Romeinse forten in Syrië

Niet in Syrië maar in Jordanië: Qasr Bshir

Zoals een van de vaste gasten in de reageerpanelen al opmerkte, vertelt The Guardian over Romeinse forten die zijn ontdekt in Syrië. Dát daar forten waren, was allang bekend. Die dateren uit de derde en vierde eeuw na Chr. De reeks loopt door richting Jordanië, waar het bovenstaande fort is te zien: Qasr Bshir, het best-bewaarde Romeinse fort ter wereld. Qasr el-Azraq is een ander voorbeeld.

De limes in Syrië

Dat we op oude lucht- en satellietfoto’s meer forten kunnen ontdekken, is ook bekend. Een recente studie uit Groot-Brittannië toont dat de Romeinen het generaalsadvies dat de voornaamste poort naar de vijand gericht moest zijn, zelden opvolgden. Zulk onderzoek doen ze dus ook in Syrië. De luchtfoto’s daar zijn gemaakt tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog en voor de satellietfoto’s moet u denken aan het Corona-programma uit jaren zestig en zeventig waarover ik twee jaar geleden schreef. Toen de Landsat-foto’s kwamen, was veel wat voordien zichtbaar was, door intensiever landgebruik verdwenen.

Lees verder “Romeinse forten in Syrië”

Skythen in een gebied zonder landkaarten

Detail van een replica van het Pazyryk-tapijt (Tapijtmuseum, Teheran)

Een dezer dagen neemt Jean Bourgeois afscheid van de Gentse universiteit. Hij is in Nederland niet zo bekend, maar hij is een van degenen die zich heeft beziggehouden met archeologische luchtfotografie. Vooral de foto’s uit de Eerste Wereldoorlog hebben de aandacht getrokken, al was het maar omdat zo is vastgesteld dat de kaarten waarop de soldaten destijds hun posities intekenden, substantiële fouten bevatten. Met deze foto’s zijn echter ook zo’n vijfhonderd omwalde hoeven (“moated farms”) uit de Middeleeuwen ontdekt. Dit onderzoek loopt nog steeds en als u iets van de resultaten wil zien, is er dit prachtige boek van Birger Stichelbaut en Piet Chielens.

Skythen in de Altaj

In het midden van de jaren negentig raakte Bourgeois betrokken bij onderzoek in Centraal-Azië, meer precies in de Altaj. Deze regio (drie keer België, twee keer Nederland) is waar Rusland, Kazachstan, China en Mongolië samenkomen. Omdat de Sovjet-Unie er niet op zat te wachten informatie weg te geven aan China, zijn er van dit grensgebied geen goede landkaarten. Omgekeerd heeft China niet zo’n behoefte om informatie te delen over het leefgebied van de Oeigoeren. Ook hier geen landkaarten dus. Dit is voor een oudheidkundige natuurlijk een handicap van de eerste orde. Temeer daar de Altaj belangrijk is. Hier bestaat namelijk nog nomadisme.

Lees verder “Skythen in een gebied zonder landkaarten”

Archeologische luchtfotografie en satellietfotografie

Corona-foto van Karthago. Onderaan de Punische havens, midden boven de citadel Byrsa, op het strand rechtsboven de Antonijnse Baden.

De Eerste Wereldoorlog zag de inzet van allerlei nieuwe wapens: vlammenwerpers, duikboten, tanks en vliegtuigen. Die laatsten dienden niet alleen als jagers of bommenwerpers, maar ook voor verkenningsmissies. Met fototoestellen – het gebruik van celluloidfilm was nog betrekkelijk jong – legden de piloten vast waar de vijand nieuwe strijdkrachten verzamelde en welke versterkingen hij had aangelegd.

Archeologische luchtfotografie

En passant ontdekte men ook de verkleuringen in de bodem die duiden op antieke huizen of sloten, de zogeheten soil marks. Ook ontdekten de fotografische diensten allerlei crop marks waarover ik al eens blogde. Aanvankelijk waren de foto’s geheim en omdat geen archeoloog er veel van wist, bleven ze vergeten. Het onderzoek is dan ook iets van de laatste decennia en in de Lage Landen speelt vooral het Centrum voor Historische en Archeologische Luchtfotografie van de Universiteit van Gent een rol. Hier is een overzicht. En daar is een artikel over middeleeuwse versterkte boerderijen, geïdentificeerd op luchtfoto’s uit de Eerste Wereldoorlog. De Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog, met die beroemde U2-vliegtuigen, gaven weer andere luchtfoto’s. Meer informatie hier en daar.

Lees verder “Archeologische luchtfotografie en satellietfotografie”