem is. Er zijn talloze organisaties die wijzen op allerlei belangrijke kwesties, maar de kern van de zaak is onderschatting van het belang van kennis. Dit uit zich op allerlei manieren. Het kan gaan om talkshows die pseudowetenschappers ongestoord laten kletsen, het kan gaan om het gemak waarmee het kabinet bepaalt dat de musea twee weken dicht moeten, het kan gaan om universiteiten die hun inzichten verbergen achter betaalmuren, het kan gaan om een minister-president die geen sociologische verklaringen wil horen voor iets dat nou net een sociologisch vraagstuk is.

Minachting voor kennis is de kern van de zaak. Als een kabinet dat erkent, kan het maatregelen nemen.

Lees verder “Educatieve almachtsfantasieën”

Ongeveer zeven gedachten over inclusiviteit

Zaterdagavond zag ik de film Apollo 11, over de eerste maanlanding. Het viel me op dat er nauwelijks vrouwen en kleurlingen in beeld kwamen. Dat is geen verwijt aan de film, wel een constatering over mijn perceptie: ik verwacht bepaalde mensen te zien en het valt me op als die ontbreken. Ik neem aan dat iedereen langzamerhand die ervaring heeft. Niemand zal verbaasd zijn dat als thema voor de volgende Week van de Klassieken “de inclusieve Oudheid” is genoemd.

Ik weet niet goed wat ik daarvan moet denken. Soms denk ik “goed idee”, even vaak denk ik “geen goed idee”. Dat betekent dus dat het thema interessant is, maar daaruit volgt niet noodzakelijkerwijs dat het een thema is waarmee je het belang van de klassieken kunt uitleggen. Hieronder wat losse gedachten en afwegingen.

Lees verder “Ongeveer zeven gedachten over inclusiviteit”

De tweede lijn, en waarom die belangrijk is

Niet per se een christen

Stel u het volgende voor. Een kosmoloog stelt de waarde van de kosmologische constante vast. Groot nieuws! De journalist die erover schrijft, begint dan vermoedelijk te vertellen waarom dit wetenschappelijk een probleem is en dat er diverse benaderingen zijn. Vervolgens legt hij uit wat de ontdekking is en wellicht geeft hij aan welke ideeën andere onderzoekers hebben. Misschien dat de journalist de volgorde van deze delen – probleem, benaderingen, oplossing, verdere gedachten – aanpast, maar dit is het ongeveer.

Wat de journalist niet doet is schrijven dat het Scheppingsverhaal, dat tot in de negentiende eeuw voor veel mensen het antwoord vormde op alle kosmologische vragen, achterhaald is en vervolgens niet vertellen wat nu feitelijk is ontdekt. Religieuze beeldvorming speelt in de wetenschap geen rol. Dat is echter wel waartoe Bart Funnekotter is gedwongen als hij (in dit artikel in het Handelsblad) schrijft over het proefschrift van de Leidse classica Renske Janssen. Wat we uit Funnekotters stuk vernemen is dat de christenen in de eerste drie eeuwen van onze jaartelling niet zijn vervolgd op de wijze zoals we zouden opmaken uit christelijke teksten. Eerst worden we dus aangesproken via verouderde religieuze beeldvorming, daarna vernemen we dat die niet klopt, maar wat Janssen nu feitelijk toevoegt aan wat al bekend was, blijft enigszins onduidelijk.

Lees verder “De tweede lijn, en waarom die belangrijk is”

Spijkers op laag water

Ik beheer een grote oudheidkundige website (Livius.org) en een blog. Dat levert me honderden mailtjes met vragen op. De vragen komen vaak voort uit misverstanden en in 2009 heb ik geïnventariseerd welke er nu werkelijk bestaan. Conclusie één: pseudowetenschap is een beperkt probleem, het echte probleem is dat academische oudheidkundigen het grote publiek verouderde informatie toewerpen.

Ik heb mijn antwoorden benut in Spijkers op laag water, een boekje dat in feite bestond uit het aan elkaar schrijven van de frequentst gegeven antwoorden. Het echte werk zat in het nawoord, waarin ik uitlegde dat oudheidkundigen zoveel verouderde informatie rondpompen doordat het vakterrein versplinterd is geraakt in veel te beperkte specialismen, zodat mensen bij een typische generalistenactiviteit als voorlichting terugvallen op handboekenkennis die inmiddels achterhaald is. Verder attendeerde ik op de schade die door academische betaalmuren werd toegebracht: bad information drives out good. Hieronder vindt u het voorwoord dat ik destijds schreef.

Lees verder “Spijkers op laag water”

Veel geschreeuw en weinig wetenschap (3)

Woerden, Drive-in Museum: een goed voorbeeld van eerstelijns-voorlichting… maar er is geen tweede lijn.

[Afgelopen vrijdag was aan de Vrije Universiteit het Romeinensymposium, waar ik een van de sprekers was. De tekst van mijn lezing, waarvan het eerste deel hier is, zal niets bieden wat niet al eerder is gezegd. Doorlezen op eigen risico.]

Junk news en aanverwante problemen

Je hebt fake news en junk news. De eerste categorie is het bekendst: onjuiste informatie, niet per se moedwillig verspreid, zoals de opmerking eerder dit jaar in De Volkskrant dat er in Nederland geen Romeinse ruïnes zichtbaar zijn. Het waren niet alleen Heerlenaren die zich ergerden.

Ergerlijk als fake news is, is het minder problematisch dan junk news. Dat is een platte boodschap die zó vaak wordt herhaald dat mensen de echte informatie niet meer vinden kunnen. Bad information drives out good. Dit is hét centrale probleem voor de limes: waar je ook zoekt, je vindt steeds dezelfde flauwe informatie en het echte verhaal is onvindbaar. We bieden veel geschreeuw en tonen weinig wetenschap.

De onvindbaarheid van de juiste informatie wordt versterkt door de “tweede trechter”. Een trechter is een metafoor om aan te geven hoe mensen naar inzicht brengt: je trekt eerst hun aandacht en leidt ze steeds verder naar de eigenlijke informatie. Je kunt ook de metafoor gebruiken van een ladder waarlangs je opklimt richting wetenschap.

Vanouds hebben we bladen als Archeologie Magazine en Hermeneus, de Week van de Klassieken, voortreffelijke musea en lesprogramma’s voor de scholen. Perfect is het niet, maar de mensen weten de weg naar deze informatie te vinden en de betrokkenen kunnen hun positie benoemen in het grote gebouw der humaniora. Ze kunnen duidelijk maken waarom de geesteswetenschappen maatschappelijk belangrijk zijn, waarom een vakopleiding nut heeft en welke betekenis archeologie heeft voor onze cultuur.

De limes-organisaties hebben deze structuur grotendeels genegeerd: naast de Week van de Klassieken is er een Romeinenweek gekomen. Je kon nog beweren dat de eerste ging over de Oudheid en de tweede over de Nederlandse Oudheid, maar volgend jaar is het thema “de vrouw”, waarbij dit onderscheid onmogelijk is. Het thema valt immers alleen te behandelen door de gegevens te halen uit Italië. Dan heb je twee keer hetzelfde evenement.

(Tussen haakjes wijs ik erop dat we hier een voorbeeld hebben van eclecticisme: je kunt een vraag niet beantwoorden, haalt informatie dus van elders en neemt maar aan dat wat daar en toen gold, ook voor jouw regio en tijdperk geldt. Als het doel is een zo breed mogelijk publiek zo snel mogelijk te voorzien van adequate informatie, is dat laatste mislukt. Het zal worden herkend en het zal de scepsis verder versterken.)

Andere voorbeelden van verdubbeling: online hebben we een educatief platform over de limes naast Quamlibet, het platform dat classici en historici al gebruiken. Het zou makkelijker zijn geweest alles op één al vertrouwd punt onder te brengen. Verder herhalen de diverse limes-websites vrijwel allemaal dezelfde informatie – allemaal eerstelijns en nooit Web 2.0. Afhankelijk van wie je vraagt zijn er nu vier of zes limes-fietsroutes. Ze zijn niet identiek maar het kon efficiënter.

Kortom: goede informatie is onvindbaar door het herhalen van dezelfde, platte boodschap. De dubbele trechter maakt het nog verwarrender. Het kan dus efficiënter.

Aanbevelingen

Triest als het is: er zijn voldongen feiten. Die zijn niet allemaal slecht maar er is ruimte voor verbetering. Het moge duidelijk zijn dat ik ervoor pleit dat we naast de eerste lijn een tweede lijn openen, opdat we geïnteresseerden niet langer afstoten. Dat betekent:

  1. Het wetenschappelijk proces moet uitgelegd. Hoe weten we wat we weten? Waartoe dient dat? Wat is het belang van kennis van archeologie, limes, humaniora? Dit uitleggen heeft als voordeel dat je belet dat een olijke staatssecretaris van Cultuur zich afvraagt wat ’ie moet met musea vol opgegraven potten en pannen.
  2. Leg uit waarom de omkering van het Gelderse geschiedbeeld excess empirical content oplevert en een verbetering is. Of misschien moet ik zeggen: excess educational content. Het voordeel is dat je scepsis vóór bent.
  3. Toon hoe de limes, als onderdeel van de geesteswetenschappen, helpt onze eigen denkbeelden te doorgronden. Gebruik de Romeinse noties over de grenzen van het imperium om de betrekkelijkheid van de eigentijdse (op de negentiende eeuw teruggaande) noties over territoriaal begrensde staten te begrijpen.
  4. Overschat je eigen kennis niet want de academische opleidingen zijn sinds de jaren tachtig te kort. Werk dus samen met wetenschapscommunicatoren, classici en historici. Bedenk hierbij dat het grote publiek de academische specialismen niet (h)erkent. (Een archeoloog die spreekt over veenlijken, krijgt te maken met een publiek dat deze vondsten interpreteert met behulp van TacitusGermania en een classicus die spreekt over die tekst, krijgt vragen over het Meisje van Yde.) Het voordeel van samenwerking is dat ook anderen je inzichten verspreiden.
  5. Vermijd junk news en fuseer de trechters. Als de Romeinenweek samengaat met de Week van de Klassieken is het voordeel dat een evenement ontstaat dat er echt toe doet. Voor Romeins Nederland is het beste nieuws in tijden dat het Rijksmuseum van Oudheden een conservator voor Nederland in de Romeinse Tijd heeft gekregen, zodat de gangbare trechter is versterkt.
  6. Gezond wetenschapscommunicatiebeleid heeft als vertrekpunt de informatiebehoefte van de doelgroepen, niet wat de betrokken partijen toevallig hebben te bieden.

Veel geschreeuw en weinig wetenschap (2)

Gereconstrueerde wachttoren (Vechten)

[Afgelopen vrijdag was aan de Vrije Universiteit het Romeinensymposium, waar ik een van de sprekers was. De tekst van mijn lezing, waarvan het eerste deel hier is, zal niets bieden wat niet al eerder is gezegd. Doorlezen op eigen risico.]

De omgekeerde volgorde

Ons doel is dat nieuwe inzichten, bijvoorbeeld over de limes, zo snel en adequaat mogelijk terechtkomen bij zoveel mogelijk mensen. Een goed proces zou erop neerkomen dat er (1) een wetenschappelijke publicatie is met dat nieuwe inzicht, (2) een beslissing valt dit inzicht met het publiek te delen, (3) overleg plaatsvindt over de eigenlijke boodschap, (4) doelgroepen worden geïdentificeerd, (5) media bij de doelgroepen worden gezocht, (6) een communicatieplan wordt opgesteld dat (7) wordt uitgevoerd. Tot slot is er een evaluatie.

Bij de limes is het niet volgens dit ideale schema gegaan. Er was al veel gedaan toen het besluit viel de limes te promoten (Commissie-Van Oostrom, daarna werelderfgoedstatus-aanvraag). Hierop volgden meer uitwerkingen, met Hoge Woerd als hoogtepunt, maar ondertussen werd er nauwelijks gesproken over de boodschap en werd onnadenkend de verkeerde doelgroep gekozen (zo meteen meer). Pas vrij laat kwam het Interpretatief Kader, waarvan de opstellers rekening moesten houden met partijen en praktijken die in het ideale schema nooit een rol toegewezen zouden hebben gekregen. Dit is de cruciale fout geweest: niet vertrekken bij de informatiebehoefte van het publiek, niet zoeken welke expertise noodzakelijk was, maar uitgaan van het aanbod van partijen die al bekend waren. Mede hierdoor groeide een “tweede trechter” (zo meteen meer). De eerste echte wetenschappelijke synthese is eigenlijk pas zojuist verschenen. We zijn dus begonnen bij stap zeven, eindigen bij stap één en zitten nu opgezadeld met voldongen feiten.

Lees verder “Veel geschreeuw en weinig wetenschap (2)”

Veel geschreeuw en weinig wetenschap (1)

Nijmegen op de Peutinger-kaart: Nijmegen zou het logische venster in de canon zijn geweest

[Afgelopen vrijdag was aan de Vrije Universiteit het Romeinensymposium, waar ik een van de sprekers was. De tekst van mijn lezing zal niets bieden wat niet allang bekend is: de voorlichting over de limes is contraproductief, omdat steeds dezelfde, vlakke boodschap wordt herhaald. Zo versterken de limes-organisaties juist bij de meer geïnteresseerde mensen de indruk dat het intellectueel weinig voorstelt en jagen ze precies die doelgroep weg die cruciaal is om de bewustzijnsverandering tot stand te brengen. De cruciale fout is dat men steeds uitgaat van wat de betrokken partijen toevallig in de aanbieding hebben, terwijl het vertrekpunt vanzelfsprekend de informatiebehoefte van het publiek behoort te zijn. Dat wist u allang, dus doorlezen op eigen risico.]

Het is als met de kruipolie die maakt dat een machine soepel draait: alles gaat beter als de informatie waarop we ons baseren accuraat is. Onderzoekers speuren naar die informatie en is deze eenmaal verworven, dan is het zaak haar zo snel en adequaat mogelijk over te dragen aan zoveel mogelijk mensen. Wetenschap is pas af als ze is gecommuniceerd.

Archeologen werken vanouds samen met musea en doen hun overdracht zo beroerd niet, maar er is verbetering mogelijk. Daarbij is de crux: het gaat om de informatiebehoefte van de ontvangers en niet om wat de zenders toevallig hebben te bieden. Bij zenders kunt u denken aan universiteiten, musea, stichtingen, re-enactors, journalisten, erfgoedhuizen en wat dies meer zij.

Lees verder “Veel geschreeuw en weinig wetenschap (1)”

MoM | Niet populariseren maar communiceren

Vroeger zeiden ze vervoer. Daarna zeiden ze transport. Vervolgens noemden ze het logistiek. En nu doet een bedrijf aan logistics. Ondertussen doen die bedrijven, voor zover ik weet, precies hetzelfde. Zo is het meestal met naamsveranderingen, dus het zij u vergeven als u denkt dat elke naamsverandering gebakken lucht is. Soms is er echter wel degelijk iets aan de hand: human resource management is echt iets anders dan het aloude personeelszaken. En wetenschapscommunicatie is echt een andere vorm van overdracht dan populariseren.

Het grote verschil is dat de popularisator sprak maar niet luisterde. De wetenschapper die zijn inzichten wilde delen was als een radiostation dat een boodschap de wereld instuurde; het publiek was daarbij de passieve ontvanger. Hierbij werd de boodschap vereenvoudigd: er was een kloof tussen de universiteit, waar een zeer kleine groep mensen lang had kunnen studeren, en de overgrote, minder lang geschoolde burgerij. Vereenvoudiging was noodzakelijk.

Lees verder “MoM | Niet populariseren maar communiceren”