Drs.P.


Drs. P. behoeft geen introductie, maar toch. Hij was de man die met zijn feestelijk gezang de Nederlanders toonde dat poëzie gewoon leuk kon zijn. Hij was een knappe ambachtsman (“overwogen taalgebruik verrijkt het leven”). Hij was de inspirator van de Nederlandse hiphop. En hij was – ik hoop niet dat u mij verwijt dat ik vrijmoedig spreek – een buitengewoon aardige vent. Mocht u de afgelopen halve eeuw op een andere planeet hebben gewoond, dan leest u hier de necrologie die ik ooit aan hem wijdde.

Stik. Ik gebruik het woord “necrologie”. Ik kan er nog altijd niet bij dat de goede doctorandus er niet meer is. Maar vandaag is het, met een zucht van weemoed, alweer twee jaar geleden dat hij afscheid van ons nam.

Buzzcocks

Er is een fraai verhaal – en het is nog waar ook* – dat BBC-diskjockey John Peel, nadat hij “Teenage Kicks” van The Undertones had gedraaid, de single nog een tweede keer draaide, met de historische woorden “It doesn’t get much better than this”. Dat was 1978 en het is makkelijk te begrijpen waarom Peel er zo over dacht. “Teenage Kicks” heeft alles wat een liedje moet hebben.

Ik heb dat toen niet mee gekregen. Ik was aan het puberen op een Apeldoornse middelbare school en de muziek waar wij naar luisterden was Grease, al kan ik niet zeggen dat de nieuwe muziek ongemerkt aan ons voorbij ging. Onze conrector, meneer Duzijn, kwam midden in het jaar op een brommer door de gangen van de school knetteren, verkleed als punk-sinterklaas. Zelfs de nieuwbouwwijk Zevenhuizen kon zijn momenten hebben.

Lees verder “Buzzcocks” →

Interview met Bert Broodje

Bert Broodje (foto Jan van Breda)
Bert Broodje (foto Jan van Breda)

Zo’n veertig jaar geleden brak de punk door en het Amsterdamse filmmuseum EYE besteedt er aandacht aan met een programma dat FURY! heet. Natuurlijk zijn er films maar daarnaast is er vanaf vanavond (donderdag 26 mei) een expositie van stukken uit de verzameling van Bert Broodje, die de punk trouw is gebleven en er leuk over kan vertellen.

Voor we de vraag stellen die ieder op de lippen brandt – Hoe kom je aan de naam Bert Broodje? – eerst iets anders. Hoe heb je de punk leren kennen?

Ik was al iemand die platen aan het zoeken was, vooral hardrock, glitterrock, dat doe je op die leeftijd. Ik hoorde Johnny Rotten ergens of ik zag het op TV en ik dacht “dit is het!” Een explosie van woede, die man straalde wat uit.

Dat was Johnny Rotten en het kan niet anders dan “Anarchy in the UK” zijn geweest. Toen was ik verkocht en toen was het zoeken: waar kom ik dit tegen?

Lees verder “Interview met Bert Broodje” →

Tomorrow the world

Het is volkomen terecht dat alle kranten vol staan over het overlijden van Prince, maar ik vind het toch fijn u eraan te herinneren dat het vandaag veertig jaar geleden is dat de eerste elpee van de Ramones uitkwam. Die heette, heel origineel, Ramones en ik ga u nu niet uitleggen waarom die elpee zo belangrijk was. Dat leest u hier maar. De Volkskrant had er gisteren een mooi stuk over en als andere kranten er eveneens aandacht aan hebben besteed, dan heb ik dat gisteren niet gezien.

Lees verder “Tomorrow the world” →

Neil Young

Het Opperwezen heeft me een lelijke loer gedraaid door me op te zadelen met een stel hersens dat werkelijk álles met het verkeerde liedje associeert. Als ik naar The Messiah ga, zal ik nog een half uur niet het beroemde Hallelujah neuriën, maar de gelijknamige draak waarmee Israël in 1979 het songfestival won. Mijn vrienden beleven er altijd weer veel plezier aan me in herinnering te brengen dat ik, nadat we Titanic hadden gezien, niet My Heart Will Go On in mijn hoofd had, maar dit.

Een enkele keer pakt het goed uit. Een paar jaar geleden zag ik de speelfilm The New World van Terrence Malick, waarin het verhaal van John Smith en Pocahontas in beeld wordt gebracht. Een mooie film, die u zeker moet zien. U raadt ook al welk deuntje zich in mijn hoofd nestelde: Pocahontas van Neil Young, die vandaag zeventig wordt.

Lees verder “Neil Young” →

Bowie, Sense of Doubt

Apeldoorn, een zondagmiddag, misschien in 1980. We zijn met een groep jongens en meisjes ergens heen geweest en komen terug in het zaaltje waarvandaan we zijn vertrokken. Iemand heeft de gordijnen dicht gedaan en de muziek aangezet. In het donker staan een paar oudere jongens roerloos te luisteren naar de meest deprimerende muziek die ik ooit heb gehoord.

Ik ben overweldigd. Dit is iets anders dan de hitparademuziek van die tijd. David Bowies “Sense of Doubt” raakt iets in me. Ik denk niet dat ook ik roerloos stil heb staan luisteren, want ik herkende hoe theatraal dat was, maar tot op de dag van vandaag kan ik de schok van die middag herbeleven. Later die week fiets ik naar Deventer, waar de openbare bibliotheek grammofoonplaten uitleent, en waar ik Heroes haal.

Lees verder “Bowie, Sense of Doubt” →

Marky Ramone (2)

Zoals ik eerder vandaag aangaf, is de autobiografie van Marky Ramone, Punk Rock Blitzkrieg, een tof boek. Voor een deel komt het doordat Marky, anders dan zijn collega’s, interesse heeft in de wereld om hem heen. Of het nu gaat om een jeugdherinnering aan de vlucht van John Glenn of om een bezoek met zijn echtgenote aan het Louvre of om een roman van Kurt Vonnegut: hij kan zijn eigen verhaal plaatsen in een wijdere context, wat de leesbaarheid aanzienlijk bevordert.

Een tweede troef: hij geeft de lezer een hoop mee over zijn vak. Hij legt uit waarom Ringo Starr een goede drummer was en waarom Keith Moon en John Bonham hem inspireerden. Je begrijpt waarom het afstellen van een drumstel moeilijker is dan het stemmen van een gitaar. Marky vertelt hoe hij anders speelde dan Tommy:

Lees verder “Marky Ramone (2)” →

Marky Ramone (1)

Een tijdje geleden realiseerde ik me dat ik altijd vrolijk word van de muziek van de Ramones. Ik bekeek een bekende documentaire, grasduinde eens wat en raakte geboeid door het contrast met een andere band uit die tijd, The Clash. Over het politieke engagement en de ernst van die laatste band bestaat geen twijfel. De Ramones leken er daarentegen, zoals Joey Ramone het verwoordde, vooral op uit de lol terug te brengen in de rock ’n’ roll. En dus speelden ze de rol van freaks, stripfiguren. Dat deden ze echter weer zó intens dat ik me afvroeg of het niet allemaal even serieus was als bij The Clash.

Daarom besloot ik er eens wat boeken over te lezen. Ook om wat meer te weten te komen over de wijze waarop een stelletje ongeregeld erin slaagt zichzelf te overstijgen en, ondanks een hoop geruzie, ruim tweeduizend keer een dijk van een concert neer te zetten. Kijk nog even hier om te weten hoeveel energie tot ontlading kwam.

Lees verder “Marky Ramone (1)” →

Wonderful world

Kort voor zijn dood in 2001 nam Joey Ramone het materiaal op voor een solo-LP, die na zijn dood zou uitkomen. Daarop stond ook deze cover van Louis Armstrongs beroemde What a Wonderful World.

Het clipje, gemaakt door Joey’s broer Mickey Leigh, is geschoten in de New Yorkse straat Bowery, waar CBGB zat, de club waar de Ramones jarenlang optraden. De ingang is te zien in het openingshot.