De slag bij Nikopolis aan de Donau

De nachtelijke slag bij Nikopolis aan de Donau (Zuil van Trajanus)

De meeste veldslagen uit de Oudheid kennen we dankzij geschreven bronnen. Een enkele keer hebben we daarnaast de beschikking over archeologische vondsten, wat de unieke situatie oplevert dat de normaal gesproken trage tijdschaal van de archeologie ineens toepasbaar wordt om een gebeurtenis van binnen één dag te reconstrueren. De slag bij Nikopolis is niets van dit alles. We kennen dit gevecht het beste van afbeeldingen. Van één afbeelding.

Eerst iets over de situatie. Ten noorden van de Donau lag het koninkrijk Dacië. Het lag binnen de grenzen van het huidige Roemenië, maar dat het ermee zou samenvallen is nationalistische propaganda van Nicolae Ceaușescu, die graag de eenheid van zijn land presenteerde als historisch voorbestemd. Feitelijk woonden binnen de Roemeens grenzen ook Geten, Sarmaten en andere volken. Tijdens de regering van keizer Domitianus (r.81-96) staken de Daciërs vrij onverwacht de Donau over om in het Romeinse Rijk te plunderen. Dat gebeurde vermoedelijk in de winter van 85/86. Het is niet helemaal duidelijk wat de Daciërs bewoog, want er waren verdragen. Misschien was Rome te traag geweest met de cadeaus die elke vazalvorst zo nu en dan verwachtte, maar dat is speculatie.

Lees verder “De slag bij Nikopolis aan de Donau”

De Dobruja (2)

Een kwart eeuw vooruitgang in de Dobruja: Roemeense propaganda (Nationaal Museum voor de Geschiedenis van Roemenië, Boekarest)

[Tweede deel van een blogje over de Bulgaars-Roemeense grens. Het eerste was hier.]

De Balkanoorlogen

Dankzij de Russische invasie waren enkele prinsdommen aan de Beneden-Donau onafhankelijk geworden, die zich nu aaneensloten tot één koninkrijk: Roemenië. Daarbij hoorde ook het gebied dat bekendstaat als Besarabië, zeg maar het zuidoosten van het huidige Moldavië. De Russen vonden dat zij dat wel verdiend hadden als beloning voor hun krijgsinspanningen. De Roemenen stonden het af en werden gecompenseerd met het grootste deel van de tot dan toe Ottomaanse Dobruja. Hier lag onder meer de havenstad Constanța (het antieke Tomis). Alleen het allerzuidelijkste deel, met de havenstad Balchik, kwam in Bulgaarse handen.

Lees verder “De Dobruja (2)”

De Dobruja (1)

De Dobruja rond 1918

Vandaag een blogje buiten mijn eigenlijke expertise, maar ik schrijf het op verzoek. Het gaat over de grens tussen Bulgarije en Roemenië. Voor het grootste deel is dat de benedenloop van de rivier de Donau. Ten zuiden daarvan spreken de mensen Bulgaars, een Slavische taal, en schrijven ze met cyrillische letters, en ten noorden daarvan spreken ze Roemeens, een romaanse taal, en gebruiken ze hetzelfde alfabet als wij.

Dobruja

Alleen helemaal in het oosten ligt de grens wat anders. Zo’n zestig kilometer vóór de rivier de Zwarte Zee bereikt, buigt ’ie naar het noorden af, stroomt 130 kilometer in die richting, en buigt pas daar naar het oosten. De delta strekt zich uit over ruim honderd kilometer. Het gebied bezuiden de Donaumonding staat bekend als de Dobruja, is genoemd naar een veertiende-eeuwse heerser, is half zo groot als België, is politiek heel omstreden geweest en uiteindelijk over de twee landen verdeeld. Ik heb de indruk dat de spanningen nog niet helemaal zijn verdwenen.

Lees verder “De Dobruja (1)”

Karanovo

De trench van Karanovo

Ik geef toe: het plaatje hierboven is niet bijster informatief. U ziet een heuvel waar een lange gang in is gegeven. Meer is het niet, daar in Karanovo in Bulgarije. Als ik het een naam moest geven, zou ik het een trench noemen, wat net niet helemaal hetzelfde is als het Nederlandse “geul” (want die ontstaat door spoelend water) of “sleuf” (want die is smaller). Ik noem het dus maar een trench en deze trench vormde het begin van een belangrijke opgraving.

Stratigrafie

De enorme heuvel bij Karanovo (niet te verwarren met de even verderop gelegen grafheuvel) is te beschouwen als een tell, waarin diverse woonlagen boven elkaar lagen. Werd een dorp verwoest, bijvoorbeeld door een aardbeving, dan bouwden de overlevenden nieuwe huizen bovenop de oude, zodat die heuvel hoger werd. Herhaal dat enkele keren en je hebt een stevige bult. Als een archeoloog die bult van bovenaf neerwaarts gaat uitgraven, zijn de diverse bewoningslagen echter niet goed herkenbaar. Een trench helpt om vat te krijgen op de stratigrafie. Zie het onderstaande, iets informatievere plaatje.

Lees verder “Karanovo”

Een schitterend museum in Plovdiv

Grote Basilica, Plovdiv

Soms zie ik iets dat zó tof is dat ik erover schrijven moet, zoals de museale inrichting rond de zogeheten Grote Basiliek van Plovdiv. Simpel samengevat: alles klopt. En ik ben zo enthousiast dat ik breek met mijn voornemen om, zolang ik in Bulgarije ben, geen blogjes te schrijven. Dit verhaal moet eruit, zo simpel.

Goed, wat is het? Toen ik in 2014 in Plovdiv was, zag ik bij het postkantoor een opgraving, maar ik was te moe om er lang naar te kijken; nu is daar een schitterend museum gebouwd over de grootste van twee basilieken. Die was gebouwd over een oudere tempel voor de keizercultus; elementen uit het oudere gebouw zijn gerecycled in het jongere, dat diende als de kerk van de bisschop van Plovdiv of, zoals de stad destijds heette, Filippopolis.

Lees verder “Een schitterend museum in Plovdiv”

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Lees verder “Byzantijns Thracië”

Laat-antiek Thracië

Claudius II Gothicus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Dit is het voorlaatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Crisis

Zoals ik in het vorige blogje zei, markeerde de regering van een uit Thracië afkomstige keizer, Maximinus Thrax, het begin van wat bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. Het wezenlijkste punt was een geleidelijke klimaatverandering, die de landbouw bemoeilijkte, meer mensen dwong om op het platteland te gaan werken, leidde tot een verkleining van het aantal ambachtslieden en (daarmee samenhangend) een verkleining van de betekenis van de steden. De belastinginkomsten namen af en dus hadden de keizers minder armslag. Er was minder handel en er was een epidemie.

Maar het meest opvallend: vijandelijke volken waren succesvoller dan in de voorafgaande tijd. Dat dwong tot grotere legers, die inflatoir werden gefinancierd. En het hielp simpelweg niet. De Griekse en Romeinse auteurs haalden de naam “Geten” uit de kast om hun tegenstanders te beschrijven: een eeuwenoude term voor de bewoners van wat inmiddels Moesia Inferior heette. Zulk archaïsme was niet ongebruikelijk, maar de keuze kan ook zijn ingegeven doordat een van de groepen invallers zich aanduidde als “Goten”. We lezen ook over Carpi en Sarmaten. We lezen dat Plovdiv – niet langer Moesia maar in het Thracische binnenland – werd geplunderd en dat keizer Decius omkwam in de strijd. Een nog niet zo heel lang geleden ontdekte palimpsest documenteert deze gebeurtenis.

Lees verder “Laat-antiek Thracië”

Romeins Thracië en Moesië

De Via Egnatia in Filippoi

[Dit is het vijfde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Romeinse Republiek

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, kregen de Romeinen, in oorlog met de Macedoniërs, in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. te maken met de Thraciërs. Komend vanaf de Adriatische Zee bouwden ze de Via Egnatia, die langs Thessaloniki naar het oosten voerde, langs de havensteden die de Grieken eeuwen eerder aan de Thracische zuidkust hadden gebouwd. Op de annexatie van Macedonië (in 146 v.Chr.) volgde de annexatie van het koninkrijk Pergamon, en daarmee was in elk geval de beheersing van het zuiden van Thracië voor Rome van enorm strategisch belang.

Het zou te ver voeren om hier alle conflicten te noemen die Rome in en rond Thracië heeft uitgevochten. Het was in elk geval nooit eenvoudig, zoals wel blijkt uit het feit dat de oorlog tegen de Bessers duurde van 119 tot 107 v.Chr. Al die tijd was de Via Egnatia niet helemaal veilig. Ook in de oorlogen tegen koning Mithridates VI Eupator van Pontus, een van de gevaarlijkste tegenstanders waarmee Rome te maken had in de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr., werd gevochten in Bulgarije. Bij een van deze oorlogen moet Spartacus in Romeinse handen zijn gevallen: misschien als krijgsgevangene, misschien als verkochte slaaf.

Lees verder “Romeins Thracië en Moesië”

De Thraciërs (4)

Seuthes III (Archeologisch museum, Sofia)

[Dit is het vierde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Lysimachos

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, slaagde de Macedonische officier Lysimachos er in de jaren na de dood van Alexander de Grote (323 v.Chr.) niet in om de Odrysische leider Seuthes III te onderwerpen. De Macedoniërs imiterend stichtte ook Seuthes een stad die hij naar zichzelf noemde, Seuthopolis. (De resten ervan bevinden zich op de bodem van een stuwmeer in de Vallei van de Thracische Koningen.) De Panagyurishte-schat, die in Macedonië niet zou hebben misstaan, dateert uit deze jaren en bewijst dat de Thracische elite culturele aansluiting zocht bij de Grieks-Macedonische wereld.

Pas na een decennium lijkt Lysimachos de situatie meester te zijn geweest; Seuthes erkende hem als heerser, maar bleef zelf aan en lijkt nog rond 295 in leven te zijn geweest. Seuthes’ graf is teruggevonden in de Vallei van de Thracische Koningen en is interessant omdat het bronzen hoofd van Seuthes III ritueel is begraven in de toegang. Het lichaamloze hoofd doet denken aan de mythe dat het lichaamloze hoofd van Orfeus bleef zingen: een soort minachting voor de dood.

Lees verder “De Thraciërs (4)”

De Thraciërs (3)

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

[Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Perzische tijd

In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

Lees verder “De Thraciërs (3)”