Het Colosseum (6): populaire gladiatoren

Muziek zoals ook in het Colosseum uitgevoerd moet zijn (Villa Dar Buc Ammera)

[Dit is het voorvoorlaatste van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

De meeste Romeinen waren dol op gladiatorengevechten. Velen gingen geheel op in deze demonstraties van mannelijkheid, kracht en onverschrokkenheid, zoals de Romeinse geschiedschrijver Tacitus aangeeft:

Hoeveel zijn er nog, die thuis over iets anders kunnen spreken? En waarover hoor je jonge mannen praten als je hun schoollokalen binnenloopt?noot Tacitus, Dialoog over de welsprekendheid 29.3.

Mannelijkheid, kracht en onverschrokkenheid: het waren de eigenschappen waarvan de Romeinen vonden dat zij er in royale mate over beschikten en er hun imperium aan dankten. Het bijwonen van gladiatorenshows gold als een manier om aan de dood te wennen, wat tijdens een veldslag van pas kwam. Weliswaar kwam ten tijde van keizer Tiberius de expansie van het rijk tot stilstand, maar de ideologie bleef bestaan. Konden de Romeinen hun stoerheid niet etaleren aan het front, dan konden ze hun onverschrokkenheid tonen door de dood in de arena gade te slaan.

Het verband tussen oorlog en gladiatorengevechten werd echter niet vergeten. Volgens Cassius Dio zag Rome nooit zo’n grootse show als in 107 na Chr., na de annexatie van Dacië.

Trajanus organiseerde spelen die 123 dagen duurden, waarin elfduizend wilde en tamme dieren werden afgeslacht en tienduizend gladiatoren strijd leverden.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 68.15,1; vert. Simone Mooij.

De liefde voor geweld

De liefde voor geweld werd Romeinen met de paplepel ingegoten. Letterlijk. Ik heb althans weleens gelezen dat in Pompeii een speenfles is gevonden met een afbeelding van een gladiator, maar ik heb het voorwerpje nooit ergens gezien en ken ook geen officiële publicatie. Hoe dat ook zij: van jongs af aan waren de Romeinen doordrenkt geraakt van de strijdcultuur en slechts weinigen vielen niet ten prooi aan de morbide betovering, hoewel sommigen het probeerden. Vergeefse moeite, zoals blijkt uit de Belijdenissen van de kerkvader Augustinus (354-430):

Nadat Alypius naar Rome was vertrokken om rechten te studeren, heeft hij zich daar op een onbegrijpelijke manier laten meesleuren door een onbegrijpelijke bevlieging voor de gladiatorenspelen. Hij was namelijk afkerig van dat soort dingen en verfoeide ze diep, maar toen hij toevallig eens enige vrienden en medestudenten ontmoette, die van hun middagmaal terugkwamen, hebben die hem, ondanks zijn heftige weigering en tegenstand, met vriendschappelijk geweld meegenomen naar het amfitheater, in de dagen dat daar de wrede moordspelen plaatsvonden.

Alypius zei: “Ook al slepen jullie mijn lichaam naar die plaats toe en zetten jullie het daar neer, mijn geest en mijn ogen kunnen jullie daarmee toch niet op die spelen vestigen! Ik zal er dus afwezig bij aanwezig zijn en daarmee zowel jullie als die spelen de baas zijn!”

De vrienden hoorden dat wel, maar namen hem er toch mee naar toe, misschien waren ze juist wel eens benieuwd om te kijken of hij dat klaar kon spelen. Ze kwamen aan en gingen zitten op plaatsen die nog vrij waren. Het hele amfitheater stond laaiend van gruwelijk genot. Alypius hield de deuren van zijn ogen dicht en verbood zijn geest naar buiten te komen en zo iets verkeerds te ontmoeten.

Had hij nu ook zijn oren maar dicht gestopt! Want bij de een of andere wending in het gevecht, toen een enorm geschreeuw van het hele publiek hem heftig schokte, liet hij zich door de nieuwsgierigheid overwinnen en denkend dat hij er wel op voorbereid was om wat daar ook gebeurde aan te zien en het toch met hooghartige verachting de baas te blijven, deed hij zijn ogen open en werd hij door een zwaardere stoot in zijn ziel getroffen dan die man die hij begeerde te zien in zijn lichaam opliep, en viel hij deerlijker neer dan de gladiator, om wiens val dat geschreeuw was opgegaan. Het was door zijn oren maar binnen gedrongen en had toen zijn ogen ontgrendeld: zo kwam er een plek bloot waar hij geraakt kon worden en aldus kon zijn geest ten val worden gebracht, die alsnog meer vermetel was dan sterk, en die te zwakker was omdat hij op zichzelf in plaats van op God zijn vertrouwen had gesteld.

Want mét dat hij daar bloed zag, dronk hij meteen een diepe teug onmenselijkheid in; hij wendde zich niet af, maar bleef kijken en de wilde razernij inzwelgen zonder nog van iets te weten, en verlustigde zich in het misdadig gevecht en bedronk zich aan bloedige wellust. Hij was al niet meer de man die daar was gekomen, maar één uit de massa bij wie hij was gekomen en voluit de metgezel van degenen door wie hij daar gebracht was.noot Augustinus, Belijdenissen 6.13; vert. Gerard Wijdeveld.

De keizer

De meeste keizers deelden in het enthousiasme van de aanwezigen. Dat verwachtten de Romeinen van hun vorst:

Bij geen ander schouwspel gedroeg Claudius zich informeler of ongedwongener, zozeer zelfs dat hij met het volk de goudstukken die de overwinnaars aangeboden kregen met uitgestrekte linkerarm op zijn vingers meetelde.noot Suetonius, Claudius 21.9; vert. Daan den Hengst.

Wanneer een keizer zich anders gedroeg, werd hem dat kwalijk genomen. Suetonius rekent tot Tiberius’ slechte daden dat hij een maximumgrens stelde aan het aantal gladiatorenparen dat mocht optreden.noot Suetonius, Tiberius 34.1. Ook al had Tiberius, die aan het front had gezien wat geweld inhield als het niet tot in de puntjes was geregisseerd, een afkeer van gladiatorengevechten, als keizer moest hij aanwezig zijn. Gladiatorengevechten boden de vorst immers een uitgelezen gelegenheid de eigen macht te onderstrepen: met een simpel gebaar besliste hij over leven en dood. Dat was ook de reden waarom Domitianus bepaalde dat alleen de keizer zulke schouwspelen mocht organiseren: hij wilde niet dat anderen zich even machtig betoonden als hun soeverein.

Graffito van een populaire gladiator (Colosseum)

De vorst kon zich in het amfitheater ook geliefd maken met uitdelingen, of zijn onderdanen door middel van borden op de hoogte brengen van nieuwe regelgeving. De derde-eeuwse keizer Gallienus begreep ook hoe hij moest omgaan met de menigte. Hij maakte het publiek aan het lachen:

Toen hij een kolossale stier de arena had in gestuurd en een jager erop was afgegaan om hem neer te schieten, maar hem na tien pogingen nog niet had gedood, liet Gallienus hem toch een krans geven. Toen iedereen zich verbaasd afvroeg waaraan die kluns dat wel niet te danken had, liet hij zijn heraut meedelen: “Het is heel moeilijk een stier zo vaak te missen!”noot Historia Augusta, Gallienus 12.2-4.

Sexappeal

Zoals we al zagen, waren gladiatoren populair. Weliswaar hadden velen een misdaad op hun geweten, maar ze riskeerden onverschrokken hun leven en daarvoor hadden Romeinen altijd respect. En niet alleen de mannen, zoals blijkt uit een graffito uit Pompeii:

Crescens de Retiarius verstrikt ’s nachts de meisjes in zijn netten.

Op een andere muur was te lezen:

Meisjesdroom: Celadus de Thraciër, driemaal overwinnaar, driemaal gekroond.

De satirische dichter Juvenalis vertelt hoe de echtgenote van een senator haar man in de steek liet om haar idool achterna te reizen naar Alexandrië:

Door wie z’n jeugd en charme is zo’n hartstocht
bij Eppia ontbrand? Voor wie verdraagt zij
bespot te worden als “de gladiatrice”?
Kijk, kijk: ’t is Sergius. Nauwelijks meer baard
en ook al ongeschikt verklaard, sinds hem
een arm werd afgeslagen bij het vechten.
En er mankeert veel meer aan hem: zijn schedel
is door zijn helm gedeukt, er zit een wrat
voorop zijn neus tussen twee immer natte
en rood ontstoken ogen. Maar hij was
ooit gladiator en dat geeft zo’n glans
dat vaderland, familie, huis en haard
haar onverschillig zijn; zij is verliefd
op ’t ijzer van zijn zwaard, want als die sukkel
dat zwaard niet had, had ze hem nooit gebliefd!noot Juvenalis, Zesde satire 103-112; vert. Marietje D’Hane-Scheltema.

Veel gladiatoren hadden een vriendin of waren, als ze vrij waren geboren, getrouwd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit dit grafschrift van een gladiator:

Glaucus van Modena vocht zevenmaal en stierf in z’n achtste gevecht. Hij leefde drieëntwintig jaar en vijf dagen. Samen met zijn fans richtte Aurelia dit gedenkteken op voor haar echtgenoot, die het verdient. Ik adviseer jullie uit te gaan van eigen kracht, en niet te vertrouwen op het Lot, waardoor ik ben misleid. Veel geluk en vaarwel.noot EDCS-04202522.

[Wordt vervolgd]

Deel dit:

4 gedachtes over “Het Colosseum (6): populaire gladiatoren

Reacties zijn gesloten.