De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol

Zjoekov ten tijde van de slag bij Khalkhin Gol (1939)

Een paar maanden geleden ben ik begonnen in de mémoires van de Sovjet-maarschalk Georgi Zjoekov, de man die in 1945 Berlijn innam en die enkele jaren later als minister van defensie verantwoordelijk was voor het neerslaan van de Hongaarse Opstand. Ik heb over mijn eerste indrukken van de meer dan duizend pagina’s tellende Herinneringen en overwegingen (1969) al eens eerder geblogd. Het is soms taaie kost en daarom vorder ik maar langzaam. Inmiddels heb ik echter toch het jaar 1939 bereikt.

Het meest intrigerende van Zjoekovs herinneringen is misschien wel de enorme trots die hij voelt op wat de Sovjet-Unie in de twintig jaar na de Revolurie heeft bereikt. Dat leidt tot dat typische volksdemocratische proza waarin de lof wordt gezongen van de industrialisering en vernieuwing van het leger: glorieuze overwinningen die werden bereikt door het eerste en tweede vijfjarenplan zoals vastgesteld door het Centrale Comité van de Communistische Partij van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, die de grootheid bewezen van de ideeën van de Oktoberrevolutie alsmede de juistheid van de leer van K. Marx en V.I. Lenin. Een en ander uiteraard onderbouwd met de productiecijfers die dit proza zo wonderlijk maken.

Lees verder “De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol”

De herinneringen van Zjoekov: de jonge officier

Zjoekov in 1916

Het was de speelfilm waarover ik onlangs blogde, The Death of Stalin, die me deed realiseren hoe weinig ik wist van maarschalk Zjoekov, afgezien dan van het feit dat hij in 1945 Berlijn innam – ik vermijd woorden als “bevrijdde” of “bezette” – en dat hij in 1956 verantwoordelijk was voor het onderdrukken van de Hongaarse Opstand. Waar in de film de parodie begon, kon ik niet aanwijzen. Tijd om zijn memoires, Herinneringen en overwegingen (1969), eens te lezen. Ik wist van hun bestaan maar was verbaasd dat de Engelse vertaling gewoon leverbaar was. Een turf van ruim duizend bladzijden.

Modern leger

Het bleek fascinerende stof – en ik ben pas in de vroege jaren dertig, als het Sovjet-leger bezig is met het opstellen van het tweede Vijfjarenplan, ofwel de geforceerde mechanisering van de diverse krijgsmachtonderdelen.

We might have delayed the steep rise in heavy industry for some five or seven years and given the people more consumer goods more quickly. Our people had earned this a thousand times. This was certainly a most seductive thing. But had we done so, who can tell how … the initial period of the war would have ended, and where – before what city or on what river – the fascist troops would have been stopped? The wisdom and acumen of the Party … and the heroism shown by the people at their work in those years, laid the foundation for our victories in the Second World War.

Lees verder “De herinneringen van Zjoekov: de jonge officier”

Partizanen, communisten en bunkers

Standbeeld voor Mujo Ulqinaku, Dürres

Ik houd niet van de monumenten waarmee de gevallen helden doorgaans worden geëerd. Strijdbare opschriften roepen van alles, terwijl je weet dat geen enkele sneuvelende soldaat ooit heeft gedacht aan koning of vaderland. Zo’n arme drommel verging van de pijn, zal zijn commandanten hebben vervloekt en aan zijn gezin hebben gedacht. Wat het “veld van eer” heet is een stinkende poel van zand, schroot en bloed. Dáárvoor een monument oprichten – ik begrijp waarom het gebeurt maar ken slechts een paar geslaagde kunstwerken.

Dit is er een. Het staat in Dürres en stelt Mujo Ulqinaku voor, de Albanese majoor Landzaat. Hij is gesneuveld toen de Italianen op 7 april 1939 Albanië binnenvielen.

De Italianen hadden al eens eerder geprobeerd het land te veroveren. In de zomer van 1920 waren ze echter verjaagd en Mussolini had het getypeerd als een regelrechte nederlaag. Negentien jaar later, kort nadat de Duitsers Tsjechoslowakije hadden bezet, meende de Duce dat de tijd was gekomen om de smaad uit te wissen en hij zorgde ervoor dat hij kon beschikken over 400 vliegtuigen, 22.000 soldaten en een reserve van nog eens 78.000 man. Dat is nogal veel om een land te bezetten waar op dat moment een miljoen mensen woonden en dat een leger had van 8.000 man.

Lees verder “Partizanen, communisten en bunkers”

Communistische archeologie (3)

Een recent overzicht van de Neolithische Revolutie. In de eeuwen tussen 10.000 en 7800 v.Chr. (het Pre-Pottery Neolithic A en B) werd op vijf plekken tegelijk de landbouw ontdekt. Uit: S. Riehl e.a., "Emergence of Agriculture in the Foothills of the Zagros Mountains of Iran", in Science Magazine Vol. 341 (2013), Issue 6141, pp. 65-67.
Een recent overzicht van de Neolithische Revolutie. In de eeuwen tussen 10.000 en 7800 v.Chr. (het Pre-Pottery Neolithic A en B) werd op vijf plekken tegelijk de landbouw ontdekt. Uit: S. Riehl e.a., “Emergence of Agriculture in the Foothills of the Zagros Mountains of Iran“, in Science, Vol. 341 (2013), Issue 6141, pp. 65-67.

Ik blogde eergisteren over de communistische archeologie, waarvan ik vertelde dat die een verklaring zocht voor de “spreadsheet” van regio’s en archeologische culturen die was opgesteld door Oscar Montelius. Liberalen namen als “motor” achter de vooruitgang aan dat individuen uitvindingen deden die zich daarna door imitatie verspreidden. Dat heet diffusie en meestal ontwaarde men een beweging van oost naar west. De racisten geloofden dat culturele innovaties zich verspreidden door migratie en zagen liever een beweging vanaf de Noordduitse Laagvlakte naar de rest van de wereld.

De communisten meenden dat dezelfde uitvinding verschillende keren kon worden gedaan, mits de productiemiddelen en -verhoudingen vergelijkbaar waren. Ik illustreerde dit aan de hand van de megalithische monumenten. Een ander voorbeeld is het goed-marxistische idee dat de vooruitgang geen gestaag proces is, maar plaatsvindt door middel van revoluties.

Lees verder “Communistische archeologie (3)”

Communistische archeologie (2)

Een deel van Childe's "spreadsheet" van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.
Een deel van Childe’s “spreadsheet” van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.

Ik blogde eergisteren over de communistische archeologie, waarvan ik vertelde dat die overeenkomsten had met de wijze waarop liberalen keken naar het vak. Beide politieke stromingen delen immers een in wezen optimistisch toekomstbeeld en de grote wetenschappelijke winst van de negentiende eeuw is geweest dat de archeologen een empirische basis legden onder het achttiende-eeuwse vermoeden dat er in de geschiedenis vooruitgang was geweest.

Centraal daarbij stond het type archeologie dat Oscar Montelius had ontworpen, waarin het verleden in feite een grote spreadsheet was van regio’s en archeologische culturen. Wie er chronologisch doorheen ging, zag een zekere vooruitgang, maar verder was het eigenlijk een soort geschiedenis-met-andere-middelen, waarin de antieke beschavingen de plaats hadden overgenomen van koninkrijken die ontstonden, bloeiden en instortten. Dit was toch wat onbevredigend. Je wil méér. Je wil weten wat de motor achter de vooruitgang is. Al was het maar om die motor te stimuleren voor, om het eens negentiende-eeuws te verwoorden, the future improvement of society.

Lees verder “Communistische archeologie (2)”

Communistische archeologie (1)

Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie
Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie

Er zijn – zie mijn voorbehoud gisteren – maar weinig overheden geweest die méér hebben gedaan om de wetenschap te bevorderen dan de Sovjet-Unie. Logisch, want het communisme is er, net als het liberalisme en het socialisme, van overtuigd dat de mens van nature goed en creatief is, en dat vooruitgang mogelijk is als mensen deze eigenschappen kunnen ontplooien. Hoewel liberalen daarbij geloven dat de dynamiek zit bij het individu, terwijl de marxistische traditie de motor van de vooruitgang zoekt in de spanningen tussen de diverse klassen, delen deze stromingen een optimistisch mensbeeld.

De grote triomf van de negentiende-eeuwse archeologie was dat ze bewees dat die vooruitgang ook werkelijk heeft bestaan. Anders geformuleerd: de menselijke geest kreeg steeds meer vat op de natuur. Dat vinden wij vanzelfsprekend, maar daar is weleens anders over gedacht: aan het begin van de negentiende eeuw verklaarde men de verschillen tussen de diverse culturen nog met de aanname dat niet alle mensen na het vertrek uit de Hof van Eden even ver waren gedegenereerd. De Patagoniërs waren bijvoorbeeld zo primitief omdat ze zo ver weg waren getrokken. De negentiende-eeuwse archeologen hebben dit op de Bijbel teruggaande beeld echter weerlegd en ik heb er al eens op gewezen dat dit een Halbe Zijlstra, die als staatssecretaris van cultuur niet wist wat hij moest met “musea vol opgegraven potten en pannen”, toch zou hebben moeten interesseren: empirisch bewijs voor een belangrijke liberale aanname.

Lees verder “Communistische archeologie (1)”

Communistisch Oezbekistan

Sovjet-oorlogsmonument in Fergana
Sovjet-oorlogsmonument in Fergana

Ik eindigde gisteren mijn stukje over de geschiedenis van negentiende-eeuws Centraal-Azië met de laatste van de “vier vegen” waardoor het gebied zijn huidige vorm kreeg: op de aanvankelijke integratie van de gebieden waren de komst van de moslims en de Mongolenstorm gevolgd, waardoor de religieuze etnische grenzen waren getrokken, en gisteren arriveerden dus de Russen. Zij onderwierpen de khanaten van Centraal-Azië en namen die op in een groter economisch stelsel, waarbij de katoenteelt en -industrie een rol speelden. Een industrieel proletariaat en een middenklasse begonnen te ontstaan.

En die mensen, of ze nu Oezbeeks waren of Turks of Mongools of Russisch, hadden redenen om ontevreden te zijn. De katoenproductie was namelijk zó intensief geworden dat er soms voedselschaarste was.

Lees verder “Communistisch Oezbekistan”

Communistische kerk

Niets te verliezen dan zijn ketenen
Niets te verliezen dan zijn ketenen

In de Middeleeuwen was Veliko Tarnovo de hoofdstad van een Bulgaars koninkrijk dat zich in zijn gloriedagen, het begin van de dertiende eeuw, uitstrekte van de Zwarte naar de Adriatische en de Egeïsche Zee. Aan het einde van de veertiende eeuw liepen de Ottomaanse Turken het onder de voet. Toen ze de Bulgaarse hoofdstad hadden veroverd, maakten ze de burcht met de grond gelijk.

Vier, vijf eeuwen later herwonnen de Bulgaren hun onafhankelijkheid en in de communistische tijd werd besloten de oude burcht te herbouwen. Het resultaat mag er wezen. Een brug, poorten, kasteelmuren, torens, een paleis en op de heuveltop een kerk: als je niet beter zou weten, zou je denken dat het echt oud was. Je zou het kunnen opvatten als ’s werelds grootste folly.

Met de herbouw van het kasteel hadden de Bulgaarse communisten niet zoveel moeite. Dat daarin een kerk was opgenomen, was echter lastiger. Godsdienst was immers de opium van het volk. Het aanbrengen van een middeleeuws-ogende decoratie, met fresco’s die de christelijke boodschap uitdroegen, was helemaal een stap te ver.

Lees verder “Communistische kerk”