
Omdat ik volgend voorjaar een reis naar Jordanië organiseer, leek het me aardig om iets te vertellen over de volken die daar vroeger woonden. Dat waren aanvankelijk de IJzertijdrijkjes van de Ammonieten, Moabieten en Edomieten, ruwweg even oud als Juda en Israël, aan de overzijde van de rivier de Jordaan. Hun woongebieden werden ingelijfd in de rijken van de Assyriërs, Babyloniërs en Perzen. Toen Alexander de Grote laatstgenoemden had onderworpen, kwam de regio in handen van hellenistische heersers; we lezen dan over de Nabateeërs. De Romeinen stichtten er een Dekapolis, een “tienstedenbond”, en uiteindelijk zien we dat de macht verschuift naar de Arabieren, die al voor de komst van de islam dominant zijn. Al die volken zijn al aan bod geweest of komen nog aan bod. Vandaag echter: de Edomieten.
Edom lag direct ten zuiden van de Dode Zee, aan weerszijden van de slenk die we de Araba noemen, de bijbelse Zoutvallei. De naam van het koninkrijk, Edom dus, betekent zoiets als “het rode land” en verwijst vermoedelijk naar de rossige kleuren van het Seir-gebergte. De naam is heel oud, want ze duikt al op in Egyptische teksten. Zo mochten tijdens de regering van koning Merenptah (r.1213-1203) “de Šasu-nomaden uit Edom” het koninkrijk van de Nijl betreden. Deze vermelding is interessant omdat ze bewijst dat er in de Late Bronstijd nomaden heen en weer trokken door de Sinaïwoestijn. Dat biedt een context voor de verhalen over de tocht van Mozes en de Hebreeën.
De IJzertijd
De Bijbel noemt de Edomieten verschillende keren en hoewel één bron geen bron is, oogt het verhaal niet onwaarschijnlijk. We lezen dat Saul oorlog voerde tegen de Edomieten en dat koning David ze onderwierp.noot De Edomitische kroonprins, Hadad, vluchtte naar Egypte, waar de farao (misschien Psusennes I, r.1039-991) hem liet trouwen met zijn schoonzus. Toen David was overleden, keerde Hadad als koning terug naar Edom.noot Davids zoon en opvolger Salomo moet het gebied echter beheerst hebben, want we lezen dat hij schepen kon sturen naar een land genaamd Ofir, wat betekent dat hij ongehinderd door de Araba kon trekken.
Het is interessant dat de Bijbel Egyptische belangstelling voor Edom documenteert. Het past namelijk goed bij het beeld dat we van de Vroege IJzertijd hebben. De Bronstijd was ten einde gekomen – we associëren het met de Zeevolken – en het lijkt erop dat Cyprus tijdelijk minder koper naar Egypte exporteerde. Juist in deze tijd vinden we echte aanwijzingen voor de exploitatie van kopermijnen bij de Wadi Feynan, die ruwweg halverwege de Dode Zee en de latere stad Petra ligt. Het is niet ondenkbaar dat Egypte geïnteresseerd raakte in de regio omdat een anders schaars product daar te halen viel, en dat de nomaden de exploitatie op zich namen. Daardoor raakten ze aan een locatie gebonden en werden ze sedentair, wat archeologisch is bevestigd.
Onafhankelijkheid
Als David en Salomo invloed hadden in Edom – was Wadi Feynan de plek van de legendarische mijnen van koning Salomo? – dan ging die teloor. Ten tijde van koning Joram van Juda (r.848-842) wist Edom zich onafhankelijk te maken:
Tijdens de regering van Joram kwamen de Edomieten tegen Juda in opstand en wezen ze een eigen koning aan. Joram trok met al zijn strijdwagens naar Saïr op. Maar de Edomieten omsingelden hem en de bevelhebbers van zijn strijdwagens. Toen deed hij ’s nachts een uitval en dreef de Edomieten terug, zodat het leger kon ontkomen. Zo maakte Edom zich van Juda los, en dat is zo gebleven tot op de dag van vandaag.noot
Er waren later meer conflicten. Koning Amasja (r.796-782) overwon de Edomieten in de Zoutvallei.noot Ook de Moabieten lijken de Edomieten te hebben verslagen, want de profeet Amos weet te melden dat de Moabieten de beenderen van de koning van Edom hebben verbrand om er kalk van te maken.noot
Assyrië en Babylonië
In de achtste eeuw verschenen de Assyriërs ten tonele. Koning Adad-Nirari III (r.811-783) ontving tribuut van de Edomieten; uit de koningsinscripties van Tiglat-Pileser III (r.745-727) en Sanherib (r.705-681) kennen we de namen van Edomitische heersers, zoals Qawsmalak (“de god Qaws is koning”) en Hairam. De Assyrische heersers Esarhaddon (r.680-669) en Aššurbanipal (r.669-631?) beschouwden koning Qawsgabar (“Qaws is machtig”) als vazal. Een zegelafdruk van Qawsgabar is opgegraven in Umm el-Biyara in Jordanië.
Zoals bekend onderwierpen de Assyriërs Israël en reduceerden ze de andere koninkrijkjes in de regio tot vazalstaten. De Babyloniërs, die de macht in het Nabije Oosten rond 612 v.Chr. overnamen, lijfden het gebied in. In deze periode lijken Edomieten zich te hebben gevestigd in de noordelijke Negev, in de streek die later Idumea heette.
We begrijpen niet helemaal wat er aan de hand is geweest, maar misschien is er een verband met de pogingen van de Babylonische koning Nabonidus om de Arabische oases zoals Tayma en Yathrib (het huidige Medina) in handen te krijgen. Ook kan er een verband zijn met de expansie van de Arabieren die vanuit hun thuisland in Syrië/Jordanië zich steeds verder naar het zuiden vestigden. Intrigerend is de zuidelijke expansie van Edom: de profeet Ezechiël noemt Dedan, de huidige oase van Al-‘Ula, als Edomitisch.noot Was de koning van Edom Babylons zetbaas in de regio?
Perzen, Nabateeërs en Macedoniërs
Over de Perzische tijd hebben we heel weinig informatie. De archeologie toont geen grote veranderingen in het nederzettingenpatroon, de Bijbel noemt niets, buiten-bijbelse teksten ontbreken. Pas na Alexander de Grote hebben we weer zicht op de regio en dan blijkt het aloude gebied van Edom, ten zuiden van de Dode Zee, in handen van een nieuwe groep: de Nabateeërs, een Arabische stam. De naam Edom is dan overgegaan naar Idumea, ten westen van de Dode Zee. De nieuwe hoofdstad was Hebron.
Zolang de Ptolemaiën, de Macedonische dynastie die na Alexander heerste over Egypte en omgeving, de scepter zwaaiden over Idumea, was het betrekkelijk rustig, maar na 200 v.Chr. namen de Seleukiden de macht over. Zij waren de Macedonische dynastie in Syrië, Irak en Iran. Rond 150 v.Chr. verloren zij de macht over Jeruzalem – ik blogde er al over – en daarna wist de Joodse leider Hyrkanos I (r.134-104) Idumea te onderwerpen.
De naam “Edom” blijft echter gangbaar in messiaanse en eschatologische teksten: Edom is dan de codenaam voor de vijanden van Israël in de Eindtijd. Als ik bovenstaand stukje teruglees, kan ik eigenlijk alleen concluderen dat de Edomieten, doordat ze zelf weinig hebben geschreven en archeologisch weinig opvallend zijn geweest, alleen maar hebben bestaan voor zover de Joodse auteurs erover schreven.
Zelfde tijdvak
Een geschiedenis van Syracuse (1)augustus 11, 2022
De “Aithiopis” van Arktinos van Miletejuni 12, 2024
De tien invloedrijkste antieke teksten (1)augustus 12, 2017

Blijkbaar waren de Edomieten een volk dat zich het liefst met de eigen zaken bemoeide. Je noemt nl. geen enkele gelegenheid waarbij zij zich aan een veroverings- of zelfs plundertocht waagden. Natuurlijk, bewijs van afwezigheid is geen afwezigheid van bewijs. Maar dat is geen antwoord op de vraag waarom het OT er geen melding van maakt.
Ik vind het altijd wat ongemakkelijk om verhalen uit de Bijbel als historisch te beschouwen. Alle oude teksten zijn verdacht, religieuze teksten zijn extreem verdacht en moeten eigenlijk alleen gebruikt worden om iets over het denken in de tijd van het schrijven te leren.
Het beste kan men de boeken Samuel t/m Koningen lezen als een historische roman uit de 7e eeuw BCE. Daarmee is het net zo interessant als de Ilias, maar heeft het niet een grotere waarde voor de geschiedenis. Het zoeken naar de mijnen van koning Salomo is daarmee niet veel zinvoller als de zoektocht naar het eiland van de lotuseters.