De martelaren van Lyon

De onderaardse ruimte waar de martelaren van Lyon gevangen zouden zijn gehouden.

Meestal blog ik op zondagmorgen over het Nieuwe Testament, maar vandaag neem ik een verwant onderwerp ter hand: de eerste christenen in Gallië – meer in het bijzonder die in de stad Lyon ten tijde van keizer Marcus Aurelius (r.161-180). Als we kijken naar wat latere informatie, zien we dat de christelijke gemeenschappen zich meestal bevinden in steden die niet al te ver van de grote wegen liggen. Het is geen woeste conclusie dat het nieuwe geloof zich door de Provence had verspreid langs de Via Domitia en stroomopwaarts langs de Rhône vanuit Arles naar Vienne en Lyon en daarvan dan richting Reims of via Metz naar het Rijnland.

We weten zeker dat er in Lyon al rond het midden van de tweede eeuw christenen leefden. Een in 1974 ontdekt grafschrift is evident christelijk. Het is gesteld in het Grieks, wat suggereert dat migratie een rol speelde. De contacten met het oosten bleven bestaan: de straks te noemen bisschop Eirenaios werd uitgenodigd om uit het oosten te komen.

De aanklacht

In 177 werden in Lyon de christenen lastiggevallen. Wat de aanleiding was, weten we niet, al is er weleens op gewezen dat het paasfeest in dat jaar samenviel met een feest uit de eredienst van Kybele. De vereerders van die godin zouden aanstoot genomen kunnen hebben van de christenen, maar ik zou zelf niet goed weten wat het probleem geweest kan zijn. In elk geval was in antieke steden weinig nodig om relletjes te laten ontstaan. De overheid gaf dan nogal eens een identificeerbare groep de schuld – astrologen, joden, Isisvereerders of christenen dus. Als ze Grieks spraken, zal vreemdelingenhaat een rol hebben gespeeld. De ellende begon met

allerlei lelijks dat de opgehoopte volksmassa tegen hen bedacht, scheldpartijen en rake klappen, meegesleurd en beroofd worden, smijten met stenen, gevangenname en allerlei andere dingen die wilde menigten graag hun vijanden en tegenstanders aandoen.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.1.7; vert. Fahner.

Dit was een citaat uit een ooggetuigenverslag, dat verbatim wordt geciteerd in de Kerkgeschiedenis van Eusebios. Die vertelt dat de christenen werden opgepakt en zich op het forum moesten verantwoorden. De stedelijke magistraat verhoorde wat mensen op de pijnbank en hield vervolgens de zaak aan tot de gouverneur in de stad was – een interessant detail, omdat Lyon de provinciehoofdstad was en de gouverneur blijkbaar zijn ronde langs andere steden aan het maken was.

Het proces

Toen de stadhouder arriveerde, stelde hij alleen de vraag of de betrokkenen christenen waren. Sommigen zeiden van wel, anderen aarzelden.

Hier en daar behoorde ook ons heidense huispersoneel tot de gevangenen, want de stadhouder had in het openbaar bevolen een zoekactie naar ons allen te houden. De heidense gevangenen waren bang voor de martelingen die ze de heiligen zagen ondergaan; door influistering van de Satan en op aandringen van de soldaten beschuldigden de huisdienaren ons ten onrechte van Thyestische maaltijden en ontucht à la Oidipous, en nog van andere misdrijven die ons ongeoorloofd zijn te bedenken, laat staan uit te spreken.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.1.14; vert. Fahner.

Dit waren standaardbeschuldigingen: “Thyestische maaltijden” verwijst naar kannibalisme, “ontucht à la Oidipous” is incest. Logische beschuldigingen voor een groep die een rituele taal heeft waarin men elkaar aanspreekt als broeders en zusters en spreekt van het nuttigen van een lichaam en bloed. Met de pijnbank in zicht willen mensen zo’n beschuldiging wel bevestigen.

Martelingen

Nu het bewijs wettig en overtuigend geleverd was, konden de martelaren van Lyon naar de arena vertrekken. De tekst gaat nog even door en vermeldt de enorme moed van de jonge slavin Blandina.

Haar aardse meesteres was één van de strijdende martelaren. Met haar vroegen wij ons af of Blandina door lichaamszwakte wel voldoende vrijmoedigheid zou hebben om haar geloofsbelijdenis vast te houden. Maar Blandina was zo vol kracht dat haar beulen er moe van werden; de beulen werkten van ’s ochtends tot ’s avonds, losten elkaar af en probeerden op alle manieren haar te folteren, maar ze erkenden dat ze verslagen waren, toen ze niets nieuws meer hadden om haar te martelen. Ze verbaasden zich erover dat haar verscheurde en opengereten lichaam nog ademde, en ze gaven toe dat één zo’n soort marteling voldoende was om iemands leven te beëindigen; laat staan dat iemand zo veel moordende martelpraktijken zou kunnen doorstaan.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.1.18; vert. Fahner.

De auteur van het ooggetuigenverslag noemt de meest afschuwelijke details over het lot van de martelaren van Lyon, die ik u vandaag besparen zal. Ik herinner me hoe geschokt ik was toen ik de tekst voor het eerst las. Het komt erop neer dat zes mensen in het amfitheater werden terechtegsteld. Sommige arrestanten zworen het christendom af maar keerden even later weer tot het geloof terug. In totaal stierven achtenveertig mensen, waaronder de bisschop, Potheinos. Gregorius van Tours kent hun namen. De Romeinse burgers zouden zijn onthoofd; achttien overleden in de gevangenis, mogelijk aan de verwondingen van de tortuur; en zes mensen dus in de arena.

Er waren overlevenden, zoals de auteur van het ooggetuigenverslag. En zij beriepen Eirenaios, die de nieuwe bisschop werd van Lyon – en een van de architecten van het vroege christendom. Maar dat is een ander verhaal.

Deel dit:

6 gedachtes over “De martelaren van Lyon

  1. Met het verhaal van de martelaren van Lyon in mijn achterhoofd ben ik tijdens mijn eerste boek aan Lyon, vorig jaar, vol verwachting naar het genoemde Amfitheater van de Drie Galliën, aan de voet van de heuvel Croix-Rousse getogen. Het is helaas echter in vrij deplorabele staat. Gedeeltelijk overgroeid en rommelig. Er leken wel een soort lichte herstelwerkzaamheden, dan wel een cosmetische opknapbeurt, in touw te zijn gezet. Er stonden gesloten hekken omheen, en er was een bouwkeetje. Ik ben er sinds die augustus, nog twee maal geweest, eind april voor het laatst. Er leek een klein kleine kermis of iets dergelijks te zijn gehouden onlangs. Verder leek de toestand vrijwel ongewijzigd, en evenzo afgesloten en dus ontoegankelijk. Jammer. Verder is de omgeving daar, een klein parkje, Jardins Fleuri, de domicile van veel hangfiguren en daklozen. Niet de mooiste buurt van de verder vooral prachtige boeiende stad. Er hang op slechte dagen nog de grimmige sfeer uit dat verre verleden.

    1. Romeinse burgers mochten, bij executie, hopen op een snelle dood door het zwaard, al weten we dat Galba eens een burger heeft laten kruisigen. Bij het proces was tortuur gangbaar; alleen de honestiores waren vrijgesteld. Juist in de jaren van de martelaren van Lyon verplichtte Marcus Aurelius tortuur voor humiliores.

    1. Die is vaak zinvol, maar dit is een ooggetuigenverslag en allerlei stereotype ficties, zoals de sensationele bekering van de beulen e.d., ontbreken. Ik denk dat het vrij accuraat is.

  2. Ben Spaans

    Volgens mij is dit de eerste keer dat ik een bronvermelding voor de martelaren van Lyon ben tegengekomen.

    Wat kon de diepe denker Marcus Aurelius toch naar uit de hoek komen…ga voortaan maar meer categorieën folteren…

Reacties zijn gesloten.