Invisibilisering

Vernon Ah, “Unwritten” (2011; Volkenkundig Museum, Leiden)

In de laatste versie van het computerspel Civilization zat een aardig nieuwtje: een van de wereldwonderen die de speler kan bouwen, heet Huey Teocalli. Dat is in de taal van de Azteken, het Nahuatl, de naam voor de grote tempel van Tenochtitlan, gewijd aan de oorlogsgod Huitzilopochtli en de regengod Tlaloc. En nu we het toch hebben over de Azteken: op de tentoonstelling in Leiden heet de Codex Borgia Codex Yoalli Ehecatl. Dat is Nahuatl voor “nacht en wind”.

Invisibilisering

Het zijn twee voorbeelden van een algemenere neiging om dingen aan te duiden met de naam die de betrokkenen er zelf aan geven. We hebben het niet meer over Peking maar over Beijing, niet meer over Opper-Volta maar over Burkina Faso. Dat heeft zo nu en dan iets gekunstelds, maar de bedoeling is goed. Hoewel niet iedereen de Codex Yoalli Ehecatl meteen zal kunnen plaatsen, associeer je zo’n naam tenminste eerder met Midden-Amerika dan als de tekst Codex Borgia zou hebben geheten. Die plaats je immers gelijk in het Europa van de Nieuwe Tijd. De gedachte dat het weleens niet om een Griekse of Latijnse tekst zou gaan, komt vermoedelijk niet eens bij je op.

Dit terugplaatsen in de eigen cultuur is een oplossing – en ik beweer niet dat het de enige of beste oplossing is – voor een kwestie die met een vervelende jargonterm bekendstaat als invisibilisering. Het gaat om het onzichtbaar maken van mensen en het negeren van hun meningen. Dat kan heel algemeen zijn. Uit de Oudheid horen we zelden de stemmen van de boeren, de onvrije arbeiders, de vrouwen, de kinderen. Ze zijn grotendeels afwezig in onze teksten. De evangeliën zijn als bron zo waardevol omdat hierin vissers en timmerlieden aan het woord komen. We zijn ook blij als we archeologisch iets recht kunnen trekken: een boerderij, een kamer waarin slaven sliepen, de vrouwenvertrekken, speelgoed.

Onderdrukt taaleigen

Meer in het bijzonder kan invisibilisering slaan op de onderdrukking van taaluitingen. Bijvoorbeeld dat Yoalli Ehecatl niet meer Yoalli Ehecatl heet of wordt vertaald als “nacht en wind”, maar de naam krijgt van een achttiende-eeuwse  kardinaal. Als je deze vorm van onderdrukking wil pareren, is de keuze voor namen die de taal van de betrokkenen wat meer benaderen, een soort van eerste stap.

Ik schrijf voorzichtig “een soort van eerste stap” omdat er natuurlijk ingeburgerde namen zijn. Het heeft niet zoveel zin de bekendste ingezetene van het Romeinse Rijk aan te gaan duiden met zijn Aramese naam, hoewel hij momenteel bekendstaat met de Nederlandse spelling van de Latijnse weergave van de Griekse weergave van de Aramese variant op een Hebreeuwse naam. Van de andere kant: egyptologen hebben al lang geleden Psammetichus en Cheops ingeruild voor Psamtek en Khufu. Zoiets kan echter niet altijd. We moeten de keuze eigennamen zó weer te geven dat ze de oorspronkelijke talen benaderen, dus maar opvatten als erkenning van een probleem en niet als oplossing.

Karthago

Ik noem dit allemaal omdat het speelt bij mijn twee Karthaagse boeken, Hannibal in de Alpen en De vergeten oorlog. Het liefst zou ik de Karthagers aanduiden met hun eigen namen, maar zo makkelijk is dat niet. Ze noteerden namelijk geen klinkers. U zou lezen over HNB’L, QRT HDŠT en B’RST in plaats van Hannibal, Karthago en Byrsa. Onleesbaar. Los daarvan weten we van veel Punische namen niet wat is bedoeld. Welke Siciliaanse havenstad heette RŠ MLQRT? En andersom: soms kennen we wel een Latijnse of Griekse vorm, maar kunnen we niet weten wat het Punische origineel is.

Uiteindelijk heb ik gekozen voor een middenweg tussen leesbaarheid en iets dat althans een zekere Karthaagse eigenheid suggereert. Waar het de uitspraak niet veranderde, heb ik de letters C weergegeven als K. Hamilcar werd Hamilkar.  Dus zoals in het Duits gangbaar is. Perfect is het niet, maar het is te verkiezen boven het negeren van de Karthaagse eigenheid.

Zoals gezegd: het is minder een oplossing dan een erkenning. Net als andere mediterrane volken verdienen de Puniërs het echter zoveel mogelijk als zichzelf te worden begrepen. De Romeinse verwoesting van Karthago en het uitvlakken van de Punische cultuur mogen niet de laatste woorden zijn.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

13 gedachtes over “Invisibilisering

  1. Rob Alberts

    Zo’n zelfde probleem hebben migranten. Het aannemen van een Westerse naam is dan soms de oplossing. Maar ook dat blijft gekunsteld.

    Mooi om te lezen welke overwegingen jij allemaal hebt gemaakt bij het schrijven van jouw nieuwste boek.

    Vriendelijke groet,

    1. FrankB

      De migrant die een naam aanneemt die beter past bij zijn/haar nieuwe thuisland verkiest dat zelf. In de inwoners van de Chinese hoofdstad hebben niet om de naam Peking gevraagd. Dat is nogal een verschil.
      Wat in het stukje van JonaL ietwat onderbelicht blijft is nog wat anders. Gebruiken we Psammetichus ipv Psamtek dan wordt het risico groter dat onze vooroordelen in de weg gaan zitten.

      https://www.mariekekolkman.nl/u-bent-wat-u-spreekt/

      1. Dank voor de link naar het interessante stuk van Marieke Kolkman, Frank!

        Wat voor soort vooroordelen denk je dat ons in de weg gaan zitten als we Psammetichus ipv Psamtek zouden zeggen en/of schrijven? Dat het latijn in het Egypte van de vijfde eeuw BCE zo in aanzien stond dat de farao’s hun naam verlatiniseerden? Maar het vooroordeel dat iemand met een Latijns klinkende naam afkomstig is uit een land waar latijn gesproken werd of aanzien had, heeft toch weinig te maken met het verschijnsel dat Kolkman bespreekt, nl. de invloed van de grammatica van een taal op de manier waarop de sprekers van die taal naar de wereld kijken?

        1. FrankB

          Ik weet er bij lange na niet genoeg van om uw vraag te beantwoorden. Het belang van het stuk van Kolkman is mi dat het gebruik van Latijnse namen voor Egyptische personen etc. ons verleidt onnadenkend aannames over Rome op Egypte te projecteren.

  2. Frans Buijs

    Ja, zo heb ik het ook altijd raar gevonden dat we Egyptische steden aanduiden met Griekse namen. En de Griekse goden dan weer met Latijnse namen. Logisch zal het wel nooit worden, want als je steeds de taal van het land zelf moet gebruiken, moet je ook Parijs uit gaan spreken als Parie en dat doet ook niemand.

  3. Ben Spaans

    Zelfs lang verdwenen Karthagers/Carthagers mogen niet gekwetst worden…😏

    Beijing betekent op zich overigens precies hetzelfde als Peking (Noordelijke Hoofdstad).

    1. Ik was laatst verbaasd te horen dat iemand het had over Steiermark voor wat ik ken als Stiermarken. Het went niet snel, maar ik zeg inmiddels wel Varanasi en zo.

      Uiteraard blijft Chemnitz natuurlijk gewoon Karl-Marx-Stadt. We kunnen ook overdrijven.

  4. Huibert Schijf

    “Uiteraard blijft Chemnitz natuurlijk gewoon Karl-Marx-Stadt. We kunnen ook overdrijven.” Zo’n grap kan ik wel waarderen. De stad heeft natuurlijk altijd Chemnitz geheten. Alleen tussen 1953-1990 heette de Karl Marx Stadt. Ach, das war damals.

  5. Dieter Verhofstadt

    Wat me soms verbaast is de omgekeerde invisibilisering, die voortkomt uit de eigen drang zich te assimileren of te conformeren. In dit leven heb ik de Fransen gekend als stugge sprekers van hun eigen taal, die geen woord Engels konden of wilden leren, tot stugge sprekers van (nog altijd niet zo best) Engels, om te tonen dat ze het echt wel kunnen en dat het niet nodig is Frans te spreken, althans in de professionele sfeer en de toeristische sectot – terwijl ik mezelf als zeer goed Franssprekend beschouw. Op dezelfde manier vinden Chinezen het maar matig aangenaam dat ik probeer hun echte naam uit te spreken, aangezien zij helemaal gewend, zelfs verknocht zijn aan de zelf gekozen verengelsing van hun naam.

Reacties zijn gesloten.