Achsenzeit

Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

Ik weet niet of ik u de roman Creation van Gore Vidal moet aanraden. Het idee was al lastig: een Perzische edelman, kleinzoon van Zarathustra, reist naar India en ontmoet de grondleggers van het jaïnisme en boeddhisme, reist naar China en ontmoet Confucius en Lao Tse, reist naar Griekenland en hoort Herodotos spreken, en dicteert aan Demokritos (die van de atoomtheorie) het verhaal van koning Xerxes. Dat is teveel name-dropping om geloofwaardig te zijn. Je zou misschien willen denken dat het boek overeind blijft als spoedcursus vergelijkende cultuurwetenschappen, maar daarvoor springt het ontbreken van de joden teveel in het oog. Dat Vidal een negatief portret van Athenes “gouden eeuw” baseert op een kritiekloze lectuur van Herodotos, zij het met reverse bias, maakt het eigenlijk ook nog tot een hypocriet boek.

Maar er is nog een dieper probleem. Al in de achttiende eeuw had de eerste westerse wetenschapper die het Perzische heilige boek Avesta bestudeerde, Abraham Hyacinthe Anquetil-Duperron – wat hadden ze destijds toch mooie namen –, geopperd dat de zesde/vijfde eeuw v.Chr. het moment vormde waarop de mensheid een soort spirituele geboorte meemaakte. In de Avesta kwamen ethische noties voor die ook elders doorklonken. Ook Mahavira en Boeddha, ook Confucius en Lao Tse, ook de Grieken stelden vragen over de relatie tussen mens en samenleving. We kunnen de door Vidal genegeerde joodse profeten Maleachi, Haggai, Zacharia toevoegen en de auteurs van het slot van Jesaja en de eerste hoofdstukken van Spreuken. De Duitse filosoof Karl Jaspers noemde deze creatieve periode de Achsenzeit, het tijdperk waarom de wereldgeschiedenis draaide.

Dat is leuk bedacht maar Anquetil en Jaspers waren zich er voldoende van bewust dat die spirituele geboorte nogal pluriform was. De oosterse denkers kan ik niet voldoende beoordelen maar zoals ik het begrijp wilden Confucius en Lao Tse de mens scholen om een waardevol lid van een samenleving te zijn terwijl de Indiërs zochten naar manieren om de cyclus van eeuwige wederkeer te doorbreken. Gaat het bij de Chinezen om ethiek, bij Mahariva en Boeddha speelt metafysische speculatie een rol. De joden waren bezig het monotheïsme uit te vinden; Zarathustra’s betekenis is de vervlechting van ethiek en religie; de Grieken ontwikkelden het rationalisme.

Volgens Jaspers dan. Wat hij over Grieks rationalisme zegt is flauwekul. Zie het klassieke boek van Eric Dodds, The Greeks and the Irrational, al leest niemand dat bijna zeventig jaar oude boek nog, aangezien de inzichten inmiddels gemeengoed zijn. Maar zo rationeel waren de Grieken niet. Als er één groep in de zesde/vijfde eeuw bezig was het rationalisme te ontwikkelen, dan zou ik eerder denken aan de grondleggers van de empirische cyclus, de astronomen uit Babylonië.

Zarathustra in debat met de magiërs; rechts Vištâspa (schilderij uit een zoroastrisch heiligdom in Isfahan)

Nog een kanttekening: Anquetil en Jaspers stelden de beschermheer van Zarathustra, Vištâspa, gelijk aan de Hystaspes die de vader was van koning Darius de Grote (r. 522-486). Als die twee inderdaad dezelfde waren, zou iemand die heel oud werd inderdaad in zijn jeugd Zarathustra kunnen hebben ontmoet en op hoge leeftijd Demokritos kunnen hebben gesproken. Inmiddels staat vast dat de twee namen weliswaar dezelfde zijn maar dat het gaat om twee mensen, door enkele eeuwen gescheiden. Zarathustra en zijn beschermheer leefden misschien wel een millennium voor de Achsenzeit.

Kortom, Anquetil en Jaspers hadden een elegante visie maar de feiten werken niet mee. Niet alle betrokkenen leefden in de zesde en vijfde eeuw, over de Grieken denken we inmiddels anders en – zoals ze zelf ook wisten – het spirituele ontwaken nam nogal uiteenlopende vormen aan.

Maar toch. De DNA-revolutie, die (als we normale definities hanteren) inderdaad revolutionair is maar die (als we normale empirische eisen stellen) nog niet heeft geleid tot definitieve conclusies, suggereert dat mensen én hun ideeën mobieler zijn dan we lange tijd hebben aangenomen. Los daarvan ontstaat er bij auteurs als Christopher Beckwith (die ik niet geloof) en een Barry Cunliffe (die ik wel geloof) een nieuwe waardering van de steppevolken in Centraal-Eurazië. Kijken we niet teveel naar de grote culturen van Griekenland, Anatolië, het Nabije Oosten, Perzië, India, Tibet, China, Korea en Japan, en moeten we de wereld niet in plaats daarvan opvatten als een systeem rond een centrale, iedereen verbindende steppe met daaromheen een periferie van stedelijke culturen?

Als er inderdaad een Euraziatisch systeem is, met nomaden als verbindende bevolking, en als mensen en ideeën reislustiger waren, is de betrekkelijke gelijktijdigheid van de Chinese, Indische, joodse en Griekse culturen misschien toch niet zo heel vreemd.

41 gedachtes over “Achsenzeit

  1. Kees Alders (Klokwerk-Design)

    Het zal misschien Jaspers aan te rekenen zijn, maar ik zou Boeddhisme toch geen metafysische speculatie willen noemen. Boeddhisme wil een uitweg uit het lijden vinden (voor zichzelf en voor anderen) en rekent daarvoor af met verlangen. Over goden zwijgt het boeddhisme wijselijk en een algehele achterliggende waarheid of werkelijkheid wordt zelfs ontkend. Eigenlijk is het meer anti-metafysica. Natuurlijk maakt het oosterse sausje het in westerse ogen nogal zweverig, maar ik denk dat Boeddhisme ook wel aanspraak maakt op het predicaat rationalistische stroming.

    Zarathustra en Mozes mogen in andere tijden geleefd hebben, het is inderdaad opmerkelijk dat Lao Tse en Confucius ongeveer in dezelfde tijd leefden als Boeddha en de eerste Griekse filosofen. Het feit dat het niet allemaal echt tegelijkertijd plaatsvond en je een beetje lijkt te moeten smokkelen om het allemaal in één eeuw te kunnen sprokkelen maakt het idee dat een en ander ook schijnbaar gelijktijdig kon ontstaan doordat er tussen die gebieden nogal wat wandelingen plaatsvonden natuurlijk alleen maar waarschijnlijker. En tijdens zo’n ‘wandeling’ zal zo’n idee ook nog wel een klein beetje veranderen …

  2. Johan

    Mijn professor psychologie Jacques Claeys, die op z’n 92e onlangs een mooi boek over Antwerpen schreef, is gedoctoreerd bij de Leidense professor Van den Berg, over de “metabletica “ het fenomeen dat rond dezelfde periode uit verschillende hoeken, dezelfde soort ideeën, inzichten of uitvindingen kwamen , alsof de tijd er rijp voor is. Uw blog vandaag doet er me aan denken : rond het zelfde moment ontwikkelt men over de gehele wereld gesofisticeerde systemen om de wereld te begrijpen en te vatten. .. dat is geen toeval 😉

    1. Bert Schijf

      Neemt u mij niet kwalijk, maar is de naam van uw professor niet Jacques Claes, zonder y. Ik heb zijn boek een keer in Antwerpen gezien. Het is prachtig. Van den Berg en zijn metabletica waren in mijn Amsterdamse studententijd redelijk populair. Als ik mij goed herinneren had Van den Berg de stelling dat iets pas bestond als het benoemd was. Dat klonk redelijk absurd, maar was het niet helemaal. Die gedachte kan ook later worden teruggevonden bij de Franse filosoof Foucault, as ik diet tenminste goed heb begrepen.

      1. Ja, Van den Berg is zeer populair geweest, vooral aan het eind van de jaren zestig. Ik zat toen aan het eind van mijn studietijd in Leuven en heb toen bijna alles van hem gelezen en vind hem nog steeds de moeite waard. Ik denk dat Van den Berg groot gelijk had.
        Op de (katholieke) middelbare school (humaniora) was Teilhard de Chardin toen erg in.
        Foucault is inderdaad een zeer groot filosoof en ik denk dat wat u zegt uit zijn boek ‘Les mots et les choses’ komt. Ik heb veel van zijn werk gelezen en ben aan herlezen toe.

        1. Bert Schijf

          Wat grappig. Nu melden zich al twee Belgen met grote bewondering voor Van den Berg. In Nederland was die bewondering, geloof ik, niet zo algemeen. Met de titel Les mots et les choses hebt u helemaal gelijk. Als middelbare scholier heb ik ook wel eens iets van Teilhard de Chardin maar dat is werkelijk geheel weggezakt.

          1. Bert Schijf

            Nog een kleine aanvulling. Teilhard de Chardin verscheen in de Aula Reeks (die kende u vast ook). Een reeks waar ik met nostalgie aan terug denk. Voor een habbekrats was een wereld van geleerdheid beschikbaar. Ik heb nog een boek van Norbert Elias uit die serie, De gevestigden en de buitenstaanders uit 1976. Nog in goede conditie, zoals dat heet. De gevestigden en de buitenstaanders zijn gevleugelde begrippen waarmee we veel om ons heen kunnen begrijpen.

            1. Klopt, Bert. Die Aula Pockets waren fantastisch. Naast de Prisma’s (ook van Het Spectrum) en de Phoenix pockets waren het boeken van hoog wetenschappelijk niveau. Je hoeft maar naar de redactieraad te kijken. Bovendien waren het gezien mijn schaarse budget de enige boeken die ik mij kon permitteren. Ik heb er een behoorlijk aantal van en soms denk ik dat ik een aantal ervan moet herlezen.

              1. Bert Schijf

                Nu hebben we het nog niet eens gehad over de serie blauwe Pelican Books van Penguin die ik gretig las toen mijn Engels goed genoeg was. Jammer dat zulke series zijn verdwenen.

  3. Hier is de corrector weer:
    In de tweede alinea begint een zin met ‘We kunnen de door Vidal Maleachi, …’
    Ik denk dat er tussen Vidal en Maleachi een stukje tekst is weggevallen.

  4. Martin

    Over de Grieken en het rationalisme: het is al een heel oude observatie dat de werkelijkheid zich met wiskunde laat beschrijven, bv de beweging van de planeten. Dat suggereert, misschien, dat wij door puur wiskundig denken, dus zonder empirie maar alleen met denkkracht, het universum kunnen begrijpen. Dat is niet zo, maar het idee is wel onweerstaanbaar. In de moderne natuurkunde is het wel een paar keer voorgekomen dat dat soort theoretische constructies opmerkelijk goed bleken te werken, zoals het Standaard Model voor de hadronen. Men is verder gegaan op dit pad met de string theory en quantum gravitatie, helaas zonder empirisch succes. Dat niet-empirische rationalisme is dus al 2500 jaar een Dauerbrenner. Er wordt wel gedacht dat zich tegenwoordig in de fundamentele natuurkunde teveel formalisten bevinden; die interesseren zich niet voor data, maar alleen voor de theorie.

    1. FrankB

      We moeten het de oude Grieken nageven dat hun knapste koppen juist in de wiskunde naast een heleboel flauwekul (“de oerstof is water”, “alles beweegt”, “Achilles kan nooit een schildpad inhalen” – vermakelijk is het allemaal wel) ook spectaculaire resultaten behaalden.
      Als er nou één idee is dat de naam joods-grieks-christelijke traditie verdient is het wel rationalisme zoals gedefinieerd op Wikipedia, dwz. de illusie dat we alleen middels denkkracht het universum en alles erin kunnen begrijpen. Het is nog lang niet begraven. Zie bv. tegenwoordig de Vrije Markt van Ideeën. De natuurkundigen die iedereen kent waren theoretici. Einstein is heel wat beroemder dan Michelson en Morley. Economen die elkaar met argumenten om de oren slaan, maar geen moeite doen om relevante data bij elkaar te zoeken.

      “Er wordt wel gedacht …..”
      Wie zouden dat zijn? Ik ben een volkomen buitenstaander, maar ik dacht dat het probleem met de snaartheorie – tot op heden niet experimenteel te testen – algemeen erkend was.

      1. Martin

        De Oostenrijkse mathematisch fysicus Thirring schreef dat over “teveel formalisten”. Het succes van het Standaard Model rond 1970 heeft veel wiskundige types aangetrokken. Ja, iedereen weet dat er geen experimentele basis is voor de snaartheorie, maar veel theoretici die zich ermee bezig houden menen dat die theorie toch geaccepteerd moet worden als een goede verklaring. En theoretici komen in de krant, omdat die theorieën er heel mysterieus uitzien. Een gekromde ruimte-tijd, wow. In de jaren 1930 heeft een grote groep theologen een artikel gepubliceerd waarin staat dat, in tegenstelling tot wat Einstein leek te suggereren, niet alles relatief is, ihb zijn ethische normen niet relatief, meenden zij.

        1. FrankB

          Bedankt.
          Later bedacht ik, met mijn gevoel voor goedkope ironie, dat die formalisten dan wel eens harder hun best zouden mogen doen een deugdelijke theorie te formuleren mbt supergeleiding op relatief hoge temperatuur. Ze gebruiken nog steeds BCS-theorie, die niet verder gaat dan ik meen 36 K.
          Ze slagen er ook niet zo best in om deze schandvlek (tong in de wang) weg te werken:

          http://www.preposterousuniverse.com/blog/2013/01/17/the-most-embarrassing-graph-in-modern-physics/

          Maar ja, als ze zich niet interesseren voor data is dat diagrammetje uiteraard een non-probleem.

          1. Martin

            De vraag over dat diagrammetje is: wat bedoelen we met “begrijpen”? Die verschillende filosofietjes zijn niet relevant voor de toepassing van de QM. Je hoort dan ook vaak “shut up and calculate”.

      2. Ja, Edward Witten zit al jaren lang te rekenen om zijn snaartheorie te bevestigen, maar dat is nu een typisch voorbeeld waar de empirie niet het uitgangspunt is en waar de puur wiskundige benadering niet tot het gewenste resultaat leidt of ooit zal leiden.

  5. FrankB

    “wat hadden ze destijds toch mooie namen”
    Hoezo destijds? De echte naam van Monsieur Chrono was Jacques Anquetil. Charles Edgar was een niet geheel onbekend on onverdienstelijk schrijver. Toegegeven, Hyacinth associeer ik tegenwoordig bovenal met Keeping up Appearances.

    “bezig was het rationalisme te ontwikkelen”
    Probleem is hier de definitie van de term rationalisme. Ik heb het vroeger geleerd zoals het op de Wikipedia staat:

    “Het rationalisme is een filosofische stroming die vertrekt vanuit het idee dat de rede de enige of voornaamste bron van kennis is. De werkelijkheid bevat volgens rationalisten een inherente redelijke en logische structuur die vanwege dit feit ook direct door het verstand gelezen kan worden zonder enige tussenkomst van iets anders dan het denken zelf.”
    Aldus begrepen waren sommige Grieken inderdaad druk bezig het rationalisme te ontwikkelen. Bertrand Russell in zijn ongeveer even oude Geschiedenis van de Westerse Filosofie doet het heel wat korter en liet in één hoofdstuk al zien dat zij de uitzonderingen waren. Het is snel te googelen. De Oude Grieken beperkten zich tot één aspect van rationalisme, namelijk deductie. Ze waren dan ook enorm goed in wiskunde. De auteurs van het OT werkten ook voornamelijk mbv de rede, want dat is immers wat theologie doet.
    De Babyloniërs waren volgens deze definitie geen rationalisten, maar empiricisten. Alleen kunnen ratio, rationeel en rationalisme tegenwoordig van alles en nog wat betekenen. Dat maakt de boel er niet duidelijk over. “Dat is irrationeel!” is zo’n loze beschuldiging geworden dat ik de woorden maar liever helemaal vermijd.
    Karl Jaspers had trouwens toen Russell en Dodds hun boeken schreven.nog een kleine twintig jaar te leven.

    1. Robbert

      “De auteurs van het OT werkten ook voornamelijk mbv de rede, want dat is immers wat theologie doet.”
      Ik zou zeggen: die auteurs waren vooral onredelijke verhalenvertellers en geen theologen.

          1. FrankB

            Daar is de gemiddelde Jonge Aarde Creationist het niet mee eens. En daar lopen er ook in Nederland meer van rond dan anderen in eerste instantie zouden verwachten.

      1. FrankB

        Dat mag u zeggen, maar dan haalt u een semantisch trucje uit en wordt met behulp daarvan irrelevant voor mijn betoogje. Sterker nog, linksom (door de empirie erbij te halen, wat die auteurs dus niet deden) of rechtsom (door dat niet te doen en eveneens slechts te vertrouwen op uw argumenten) bevestigt u het.

  6. Bert Schijf

    Ik ken Gore Vidal alleen maar als de eigenzinnige en hooghartige hoofdredacteur van de New York Review of Books. Hij koesterde ook een absurde complottheorie over de aanval of Perl Harbor die door de schrijver Ian Buruma genadeloos werd afgestrafd. Zo’n soort schrijver. De samenvatting van de roman Creation is ook geen aanmoediging om die te lezen.

    1. Dat is niet heel aardig. Vidals vroege werk en zijn essays zijn heel goed. Ik vond “Julian” en “Lincoln” boeiend, de laatste wat meer dan de eerste, maar toch: een boek dat je veilig kunt lezen.

      1. Bert Schijf

        Over die essays ben ik het wel eens. Die ken ook wel eens beetje. Ik heb Burr gelezen dat vond ik ook wel interessante blik op de Amerikaanse geschiedenis.

  7. Bert Schijf

    ‘nieuwe waardering van de steppenvolken’. Peter B. Golden heeft in 2011 een dun en elegant boekje geschreven, getiteld Central Asia in World History. met veel nuttige literatuurverwijzingen. In de blurb staat de volgende zin die ik maar even in het Engels citeer: ‘Central Asia has been called the “pivot of history”, a land where nomadic invaders and Silk Road traders changed the destinies of regions that ringed its border, including pre-modern Europe, the Middle East, and China.’ Aan de slag dus maar.

      1. FrankB

        Even kijken of ik u goed begrepen heb. Met het gebruikelijke beeld bedoelt u de o zo rationele Grieken en de o zo mystieke Babyloniërs/Perzen/wat er nog meer rondliep in het gebied van de Eufraat en de Tigris? Ja, dat is een hardnekkig misverstand. JonaL schrijft er terecht vaak over.

        1. Informatie over de steppenomaden; dát smaakt naar meer.
          Yamnaya, Tocharen en al die andere culturen in dat immense gebied, geplaatst in tijd en ruimte. Daar zou ik heel veel meer over willen lezen.

  8. Ben Spaans

    Er is iets aan de hand met Zarathustra: zijn mogelijke datering loopt uiteen van de 13e eeuw v. Chr., 9e eeuw v. Chr., 6e eeuw v. Chr. Ik ben het allemaal weleens tegengekomen.

    ‘Dat Vidal een negatief portret van Athenes “gouden eeuw” baseert op een kritiekloze lectuur van Herodotos, zij het met reverse bias, maakt het eigenlijk ook nog tot een hypocriet boek.’
    Volgens mij moet dit even toegelicht worden, want wat staat hier nou?

  9. Zarathustra: de vroegste dateringen lijken de betere te zijn. Ik zal er over bloggen, al is het niet morgen of overmorgen.

    “Reverse bias”: het omkeren van wat iemand zegt. Herodotos vertelt het verhaal vanuit een Grieks perspectief. Je kunt zijn feiten hervertellen en dan doen alsof dat het Perzische perspectief is. Dat is reverse bias. Het probleem is dat je dan nog steeds de feiten gebruikt die Herodotos aanlevert voor ZIJN verhaal en niet de feiten die een Pers zou hebben gekozen.

    Voorbeeld. We weten dat Hollanders het bezit van Manhattan kochten voor wat spiegels en kralen. Reverse bias: de inheemse bevolking zegt dat ze het bezit van Manhattan kwijt raakte voor wat spiegels en kralen.

    Maar de feitelijke visie van de inheemse bevolking, die geen landbezit kende, zou weleens kunnen zijn geweest dat ze vriendschap sloten, het land deelden en glinsterende geschenken kregen.

    Een werkelijk Perzisch perspectief op Xerxes’ expeditie zou weleens kunnen zijn geweest dat de Grote Koning zijn macht vis-à-vis zijn aristocratie toonde door 200.000 man naar een ver land te brengen. Onderwerping van wie al aarde en water had gegeven, was dan niet de crux. (Ik zeg niet dat het zo was, het is een gedachtenexperiment.)

  10. Gore Vidal was een schrijver. Een literator. En literatuur is fictie. De fictieschrijver mag feiten en volgordes door elkaar halen en er de helft bij verzinnen. Verhalen vertellen. Daar is hij of zij voor; het is eigen aan de stiel en het vakmanschap. Fictie hoeft geschiedkundig niet te kloppen. Want het is wat het is: fictie, een verhaal. Daar gelden andere regels.

Reacties zijn gesloten.