Cairns en brochs en Skara Brae (2)

Cairn Whiteford Hill, Orkney

[Tweede en laatste blogje van het verslag dat Arnold den Teuling van zijn reis door Schotland. Het eerste was hier.]

We maken nu een flinke sprong terug in de tijd, naar het Late Neolithicum, d.w.z. het midden van het vierde millennium v.Chr., met talloze voorbeelden van cairns, grafmonumenten bestaande uit keien, maar met een of meer grafkamers. Deze kennen we ook uit Bretagne en het Zweedse eiland Gotland, en ze zullen ongetwijfeld op meer plaatsen te vinden zijn. Ze dateren uit dezelfde periode als de hunebedden op het Noord-Europese vasteland. Uit dezelfde tijd dateren stone circles, die ouder zijn dan Stonehenge en Avebury, en ook in rijen opgestelde stenen die ouder zijn dan de alignements van Carnac in Bretagne.

Skara Brae

Maar het meest spectaculair is toch onmiskenbaar het neolithische dorp Skara Brae op de westkust van het Mainland van Orkney. Het is om onbekende redenen vrijwel intact verlaten, nadat het drie of vier eeuwen bewoond was geweest. Zelfs de aardewerk potten stonden nog in hun rekken toen het halverwege de negentiende eeuw werd ontdekt. Door een storm was het zandduin erbovenop weggeblazen, en een deel van het dorp is ook in zee gespoeld.

Skara Brae, Orkney

De huizen zijn cirkelvormig, en de dakconstructie is onbekend, al doet de vondst van enkele walvisbotten het gebruik als dakspanten vermoeden. Er is een bezoekerscentrum met een instructieve expositie en een reconstructie op ware grootte bij, en ook het huis van de landeigenaar en ontdekker is toegankelijk voor bezoekers.

De overeenkomst met Pompeii ligt voor de hand, al hebben we hier niet met vulkanisme te maken. Later zijn er meer resten van dergelijke dorpen geïdentificeerd, maar minder goed bewaard. Opmerkelijk is dat we uit dezelfde tijd andere overblijfselen hebben, zoals de stone circles van Stenness op elf kilometer van de nederzetting en grafmonumenten in de vorm van cairns.  Bij de Nederlandse hunebedden zijn nog steeds geen nederzettingsresten gevonden.

Stone Circle, Stenness, Orkney

De Bronstijd in Schotland

Er heeft net als elders in Europa en ook ongeveer gelijktijdig een duidelijke cultuuromslag naar de Bronstijd plaatsgevonden, zoals de overgang van begraving naar lijkverbranding. Of dat met migratie gepaard is gegaan, is ook in Schotland niet duidelijk. De cairns werden kennelijk met eerbied bejegend en benut voor bijzettingen van urnen. Ik had nog een cairn op het eiland Hoy willen bezoeken, maar het stormachtige weer heeft dat helaas verhinderd.

Latere bijzettingen zijn ook aangetroffen bij een groep cairns bij Kilmartin aan de westkust van het vasteland. Een stone circle completeert het complex. Kilmartin heeft een prachtig museum, waarin behalve de Prehistorie ook de overgang van Pictisch naar Keltisch en naar het christendom was te zien. Op de begraafplaats er vlakbij was bovendien een soort abris gebouwd met grafstenen vanaf de Pictische tijd tot ca 1500.

Eén van de Nether Largie Cairns, Kilmartin

Kruisen

Uit de Vroege Middeleeuwen dateren talloze voor-christelijke gebeeldhouwde stenen, voorzien van reliëfs. De oudste dateren van omstreeks 600 na Chr., tussen de zevende en de negende eeuw werden ze, na de overgang tot het christendom, door stenen kruisen opgevolgd, eveneens voorzien van beeldhouwwerk. In diverse lokale musea zijn ze opgesteld, o.a. Meigle en St. Vigean’s, maar ook de grotere musea hebben soms uitgebreide collecties.

Dupplin Cross, verplaatst onder de zadeldaktoren van St. Serfs kerk in Dunning.

Sommige  monumenten in situ zijn van een glazen beschermconstructie voorzien, waardoor ze niet meer fatsoenlijk te fotograferen zijn, zoals Sueno’s Stone in de buurt van Elgin. Een aantal is ook verplaatst naar een lokale kerk of kapel. Keills Chapel op de punt van een schiereiland heeft er een, waar ik niet bij kon komen, omdat het stenen boogbruggetje over een beekje geen voertuigen zwaarder dan drie ton aan kon, en mijn buscamper drie-en-halve ton weegt. Een tocht per vouwfiets van tweemaal vijfentwintig kilometer paste niet in mijn reisschema en parkeergelegenheid bij de brug was er ook niet.

Dupplin Cross, detail. De harpspeler heeft de harp op de verkeerde schouder: de hand bij de schouder waarop de harp steunt, speelt de hoge snaren, niet de lage. Of de fout van de beeldhouwer stamt of van zijn voorbeeld (in een manuscript?) is niet na te gaan.

Het Dupplin Cross stond wel in een kerk. De ruïne van Hexham Abbey, vlakbij de Muur van Hadrianus had een soortgelijke afbeelding van een paar eeuwen later. Op het eind van de reis heb ik nog een stel stenen kruisen, deels fragmentarisch, gezien in het museum van de twaalfde-eeuwse kathedraal van Durham.

Harpspeler in de twaalfde eeuwse Hexham Abbey. De harp staat hier op de knieën van de speler, gedetermineerd als koning David, maar verder is de stijl in 300 jaar nauwelijks veranderd.

Durham, vlakbij Newcastle, was het toevluchtsoord van de monniken van Lindisfarne, na de Viking-overval in 793. Daarheen hebben zij de relieken van Sint-Cuthbert in veiligheid gebracht. Vikingen hebben in de eeuwen daarna heel Noord-Engeland en Schotland gekoloniseerd, zoals ook aan plaatsnamen duidelijk herkenbaar is. Thursby,“Thors dorp”, in het Lake District vond ik de opvallendste. De Viking-brough (broch) van Birsay, West-Orkney, had als eerste geen rond, maar een rechthoekig grondplan.

Kruisfragmenten, Museum van Durham Cathedral

Orkney behoorde tot aan de verovering door een Schotse koning laat in de middeleeuwen bij het Noorse rijk. Daarna werd de Noorse taal ook geleidelijk (?) verdrongen door het Gaelic. De overheersing van het Engels dateert pas van na de definitieve afgedwongen “union” in 1703. Anders dan in Nederland is de opeenvolging van talen in Schotland duidelijk waarneembaar in het cultuurgoed.

[Dank je wel Arnold!]

Deel dit:

4 gedachtes over “Cairns en brochs en Skara Brae (2)

  1. Dirk Zwysen

    Van de 12 000 stenen kruisen die het Britse landschap sierden, zouden er nog zo’n 2 000 resten. De andere vielen ten prooi aan beeldenstormers of de elementen. Kruisen werden opgericht door Kelten, Vikingen en in revival-periodes door Victorianen. Je vond ze op marktpleinen, op plekken waar rondreizende priesters preekten, langs de lychways – de route van afgelegen gehuchten naar het kerkhof en uiteraard daar ook. Waarschijnlijk waren de afbeeldingen op de oude kruisen beschilderd, al is daar nooit bewijs voor gevonden. Heel wat kruisen die vandaag rechtopstaan zijn samengesteld uit resten van verschillende kruisen.

    In noordelijk Nederland zijn er wellicht minder te vinden, maar in Vlaanderen komen houten wegkruisen (natuursteen is niet voorhanden) vaak voor. In de Ardense wouden kan je op de meest afgelegen plekken op verweerde exemplaren stoten. Het is altijd boeiend om de verweerde inscripties te ontcijferen en stil te staan bij de drama’s die ze herdenken: een misdaad of ongeval honderden jaren terug.

  2. “Latere bijzettingen zijn ook aangetroffen bij een groep cairns bij Kilmartin aan de westkust van het vasteland. Een stone circle completeert het complex.”

    Kilmartin is inderdaad een prachtige plek, met een heel leuk en goed museum. Maar je beschrijving is wel erg kort. Naast de cairns heb je niet één steencirkel, maar twee naast elkaar. Verder nog een korte steenrij, een henge (gracht/wal systeem zonder stenen) en een unieke steenformatie in de vorm van een X (Nether Largie). Echt een schitterende plek van een megalietenliefhebber om een dag door te brengen.

    Verder: “ook in rijen opgestelde stenen die ouder zijn dan de alignements van Carnac in Bretagne.” Ik neem aan dat je het hier onder andere over de “Hill o many stanes” hebt. De dateringen die ik hiervoor ken beweren het tegendeel, maar ik moet daar gelijk bij zeggen dat beiden erg speculatief zijn. Voor Carnac ken ik dateringen van 5000 v. Chr tot 3000 v. Chr, de Hill o many stanes 2000 v. Chr. Ik ben erg benieuwd naar de dateringen die jij kent.

  3. Onno Kosters

    Dank voor de twee mooie blogs. Eén correctie: het onderschrift ‘Stone Circle, Stenness, Orkney’ klopt niet: dit is een foto van een deel van Ring of Brodgar, aan de westkant van The Ness of Brodgar. De Stones of Stennes liggen aan de oostkant. (Onze ze B&B afgelopen zomer lag er precies tussenin.)

  4. Vermoedelijk heb ik de twee stone circles verwisseld. Ik ben er op dezelfde dag geweest, en ik sorteer de foto’s per dag.
    In Kilmartin is inderdaad veel meer te zien, maar ik heb niet alles opgesomd.
    Mijn datering van de Hill o many stanes komen van de uitlegborden van de Scottish historical society. In het algemeen zijn die instructief, en voor zover ik kan beoordelen erg goed.
    In Nederlands Limburg zijn de wegkruisen die ik daar ken meestal van gietijzer.

Reacties zijn gesloten.