China en Rome

Chinese ruiter (Jin-dynastie; Volkenkundig museum, Leiden)

In het westen lag het Romeinse Rijk, dat in de vijfde eeuw n.Chr. nogal wat gebied verloor maar overleefde als het Byzantijnse Rijk. In het oosten lag China, geregeerd door diverse dynastieën, zoals de Han, de Jin, de Sui en de Tang. Daar tussenin lag Perzië, beheerst door eerst de Parthen en daarna de Sassanieden. Iets verderop regeerden de Kushana’s in Baktrië en de Punjab. Op de Centraal-Euraziatische steppe bestond de multi-etnische en meertalige federatie van de Hunnen.

De geschiedenis van deze rijken is complex maar komt erop neer dat ze elkaar in een dynamisch evenwicht hielden. En ze hadden contact, zelfs het westelijkste en het oostelijkste keizerrijk.

Lees verder “China en Rome”

Chinese Skythen

Hazenjager, Tang-dynastie (Museum voor Volkenkunde, Leiden)

Dit beeldje fotografeerde ik onlangs in de afdeling China van het Museum voor Volkenkunde in Leiden. Het stelt een ruiter voor die terugkomt van de hazenjacht. Het is gemaakt ten tijde van de Tang-dynastie, dat wil zeggen in de zevende, achtste of negende eeuw. Dus terwijl in het westen de Franken de hegemonie in Europa verwierven, terwijl het Byzantijnse Rijk de Avaren en Arabieren op afstand hield en in het Nabije Oosten het kalifaat bloeide.

De Zijderoute

Tussen deze mogendheden waren allerlei contacten: kooplieden en andere reizigers trokken langs de Zijderoute en wisselden goederen en verhalen uit. Wandschilderingen uit Samarkand tonen een Chinese prinses die in 648 met de plaatselijke heerser Varkhuman lijkt te zijn getrouwd. (Ik blogde er al eens over.) Er waren militaire confrontaties, zoals de slag aan de Talas die de Arabieren en Chinezen in 751 uitvochten. Westerse huurlingen dienden in de legers van de Tang-keizer. Diens hoofdstad, Chang’an, moet even kosmopolitisch zijn geweest als Constantinopel en Bagdad.

Lees verder “Chinese Skythen”

Geliefd boek: Foreign Devils on the Silk Road

Wanneer ik in Berlijn verbleef, bezocht ik dikwijls het grote Etnografische museum in Dahlem. Daar waren in enkele stille zalen prachtige muurschilderingen van gestileerde Boeddha’s te bewonderen die afkomstig zijn uit steden langs de noordelijke zijderoute. Maar hoe zijn die fresco’s in dat Berlijnse museum terecht gekomen, vroeg ik mij af. Peter Hopkirk schrijft in zijn Foreign Devils on the Silk Road (1984; het is zeker antiquarisch nog te koop) over Duitse ontdekkingsreizigers die aan het begin van de twintigste eeuw op zoek gingen naar schatten en verdwenen steden langs de zijderoute. Het is een boek vol avontuur, ontdekking en roof.

Ooit zag ik een documentaire over archeologische vondsten uit het graf van een rijke Romeinse dame in het Engeland van rond 140 n.Chr. Ze bleek een sjaal van zijde te hebben gedragen toen ze werd begraven. Via de Zijderoute uit China en daarna Rome was die sjaal uiteindelijk in het verre Londinium beland. De naam Zijderoute voor de historische handelsroutes tussen China en het Romeinse rijk is pas in de negentiende eeuw bedacht. De naam is misleidend omdat er in werkelijkheid vele routes bestonden, afhankelijk van al of niet uitgedroogde waterbronnen in oases of het gevaar van lokale roofbendes. Bij die handel in zijde en peper, maar ook goud en ivoor, tussen China en het verre Westen waren de Romeinen en de Chinezen nauwelijks van elkaars bestaan op de hoogte. De zaken verliepen via tussenhandelaren en eindelijk in Rome aangekomen was de zijde peperduur geworden, evenals de peper.

Lees verder “Geliefd boek: Foreign Devils on the Silk Road”

Dood paard

Paardenskelet uit Gonur Deppe
Paardenskelet uit Gonur Deppe

Misschien wel de grootste ontdekking van de geesteswetenschappen:

  • eerst ontdekking van de Indo-Europese taalfamilie,
  • vervolgens het proces van reconstructie van deze oertaal,
  • daarna het leggen van een verband met de archeologische resten van de Yamnaya-cultuur (Yamna-cultuur, koergan-cultuur, putgrafcultuur…) die tussen 3600 en 2300 v.Chr. heeft bestaan in Oekraïne/Zuid-Rusland
  • tot slot de bevestiging daarvan door het DNA-onderzoek.

Taalkundigen, historici, archeologen, DNA-onderzoekers: in de geesteswetenschappen bereik je vooral resultaat als je je niet beperkt tot kleine specialismen. De impact van de ontdekking is ondertussen immens: we zijn volken gaan definiëren aan de hand van taal, wat eigenlijk een heel rare innovatie is geweest, met vérstrekkende politieke gevolgen, zoals iedere Belg u kan uitleggen.

Op de achtergrond speelt dan nog een andere, even interessante kwestie: de verklaring waarom de Indo-Europese taalfamilie zich van Ierland tot India en van Spanje tot Siberië heeft kunnen verspreiden. Er zijn diverse factoren te noemen, zoals de genetische mutatie die een deel van het afweersysteem onklaar maakte, waardoor mensen met wat ik maar even “Indo-Europees DNA” zal noemen (u mag de benodigde slagen om de arm zelf invoegen) niet langer allergisch reageerden op melk van andere diersoorten. Normaal gesproken zou je ziek worden van koeien- of geitenmelk, maar Indo-Europeanen hebben daar minder last van en dat gaf ze in een koud klimaat een extra bron van voedingsstoffen. Een andere verklaring, mijns inziens belangrijker, is dat ze beschikten over paarden.

Lees verder “Dood paard”

Leuke migranten: flora en fauna

Katoen in Andalusië

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie en het is logisch dat u daarbij denkt aan mensen. Maar ook planten- en diersoorten kunnen knap mobiel zijn. De Grieken en Romeinen waren zich daar van bewust: de encyclopedist Plinius de Oudere weet bijvoorbeeld dat zijn landgenoten een rol hadden gespeeld bij de verspreiding van de kersenboom.

Voor de overwinning van Lucullus in de Mithridatische Oorlog [70 v.Chr.] waren er geen kersen in Italië. Hij importeerde ze eerst uit het Zwarte-Zeegebied en in de loop van 120 jaar zijn ze over de Oceaan tot in Brittannië gekomen. Overigens is het, ondanks alle zorg, nooit gelukt ze in Egypte te kweken. (Plinius de Oudere, Natuurlijke historie 15.102.)

Lees verder “Leuke migranten: flora en fauna”

Byzantijnse krabbel (6): Zijde

Textiel uit fort Zenobia (Museum van Deir ez-Zor)

Hierboven een slechte foto van een stukje textiel uit het geplunderde museum van Deir ez-Zor. Het lag in dezelfde vitrine als dit stukje en is gevonden in het laat-antieke fort Zenobia, even verderop aan de Eufraat. Het stukje textiel is zijde. (Dat stond althans op het bordje; ik vind de draden eerlijk gezegd wat grof.) Zijde is natuurlijk interessant, want het komt uit China. Net als het gevest van jade dat ik ooit zag in het Bulgaarse Stara Zagora, hebben we hier een aanwijzing voor handel langs de Zijderoute.

Het product sprak ook in de Oudheid tot de verbeelding. De Romeinen hadden een heel geïdealiseerd beeld van de Seres, de “zijdemensen”, die ergens op de oostelijke rand van Azië in vrede zouden leven, een kalme levenswijze hadden en verbleven in een land met een aangenaam klimaat en een zuivere lucht. (Chinese beschrijvingen van het Romeinse Rijk zijn al even utopisch.) Ammianus Marcellinus, een Romeinse historicus uit de vierde eeuw n.Chr., beschrijft hoe de zijde wordt gemaakt:

Lees verder “Byzantijnse krabbel (6): Zijde”

Paarden langs de Zijderoute

Weinig op te zien, op deze rotswanden
Weinig op te zien, op deze rotswanden

Dit is een leuk nieuwtje. Leuk omdat ik niet weet wat ik ermee moet. Het Yin-Shan-gebergte ligt in China en vormt de zuidelijke begrenzing van de Gobi-woestijn. Een van de twee oostelijke takken van de Zijderoute komt erlangs. Het is al tijden bekend dat daar in de Oudheid rotstekeningen zijn gemaakt, waarvan er meer dan 10.000 over zijn.

Nu wordt gemeld dat daar ook afbeeldingen bij zijn van de paardensoort die we Arabieren noemen. Die zijn wat hoogbeniger dan de paarden uit oostelijk Azië, dus je zou je kunnen voorstellen dat er op zo’n rotstekening inderdaad een herkenbaar verschil is. Omgekeerd: het zou ook kunnen gaan om een bepaalde tekenstijl, waarin ledematen wat langer worden weergegeven, en dan wordt voor een Arabier aangezien wat in feite een gewoon Mongools paard is. De enige foto die ik heb gevonden (hierboven) is allesbehalve verhelderend. Ik ga het geloven als op de rotstekeningen twee verschillende soorten paarden zijn afgebeeld.

Lees verder “Paarden langs de Zijderoute”

Islamitisch Centraal-Azië

De moskee van Damghan
De moskee van Damghan

In mijn onregelmatig vervolgde reeks over Centraal-Azië vandaag de tweede van de “vier grote vegen” waarmee ik de geschiedenis vereenvoudig om er vat op te krijgen. De eerste veeg was, zoals de vaste lezers van deze kleine blog zich wellicht herinneren, de integratie van het gebied toen de Indo-Europees-sprekende volken vanuit het noorden kwamen. Daarna was er een periode waarin van alles gebeurde, zonder dat het karakter van het gebied er werkelijk door veranderde. Daarover schreef ik laatst.

De tweede veeg is de komst van de islam: een beweging vanuit het zuidwesten naar het noordoosten, vanaf het Arabische Schiereiland richting China. De religieuze grenzen werden getrokken. De derde en vierde veeg zijn – ik kondig het volledigheidshalve even aan – de komst van de Mongolen vanuit het noordoosten, waarmee de etnische grenzen werden getrokken, en de komst van de Russen uit het noordwesten, waardoor de huidige staten kwamen te ontstaan. Daarover later. Nu: de komst van de islam.

Lees verder “Islamitisch Centraal-Azië”

Langs de Zijderoute (4)

Mashhad, het mausoleum van de achtste imam. Let op de gouden koepel, nog niet zichtbaar achter de toegangspoort.
Mashhad, het mausoleum van de achtste imam. Let op de gouden koepel, net zichtbaar achter de poort.

In drie eerdere stukjes (1, 2, 3) beschreef ik hoe de weg van Teheran naar Mashhad van strategisch belang was voor de vroege islam, waarom de eerste kaliefen hier investeerden en hoe de bewoners van het gebied het nieuwe geloof op eigen voorwaarden aannamen, zodat hier grote religieuze variatie heerste. Ik noemde soennieten en sjiieten, een cross-over daartussen en de mysticus Abu Yazid. Verder leefden hier joden, boeddhisten, zoroastriërs in diverse soorten en maten, manicheeërs en nestoriaanse christenen.

Het was een gevarieerde wereld, maar alleen de tegenstelling tussen soennieten en sjiieten vertaalde zich soms in geweld. Alleen zij konden immers legers op de been brengen. Al-Mamun, de Abbasidische kalief in Bagdad, meende dat de tegenstellingen op te lossen waren als de leider van de afstammelingen van Mohammed, Reza (“de achtste imam”), ook kalief zou zijn. Dus bood hij in 809 aan dat Reza de macht zou overnemen. Het was een vreemd aanbod: koningen bieden niet zo vaak hun troon aan een ander aan. Reza lijkt een valstrik te hebben vermoed en wees het aanbod af, maar formuleerde zijn afwijzing zo dat Al-Mamun haar niet kon uitleggen als erkenning:

Lees verder “Langs de Zijderoute (4)”

Langs de Zijderoute (3)

Het mausoleum van Abd ol-Azim in Reyy
Het mausoleum van Abd ol-Azim in Reyy

In mijn eerste stukje over de Iraanse Zijderoute van Teheran naar Mashhad vertelde ik dat dit gebied, zolang de Arabische legers streden in wat nu Turkmenistan en Oezbekistan heet, strategisch belangrijk was. De kalief in Damascus zag daarom toe op de islamisering en faciliteerde deze door bijvoorbeeld de bouw van de moskee in Damghan. In het tweede stukje gaf ik aan dat het belang van dit gebied de bewoners in staat stelde de islam te aanvaarden op hun eigen voorwaarden, en dat zij hun steun gaven aan de afstammelingen van Mohammed, die terzijde waren geschoven toen de Umayyaden het kalifaat naar zich toe hadden getrokken.

Rond het midden van de achtste eeuw slaagden de moslims van de Zijderoute erin de Abbasieden aan de macht te brengen: een zijtak van de familie van de profeet. Als de gelovigen hadden gemeend dat nu de vraag wie moest heersen voorgoed ten grave was gedragen, kwamen ze bedrogen uit. Er bleven er die vonden dat het familiehoofd van de hoofdtak, de imam, moest heersen. Kalief Al-Ma’mun heeft daarmee ook ingestemd en heeft de achtste imam, Reza, aangewezen als opvolger. In 818 overleed deze echter in Mashhad – door vergiftiging, zoals zijn aanhangers wisten.

Lees verder “Langs de Zijderoute (3)”