Het oudste brood

Brood bakken, met een methode die millennia oud is

Een van de belangrijkste opgravingen in Turkije is Çatalhöyük, dat je mag typeren als een heel groot dorp uit het Neolithicum, ergens tussen 7500 en 6400 v.Chr. Misschien mag je het, met zo’n 700 bewoners, wel een stadje noemen. De mensen woonden in vrij grote huizen, die nog geen deuren hadden, en waarin je met een ladder afdaalde.

Het aardigste is dat de diverse bewoningslagen tonen dat de mensen beter werden in de landbouw. In de jongste strata is waarneembaar dat de bewoners hun vaardigheden aan het aanscherpen waren. Soms op manieren waarvan hedendaagse boeren denken “dat klopt”, en soms op manieren waarvan je weet “dat zal niet veel hebben geholpen”, zoals wanneer ze in de graanbakken beeldjes legden van beschermgodinnen. Die zullen de muizen niet hebben weggehouden. Een kat zou dat beter hebben gedaan. Maar die talismans zijn natuurlijk ook leuk.

Lees verder “Het oudste brood”

Broodje aap

Een aap die deeg kneedt (Archeologisch Museum, Sozopol)
Een aap die deeg kneedt (Archeologisch Museum, Sozopol)

In de hellenistische periode werden allerlei kleine terracotta’s gemaakt, soms werkelijk heel verfijnd. Het meest opvallend zijn de vrouwenfiguren die bekendstaan als “Tanagra-aardewerk” en in talloze musea zijn te zien. Men had in die tijd echter ook aandacht voor het ongewone, zoals mismaakte mensen of dieren in mensenrollen.

Lees verder “Broodje aap”

Een olifant in Aken

Een olifant van speculaas
Een olifant van speculaas

Het lieve olifantje dat u hierboven ziet, is gemaakt van speculaas. Ik zag de lekkernij hangen in de etalage van een banketbakker in Aken. En er zit een verhaal aan vast.

In 802 bezocht een zekere Isaak het hof van Karel de Grote in Aken. De zogenaamde Annalen van de Frankische koningen vermelden

dat Isaak een olifant en andere geschenken bij zich had, die waren gezonden door de koning van de Perzen, en dat Isaak in Aken alles aan de keizer overhandigde; de naam van de olifant was Abul Abaz.

Lees verder “Een olifant in Aken”

De gouden ezel van Apuleius

Alleen iemand zonder hart houdt niet van ezels.

Je bent in een vreemde stad te gast bij een vriendelijke familie, besluit een bijdrage te leveren aan het avondeten, wandelt naar de markt en ziet daar heerlijke vis liggen. De koopman vraagt er een vermogen voor, je dingt wat af en juist als je naar je tijdelijke huis wil wandelen, spreekt iemand je aan.

Het blijkt een medestudent van vroeger, die vertelt dat hij inmiddels marktmeester is en toezicht houdt op de handel. Hij ziet je mand vol vis, kijkt er misprijzend naar  en concludeert dat je bent opgelicht. Terstond komt hij in actie en dondert de verkoper toe dat diens oplichterij niet onbestraft zal blijven. De mand wordt leeggegooid op straat en een van de assistent-marktmeesters krijgt opdracht de vis tot moes te trappen. Dát zal de visverkoper leren! Moedeloos keer je naar huis terug, zonder geld en zonder diner.

Lees verder “De gouden ezel van Apuleius”