“The Eagles and the Captain and Tennille ruled the airwaves,” zoals Joey Ramone de muziek van de jaren zeventig samenvatte. Ergens in Apeldoorn vond ook ik het drie keer niks, maar in de nieuwbouwwijk Zevenhuizen kregen wij niet mee dat “the Ramones were the answer to that”. Het enige wat we over de muzikale revolutie vernamen was het krantenbericht dat de leden van Blondie na een opgetreden in Paradiso een handdoekenautomaat hadden gemold. Een handdoekenautomaat! Kapot!
Terwijl TopPop ons dwong te luisteren naar de gelikte muziek van Boney M, Earth & Fire en de Village People (alsmede de Eagles en Captain and Tennille), waren de Ramones in New York teruggekeerd naar de basis. Simpele muziek waar je vrolijk van werd. Niet meer, niet minder. “We brought the fun back, which had been absent for years. ” Zanger Joey Ramone was op dat moment al een van de archetypische helden van de punk rock.
Rock ’n’ roll is leuk zolang het niet pretendeert méér te zijn dan ongecompliceerde pret. Het is muziek waar je vrolijk van wordt en dat is voldoende. Helaas zijn er altijd die denken dat rock een levenshouding vertegenwoordigt: compromisloos jezelf zijn, het verlangen je leven naar eigen inzicht in te richten. De trefwoorden zijn dan “individualisme”, “onafhankelijkheid” en “vrijheid”.
Uit de lucht gegrepen is het niet. Rock-artiesten zijn vaak hyperindividualisten. Ik heb het niet uitgezocht, maar als iemand zou vertellen dat ze lijden aan bindingsangst en beschikken over weinig sociale vaardigheden, neem ik het voetstoots aan. Het imago dat een artiest een spoor van gebroken harten en buitenechtelijke kinderen nalaat, zal wel enigszins corresponderen met de feiten. Een rocker kan geen echtgenoot of vader zijn. Daarvoor is hij te narcistisch of te individualistisch, wat in dit geval neerkomt op hetzelfde.
De tekst van After the Goldrush van Neil Young is berucht onbegrijpelijk. Niet dat dat erg is: Young plaatst beelden bij elkaar die hem troffen als poëtisch. Ongeveer zoals John Lennon deed in I am the Walrus. Er valt hooguit te zeggen dat de drie coupletten van After the Goldrush een volgorde van verleden, heden, toekomst hebben; verder ontbreekt elke opbouw, betekenis of boodschap. Sterker nog, de tekst is evident onzinnig.
I was lying in a burned out basement
with the full moon in my eyes.
I was hoping for replacement
When the sun burst through the sky.
Mashhad. Ik sta, genietend van het voorjaarszonnetje, op iemand te wachten bij een van de poorten van het mausoleum van Imam Reza, het grootste islamitische heiligdom van Iran (volgens Iraniërs: van de hele wereld). Er heerst een gezellige drukte, waarin er zelfs bij de geestelijken, die meestal lijken te doen wie het ernstigst kan kijken, een ontspannen glimlach vanaf kan. Er klinkt mooie muziek, die bizar contrasteert met het boek dat ik aan het lezen ben: Lobotomy, de autobiografie van Dee Dee Ramone. Ondertitel: Surviving the Ramones.
Het is een alleszins lezenswaardig boek, maar je moet niet alles geloven wat Dee Dee vertelt. Zo herinnert hij zich van zijn solo-elpee Standing in the Spotlight dat de pers het een “great party album” noemde en constateerde dat Dee Dee de Beastie Boys het nakijken gaf. Dit is, zo het al werkelijk is geschreven, niet representatief voor wat andere recensenten schreven: ze kraakten het af als wanproduct.
Ik schreef er een tijdje geleden al over, over de Amerikaanse band The Ramones, die in de jaren zeventig de rockmuziek terugvoerde naar haar wortels: geen eindeloze gitaarsolo’s, geen invloeden vanuit de blues, muzikale eenvoud, een rechttoe-rechtaan-presentatie en een volume waarmee je je ouders op de kast kon jagen. Rock ’n’ roll is in laatste instantie gewoon een vorm van alles-of-niets-heid, die in andere tijden Sturm und Drang zou zijn genoemd.
Dat kan beangstigend overkomen. De broer van Joey Ramone, Mickey Leigh, haalt in zijn boek I slept with Joey Ramone herinneringen op aan het leven van de zanger en vertelt hoe in de buurt waar ze opgroeiden, Forest Hills, in de jaren zestig verschillende bands speelden die grote indruk maakten. Eén daarvan heette The Tangerine Puppets en was waanzinnig populair, maar de kinderen werden gewaarschuwd voor een van de leden, Johnny Cummings. Ofwel Johnny Ramone, die in zijn autobiografie Commando zijn eigen visie geeft op – onder andere – die reputatie.
Vier disfunctionele, ruziënde muzikanten die eigenlijk ook geen instrument leken te kunnen bespelen. Een zanger met een obsessief compulsieve stoornis, een gewelddadige psychopaat als gitarist, een junkie als bassist en een drummer die op de trommels sloeg omdat niemand anders het deed. Bepaald geen mannen die meisjesharten deden breken: alleen de bassist zag er redelijk uit, de drie anderen waren zo lelijk als de nacht. Kortom, The Ramones – Joey, Johnny, Dee Dee en Tommy.
Je hoeft op Youtube maar één concert te zien om iets te voelen van de elektriciteit die in de lucht moet hebben gehangen als ze optraden. Kijk maar hier. Het begint schreeuwerig, het eindigt schreeuwerig en daar tussendoor worden in zesentwintig minuten en achttien seconden veertien nummers er doorheen geragd. Op topsnelheid. Het is, vanaf het moment waarop Dee Dee het 1-2-3-4 afvuurt, tot de laatste maten, één brok energie. Ik kan er nog aan toevoegen dat het, toen de tweede drummer, Marky, werd vervangen voor Richie Ramone, nog sneller ging. Pas op hun allerlaatste elpee, toen de heren op weg waren naar de vijftig, ging het tempo iets omlaag.
The Day Before You Came van ABBA: dit heb ik altijd een mooi melancholiek liedje gevonden. Een vrouw bezingt de dagelijkse routine van haar leven: de forensentrein naar haar werk, kantoorwerkzaamheden, lunch met dezelfde collega’s, de gebruikelijke karweitjes van de middag, weer naar huis, een afhaalmaaltijd, wat TV kijken, met een boek naar bed, klaar voor de volgende dag met dezelfde regelmaat.
Without really knowing anything, I hid a part of me away
en even later
It’s funny, but I had no sense of living without aim
The day before you came.
Echt verrassend is het thema natuurlijk niet. Gerard Reve had er in De avonden maar één zin voor nodig, een van de beroemdste uit de Nederlandse literatuur.
Het is pas kwart voor drie, dacht hij, en toch komt deze dag vol, zo goed als elke andere.
Terug naar ABBA: de hamvraag is natuurlijk wie degene is die de volgende dag verscheen in het leven van de zangeres. Aangezien het popmuziek is, waarin het doorgaans gaat over ik-hou-van-jou, ik-blijf-je-trouw, de-lucht-is-blauw, mogen we aannemen dat de “you” de grote liefde is. Maar waarom dan de melancholieke toon? Is de liefde alweer voorbij? Is de melancholie ingegeven door het feit dat de vier leden van ABBA, die alle terugkeken op een kapot gelopen relatie, dit liedje opnamen in het bewustzijn dat dit hun laatste samenwerking was?
Ik heb er met mijn goede vriend Richard wel eens over zitten bomen, op een mooie zomermiddag op het terras van de Brakke Grond. Zoals je wel vaker zit te kletsen, met een biertje erbij, in het volle bewustzijn dat er geen oplossing is en dat juist dat de grap vormt.
Een tijdje geleden bedacht ik: de zangeres heeft het over de dood. Er is geen enkele aanwijzing dat die interpretatie beter is dan dat ze haar geliefde ontmoette, maar ze bevalt me, zoals dit liedje me dierbaar is.
De foto hierboven was vergeeld en al beschadigd toen ik haar inscande. Het geeft niet dat het geen goede foto is, want het moment zelf staat me scherp voor de geest. Het was januari 1989, een kwart eeuw geleden. Een groep jonge mensen, vrijwel alleen en eigenlijk wat doelloos, in Berlijn, bij de Muur. En het is koud.
Er bestond tijdens de Koude Oorlog een bepaald “Berlijngevoel”. Het is moeilijk te definiëren, maar ik kan het aanwijzen. Het was het cynisme van The Spy Who Came in from the Cold, waarin alle menselijke waarden ondergeschikt waren gemaakt aan het politieke spel. Het was M. Het was de LP Berlin van Lou Reed, over al het verschrikkelijke wat mensen elkaar kunnen aandoen.
Een tijdje geleden ben ik overvallen en beroofd van mijn portefeuille. (Voor mijn lieve moeder, die deze blog leest: de schade was gering.) Het geval wilde echter dat ik die avond moest spreken in Antwerpen, een plaats die ook zonder de komende verhoging van de treinprijs niet zo makkelijk is te bereiken als je niet beschikt over contant geld en niet kunt pinnen. Een aardige taxichauffeur vervoerde me desondanks, terwijl de organisatie die me had uitgenodigd de rekening voldeed en me het geld leende om mijn hotel te betalen.
Hadden de criminelen mijn vertrouwen in de mensheid nogal beschadigd, de chauffeur en de vriendelijke penningmeester deden veel om het te herstellen. Desondanks voelde ik me rottig toen ik de volgende ochtend de trein naar Nederland moest gaan nemen. Het is een saaie reis en ik wist dat ik zou gaan piekeren.
Muzikanten die meer dan drie minuten en meer dan drie akkoorden nodig hebben, zijn prutsers. Het kan ook wél eenvoudig. Dat was althans het uitgangspunt van de punk en new wave, die zich in de jaren zeventig afzetten tegen glam rock en disco. Die waren te gekunsteld en hedonistisch.
Ik ben niet eenkennig in mijn muzieksmaak – wat natuurlijk een andere manier is om te zeggen dat ik in feite geen uitgesproken smaak heb – en ik heb aan zowel glam, disco, punk als new wave goede herinneringen. Ik vind wel dat de nummers van toen beter niet kunnen worden gecovered, omdat ze meer waren dan alleen muziek. Zoals je de oer-Britse Harry Potter niet kunt overplaatsen naar de Verenigde Staten, zo is sommige muziek ook te tijd- en plaatsgebonden.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.