Alexander de Grote in Pamfilië

Syllion

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote in de eerste maanden van 333 v.Chr. langs de Lycische kust was getrokken. Na deze tocht kwamen de Macedoniërs aan in Pamfylië, een uitgestrekte vlakte in het zuiden van Turkije, die in het voorjaar even groen is als Holland of Vlaanderen. Net als de Grieken woonden de Pamfyliërs in met elkaar rivaliserende steden en ook hier gold dat de vijand van je buurman je vriend is. Anders gezegd: Alexander belandde in een politiek wespennest.

Het wespennest

Door zich te verbinden met het Lycische Faselis haalde hij zich een conflict op de hals met Termessos, en dat leidde er weer toe dat de Pamfylische stad Perge zich bij de Macedoniërs aansloot, wat op zijn beurt tot gevolg had dat die als vijanden werden beschouwd door de bewoners van Syllion en Aspendos. Met diplomatieke middelen zette Alexander de situatie naar zijn hand. Althans, dat dacht hij.

Lees verder “Alexander de Grote in Pamfilië”

Cornelis de Bruijn (3) Smyrna

Cornelis de Bruijn, Smyrna

Dit is het derde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Smyrna

Toen Cornelis de Bruijn in de zomer van 1678 vanuit Italië arriveerde in de belangrijke handelshaven Smyrna, werd hij onmiddellijk opgenomen in de kringen van de Europese diplomaten. De Hollandse consul bood hem onderdak en diens Engelse collega nam hem mee voor een bezoek aan Selçuk en de ruïnes van het oude Efese.

Dit was een warmer welkom dan de jongeman redelijkerwijs had kunnen verwachten. Het consulaat van Smyrna, een van de belangrijkste posten in de Hollandse diplomatie, werd bezet door een edelman die normaliter geen enkele zwerver zou ontvangen. De Bruijn was geen bekende kunstenaar en ook kon hij zijn gastheren (nog) niet vermaken met verhalen over landen die zij niet hadden bezocht. De gastvrijheid van de consul is des te opmerkelijker als we bedenken dat hij er zeker van was dat zijn gast had geprobeerd Johan de Witt te vermoorden. Ik noemde het al.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (3) Smyrna”

Perzisch Lydië

Een Lydiër (Persepolis)

In het vorige blogje vertelde ik over het ontstaan, de bloei en de ondergang van het IJzertijdkoninkrijk Lydië. Rond het midden van de zesde eeuw had de Perzische koning Cyrus de Grote het onderworpen. De eerste door hem aangewezen gouverneur werd geconfronteerd met een opstand, die echter werd onderdrukt. Vanaf nu was Lydië een Perzische satrapie, wat een duur woord is voor een grote provincie. Misschien moeten we de gouverneurs, de satrapen, wel aanduiden als onderkoningen. De nieuwe heersers verbeterden de zogeheten Koninklijke Weg die Sardes en Gordion verbond met de hoofdsteden van het Perzische Rijk: Sousa, Persepolis en Pasargadai.

Oroitos

De generaal die de Lydische opstand onderdrukte, een zeker Harpagos, lijkt vrij lang over het westen van Anatolie geregeerd te hebben. Nog lang daarna claimde een lokale dynastie in Lycië, het zuidwesten van het huidige Turkije, van Harpagos af te stammen. Zulke claims zijn weleens waar gebleken. Wat de waarheid ook zij, toen Cyrus in 530 v.Chr. overleed, was de hoogste bestuurde in Lydië een satraap genaamd Oroitos.

Lees verder “Perzisch Lydië”

Een hond uit Lesbos

Hond op een wijnvat (Römisches Museum, Augsburg)

Het project Inscriptiones Graecae, een uitgave van alle bekende Griekse inscripties, werd gestart in 1825 en loopt nog steeds. Er zijn nu negenenveertig geografisch geordende delen klaar, maar het eind is nog niet in zicht. Logisch: er duiken nog altijd nieuwe inscripties op. De meeste delen van IG bestaan weer uit meerdere boeken, en de inscripties zijn allemaal genummerd. Een volledige verwijzing naar een inscriptie ziet er dus bijvoorbeeld zo uit: IG XII,2 458. In IG XII staan alle bekende inscripties van de eilanden in de Egeïsche Zee, behalve die van Delos. (Er zijn zoveel Delische inscripties dat daarvoor heel deel XI is gereserveerd.) En ‘onder-deel’ IG XII,2 beperkt zich dan weer tot de inscripties uit Lesbos en Tenedos (dat laatste eiland is het huidige Turkse Bozcaada).

Toevallig is IG XII,2 458 de inscriptie waarover ik het hier wil hebben. Hij is gevonden in Mytilene (het huidige Mitilíni), de hoofdstad van Lesbos. Maar wie hem inderdaad daar (of waar dan ook) aantreft, verdient een eervolle vermelding in de IG. Want IG XII,2 458 is al meer dan een half millennium spoorloos. Voor het laatst gezien omstreeks 1450 door Cyriacus van Ancona.

Lees verder “Een hond uit Lesbos”

De taal van Troje (2)

De stèle van Lemnos (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

[Tweede deel van een stuk over de taal van de Trojanen. Het eerste deel was hier. Daarin legde ik uit dat er sterke aanwijzingen waren dat ten zuiden en ten oosten van Troje een Luwische taal werd gesproken, wat het aannemelijk maakt dat dit ook in Troje het geval was.]

Etruskisch?

Maar er is nog een optie: Etruskisch. Er is een oeroude (bij Herodotos gedocumenteerde) traditie dat in lang vervlogen tijden, toen de Lydiërs nog Meiones heetten, er hongersnood was en een deel van de mensen weg zeilde naar het westen om daar verder te leven als de Tyrsenoi ofwel Etrusken. De thuisblijvers zouden zich Lydiërs zijn gaan noemen.

Lees verder “De taal van Troje (2)”

Sapfo en Charaxos

De koninginnepiramiden bij de piramide van Cheops

Een van de bizarste ontwikkelingen in de aan bizarre ontwikkelingen niet arme affaire rond de Sapfo-fragmenten (overzicht) is de opstapeling van kul-argumenten waarmee ontdekker Dirk Obbink meende te kunnen bewijzen dat de papyri echt waren. Misschien zijn ze dat ook wel. Maar niet om de door Obbink genoemde redenen.

Zo schreef hij dat spectroscopisch was vastgesteld dat de inkt was vervaardigd volgens antiek recept en dat er een koolstofdatering was van de papyrus. Ik zal u met de weerlegging niet vervelen. Ik leg hier uit dat vervalsers antiek papyrus benutten en de receptuur kennen van antieke inkt. Even bizar was hoe Obbink zijn eigen claim dat de provenance was gedocumenteerd ondergroef met het argument dat een fragment aansloot bij een al bekende papyrus. Het was immers ongeloofwaardig dat elders delen lagen van een papyrusrol die pas net uit een kartonnage zou zijn gehaald. Het allerbizarst was echter Obbinks bewering dat de inhoud van de gedichtjes aansloot op wat antieke auteurs over Sapfo meldden. Meer in het bijzonder: wat ze meldden over haar relatie tot haar broer Charaxos. Ja, oele. Alsof een vervalser iets maakt dat niet lijkt waarop het lijken moet.

Lees verder “Sapfo en Charaxos”

Klassieke literatuur (3a): Sapfo

Sapfo (Capitolijnse Musea, Rome)

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een collegereeks aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Nu heldendicht en leerdicht zijn behandeld, begin ik vandaag aan twee of drie stukjes over alle andere poëzie. Eerst Sapfo, aan wier gedichten ik lange tijd veel plezier heb beleefd.]

Poëzie – ik haat haar en ik houd van haar. “Waarom zo ingewikkeld?” zou u kunnen vragen, en dan moet ik u een uitleg geven waarin ik evenveel vertel over de poëzie als over mezelf. Als ik iets indrukwekkend vind, wil ik het namelijk kunnen delen, erover vertellen. Maar dan moet ik het gedicht samenvatten en juist dan doe ik haar tekort. Desondanks wil ik u toch voorstellen aan enkele klassieke dichters.

Sapfo

De eerste daarvan is de Griekse dichteres Sapfo, die rond 600 v.Chr. in de stad Mytilene op het eiland Lesbos een schooltje lijkt te hebben gehad waar jonge, ongehuwde aristocratische meisjes een soort opleiding kregen. Een deel van haar charme is dat we alleen fragmenten hebben, waardoor we slechts glimpen opvangen van wat ooit een prachtig kunstwerk moet zijn geweest. Het mysterie verhoogt de charme – ik blogde daar al eens over.

Lees verder “Klassieke literatuur (3a): Sapfo”

Het Mytilene-debat

gerasa_mosaic_thucydides_siii_altes_museum2
Thoukydides, de auteur van het Mytilene-debat (Altes Museum)

Je ziet in antieke teksten alleen wat je zien kúnt. Dat klinkt als het intrappen van een open deur, maar het is vrij principieel: je kunt in een tekst alleen dat herkennen wat aansluit op jouw denkcategorieën. De middeleeuwse Arabieren, die geen toneel hadden, hebben nooit begrepen wat Aristoteles bedoelde met de Poëtica, zijn boek over tragedies.

Toch kom je in een bron een enkele keer iets tegen dat je tot inzicht brengt. Michael Polanyi heeft uitgelegd hoe dat komt: je hebt al eerder, halfbewust, een idee opgedaan van wat waar zou kunnen zijn en identificeert iets dus als waar als het daarop lijkt. Zoiets had ik met het Mytilene-debat in de Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog van de Atheense historicus Thoukydides. Levend in een cynische tijd, kan ik een cynische boodschap herkennen.

Lees verder “Het Mytilene-debat”

Sapfo

Zeugma, "het zigeunermeisje"
Zeugma, “het zigeunermeisje”

We zaten in het café, we dronken bier en we hadden het over Sapfo. Een vriend die ik veel te weinig zie, flapte eruit dat hij Sapfo niet anders kende dan als “één grote lacune”.

Daar zit wat in. De Griekse dichteres leefde ruim zesentwintig eeuwen geleden en haar poëzie is niet altijd even populair geweest. Hoewel ze is geprezen door bijvoorbeeld Plato, die haar de “tiende muze” noemde, raakte ze uit de mode. Nu werden teksten destijds geschreven op papyrusrollen, die nogal slijtagegevoelig waren. Een tekst moest elke eeuw worden overgeschreven. Aangezien in de Romeinse tijd niemand het geld nog over had voor het kopiëren van haar onmodieuze gedichten, verdwenen ze. Wat we over hebben, zijn vooral fragmenten, die vaak heel erg kort zijn.

Lees verder “Sapfo”