Voor-westerse geschiedenis (7) het “image of limited good”

Alles wat kracht kostte, was te herleiden tot spierkracht (Louvre, Parijs)

Toen ik deze reeks “voor-westers” doopte, was dat enerzijds om aan te geven dat het gaat over een wereld die er was vóórdat het idee van West-Europa ontstond en anderzijds omdat ik het heb over iets wat voorafgaat aan de historische gebeurtenissen – noem het de voorwaarden, de factoren of de omstandigheden die het menselijk handelen beperken en beïnvloeden. Er is nog een derde reden om de periode af te bakenen van de algemene geschiedenis van de westerse wereld: het energiebeheer. Simpel geformuleerd was vrijwel alle energie in de voor-westerse wereld te herleiden tot voedsel. En dat is hoogst problematisch.

Onoverkomelijke grenzen

Neem het geval van de boer die meer wil produceren, dus meer land moet bewerken en dus meer zal moeten ploegen. Dat vergt extra energie en die energie zal de boer moeten halen uit zijn voedsel. Hij zou die beperking kunnen oplossen door een rund of dromedaris voor de ploeg te spannen, maar ook dat dier zal eten. Een aanzienlijk deel van wat méér geproduceerd zou kunnen worden, verdwijnt dus in het arbeidsproces.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (7) het “image of limited good””

Romeinse landbouw

Een “vallus”, Gallische oogstmachine (Institut archéologique, Arlon)

Toen Umberto Eco het manuscript van De naam van de roos naar een uitgever bracht, zei die dat het een prachtboek was maar dat het begin te lang was. Het verhaal kwam te traag op gang. Eco schijnt te hebben gezegd dat hij wilde dat de lezer aan het ritme van de Middeleeuwen gewend raakte. Het lijkt me eerlijk gezegd wat overdreven dat je zo meer van een roman zou genieten. Maar toch. Het is ook niet helemáál onzinnig dat je, als je je bezighoudt met een onderwerp, een soort gevoel moet hebben voor het ritme, de natuur, de omgangsvormen, de vanzelfsprekendheden.

Boerderijstage

De ideale oudheidkundige heeft een tijdje op een boerderij gewerkt. Hij weet wat het is om door de dieren en de seizoenen een ritme opgelegd te krijgen. Hij herkent dat het onvermijdelijk is kuddes te verweiden – en wat dit betekent voor de verspreiding van informatie. Hij weet wat het betekent als de oogst mislukt en begrijpt dat je, om je risico’s te spreiden, het liefst velden gebruikt aan twee zijden van een heuvel. Hij begrijpt wat het is om, totdat je tot de aarde terugkeert, te moeten zweten voor het brood.

Lees verder “Romeinse landbouw”

Een echte Romein

Togatus Barberini (Capitolijnse Musea, Rome)
Togatus Barberini (Capitolijnse Musea, Rome)

Het bovenstaande standbeeld behoort tot de collectie van de Capitolijnse Musea in Rome, al heb ik het beeld nooit daar gezien. De foto is gemaakt toen het was uitgeleend aan een expositie in Haltern, en ik heb het beeld ook wel eens gezien in de Centrale Montemartini, een tentoonstellingsruimte in een oude elektriciteitsfabriek ten zuiden van het historische centrum van Rome, aan de weg naar de Sint-Paulus buiten de Vesten.

Omdat afgebeeld heerschap een toga draagt en ooit deel uitmaakte van de verzameling van de Barberini-familie, wordt het beeld gewoonlijk de “Togatus Barberini” genoemd, want veel meer valt er niet van te maken: de portretten lijken althans niet op die van ons bekende Romeinen. Desondanks valt er wel iets meer over te zeggen.

Lees verder “Een echte Romein”

De gelijkenis van de talenten

nea_paphos_house_dionysus_treasure_cmn
Zilverschat uit Pafos (Cyprus-museum, Nicosia)

De gelijkenis van de talenten: eerst even de tekst. Die is afkomstig uit de bron Q, maar er is een onafhankelijke neventraditie in het Evangelie van de Nazoreeën, die weliswaar afwijkt, maar kan dienen om te bewijzen dat deze parabel circuleerde in het vroegste christendom. Ze geldt als een van de vier authentieke gelijkenissen van Jezus (de drie andere zijn het mosterdzaad, de slechte pachters en het grote feestmaal). Hier is de Willibrordvertaling van de tekst uit het Matteüs-evangelie (25.14-30).

Lees verder “De gelijkenis van de talenten”