Antieke lucht

De put waarin het schip is gevonden.

Nog even een toevoeging aan mijn stukje van gisteren, over het graf van Toetanchamon. Ik schreef dat er luchtmonsters zouden kunnen worden genomen: antieke lucht is belangrijk om de samenstelling van de atmosfeer te kunnen reconstrueren, wat weer handig is voor het klimaatonderzoek.

Eerst even iets over het onderzoek in het algemeen, daarna Egypte. Onderzoekers kunnen niet alleen oude lucht vinden in minuscule holtes in stukken barnsteen en in grote reservoirs in onderzeese grotten, maar ook in luchtbelletjes in gletsjers of op Antarctica. Heel prettig zijn de luchtvondsten op Groenland, omdat het ijs daar is ontstaan door neervallende sneeuw, die elk jaar opnieuw een herkenbaar laagje afzet. Dit ijs is dus goed te dateren en dat betekent dat ook de luchtbelletjes vrij precies dateerbaar zijn. (De ouderdom van het veel oudere gletsjer-ijs wordt vastgesteld door middel van een argon-argon-datering.)

Lees verder “Antieke lucht”

Oud Groningen

De terp van Ezinge, even ten noorden van Groningen, zoals nagebouwd in Archeon.

Ik blogde zondag en maandag over de Romeinse visie op de bewoners van de Lage Landen. Misschien is het aardig af te ronden met een voorbeeld: de beschrijving van de bewoners van de terpen of wierden langs de Waddenzee. Die heetten in de Oudheid “Chauken“, een woord dat lijkt te zijn afgeleid van *Hauhōz, waarin het element “hoog” herkenbaar is. Hooghemers dus, mensen die woonden op kunstmatige hoogten.

Het volgende ooggetuigenverslag is van Plinius de Oudere, die het land in 47 na Chr. heeft gezien. Het leek hem maar een armzalig gebied en dat was het, vergeleken met zijn van alle gemakken voorziene basis in Xanten, natuurlijk ook. Desondanks waren de Chauken eigenlijk vrij welvarend. Plinius, die niet aan land lijkt te zijn gekomen, kon niet weten dat ze eieren raapten en joegen op vogels en robben. Hij zag niet dat de kwelders dienden als weiden, waar runderen en schapen graasden en waar zelfs, achter lage dijkjes, akkerbouw mogelijk was. Ook al was de bodem zilt, het was mogelijk er gerst, vlas en duivenbonen te verbouwen. De Friezen en Chauken exporteerden kaas, zout, wol, leer en schapen, en vormden tevens een schakel bij de doorvoer van slaven, pelzen en barnsteen. Plinius zag het niet. Hij was gefascineerd door de rand van de aarde – zee of land? – en de tegenstelling tot de Romeinse wereld.

Lees verder “Oud Groningen”