
Mijn rondreis door Schotland had als verste doel het blootgekomen neolithische dorp Skara Brae op Orkney’s Mainland, het grootste van de eilandengroep Orkney-eilanden. De nog noordelijker gelegen Shetland-eilanden en de Outer Hebrides vielen buiten het reisplan. In grote lijnen was het plan langs de oostkust naar het noorden via Edinburgh, en terug langs de westkust met het eiland Skye en Glasgow, en dan weer terug naar de veerboot in Newcastle-upon-Tyne.
Historische resten uit de Middeleeuwen en later bestaan veelal uit de ruïnes van burchten, vervallen na politieke verwikkelingen en verandering van de eindeloze oorlogvoering, en van abdijen en kerken, die na de reformatie geheel of gedeeltelijk zijn gesloopt. Geholpen door het lidmaatschap van de Scottish Historical Society heb ik er in mijn zevenweekse rondreis talloze van bezocht. De reis ging natuurlijk ook door een overweldigend landschap.
Tijdperken
Maar dit stuk gaat over de Prehistorie, met voorbijgaan van Romeinse sporen, die ik in een eerder stuk heb besproken. Omwille van een ordelijk verhaal ga ik min of meer uit van de reisroute, maar heb ik die thematisch aangepast.
Om het Festival van Edinburgh in augustus en het bijbehorende gebrek aan kampeergelegenheid te vermijden begon de eigenlijke reis met het National Museum in Edinburgh, met een indrukwekkende collectie die de Prehistorie tot en met de Middeleeuwen beslaat, met als laatste hoogtepunten twee harpen uit de zestiende eeuw, van hetzelfde model als de oudere, gebeeldhouwde afbeeldingen op het Dupplin Cross en in Hexham Abbey, zie het volgende blogje.

Nog niet gehinderd door enige kennis over wat mij de rest van de reis te wachten stond, werd ik geconfronteerd met de verschillen en overgangen tussen Late Steentijd, Bronstijd en IJzertijd, niets bijzonders dus, behalve dat de IJzertijd een paar eeuwen later begon dan in de rest van Europa. Wel bijzonder waren de overgangen van de Picten en hun voorgangers naar de Ieren en de Vikingen. Het bekijken van deze collectie heb ik over twee dagen verdeeld, maar pas tijdens de rest van de reis heb ik de consequenties van deze overgangen in monumenten, taal en cultuur begrepen.
De IJzertijd in Schotland
Burchten uit de IJzertijd kennen we uit heel Europa. De dubbele burchtheuvels Caterthuns bij Edzell, Angus, hebben funderingen van cirkelvormige bouwwerken bewaard, die ik niet van elders kende.

Uit dezelfde periode dateren zogeheten earth houses, ook bekend uit Frankrijk als souterrains. De ondergrondse structuur is eveneens een min of meer cirkelvormige gang met een eigen ingang, die vermoedelijk buiten het eigenlijke, niet bewaarde huis ligt. Mogelijk lag de toegang toch binnen het woonhuis, maar echt duidelijk is dat niet. De functie ervan is evenmin duidelijk; uiteraard werd er wel een religieuze betekenis aan toegekend, hoewel daar geen spoor van bewijs voor is. De waarschijnlijkste hypothese is toch dat het om voorraadkelders gaat, waarin voorraden in potten werden opgeslagen.

De bevolking uit de IJzertijd kennen we via Romeinse geschriften als Picti. Of dat betekent dat ze zich bijvoorbeeld met oorlogskleuren beschilderden of tatoeëerden is mij niet bekend. Het kan zijn dat Picten hun eigen naam voor hen was, zo ongeveer als Samen en Inuit, en dat de Romeinen dat verbasterd hebben en van hun eigen betekenis “bontbeschilderd” voorzien. De Picten spraken een ons onbekende taal, die na Ierse kolonisaties en de overgang naar het christendom tussen de zevende en de negende eeuw is verdrongen door het Keltische Gaelic. Dat wordt nog steeds gesproken in Noord-Schotland, vooral in landelijke gebieden, maar volgens een enquête van een paar jaar geleden werd het ook in een stad als Inverness nog door 8% als eerste taal gesproken, en niet alleen door ouderen. De Ierse invloed zullen we in het volgende blogje opnieuw tegenkomen.

Brochs
Opmerkelijke bouwwerken uit de wat latere IJzertijd zijn de zogenaamde brochs. Het woord is Keltisch en uiteraard verwant met borg en burcht. Het zijn indrukwekkende massieve, ronde bouwsels met een dubbele natuurstenen buitenmuur, waar een smalle trap tussendoor naar boven liep. Dergelijke ronde bouwsels zijn ook elders op de wereld bekend, maar de dubbele buitenmuur was een verrassing. Ze dateren vanaf de tweede of eerste eeuw voor Chr., en er zijn geen souterrains bij.
Op Orkney heb ik er ook één gezien, die van Gurness, omringd door de resten van huizen. Het complex is rond 100 na Chr. verlaten. Bij andere brochs hebben vermoedelijk ook van dergelijke dorpen gelegen, maar daar zijn weinig sporen van aangetroffen. In Gurness is een tot ca. 800 bewoonde Pictische boerderij gebouwd op de oude fundering. Dat huis is verplaatst naar een plek naast de eigenlijke opgraving. Alle andere typen bouwwerken hebben het vasteland van Noord-Schotland en Orkney gemeenschappelijk.
[Deze gastbijdrage van Arnold den Teuling wordt zo meteen vervolgd. Dank je wel Arnold!]
Zelfde tijdvak
Domitianus (30): Apotheosefebruari 5, 2022
De dubbele slag bij Filippoi (2)oktober 20, 2019
Romeinse landbouwapril 22, 2021

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.