De eerste zeeslag bij Marseille

Reliëf van een antieke zeeslag (Vaticaanse Musea, Rome)

Als ik u zeg dat het 27 juni was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 28 mei 49 v.Chr. op onze kalender, dan vindt u dat een wat flauw intro. Ik kondigde immers gisteren al aan dat u vandaag zou belanden in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dit keer gaat het eigenlijk niet over Caesar, maar vooral over het beleg van Marseille.

U herinnert zich dat Caesar deze stad voor zich had willen winnen om zijn aanvoerlijnen richting Iberië veilig te stellen. Tijdens de onderhandelingen was Lucius Domitius Ahenobarbus, een generaal in dienst van de Senaat, naar de stad gekomen en hij had alles in staat van verdediging had gebracht. De belegering was begin april begonnen en duurde dus alweer een week of zeven toen de verdedigers een uitval deden. Caesars kolonels, die de belegering voortzetten terwijl hun generaal op weg was gegaan naar Spanje, hadden schepen laten bouwen om te verhinderen dat de belegerden overzee zouden uitbreken. Caesar zelf vertelt, in de vertaling van Hetty van Rooijen:

Terwijl dit bij Ilerda gebeurde, bouwden de Massiliërs op advies van Lucius Domitius zeventien oorlogsschepen, waarvan elf met dek. Hieraan voegden ze veel kleinere vaartuigen toe om alleen al door hun aantal onze vloot schrik aan te jagen. Ze bemanden de schepen met een groot aantal boogschutters … en vuurden die aan met beloften van beloningen. Domitius eiste voor zich zelf bepaalde schepen op en bemande die met de kolonisten en herders die hij had meegebracht.

Nadat zo de vloot van alles voorzien was, voeren ze vol vertrouwen onze schepen tegemoet, waarover Decimus Brutus het commando voerde. Deze lagen voor anker bij het eiland tegenover Massilia.

Dit is overigens het Château d’If, waar Edmond Dantès van 1815 tot 1829 onschuldig gevangen zat.

Brutus beschikte over veel minder schepen. Maar Caesar had uit alle legioenen de dapperste mannen, keursoldaten en centurio’s gekozen die zich voor deze taak vrijwillig hadden gemeld, en ze aan de vloot toegewezen. Zij hadden voor ijzeren klauwen en enterhaken gezorgd en zich voorzien van een groot aantal werpspiesen, speren en andere werptuigen.

Zo voeren ze op het bericht van de komst van de vijand met hun schepen de haven uit en raakten met de Massiliërs in gevecht. Aan beide kanten werd uiterst moedig en fel gevochten.

… De Massiliërs, die vertrouwd en op de snelheid van hun schepen en de deskundigheid van hun stuurlui, probeerden onze schepen te ontwijken, hun aanvallen af te weren en, zolang ze daarvoor de ruimte hadden, hun linie te verlengen en onze schepen te omsingelen, of met meer schepen één schip aan te vallen of langsvarend zo mogelijk de riemen weg te vegen.

… Onze mannen beschikten over minder geoefende roeiers en minder ervaren zeelui, die plotseling van vrachtschepen waren gehaald en niet eens de termen van de tuigage kenden, en ze werden bovendien gehinderd door de traagheid en logheid van hun schepen. Want die waren haastig van groen hout gemaakt en daardoor minder snel geworden. Dus als ze de kans kregen voor een gevecht van man tegen man plaatsten ze koelbloedig één schip tegenover twee andere, wierpen daar ijzeren klauwen in, hielden beide schepen vast, vochten naar twee kanten en sprongen over op de schepen van de vijanden.

Ze … brachten een deel van de schepen tot zinken, kaapten er een paar met bemanning en al en dreven de andere naar de haven terug. Die dag verloren de Massiliërs acht schepen, de gekaapte schepen meegerekend.

Morgen meer Caesar, maar dat is toeval en het gaat over een heel ander deel van zijn loopbaan.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

2 gedachtes over “De eerste zeeslag bij Marseille

  1. Rob Duijf

    ‘(…) ze werden bovendien gehinderd door de traagheid en logheid van hun schepen. Want die waren haastig van groen hout gemaakt en daardoor minder snel geworden.’

    Kijk, dat is leuk! Het is hier al twee keer eerder aan de orde geweest en nu komt de aap uit de mouw: de Romeinen bouwden haastig schepen van ‘groen’, dwz vers gekapt hout.

    Om het ‘werken’ van het hout (uitzetten en krimpen) tegen te gaan, moet scheepshout (voor de romp eikenhout, dat toen nog ruimschoots voorradig was) een aantal jaren uitlogen en drogen voor het kan worden toegepast. Op die manier wordt schimmelvorming en houtrot tegen gegaan, verbetert de celstructuur van het hout en verkrijgt het zijn uiteindelijke hardheid.

    Nu zogen de versgezaagde planken zich vol met zeewater, waardoor de schepen traag werden. Dat zullen de Romeinen toch wel geweten hebben – ze hadden immers al een paar eeuwen scheepsbouwles van de Carthagers gehad – maar nood breekt wet. Het ging op dat moment niet om duurzaamheid, maar om effectiviteit.

  2. Dirk Zwysen

    Ahenobarbus zag zichzelf wellicht net zoveel als een generaal in dienst van de senaat als iemand die een persoonlijk eitje te pellen had met Caesar. Hij heeft hier van zijn hobby zijn beroep gemaakt, zeg maar.

Reacties zijn gesloten.