Farizeeër: een lelijk scheldwoord

“Laten we niet op farizeïsche wijze uitleg willen geven aan alles achter elke komma”: met die woorden probeerde minister van Justitie Piet Hein Donner ooit een discussie kort te sluiten die zijns inziens dreigde te verzanden in detailkwesties (bron). Hij was niet de enige die de farizeeën, de erflaters van het hedendaagse jodendom, negatief typeerde. Een liedje uit de Tweede Wereldoorlog typeerde NSB-ers als farizeeërs die hun vaderland verkochten voor zes centen. De online-versie van het Van Dale-woordenboek omschrijft de farizeeër als “schijnheilige, huichelaar”.

Er staat niet bij dat het een scheldwoord is. Maar dat is het wel. En we weten zelfs wie het die betekenis heeft gegeven. Daarvoor moeten we bijna tweeduizend jaar terug.

Lees verder “Farizeeër: een lelijk scheldwoord”

Jood: een beladen begrip

Van de hand van Ewoud Sanders verscheen vorige week een interessant boek met de niet mis te verstane titel Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het onderliggende probleem – anders gezegd, waarom is het woord “jood” zo beladen? – is misschien wel het beste geïllustreerd door de spellingswet, die vindt dat het woord met een kleine letter geschreven moet worden als het om religie gaat, en met een hoofdletter als het om een volk gaat. Bij Joden/joden valt het een echter niet los van het ander te zien, want ze zijn eeuwenlang een volk geweest dat (althans volgens velen) door religie was gedefinieerd. Daarmee paste de Jood niet in de bekende hokjes. We verdelen de mensheid in volken waar je affiniteit mee hebt en volken waarbij je dat niet voelt, en in godsdiensten die je begrijpt en die je niet begrijpt, en het bestaan van Joden problematiseert dat soort handige verdelingen. Dat maakt jodendom lastig, althans voor niet-joden/niet-Joden.

Stereotypen

Sanders’ boek blijft lichtvoetig. Beginnend met het Bijbelverhaal over Juda, de naamgever van de stam Juda, die in de Vroege IJzertijd leefde rond Jeruzalem, en met een korte stop bij de (valse) beschuldiging dat “de” Joden Christus hadden vermoord, komt Sanders al snel uit bij het soort informatie waar hij goed in is: de geschiedenis van Nederlandse woorden in de afgelopen twee, drie eeuwen.

Lees verder “Jood: een beladen begrip”

Een hond uit Lesbos

Hond op een wijnvat (Römisches Museum, Augsburg)

Het project Inscriptiones Graecae, een uitgave van alle bekende Griekse inscripties, werd gestart in 1825 en loopt nog steeds. Er zijn nu negenenveertig geografisch geordende delen klaar, maar het eind is nog niet in zicht. Logisch: er duiken nog altijd nieuwe inscripties op. De meeste delen van IG bestaan weer uit meerdere boeken, en de inscripties zijn allemaal genummerd. Een volledige verwijzing naar een inscriptie ziet er dus bijvoorbeeld zo uit: IG XII,2 458. In IG XII staan alle bekende inscripties van de eilanden in de Egeïsche Zee, behalve die van Delos. (Er zijn zoveel Delische inscripties dat daarvoor heel deel XI is gereserveerd.) En ‘onder-deel’ IG XII,2 beperkt zich dan weer tot de inscripties uit Lesbos en Tenedos (dat laatste eiland is het huidige Turkse Bozcaada).

Toevallig is IG XII,2 458 de inscriptie waarover ik het hier wil hebben. Hij is gevonden in Mytilene (het huidige Mitilíni), de hoofdstad van Lesbos. Maar wie hem inderdaad daar (of waar dan ook) aantreft, verdient een eervolle vermelding in de IG. Want IG XII,2 458 is al meer dan een half millennium spoorloos. Voor het laatst gezien omstreeks 1450 door Cyriacus van Ancona.

Lees verder “Een hond uit Lesbos”

Hoezo, bekentenis?!

Als iemand door de politie wordt verhoord en toegeeft dat hij iets heeft misdaan, dan heet dat een bekentenis. Naar mijn idee zeg je dat alleen als iemand iets toegeeft dat werkelijk verkeerd was: je bekent dat arsenicum deed in de koffie van je schoonmoeder, maar je erkent dat je ervan droomt astronaut te zijn.

Ik heb het voor de zekerheid nog even nagezocht in de Van Dale, maar ook daarin lees ik dat “bekennen” wil zeggen dat je uitkomt voor iets dat echt verkeerd is. Het is geen juridische term, maar het woord maakt duidelijk dat datgene wat wordt toegegeven, niet is zoals het hoort.

Lees verder “Hoezo, bekentenis?!”

Taalpurisme

Goed. Het is het einde van het jaar en de mensen zijn te moe om de krant te lezen of andere media te volgen. Journalisten beperken zich in december tot het maken van gemakzuchtige eindejaarslijstjes. Ze zijn te moe om iets anders te vervaardigen, maar het resultaat is volkomen overbodig. (Heeft u ooit een krantenarchief nagezocht om te zien wat er in pakweg 2004 in zo’n lijstje stond?)

Slimmeriken leveren nu kant-en-klare kopij aan waarmee ze publicitaire aandacht genereren. Ik heb er wel eens over gedacht de lezers van mijn nieuwsbrief de “archeologische vondst van het jaar” te laten kiezen, het zó te manipuleren dat er een niet-bestaand voorwerp uit kwam rollen en het als persbericht te sturen naar diverse kranten. Ik denk dat ze er allemaal in zouden tuinen.

Lees verder “Taalpurisme”