De wierookroute (3)

De Bahira-moskee in Bosra heeft de vorm van een Romeinse basiliek. De Bahira-legende veronderstelt dat rond 600 de oude karavaanweg nog altijd in gebruik was.

[Het thema van de Romeinenweek is mobiliteit en ik heb de afgelopen dagen al enkele aspecten behandeld. Dankzij de DNA-revolutie weten we nu dat er in oude tijden veel meer mobiliteit is geweest dan we lange tijd hebben aangenomen. De netwerken waren ook veel wijder dan we dachten. Ik ga daarom nog eens in op de Wierookroute, waarover ik in 2016 het onderstaande publiceerde in het tijdschrift Hermeneus. Het eerste deel was hier.]

Van Mekka naar Bosra

De christenen, die in de loop van de vierde en vijfde eeuw meer invloed kregen op de Romeinse samenleving, beschouwden het branden van wierook als een vorm van afgodendienst en waren er lange tijd terughoudend mee. De handel in geurstoffen leed eronder en er waren grote sociale veranderingen op het Arabische Schiereiland – meestal niet ten goede. De islamitische verhalen over het onrecht tijdens de Jahiliyyah (de “tijd der onwetendheid” voor de profeet Mohammed) lijken echo’s te bevatten uit deze periode van maatschappelijke onrust.

Deze troebelen liggen buiten het bestek van dit artikel, maar één gebeurtenis verdient vermelding: volgens Ibn Ishaq, de biograaf van Mohammed, rukte in het derde kwart van de zesde eeuw een Himyaritisch leger op naar Mekka. Omdat een olifant was meegelopen, heette het zuidelijke deel van de Wierookroute sindsdien “Olifantenweg”. Het incident zelf is onbelangrijk, maar bewijst dat de antieke handelsroute nog altijd in gebruik was en zelfs de capaciteit had complete legers heen en weer te laten trekken.

Het noordelijke deel van de Wierookroute werd iets later gebruikt door kooplieden als Mohammed, die via Yathrib en de steden van Jordanië naar het noorden trokken om handel te drijven in Bosra bij Damascus. Volgens de islamitische Bahira-legende wist een christelijke monnik uit Bosra de jonge koopman te identificeren als de gezant van God. Hoewel er vraagtekens zijn geplaatst bij de historiciteit van deze eveneens door Ibn Ishaq overgeleverde gebeurtenis, impliceert ze dat de noordelijke karavaanweg ook na het wegvallen van de vraag naar wierook niet in verval was geraakt.

In 629 en 630, kort voor de dood van Mohammed, marcheerden Arabische legers over deze weg vanuit Yathrib naar het noorden om te strijden met de Byzantijnen. Hoewel beide expedities op niets opliepen, bewijzen ze dat alles langs de oude Wierookroute nog steeds voldoende functioneerde om grote groepen soldaten in staat te stellen heen en weer te trekken, en dat zien we ook gebeuren in de verwarde jaren na de dood van de profeet. De wegen lagen er nog, klaar om de expansie van de islam mogelijk te maken en klaar om te worden gebruikt door generaties pelgrims op weg naar Yathrib/Medina en Mekka.

Van diversiteit naar eenheid

Eeuwenlang zijn kooplieden van Oman naar Jemen gereisd en daarvandaan naar Heroönpolis en Alexandrië of Petra en Gaza, en verder naar Mesopotamië, Syrië of het Middellandse Zeegebied. Langs de weg waren er allerlei soorten culturele uitwisseling: handel natuurlijk, maar de wegen van Arabië werden tevens gebruikt door legers, landverhuizers, herders en hun kuddes, pelgrims of mensen die gewoon bij familie op visite gingen.

Door dit soort contacten werden aloude verschillen steeds irrelevanter, zoals de tegenstelling tussen de bewoners van de steden in Jemen en de nomadische Arabieren: iedereen ging zich Arabier noemen. Deze etnische eenwording van het schiereiland en, daarmee gepaard, de politieke unificatie en de opkomst van de islam vormden, zo bezien, het laatste stadium van een unificatieproces dat was begonnen toen de dromedaris werd gedomesticeerd en de Mediterrane wereld verslaafd raakte aan de geur van wierook.

Literatuur

Onder de algemene introducties tot het oude Arabië zijn J.F. Breton, L’Arabie Heureuse (Paris 1988) en R.G. Hoyland, Arabia and the Arabs (London en New York 2001). De archeologie van Saoedi-Arabië en het ontstaan van de pelgrimswegen was het onderwerp van een grote expositie in het Louvre in 2010. De catalogus, Routes d’Arabie, is samengesteld door B. André-Salvini. Over Romes oostelijke handel is er R. McLaughlin, The Roman Empire and the Indian Ocean (Barnsley 2014). De Farasan-inscripties zijn behandeld door C. Phillips e.a. “Une inscription latine de l’archipel Farasan (sud de la mer Rouge) et son contexte archéologique et historique” in: Arabia 2 (2004) 143-192.

8 gedachtes over “De wierookroute (3)

  1. Wat is dit weer een super-interessante serie! Dank! Ook dank aan de commentatoren trouwens. Heerlijk, dit soort dwarsverbanden tussen feiten die je misschien afzonderlijk wel weet, maar waarvan de context nog niet helemaal duidelijk was. Ik zit op het puntje van mijn stoel te lezen.

  2. jan kroeze

    ja prachtige serie weer!
    ik wist niets van wierook (ja vroeger in de katholieke kerk).
    mijn dank hiervoor.
    oh ja en straks het visioen, jouw boek lezen!!!

  3. eduard

    Een leuke serie over een in mijn ogen wat verwaarloosd onderwerp. Ik heb alleen één bezwaar, die versmelting van de bewoners van het Arabische schiereiland tot een volk genaamd de Arabieren heeft waarschijnlijk niet vóór de komst van de islam plaatsgevonden, maar pas daarna, zie het interessante boek van Peter Webb over de ethnogenese van de Arabieren in zijn “Imagining the Arabs”.

  4. eduard

    Dat zou ik mijzelf net noemen, maar toen ik Hoylands versie met Arabisten deelde kreeg ik meteen de wind van voren, en Webb’s verhaal is inderdaad heel overtuigend (hoewel vaak nogal omstandig en sociologisch geformuleerd). Hij plaatst alle Arabische bronnen, ook de voor-Islamitische poezie, in de late 8ste, 9de en vroege 10de eeuw, toen de orale tradities voor het eerst geredigeerd, gecensureerd en geïnterpreteerd werden, en hoewel de moderne geschiedschrijving niet helemaal blind was voor die projectie van de latere Arabieren op hun verleden, bleef men toch grosso modo hun voorstelling van een voor-islamitisch, Arabisch volk volgen.

    1. O wat leuk!

      Overigens zou ik, als archeoloog, niet onder de indruk zijn van de kritiek van filologen. Omgekeerd ook niet. De twee vakterreinen zijn uit elkaar gegroeid en interdisciplinariteit is in de praktijk de afstand die de ander naar de spreker moet afleggen.

Reacties zijn gesloten.