
In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is nog tot en met 25 augustus een expositie te zien over de Romeinse villa’s in het Nederlandse deel van Limburg. Ik wil er nog eens meer over bloggen, maar niet vandaag of deze week. Het museum toont stukken die in elk geval ik nog nooit eerder heb gezien, zoals dit zalfpotje ofwel balsamarium. Het is gevonden in Bocholtz, dus bijna op de grens van Nederland en Duitsland, aan de Romeinse weg van Heerlen naar Aken. Het bordje met uitleg vertelt dat het dateert uit de periode tussen pakweg 130 en 225 na Chr.
Net zoals het balsamarium uit Vlijtingen, in het Belgische deel van Limburg, heeft ook het balsamarium van Bocholtz de vorm van een mensenhoofd. Maar dit is niet zomaar een mensenhoofd: het is het portret van Antinoüs, de in 130 in de Nijl verdronken geliefde van keizer Hadrianus. De vorst liet nadien allerlei standbeelden voor de overledene oprichten, en er zijn ook munten aan hem gewijd. Een zalfpotje had ik echter nog nooit gezien.
Hoe zou het hier zijn gekomen? Een balsamarium is een typisch badhuisvoorwerp, maar ik zie zo snel geen reden waarom een villaeigenaar in Bocholtz zou willen denken aan de geliefde van een keizer in het verre Italië. Een keizer die, als de datering correct is, vermoedelijk al heel lang dood was. Het enige dat ik kan verzinnen is dat een soldaat – en gegeven de waarde van het voorwerp zal het wel een officier zijn geweest – het heeft meegenomen uit Italië.
En zo blijkt maar weer hoe weinig we over de Oudheid weten kunnen.
[Dit was het 462e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]
Zelfde tijdvak
Publius Annius Florusoktober 30, 2025
Marcus Aurelius (3): Religie en wetenschap in harmoniejanuari 13, 2024
De antieke watermolenmei 15, 2025

Ja wonderlijk, de Blokker was er nog niet en misschien waren mensen toch nog iets mobieler dan we misschien op het eerste gezicht zouden denken. Boeiend ook handelsstromen, dit verhaal vind ik ook zeer boeiend: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0305440309001289
Een ’terminus post quem’ hebben we, de reis van Hadrianus naar Egypte was in 130… maar waarom denk je eigenlijk “dat de keizer vermoedelijk al heel lang dood was”? op basis van de stijl van het balsamarium? Hadrianus stichtte in Egypte ook een stad genoemd naar zijn (verdronken) minnaar… zou het balamarium, net zoals dat met munten het geval was, een soort van propaganda kunnen zijn? Bvb dat het als geschenk werd gegeven voor een prestatie?
Dat de keizer vermoedelijk al heel lang dood was, baseer ik op de informatie van het museum, dat het voorwerp dateert tussen 130 en 225. Forse kans dus dat het na ‘Hadrianus’ dood in 138 was.
Antinoös werd na zijn dood door Hadrianus vergoddelijkt, en zijn beeltenis raakte verspreid over het gehele rijk (hoewel vooral het oosten en Italië). Dat een voorwerp met zijn portret in Limburg is gevonden is dus zo gek nog niet.
Het balsamarium boven draagt overigens een zogenaamde “nebris”, een dierenhuid die anders vooral werd gedragen door satyrs en maenaden; hiermee kan deze Antinoös ook in het domein van de god Dionysos worden geplaatst. Met zijn jeugdige en sensuele uitstraling werd Antinoös wel vaker als Dionysos afgebeeld, bijvoorbeeld in de prachtige buste “Lansdowne Antinoös”, gevonden in de villa van keizer Hadrianus in Tivoli. Dionysos leende zich bij uitstek goed voor voorwerpen en gebruiken die werden geassocieerd met natuurlijke rijkdom, (oosterse) luxe, en “otium” – welverdiende en – besteedde vrije tijd. Een mooi voorwerp met een diepere lading dus.