Split: het paleis van Diocletianus

Het portaal van het paleis van Diocletianus

Tijdens de live uitzendingen van de Tour de France 2024 had de Nederlandse sportcommentator het over ‘keizer Diocletanius’. Naast de overige, meestal zeer overbodige informatie over o.a. inwoneraantallen van honderden dorpjes en steden, was deze hilarische verspreking voor mij een absoluut hoogtepunt in de verslaglegging van de Tour.

Dat ik een maand later opnieuw met deze keizer werd geconfronteerd was puur toeval. Tijdens een cruise over de Adriatische Zee meerde ons schip ook aan in Split, de Kroatische kustplaats waar Diocletianus een ‘pronkjuweel’ (om het op zijn Gronings te zeggen) heeft laten bouwen. Het stond al lang op mijn bucket list, en ik werd beslist niet teleurgesteld.

De façade aan de zee-zijde

Gaius Aurelius Valerius Diocletianus (ca. 236 – 316) regeerde van 284 tot 305 als (co-)keizer van het Romeinse Rijk. Diocletianus zelf had zijn zetel in Nicomedia (bij Byzantium), zijn medekeizer Maximianus zetelde in Milaan. Iedere keizer had bovendien een caesar: een beoogd opvolger.

Diocletianus staat bekend als één van de laatste christenvervolgers. Zo zou onder zijn bewind Sebastianus (hoofd van de keizerlijke lijfwacht) het leven hebben gelaten vanwege diens keuze voor het christendom. Maar écht opmerkelijk aan de keizer was dat hij op zekere dag besloot om afstand te doen van zijn titel en waardigheid, net zo opmerkelijk als bijvoorbeeld Paus Benedictus XVI dat vele eeuwen later deed toen die nog bij leven zijn titel en waardigheid opgaf. Diocletianus trad af in 305.

De westelijke poort

Als residentie voor de emeritus-keizer werd Spalatum gekozen, een dichtbij Salona (de geboorteplaats van Diocletianus) gelegen kuststadje. Al een jaar of tien vóór zijn aftreden had Diocletianus opdracht gegeven om in Spalatum een fort te bouwen, dat als woonplaats van hemzelf en als garnizoenskazerne kon dienen. Dit fort (of paleis) staat nog goeddeels overeind, en heeft een min of meer rechthoekige structuur van ongeveer 180 meter aan noord- en ongeveer en ca 215 meter aan oost- en westkant.

De vier toegangspoorten zijn tevens de uiteinden van de twee hoofdstraten, de decumanus en cardo, aan de binnenkant van het fort. De deels nog aanwezige zuilen in de muur aan de zeezijde maken al gelijk veel indruk op degenen, die het paleis door de relatief kleine zuidpoort betreden. Als je die poort door bent moet je even een klimmetje maken: het terrein loopt af naar zee en kent een verval van acht meter. Daarna ontvouwt zich een eerste plein, waar de obligate ‘Romeinse soldaten’ proberen om toeristen geld af te troggelen voor een foto samen met deze ‘legionairs’.

De kerk van Sint-Domnius

Aan datzelfde plein bevindt zich ook de kathedraal van Sint-Domnius, de beschermheilige van Split. Deze bisschop van Salona liet onder Diocletianus het leven als martelaar voor zijn geloof en ligt begraven in de kerk, waarvan de bouw teruggaat tot de zevende eeuw. Ook bevat de kerk het achthoekige mausoleum van de keizer zelf: bien étonnés de se trouver ensemble!

Dwalend door de straten en over de pleinen van het paleis werd ik getroffen door de vele restanten van Romeinse architectuur, inclusief zuilengalerijen en twee Egyptische sfinxen: een fraai amalgaam van architectuur en kunstmin. Het huidige paleis vormt ongeveer de helft van het middeleeuwse Split, en is een bezoek meer dan waard.

Een sfinx: herinnering aan Diocletianus’ bezoek aan Egypte

Er schijnen zelfs nog goed bewaarde resten van een aquaduct te zijn (aan de noordzijde van het paleis), maar vanwege de hitte heb ik dat maar even gelaten voor wat het was. De schaduw van de smalle straatjes van Diocletianus’ pronkstuk was me zeer welkom.

Het kwam er helaas ook niet meer van om de gigantische kelders van het paleis te bezoeken: die zijn – na eeuwenlang als vuilstort gebruikt te zijn – nu weer deels uitgeruimd en de foto’s die ik er van zag maken ongeveer dezelfde indruk als de beroemde cisterne bij de Hagia Sophia in Istanbul. Split zal zeker nog een keer bezocht worden, net als trouwens Dubrovnik, waar ik een dag eerder rond mocht dwalen. Dat zijn de voordelen van een cruise: je drijft met je hotel van interessante naar interessante plaats en ziet in een week behoorlijk veel van het cultuurgoed van een bepaald deel van de (in dit geval) Middellandse Zee.

[Han Borg was op vakantie en schreef deze gastbijdrage. Dank je wel Han!]

Deel dit:

6 gedachtes over “Split: het paleis van Diocletianus

  1. En dat zijn ook meteen de nadelen van een cruise: je kunt het niet in je eigen tempo doen. Dus een dagje extra in Dubrovnik of Split, omdat je nog niet uitgekeken bent, zit er dan niet in. Daarom ben ik dan weer blij met ons campertje. Is het ergens leuk, dan blijven we nog een dagje langer, valt het zwaar tegen, dan gaan we direct verder. Dubrovnik viel voor ons in de leuke categorie, Split staat op het lijstje “moeten we nog eens naar toe”. Zeker na jouw mooie verslag…

    1. Diocletianus is geen verspreking, maar Diocletanius wel. 🙂 Nou geef ik het Han Borg te doen om alle wielrennernamen goed uit te spreken, hoor. Djamolidin Abdoezjaparov bekt ook niet zo lekker…

  2. Han Borg

    Ik ben geneigd te zeggen dat TV- en radiopresentatoren hun huiswerk moeten doen. Dezelfde Tourpresentator had het ook over de rivier de ‘Egwès’ terwijl de naam van die rivier in het departement Drôme toch echt uitgesproken moet worden als Èguh (Eygues of Aigues, de namen van deze rivier in het Frans).
    Als (oud)-radiopresentator (Radio4, 1986-1990) deed ik altijd moeite om de namen van componisten correct uit te spreken, wat in de tijd waarin er nog geen Wikipedia bestond best wel eens behoorlijk zoeken was. Berucht is bijvoorbeeld de naam van de Russische componist Sjostakovitsj, die je moet uitspreken als ‘Sjastakówitsch’, met een ‘a’ in de eerste lettergreep en het accent op de ‘o’. Pedanterie? Noem het een voorzichtige hang naar perfectie.

    1. FrankB

      Mijn dierbaarste herinnering aan de Tour de France op de Nederlandse tv is ongeveer een kwart eeuw oud. De twee commentatoren zaten heerlijk te keuvelen over van alles en nog wat. Onderwijl zag ik twee renners demarreren en ik had snel door dat dat beslissend was voor de ritzege. Even schakelen: jawel, de Vlamingen hadden het ook gezien en waren het met mij eens.
      Een half uur later, onze twee Nldse tv-kneuters vol verbazing: hoe hebben die twee nou zo’n grote voorsprong op het peloton gekregen?
      Met Stef Clement – oud prof, al was de verschrikkelijke Maarten Ducrot dat ook – is het wel beter geworden, al doet zijn partner flink zijn best dat te verhinderen.

Reacties zijn gesloten.