
Henry Salt was van 1815 tot 1827 de Britse consul-generaal in Egypte. Hij is ook een vrijwel vergeten geleerde, maar niet de onbelangrijkste. Toen Champollion in 1822 het systeem van de hiërogliefen had begrepen en erover had gepubliceerd, paste Salt het ontdekte principe toe op enkele nog niet in Europa bekende inscripties. Omdat hij een betekenisvolle tekst kon reconstrueren, was er een argument dat Champollion het bij het rechte eind had. Salt deed ook een andere ontdekking: in 1826 verwierf hij in Luxor het bovenstaande mummieportret, dat sindsdien behoort tot de collectie van het Louvre. Het was een van de eerste mummieportretten in een Europese collectie – en het trok destijds niet veel aandacht.
Dat veranderde in 1887, toen de Franse arts Daniel-Marie Fouquet twee soortgelijke portretten aantrof in een (al geplunderde) grot in de Fayyum: de regio rond een groot meer ten zuidwesten van Cairo. Sindsdien noemde men deze op hout aangebrachte schilderingen “Fayyumportretten”.
Het is een nogal onhandige naam: ze komen namelijk niet alleen uit deze regio. Het door Salt verworven portret kwam bijvoorbeeld uit Luxor. In elk geval: het gaat om een (meestal op lindenhout geschilderd) paneeltje met het portret van een overledene, dat over het gezicht van de mummie lag. Vanaf het begin van onze jaartelling vervingen ze de traditionele kartonnages. Tegenwoordig noemen we ze “mummieportretten”, een term die ook niet ideaal is.

In elk geval: Fouquet was niet de enige met belangstelling voor deze portretten. In de door hem gevonden grot moeten er dertig meer hebben gelegen, die op de zwarte markt werden verkocht. Ze lijken te zijn verworven door de Oostenrijkse tapijthandelaar Theodor Graf, die er nog tientallen meer kocht.
De eerste die het onderzoek wetenschappelijk aanpakte was William Flinders Petrie in Hawara. Die constateerde dat ongeveer een op de tien mummies een mummieportret had. Evengoed vond hij er tachtig. Hij was ook zo handig tevens de bijbehorende mummie te bewaren. Doordat onderzoekers in de jaren negentig van de vorige eeuw schedels en portretten konden vergelijken, konden ze vaststellen dat de schilderingen accuraat waren en niet zomaar iemand voorstelden. Misschien bezocht u de expositie Ancient Faces in het British Museum.
Oog in oog
Het Allard Piersonmuseum in Amsterdam spreekt die conclusie, zeer sotto voce, tegen op de huidige expositie Oog in oog. De mensen achter mummieportretten. Er is namelijk een kindermummie met portret te zien, en van de schedel is een gezichtsreconstructie gemaakt. Het gezicht dat zo is gereconstrueerd, blijkt aanzienlijk jonger dan het geschilderde portret. Niet helemaal accuraat dus. Dat zegt iets over artistieke conventies. Het kwam destijds vaker voor dat overleden kinderen werden afgebeeld zoals ze eigenlijk hadden kunnen zijn.

Oog in oog is een leuke expositie. Er zijn achtendertig portretten te zien. En het simpele feit is: jij kijkt naar mensen en zij kijken naar jou. Het gevoel dat je contact hebt met mensen van achttien, negentien, soms twintig eeuwen geleden, is sterker dan bij antieke sculptuur. Dat komt natuurlijk ook door de pose van de geportretteerden: en face, niet en profil. En er is kleur.
Dit zou op zich al een interessante expositie kunnen hebben opleveren, maar gelukkig heeft het museum ervoor gekozen ook het onderzoek uit te leggen. We leren hoe met infrarood of ultraviolet licht de diverse ingrediënten van de verf te herkennen zijn, en dat leidt bijvoorbeeld tot de conclusie dat sommige bestanddelen, zoals het kwikerts cinnaber, waren geïmporteerd. Een portret was niet voor iedereen weggelegd. En dat komt mooi overeen met Petrie’s constatering dat maar één op de tien mummies een portret had. Trouwens, lindenhout was in Egypte ook een kostbaar importartikel.

Informatie
Ook de informatie over de individuele portretten is gedegen. Ik vond het interessant te leren dat er aanwijzingen zijn dat de portretten nog enige tijd buiten het graf werden bewaard, als herinnering aan de dode, en pas later op de mummie werden gelegd. De gouden lauwerkrans die op menig mummieportret is te zien, was een symbool van de overwinning op de dood. De expositie biedt ook prachtig vergelijkingsmateriaal, zoals onderstaand glazen portretje, dat maar weinig groter is dan een vingernagel en wel wat lijkt op een mummieportret.

Ik had iets meer aandacht gewild voor datgene wat aan deze portretkunst voorafging (de kartonnages dus), voor wat gelijktijdig gebeurde (zoals de schilderingen in de Catacomben) en voor wat erop volgde: de Koptische kunst. Koptische kunstenaars beeldden mensen vaak af met een iets te groot hoofd en met ogen die de toeschouwer rechtstreeks aankeken. Precies zoals een mummieportret. De Koptische portretkunst vormde de brug naar de Byzantijnse iconen en de Syrische wandschilderingen. Het Allard Piersonmuseum toont nu weliswaar een zeventiende-eeuwse, Russische icoon van Nikolaas van Myra, de patroonheilige van Amsterdam, maar de tussenschakels ontbreken.
En nog een puntje van kritiek: een bezoek kost €19,50. Omgerekend naar geld is dat ongeveer ƒ43,00 en dat is dus ƒ25,00 meer dan je in de tijd dat we nog met guldens hadden, betaalde voor de Vaticaanse Musea en ƒ31,00 meer dan het Louvre. De prijs van de tentoonstelling in het Allard Piersonmuseum, buitensporig als ze is, moet u echter niet afschrikken. De expositie is interessant genoeg.
***
De tentoonstelling Oog in oog. De mensen achter mummieportretten in het Allard Piersonmuseum duurt nog tot 20 mei.
***
En verder wens ik u allemaal het mooiste voor het nieuwe jaar. Zoals fijn museumbezoek.


Simon de Magiër
Een dolfijn in Bizerte
Taxila
Over tentoonstellingen gesproken. In de culturele bijlage van de Financial Times van afgelopen zaterdag bespreekt de oud-directeur van British Museum Neil MacGregor een tentoonstelling in Mumbai waar hij als adviseur bij betrokken was. Het museum in Mumbai biedt onder andere een overzicht van Indiase beelden. De curatoren van het Indiase museum hebben uit de collecties van het British Museum, musea in Berlin en Los Angeles antieke beelden en vazen gekozen. Het is een samenwerkingsverband met het Gettymuseum in Los Angeles die de tentoonstelling financiert. Het is de nadrukkelijke bedoeling van de curatoren om de verbindingen te tonen tussen India en de overige wereld gedurende 3000 jaar. Daarmee ontstaat een nieuwe blik op de antieke westerse cultuur. Want zo schrijft MacGregor: “Most histories of antiquity have been written by Europeans and North Americans, all in some measure the children of Greece and Rome.” In India worden nieuwe vragen gesteld vanuit een heel ander perspectief. Het lijkt me een fascinerende opzet.
Ja, dat lijkt me boeiend!
Goed dat je erover begint. Ik was bijna vergeten er heen te gaan.
Het is alleen zo’n end weg en ik heb voorlopig geen vakantie naar India gepland.
Alle gekheid op een stokje, even over die artistieke conventies: waren die er alleen maar voor kinderen? Want de volwassenen zijn ook allemaal jong en mooi en ik kan me niet voorstellen dat iedereen in Egypte in de bloei van z’n leven overleed.
https://escholarship.org/uc/item/7426178c
https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0238427
https://resources.saylor.org/wwwresources/archived/site/wp-content/uploads/2011/09/3d-Proportion-and-personality.pdf
[deze zijn downloadable, in goed nederlands]
en/of google: mummy portraits egypt fayum op Google Scholar
“Er is namelijk een kindermummie met portret te zien, en van de schedel is een gezichtsreconstructie gemaakt. Het gezicht dat zo is gereconstrueerd, blijkt aanzienlijk jonger dan het geschilderde portret.”
En daaruit volgt dat het geschilderde portret niet levensecht is? Met dezelfde ingrediënten kan je concluderen dat de gezichtsconstructie niet correct is. Hoe weten we dat de gezichtsconstructie wel correct is en het geschilderde portret niet? Is daar onderzoek naar gedaan?
Die gezichtsreconstructies zijn redelijk goed, is me gezegd, maar er zijn in het verleden wel fouten gemaakt. Er zijn echter ook gezichten gereconstrueerd waarvan de makers niet wisten om wie het ging, en dan bleken die later griezelig veel te lijken op foto’s.
In Qaryat al-Faw, diep in Arabië, al bijna in Jemen, is een fresco gevonden dat er niet uitziet als een Fayyum-portret, maar dat er wel door beïnvloed lijkt: https://de.wikipedia.org/wiki/Qaryat_al-Faw#/media/Datei:Pergamon-Museum_-_Wandmalerei_2.jpg
Het doet ook wat Syrisch aan.
Dan zal het eerder Syrisch beïnvloed zijn, gezien de handelsroutes.