De martelaren van Lyon

De onderaardse ruimte waar de martelaren van Lyon gevangen zouden zijn gehouden.

Meestal blog ik op zondagmorgen over het Nieuwe Testament, maar vandaag neem ik een verwant onderwerp ter hand: de eerste christenen in Gallië – meer in het bijzonder die in de stad Lyon ten tijde van keizer Marcus Aurelius (r.161-180). Als we kijken naar wat latere informatie, zien we dat de christelijke gemeenschappen zich meestal bevinden in steden die niet al te ver van de grote wegen liggen. Het is geen woeste conclusie dat het nieuwe geloof zich door de Provence had verspreid langs de Via Domitia en stroomopwaarts langs de Rhône vanuit Arles naar Vienne en Lyon en daarvan dan richting Reims of via Metz naar het Rijnland.

We weten zeker dat er in Lyon al rond het midden van de tweede eeuw christenen leefden. Een in 1974 ontdekt grafschrift is evident christelijk. Het is gesteld in het Grieks, wat suggereert dat migratie een rol speelde. De contacten met het oosten bleven bestaan: de straks te noemen bisschop Eirenaios werd uitgenodigd om uit het oosten te komen.

Lees verder “De martelaren van Lyon”

Het Colosseum (4): executies

Een van de executies in een amfitheater (Museum van El-Djem)

[Dit is het vierde van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Ik vertelde in het vorige blogje dat een dag in het Colosseum begon met jachtpartijen, vervolgde met executies en eindigde met gladiatoren. In dat vorige blogje beschreef ik de jacht. Hadden de dieren elkaar of de jagers de dieren afgemaakt, dan waren dus de misdadigers aan de beurt. Wellicht is dit het moment om even een trigger warning af te geven, want wat nu gaat volgen, is onprettige lectuur.

De eerste executies ad bestias, door beesten, vonden volgens Valerius Maximus plaats in 146 en 168 v.Chr.:

Nadat hij het Karthaagse Rijk te gronde had gericht, wierp Publius Cornelius Scipio Aemilianus deserteurs van niet-Romeinse afkomst voor de wilde beesten tijdens spelen die hij aanbood aan het volk, en toen Lucius Aemilius Paullus koning Perseus van Macedonië had overwonnen, legde hij mensen met dezelfde afkomst en schuld voor de olifanten om te worden vertrapt.noot Valerius Maximus, Gedenkenswaardige daden en uitspraken 2.7.13-14.

Lees verder “Het Colosseum (4): executies”

Apollo en Marsyas

Apollo met het hoofd van Marsyas (Torlonia-collectie)

Volgens de Griekse mythen was Marsyas een satyr: een meestal vrolijk natuurwezen met puntoren en een paardenstaart. Hij kon goed spelen op de diaulos (een dubbel fluit) en daagde op een dag de god Apollo uit: wie was de beste musicus? Een beetje een rare wedstrijd, want Apollo speelde lier, maar goed, het is een mythe. Apollo won en strafte vervolgens de arme Marsyas door hem aan een boom te binden en te villen. Er zijn diverse kopieën van de marteling van Marsyas: ik heb ze gezien in het Louvre, in de Glyptothek in München, in de Capitolijnse Musea en in de archeologische musea van Istanbul. Het was voor een kunstenaar een buitenkansje om zijn beheersing van de anatomie te tonen.

Het bovenstaande beeld behoort tot de Torlonia-collectie waartoe ook de Euthydemos en het meisje van Vulci behoren. Het toont Apollo met de huid van Marsyas in de hand. Het is een zogeheten pastiche: het is samengesteld uit onderdelen van klassieke standbeelden die eigenlijk niet bij elkaar horen, maar zijn samengevoegd tot een nieuw geheel.

Lees verder “Apollo en Marsyas”

Een kruisiging is niet grappig, nooit

(©NPO/NTR)

Mensen worden nog liever beschuldigd van diefstal of brandstichting dan van het feit dat ze humorloos zouden zijn, maar het is niet anders: ik kan niet lachen om een kruisiging. Het plezier dat ik aanvankelijk had in Life of Brian, was er vanaf toen de gemartelden in zingen uitbarstten.

Dat heeft niets te maken met blasfemie. Als er een god is, staat die wel boven menselijke plaagstoten. Het heeft alles te maken met medelijden met de mensen die op een afschuwelijke wijze worden doodgepijnigd.

Lees verder “Een kruisiging is niet grappig, nooit”

De joden & christenen van Tom Holland (2)

De sarcofaag van de gemartelde Makkabeeënbroers (St Andreas, Keulen)

Tom Holland over farizeïsme

Ik legde al uit dat Tom Holland (a) het christendom origineler en onjoodser presenteerde dan het feitelijk was als hij stelt dat een godgeworden mens iets nieuws was en dat hij (b) het jodendom ten onrechte reduceert tot boekengeloof. Zijn christelijke visie op het jodendom hindert hem vaker. Hij schrijft bijvoorbeeld dat de bepalingen in de Wet van Mozes over de priesterlijke reinheid niet alleen golden voor de priesters maar voor alle kinderen van Israël. Dit is farizeïsme en daarom een voorloper van het rabbijnse jodendom, maar mag niet worden gegeneraliseerd. In elk geval Jezus’ halachische opvattingen wijken hier sterk van af en Paulus zou zich er weinig van aantrekken. Het christendom is niet ontstaan omdat de gelovigen braken met de Wet van Mozes, maar omdat ze (net als veel andere joden) de farizese innovatie afwezen.

Holland noemt de Wet famously strict, wat perfect aansluit bij de aloude christelijke framing van het jodendom, namelijk dat de Wet iets was wat moest worden overwonnen, terzijde geschoven en vervangen door een liefdesgebod. Een historicus kan deze christelijke polemiek tegen het jodendom vanzelfsprekend niet zomaar overnemen als historisch feit. Dat zou naïef positivisme zijn.

Lees verder “De joden & christenen van Tom Holland (2)”

“Eine ganz kleine Clique”

Enkele leden van de “ganz kleine Clique”

Om Hitlers woorden te bevestigen dat er slechts “eine ganz kleine Clique” van samenzweerders was geweest, arresteerden de Nazi’s de komende dagen slechts 700 mensen, waarvan er maar 200 zouden worden geëxecuteerd, meest door ophanging aan een dunne draad die de cipiers cynisch een pianosnaar noemden. De documenten die tegenwoordig worden getoond in het Bendlerblock, bewijzen dat de “Sonderkommission des Reichssicherheitshauptamtes zur Aufklärung des Anschlags auf Hitler” al op 24 juli begreep hoe het complot in elkaar had gezeten.

Of beter: men had hoofdlijnen herkend en kon die documenteren. Omdat wij deze rapporten nog altijd bezitten, vormt het Nazi-onderzoek nog steeds een leidraad voor ons begrip van de gebeurtenissen op 20 juli 1944. Wat de onderzoekscommissie niet hoefde documenteren, zoals wat er was gebeurd op de Wolfsschanze in de uren na de aanslag, is dus niet zo goed bekend. Een ander probleem is dat wat wél bekend is, is gebaseerd op de verklaringen van gearresteerden die waren gemarteld en probeerden het leven redden. Ze hebben dingen gezegd om de Gestapo naar de mond te praten. Zoiets geldt bijvoorbeeld Berthold von Stauffenberg, die heeft verteld dat hij en zijn broer het Führerprincipe, “völkische” ideeën, de bestrijding van de geest van de grote steden, de opvattingen over ras en het verlangen naar een door de Duitsers zelf bepaalde rechtsordening hadden gedeeld. Er is aanvullend bewijs dat de Von Stauffenbergs aanvankelijk sympathiseerden met het nationaalsocialisme, maar een passage als deze is op zichzelf weinig bewijs (testis unus, testis nullus).

Lees verder ““Eine ganz kleine Clique””

20 juli 1944

De aan de mislukte aanslag van Von Stauffenberg gewijde expositie in het Bendlerblock in Berlijn

Aanstaande zaterdag is het vijfenzeventig jaar geleden dat in Berlijn een staatsgreep mislukte. De moed van de coupplegers, waarvan graaf Claus von Stauffenberg de bekendste is, grensde aan het ongelooflijke: met een handvol mensen wilden ze de macht overnemen in een van de machtigste industriële staten ter wereld, terwijl in volle oorlogstijd alle veiligheidsmaatregelen op scherp stonden. Het was vrijwel uitgesloten dat het zou lukken. Dat het team niet bepaald bestond uit ras-democraten, doet aan hun verdienste niet af: ze hebben het geprobeerd.

Klein als hun kansen waren, helemaal nul waren die niet. Eén voordeel was dat de samenzweerders werkten vanuit het Bendlerblock, een legerhoofdkwartier waar de Nazi’s niet meteen zouden zoeken en waar ze beschikten over alle relevante informatie. Ook hun plan was goed. Eerst zouden ze Adolf Hitler met een bomaanslag doden, wat hoe dan ook zou leiden tot veranderingen in het Duitse opperbevel. Zelfs als de nieuwe leiders de oorlog wilden voortzetten, zouden dat mensen zijn die nog respect en erkenning moesten afdwingen. Dat zou leiden tot verzwakking van de Duitse oorlogsinspanning en de kans vergroten op onderhandelingen met de geallieerden.

Lees verder “20 juli 1944”

Achter de schermen van een AZC

Maqsood heeft geen oogwit meer. Zijn oogballen zijn rood en die verftechniek is ontworpen door de gevangeniscipiers van zijn thuisland: je stopt iemand vijftien dagen in een donkere cel die niet groter is dan de lift in een goedkoop voorstedelijk appartement, en in die cel wordt er non-stop pepperspray verstoven zoals de geur van een dennenbos in een modale WC.

Maqsood is een van de asielzoekers die Dimitri Verhulst portretteert in zijn novelle Problemski Hotel. De vader van de Kasjmiri werd voor zijn rode ogen doodgemarteld, zijn kinderen ondergingen dezelfde behandeling en het lot van Maqsoods echtgenote is te walgelijk om hier opnieuw te worden beschreven. Verhulst heeft het niet uit zijn duim gezogen: in december 2001 heeft hij, om zich te documenteren voor een reportage in het Vlaamse literaire tijdschrift Deus Ex Machina, een week als Cubaans asielzoeker meegeleefd in het opvangcentrum te Arendonk.

Lees verder “Achter de schermen van een AZC”

Driemaal de Iraanse Revolutie: David Danish

Militair ereveld, Qazvin
Militair ereveld, Qazvin

Zelden nam een auteur zijn personages harder te pakken dan David Danish de hoofdfiguur van De zelfmoordacademie, Ali. In de psychiatrische inrichting waar hij wordt verpleegd ontmoet hij de labiele Leyla, met wie hij een relatie begint; ze blijkt zwanger en wil een abortus, maar er is geen geld – reden voor Ali om toe te treden tot de zelfmoordeenheden die Iran inzette tijdens de oorlog tegen Irak (1980-1988), want als hij sneuvelt, zal Leyla een uitkering krijgen die voldoende is voor de ingreep. Dat is nog maar het begin van een reeks verwikkelingen die Ali uiteindelijk brengen naar het ‘Kamp der Martelaren’ waar zelfmoordstrijders worden opgeleid die zullen worden ingezet in de strijd tegen het Westen.

Waanzin, abortus, oorlog en terrorisme: elk van deze onderwerpen alleen al zou voldoende zijn geweest voor een zelfstandige roman, maar Danish is ambitieuzer en heeft nog meer ellende verwerkt in De zelfmoordacademie. Zo worden we ook geconfronteerd met antisemitisme, chantage, dakloosheid, diefstal, dierenmishandeling, druggebruik, gebroken gezinnen, gifgas, honger, incest, marteling, mishandeling, moord, oorlogsmisdrijven, overspel, politieke manipulatie, prostitutie, racisme, religieuze vervolging, sadisme, steniging, verkrachting en – inderdaad – zelfmoord.

Lees verder “Driemaal de Iraanse Revolutie: David Danish”