De begrafenis van Julius Caesar (3)

De voorkant van de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam is verbrand.

[Het laatste van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

Op de middag na de moord op Julius Caesar was diens stoffelijk overschot in een draagstoel naar zijn huis achter het Forum Romanum gebracht. De menigte had luidruchtig geklaagd en gejammerd. Er waren ook mensen geweest die de daad met instemming hadden begroet, zodat de moordenaars konden denken dat de publieke opinie op hun hand was. Een enkele magistraat sloot zich bij hen aan. Ik vertelde al dat Lucius Cornelius Cinna, zijn ambtskledij had afgelegd omdat hij zijn ambt had gekregen van de dictator.

Wat er was aan sympathie voor de moordenaars, werd deels de kop ingedrukt door de soldaten van Lepidus en door Caesars veteranen. Toen diezelfde Cinna, gehuld in de ambtskledij die hij eerder had afgelegd, naar de Senaatsvergadering in de tempel van Tellus was gekomen, had hij moeten rennen voor zijn leven. De uitvaartplechtigheid op het Forum Romanum maakte dat de stemming in de stad ronduit vijandig was voor de moordenaars.

Lees verder “De begrafenis van Julius Caesar (3)”

De Senaat vergadert

Senatoren op de Ara Pacis (reliëf in de Vaticaanse Musea, Rome)

Vandaag 2069 jaar geleden, 17 maart 44 v.Chr. dus, kwam in de tempel van Tellus de Romeinse Senaat samen. De voorzittende consul, Marcus Antonius, vond het heiligdom een geschiktere plek dan het eigenlijke Senaatsgebouw, dat werd herbouwd, of de vergaderzaal van Pompeius, waar pas achtenveertig uur eerder Julius Caesar was vermoord. Er zijn verschillende verslagen van de bijeenkomst in de Tellustempel, maar helaas zijn die minimaal anderhalve eeuw na dato geschreven. Het verslag van Appianus lijkt het beste.

Intimidatie

Toen het bijna dag was kwamen de senatoren voor de vergadering bijeen in de tempel van Tellus, zo ook praetor Cinna, die zich weer had gehuld in de ambtskleding die hij eerder had afgelegd omdat die door een tiran gegeven zou zijn. Toen de mensen hem zagen, begonnen sommige personen stenen naar hem te gooien, woedend dat hij, toch een verwant van Caesar, hem als eerste in het openbaar belasterd had, en ze kwamen achter hem aan; en toen hij een huis in was gevlucht, maakten ze daar een stapel hout en zouden die ook aangestoken hebben, als niet Lepidus met zijn leger was verschenen en dat had verhinderd.noot Appianus, De burgeroorlogen 2.126; vert. John van Nagelkerken.

Lees verder “De Senaat vergadert”

Na de moord op Julius Caesar (2): de moordenaars

Brutus (Palazzo Massimo, Rome)

In het vorige blogje vertelde ik hoe drie slaven het stoffelijk overschot van Julius Caesar brachten naar zijn huis op het Forum Romanum. Ik vertelde ook dat Marcus Antonius, Caesars mede-consul, zich had verkleed als slaaf en was ondergedoken. De moordenaars waren extatisch. Ze waren de enigen niet. Of beter: ze kregen positieve reacties en verkeerden nog enkele uren in de veronderstelling dat de bevolking achter hen stond.

Ze hadden echter al zoveel fouten gemaakt dat het al onmogelijk was de republiek nog te herstellen. Cicero zou later – en niet zonder reden – oordelen dat de samenzweerders hadden gehandeld met mannenmoed en kinderverstand. noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.21. Suetonius legt uit wat verkeerd was gedaan:

Lees verder “Na de moord op Julius Caesar (2): de moordenaars”

De moord op Julius Caesar (7): de dood

Portret van Julius Caesar, gebaseerd op zijn lijkmasker (Archeologisch Museum, Palermo)

Caesars reactie

Julius Caesar sprong op om zich te verdedigen en Casca riep zijn broer. In zijn opwinding sprak hij Grieks.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

Caesar greep Casca’s arm en doorstak die met zijn schrijfstift.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Caesar draaide zich om en greep de dolk en hield die vast. Ze slaakten ongeveer gelijktijdig een uitroep; de getroffene riep in het Latijn:  “Vervloekte Casca, wat doe je?” en de dader in het Grieks tegen zijn broer: “Broer, help!”noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Caesar trok nu zijn kleed uit de handen van Cimber, pakte de hand van Casca vast, sprong van zijn zetel af, draaide zich om en smeet Casca met grote kracht weg.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (7): de dood”

De moord op Julius Caesar (6): de aanval

Herdenkingsmunt van de moord op Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Verschillende bronnen documenteren de moord op Julius Caesar. Te beginnen met de correspondentie van de politicus Cicero, die voldoende van het complot wist om te weten dat hij niet méér wilde weten. Hij bleef die dag weg, maar zou er later naar verwijzen in zijn toespraken. Dat levert niet zo heel veel informatie op, maar het is het oudste bewijs dát er iets is gebeurd. Een echt verslag krijgen we pas na een halve eeuw: de beschrijving door Nikolaos van Damascus. Het relaas van Titus Livius is verloren gegaan en Velleius Paterculus maakt vooral duidelijk dat de moordenaars wel iets dankbaarder hadden mogen reageren op Caesars clementie. We moeten tot de vroege tweede eeuw wachten tot we opnieuw een bron hebben: Suetonius. Daarop volgt Ploutarchos, die verschillende keren over de moord heeft geschreven, het meest uitgebreid in zijn biografieën van Caesar en van Brutus. Tot slot is er de beschrijving door Appianus.

Het ergerlijke is dat achter al die bronnen feitelijk slechts twee verslagen schuil gaan: enerzijds Nikolaos van Damascus, anderzijds de gedeelde bron van Suetonius, Ploutarchos en Appianus. De voornaamste verschillen tussen die drie zijn dat Ploutarchos de reactie noemt van de geschokte senatoren – de meeste aanwezigen zaten immers niet in het complot – en dat Suetonius verschillende tradities kent over Caesars laatste woorden. Omdat de overeenkomsten zo groot zijn, is er evident een gemeenschappelijke bron, wellicht Titus Livius. En als je de vier verslagen leest, vraag je je af ze feitelijk niet allemaal teruggaan op één bron.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (6): de aanval”

De moord op Julius Caesar (4): vertrek

Caesar droomde van een dexiosis, zoals deze van Mithridates I van Kommagene en Herakles (Arsameia)

Zoals ik al verschillende keren heb aangegeven, wist Julius Caesar van de samenzweringen die tegen hem waren beraamd. Hij had geprobeerd ze te pareren door te laten weten dat hij ervan op de hoogte was en door de mensen eraan te herinneren dat als hij dood zou zijn, de hel opnieuw zou losbarsten. En toch lijkt hij op de vroege ochtend van 15 maart 44 v.Chr. te hebben geaarzeld.

Dromen

Diverse bronnen vertellen dat Caesar en zijn echtgenote nare dromen hadden gehad. Hier is wat Caesars biograaf Suetonius vertelt:

In de laatste nacht voor de dag van de moord droomde Caesar eerst dat hij zweefde boven de wolken en daarna dat hij Jupiter de hand schudde. Zijn vrouw Calpurnia zag in een droom hoe de gevel van hun huis instortte en hoe haar echtgenoot in haar arm en doorstoken werd. En plotseling gingen de deuren van het slaapvertrek vanzelf open.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (4): vertrek”

Brutus en Cassius en de anderen

Dit portret in het Louvre zou Cassius kunnen voorstellen, de voornaamste samenzweerder tegen Julius Caesar, al is ook Corbulo geopperd.

Ik beschreef gisteren hoe er twee netwerken waren van ontevreden senatoren. De groep rond Gaius Trebonius kunnen we typeren als aanhangers van Caesar. Zij zouden, als ze zich keerden tegen hun leider, hun weldoener verraden en dat was oneervol. Om die reden gromden zij ontevreden maar hielden ze zich rustig. Even ontevreden was de groep rond Gaius Cassius Longinus, die bestond uit mannen die ooit hadden gestreden voor de Senaat maar had ingezien dat verder verzet geen doel meer diende. In elk geval de eigen carrière niet.

Er circuleerden allerlei verontrustende geruchten. Caesar zou koning willen worden! Had hij geen relatie gehad met koningin Eunoë van Mauretanië? Was zijn andere minnares, koningin Kleopatra van Egypte, niet in Rome? Waren dat zijn voorbeelden niet? Wilde hij niet de hoofdstad verplaatsen naar Alexandrië? Verontrustend allemaal, zeker, maar geen van beide groepen lijkt tot actie te hebben willen overgaan.

Lees verder “Brutus en Cassius en de anderen”

De samenzweringen tegen Julius Caesar

Brutus, een van de moordenaars van Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Het was 44 v.Chr. In Rome bekleedden Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat. En met die mededeling vermoeden de trouwe lezers van deze blog dat ik hun zal vertellen wat Julius Caesar 2069 jaar geleden aan het doen was. Normaal gesproken zou dat ook zo zijn, al was het maar omdat dit het honderdvijftigste blogje is in deze reeks. Vandaag verleg ik echter de aandacht naar de samenzweerders. We weten namelijk vrij veel over de wijze waarop ze een complot aan het smeden waren.

Samenzwering één: Cassius

Drie jaar eerder was in Tarsos al een moordaanslag mislukt. Gaius Cassius Longinus, oudgediende in de legers van Crassus en Pompeius, had aan de monding van de rivier de Kydnos klaar gestaan om Caesar, die per schip zou arriveren, bij aankomst te doden. Het beoogde slachtoffer was echter aan de overzijde van de rivier van boord gegaan. Daarna had Cassius loyaal met Caesar mee gevochten in de slag bij Zela en zijn carrière verder voortgezet.

Lees verder “De samenzweringen tegen Julius Caesar”

Het testament van Caesar

Vestaalse Maagden bewaarden het testament van Caesar (Antiquarium del Palatino, Rome)

Het was 13 september in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel 45 v.Chr. U weet, na dit intro, dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En het antwoord is dat hij zijn testament maakte.

Het is verleidelijk te denken dat hij zich realiseerde dat hij nog maar een half jaar te leven had. Het is zelfs niet uitgesloten. Wellicht had hij lucht gekregen van het complot van Gaius Trebonius. Caesar zal zeker hebben begrepen dat hij zijn tegenstanders weliswaar had verslagen, maar ze zelden voor zich had gewonnen. Ook moet hij hebben geweten dat veel van zijn partijgangers opportunisten waren. Anders gezegd, hij had de macht gegrepen maar slaagde er niet in een vorm te vinden waarin dat acceptabel was. De dictator-voor-tien-jaren was realist genoeg om te weten dat macht een morele fundering moest hebben. En daar schortte het aan. Suetonius vermeldt dat Caesar Spaanse bodyguards had “die hem overal met getrokken zwaard begeleidden”. Dat zegt voldoende. Het is goed mogelijk dat Caesar wist dat hij rekening moest houden met een moordaanslag.

Lees verder “Het testament van Caesar”

Het complot tegen Caesar

Portret van een tijdgenoot van Caesar (Metropiltan Museum, New York)

In de zomer van 45 v.Chr. of, zoals de Romeinen het noemden, het jaar dat begon met Julius Caesar als enige consul, reisde Romes hoogste magistraat in het zuiden van het huidige Frankrijk. Op de vraag wat hij daar vandaag 2069 jaar geleden deed, luidt het antwoord dat hij koloniën stichtte voor zijn veteranen. Ik noemde ze al: in Narbonne vestigde hij legionairs van X Equestris, hij richtte de stad Arles in voor de mannen van VI Ferrata en organiseerde tevens de oorlogshaven Fréjus. Al eerder had hij wat verder stroomopwaarts langs de Rhône veteranenkolonies gesticht.

Het begin van een samenzwering

Het was in deze tijd dat de samenzwering begon te groeien die Caesar het leven zou kosten. De aanstichter was Gaius Trebonius en ik kan me voorstellen dat u even niet meer meteen paraat hebt wie dat ook alweer was. Het was een trouwe partijganger van Caesar, die zich had onderscheiden in de Gallische Oorlog. Hij had in het eerste jaar van de Tweede Burgeroorlog leiding gegeven aan de belegering van Marseille (een, twee, drie) en was daarna gouverneur geweest in Andalusië. Daar had hij echter de orde niet weten te handhaven en hij was zelfs verdreven uit zijn residentie Córdoba. Daarna was Gnaeus Pompeius Junior in het gebied geland.

Lees verder “Het complot tegen Caesar”