Egyptische make-up

Ramses IV, met make-up (Louvre)

Make-up, we moeten het eens over make-up hebben. Egyptische make-up. Daar weten we namelijk het een en ander van. Deels door portretbustes, deels door reliëfs en mummiemaskers, deels doordat archeologen weleens zalflepels en kommetjes met ingrediënten terugvinden. Ik sluit niet uit dat er papyri zijn met de receptuur van mascara. Wat onze kennis ook verder helpt, is dat andere volken later zaken overnamen en we hun kennis en vaardigheden mogen extrapoleren naar Egypte. Zo weten we dat men daar kohl en lippenstift kende, en iets wat je een blusher zou kunnen noemen. Het is allemaal herkenbaar op de bovenstaande afbeelding van Ramses IV (r.1163-1156 v.Chr.).

Make-up

De Egyptenaren – en eigenlijk alle latere volken – maakten hun wimpers en wenkbrauwen donker zwart met kohl, dus houtskool en galeniet, aangelengd met vet of bijenwas. Blushers vervaardigden ze op basis van okerpoeder, dat zowel rood als geel kon zijn. De lippenstift van de farao was een pasta van hematiet of (heel misschien) rhodochrosiet, vermengd met was en olie. Die goten de cosmeticakunstenaars in dunne staafjes. Het was dus echt lippenstift.

Wat op het koningsportret hierboven ontbreekt, is oogschaduw. Die kan overigens wel degelijk aanwezig zijn geweest, maar in de afgelopen drie millennia zijn verbleekt. In elk geval: men maakte groene oogschaduw op basis van malachiet en blauwe oogschaduw op basis van lapislazuli. Voor wat rustigere tinten, zoals grijs, lag stibniet voor de hand. De Egyptenaren mengden al deze minerale pigmenten met talg, schaapsvet, bijenwas of olie, zodat een fijne zalf ontstond.

Deze diashow vereist JavaScript.

Import

Oker valt overal te winnen, dus ook in Egypte, maar galeniet, hematiet, lapislazuli, stibniet en malachiet documenteren een uitgebreid handelsnetwerk. Galeniet komt bijvoorbeeld uit het Rhodope-gebergte in Bulgarije. Stibniet en rhodochrosiet komen uit Roemenië en hematiet werd geïmporteerd van het verre Elba. De pigmenten veronderstellen allemaal overzees contact tussen Egypte en de Egeïsche wereld. Malachiet kan zijn geïmporteerd vanuit Congo of Marokko. Lapislazuli, tenslotte, komt uit Afghanistan en moet met karavaans over de Zijderoute zijn aangevoerd.

Kortom, wat op het eerste gezicht triviaal lijkt, make-up, documenteert de vervlochtenheid van de Bronstijdwereld. Meer in het bijzonder: het documenteert handel. Het voordeel van mineralen is dat ze klein én kostbaar zijn. Ideale handelsartikelen dus, makkelijk mee te nemen maar met een hoge winst.

En stiekem hoop ik dat ergens iemand heeft gezien: die mineralen zijn mooi. En dat die iemand een collectie heeft aangelegd. Zeg maar een Egyptisch mineralogisch museum. Ik fantaseer nu, maar het gebruik van kohl, lippenstift, oogschaduw en blusher suggereert dat men destijds een schoonheidsideaal had dat niet zó heel ver afweek van het onze. Helemaal ondenkbaar is het dus niet dat men ook de schoonheid van mineralen heeft herkend.

PS 1

Dit najaar is er in het Rijksmuseum van Oudheden een expositie over de Bronstijd: de tijd waarin we onze genen en onze taal kregen. Die expositie concentreert zich vooral op West-Europa, maar dat was dus via handelsnetwerken verbonden met de rest van de wereld. En nu ik het toch heb over exposities: onlangs is een Etruskententoonstelling geopend in het museum in Ezinge, dat ook het leven op de wierden documenteert.

PS 2

Mocht u wonen in de omgeving van Zoetermeer: ik verzorg volgende week zaterdag een middag over de vraag wat we weten, wat we weten kunnen, over de historische Jezus.


Prehistorisch Roemenië

december 28, 2019

De oudste poëzie

oktober 9, 2024

De Trojaanse Oorlog (7)

december 25, 2016
Deel dit:

2 gedachtes over “Egyptische make-up

  1. Frans Buijs

    Waar betaalden de Egyptenaren mee? Want dat zou je dan weer in andere landen moeten aantreffen.

Reacties zijn gesloten.