Maximalisme en minimalisme

De Atheense staatsgevangenis? Een van de voorbeelden uit het boek van Hall

Het is maandag, de dag waarop ik meestal schrijf over een aspect van de oudheidkundige methode. In mijn reeks filmpjes behandel ik daarom een boek over het maximalisme/minimalisme-debat, namelijk Jonathan Halls Artifact and Artifice. Classical Achaeology and the Ancient Historian (2014). Ik prees het al eerder.

De inzet van het maximalisme/minimalisme-debat is vrij simpel: wat doe je als twee soorten bewijsmateriaal niet hetzelfde suggereren? De hoofdstad van de Meden, Ekbatana, zou volgens de geschreven bronnen een enorme nederzetting moeten zijn geweest, maar archeologen hebben nog weinig gevonden. Er zijn twee strategieën:

  • Maximalisme: ervan uitgaan dat de tekst correct is, tenzij de archeologie het tegendeel bewijst.
  • Minimalisme: ervan uitgaan dat de tekst incorrect is, tenzij de archeologie het verhaal bevestigt.

Deze discussie is fundamenteel en hangt samen met het datagebrek dat elke oudheidkundige kent. Immers, de informatie die je nodig hebt om je puzzel te beantwoorden, is vrijwel zeker verloren. Het debat is voornamelijk in de jaren zeventig en tachtig gevoerd en daarna eigenlijk doodgebloed, wat in de Nederlandse situatie samenhangt met de bekorting van de studieduur en de opkomst van een archeologisch bedrijfsleven dat andere doelen heeft dan streven naar een beter soort wetenschap. Daarvoor moet je, althans in principe, zijn aan een universiteit.

Omdat Jonathan Hall in 2014 een discussie oprakelde die al kwart eeuw tot rust was gekomen, biedt het boek verwijzingen naar literatuur die eigenlijk allang vergeten had moeten zijn. Maar een alternatief is er eigenlijk niet. Hall moet opnieuw beginnen en doet dat dan ook met enkele goede voorbeelden. Daarvoor moet u het filmpje maar bekijken.

Naschrift

Misschien word je suf van zelfisolatie, want ik zeg bij 5’48” precies het tegenovergestelde van wat ik had moeten zeggen. Wat ik had moeten zeggen was:

De eerste positie, we volgen de tekst tenzij we archeologische aanwijzingen hebben dat ze niet betrouwbaar is, noemen we maximalisme. De andere strategie, te zeggen dat de tekst niet betrouwbaar tot we archeologisch bewijs hebben dat ze wel betrouwbaar is, noemen we minimalisme.

27 gedachtes over “Maximalisme en minimalisme

  1. Martin van Staveren

    Dit is een probleem dat imho kenmerkend is voor de alfa wetenschappen. Als je geen goed predictief model hebt voor het “systeem” waar je naar kijkt, en als de data dan ook nog te “sparse” zijn, dan is er geen manier om tot een optimale verklaring te komen. Dat is het geval bij de replicatie crisis in de psychologie, wat dus eigenlijk een bla bla vak is. Het feit dat men het daar veel over de “methodologie” heeft is een teken aan de wand. Dat is is net als theoretisch natuurkundigen zonder data die dan over Schopenhauer beginnen; dan weet je het wel!

    Als je genoeg data hebt dan kun je de data beschrijven, dat kan ook leuk zijn zelfs als je er geen theorie voor hebt. Maar als dat ook niet kan dan is het whistling in the dark. Dan kom je ook bij de vraag: wat is wetenschap?

    1. FrankB

      “de replicatie crisis in de psychologie, wat dus eigenlijk een bla bla vak is”
      Fraaie drogreden. U negeert de vele psychologische theorieën en hypotheses die wel repliceerbaar zijn en waar een overvloed aan empirische data voor is. Ordehandhaving (bij bv. massale bijeenkomsten – zie het kampioensfeest van SC Cambuur gisteren) en recherche (bij verhoren) maken er dankbaar en veelvuldig gebruik van. Bovendien is psychologie geen alfawetenschap.

      “Maar als dat ook niet kan dan is het whistling in the dark.”
      Zoals het onderzoek naar de vroegste fase van ons heelal? Donkere materie en donkere energie?
      Overigens heeft de oudheidkunde nou net wel twee hypotheses mbt de verhouding tekstuele en archeologische data.

      1. Martin van Staveren

        Ik heb al naar theoretische natuurkunde verwezen, dus inderdaad donkere materie en energie. En ja, open deuren kunnen wel ingetrapt worden, dat doen de academisch economen ook. Bv als we het minimumloon verdubbelen dan neemt de werkgelegenheid af, duh.

      2. Huibert Schijf

        “U negeert de vele psychologische theorieën en hypotheses die wel repliceerbaar zijn en waar een overvloed aan empirische data voor is.” Het zou mooi zijn als u uw grote kennis van de discipline psychologie met anderen zou willen delen door enkele voorbeelden van onderzoek en literatuurverwijzingen te geven.

        1. FrankB

          Ik heb twee voorbeelden gegeven. Die kunt u vast wel zelf opzoeken – zoekmachines zijn uw vriend.
          Dank voor uw compliment; ik moet het helaas afslaan, want het is volkomen onterecht.

        2. FrankB

          Maar vooruit, ik ben in een goed humeur, dus ik heb wat simpel zoekwerk gedaan voor u. Kostte nauwelijks tijd en moeite, tenslotte. Wel tav een ander psychologisch onderwerp: cognitieve dissonantie. A Theory of Cognitive Dissonance uit 1957 van Festinger is keer op keer bevestigd en een enkele keer in twijfel getrokken. De Engelse Wikipedia verwijst naar zoveel literatuur dat u er de komende tien jaar zoet mee kunt zijn. Veel plezier ermee!
          Het onderwerp is zelfs van belang voor de oudheidkunde – om de ontwikkeling van het vroegste christendom te begrijpen.
          Uw compliment blijft wel even onterecht.

  2. Hans Vogels

    Is het probleem dan niet meer een hardnekkig volhouden aan een verkeerde associatie? Is Dorestad niet en mooi voorbeeld voor deze controverse.

  3. Rob van Dam

    Als ik me niet vergis gebruik je in het filmpje de begrippen maximalisme en minimalisme precies omgekeerd aan de wijze waarop je ze in de tekst hebt gebruikt. Of vergis ik me?

  4. Jacob Krekel

    Door ontwikkelingen als dna, isotopenanalyse, analysemogelijkheden van computers (bv de analyse van luchtfoto’s om Caesars kampen te vinden) lijkt mij de positie van de archeologie tov de teksten enorm versterkt. Of in 1984 het belang van het schrijfdoel voor het begrijpen van teksten ook al een belangrijke rol speelde weet ik niet. In de NBV is dit b.v. een belangrijk hulpmiddel bij de vertaling geweest.
    In het filmpje wortdt alleen maar gezegd dat we het nu niet over de dna-revolutie gaan hebben. Besteedt Hall aan deze en andere ontwikkelingen dan helemaal geen aandacht?

  5. Jort Maas

    En uiteraard maken ‘minimalisten’ en ‘maximalisten’ dezelfde denkfout 😉 Het is dan ook niet zo verrassend dat ze beide niet overtuigend zijn en de discussie is vastgelopen.

    1. Huibert Schijf

      De tegenstelling tussen minimalistisch en maximalistisch is kennelijk zo moeilijk dat JLendering zich in het filmpje zelf vergist. In de sociale wetenschappen bestaat het begrip triangulatie. Dat wil zeggen je onderzoekt een probleemstelling door verschillende methodes voor het verzamelen van gegevens te gebruiken, bijvoorbeeld diepte-interviews en vragenlijsten. Natuurlijk kunnen de diverse resultaten elkaar tegenspreken en het pochen over de beste benadering is sociologen niet vreemd. Maar uiteindelijk is het toch een methodologisch probleem waar ook weer onderzoek naar kan worden gedaan. Dat helpt vaak.

      1. Rob van Dam

        Niet de tegenstelling is moeilijk, denk ik, maar de wijze waarop hij is geformuleerd maakt hem moeilijk correct te onthouden.

        Jona’s naschrift luidt: “De eerste positie, we volgen de tekst tenzij we archeologische aanwijzingen hebben dat ze niet betrouwbaar is, noemen we maximalisme. De andere strategie, te zeggen dat de tekst niet betrouwbaar tot we archeologisch bewijs hebben dat ze wel betrouwbaar is, noemen we minimalisme.”
        De opeenvolging van “tenzij”, “niet”, opnieuw “niet” en dan “wel” maakt de tekst tot een mijnenveld.

        Je zou ook kunnen zeggen: “Maximalisme: we volgen altijd de tekst, tenzij vondsten iets anders aantonen; minimalisme: we volgen de tekst alleen dan als vondsten hem ondersteunen.”

        Op deze manier ben je de “nietjes” kwijt, beruchte struikelblokken.

  6. Rob Duijf

    ‘(…) en de opkomst van een archeologisch bedrijfsleven dat andere doelen heeft dan streven naar een beter soort wetenschap. Daarvoor moet je, althans in principe, zijn aan een universiteit.’

    Er was eens een tijd vóór 16 januari 1992, toen archeologische opgravingen nog werden uitgevoerd door universiteiten en plaatselijk goed ingevoerde amateurarcheologen.

    Toen kwam het Europese Verdrag van Malta dat ook door Nederland werd geratificeerd en werd alles héél erg anders. Een van de belangrijkste veranderingen was de Europese ‘vermarkting’ van de archeologie en de privatisering van het archeologische opgraafbedrijf. Archeologie als verdienmodel valt commerciële opgraafbedrijven niet aan te rekenen. Veel belangrijker is het de kwaliteit van archeologisch onderzoek te waardborgen. Gedegen onderzoek kost immers tijd en tijd is geld. Iedere projectontwikkelaar houdt zijn hart vast wanneer de eerste spade in de grond wordt gezet, want er zal toch niks van archeologische waarde in de bodem zitten? Dan ben je mooi de klos…

    https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Verdrag_van_Malta

    https://wetten.overheid.nl/BWBV0002031/2007-12-12

  7. Ben Spaans

    Zijn er voor periodes na de Oudheid eigenlijk minimalistisch-maximalistische kwesties, b.v. de Middeleeuwen na 1000?

    1. Er is iets wrangs met de middeleeuwse archeologie. Waar we de archeologie voor de Oudheid gebruiken – of in principe gebruiken – als een onafhankelijke bron van informatie, is het voor de Late Middeleeuwen vaak op zijn best een aanvulling bij de geschreven bronnen. Je moet eens kijken hoe makkelijk stadsarcheologen hun vondsten naar de bronnen toe praten.

      1. Jort Maas

        Ja, dat is soms wel een terechte kritiek. Aan de andere kant is de mogelijkheid tot gebruik van bronnen en vondsten een luxepositie. Dat ze beide worden gebruikt om dichterbij een objectieve verklaring van het verleden te komen is precies wat je idealiter zou hebben.

      1. Martin van Staveren

        “„Archeologen hebben de neiging om uit bronnen alleen datgene te pikken wat in hun visie past”.

        1. Jort Maas

          Ja, dat krijg je dus als je denkt dat wetenschap om bevestigen gaat. In de zin daarna geeft hij toe dat hij zelf (bijna) ook in die val trapte.

    1. Overigens is er niets nieuws aan het idee dat bewustzijnsverruimende middelen en religie hand in hand gaan. Hetzelfde is te zeggen over ritmisch bewegen (= dans), trance en religie.

  8. Ben Spaans

    Zo is er de kwestie van de tempel uit de vikingtijd in (Gamla) Uppsala in Zweden. Beroemd gemaakt door de 11e eeuwse kroniekschrijver Adam van Bremen als een schitterend gebouw met een dak van goud en en gouden ketting met aan de binnenkant godenbeelden van Thor, Odin en Frikko (Freyr) met lugubere (mensen-) offers in de omgeving.
    Was de tempel echt, bestond hij wel op die manier, lag het ingewikkelder:

    https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Tempel_van_Uppsala

    https://throwbackthorsday.wordpress.com/2015/07/30/the-viking-age-temple-at-gamla-uppsala/

    Na eeuwen graven is er nog altijd geen duidelijk als tempel te identificeren gebouw gevonden…
    Maar alles duidt er wel op dat (Gamla) Uppsala een belangrijk (cult -us) centrum was.

Reacties zijn gesloten.