Beschaving en barbarij (2)

Romeins masker: een Germaan
Romeins masker: een Germaan

Gisteren blogde ik over de Romeinse visie op de Lage Landen, die was beïnvloed door het oeroude idee dat aan de randen van de aarde, ver van de beschaving, alleen maar barbaren woonden. Noordwest-Europa was voor Romeinen en Grieken een soort omgekeerde wereld. Waar beschaafde mensen woonden op riviervlakten, beschreef ik, woonden de barbaren in een rotsachtig woud aan de kust.

De verschillende geografie vertaalde zich in tegengestelde productiewijzen: terwijl de beschaafde gebieden een vruchtbare bodem hadden waarop akkerbouw mogelijk was, stond het arme barbaarse land alleen veeteelt toe. Tegenover de beschaafde, “broodetende mensheid” (zoals dichters het noemden), stonden nomadische barbaren, die een dieet hadden van vlees en zuivel.

De levenswijze was natuurlijk ook verschillend. Grieken en Romeinen konden leven in steden en hoefden geen wapens te dragen omdat ze in vrede met hun buren verkeerden. In hun vrije tijd konden ze zich ontspannen, bijvoorbeeld door te studeren. (Het Griekse scholè betekent “vrije tijd”.) De barbaren daarentegen verbleven nooit lang op dezelfde plaats. Ze zwierven voortdurend met hun kuddes door het woeste bergland en moesten steeds oppassen voor veedieven, als ze niet zelf op strooptocht gingen. Ze waren dus permanent bewapend.

Terwijl de beschaafde stedelingen hun leven door wet en ethiek lieten leiden, leefden de barbaren in geïsoleerde dorpen, waar ze zich weinig gelegen lieten liggen aan wetten en zeden. De barbaren respecteerden dus ook de wetten van de gastvrijheid niet en schrokken er niet voor terug hun gasten óf zelf op te eten óf als offer te serveren aan hun goden.

Goede smaak bestond vanzelfsprekend alleen in de steden aan de Middellandse Zee. Daar droegen goed gekapte mensen chitons, tunica’s of chique toga’s, terwijl op de randen van de aarde besnorde barbaren leefden, die gekleed gingen – als ze al gekleed gingen! – in broeken. Veel barbaarser kon het natuurlijk niet.

De barbaren zaten, in deze visie, in een vi­cieuze cirkel. Ze leefden in een onherbergzame wildernis, konden daar geen akkers bebouwen, moesten daarom op rooftocht gaan en leefden zodoende permanent in staat van oorlog. Als er al iemand op het idee zou komen een akker in te zaaien, zou hij die al gauw moeten verlaten. Voor cultuur was onder zulke existentiële omstandigheden geen ruimte, wat volgens de Grieken en Romeinen wel moest leiden tot contactstoornissen, die de barbaar menselijk gezelschap deden vermijden en de onherbergzame gebieden deden opzoeken. De enige uitweg uit al deze misère was een nederlaag tegen de Romeinen, die niet te beroerd waren om de verslagenen wat burgermansdeugden bij te brengen.

Tot het zover was, waren barbaren krijgszuchtig, opvliegend, onbetrouwbaar. Omdat ze steeds aan het vechten waren, ontbrak de tijd tot werkelijk nadenken. Ze stelden daarom kracht boven rede en hielden er een eenvoudige krijgersethiek op na. Hun leven draaide om zaken als eer en moed. Julius Caesar zette de toon met zijn beschrijving van de Nerviërs.

Toen Caesar informeerde naar hun aard en gebruiken, kwam hij het volgende te weten. Kooplui hadden in het geheel geen toegang tot deze stam. Invoer van wijn en andere luxegoederen stonden ze niet toe, want daardoor, dachten ze, zou hun moed verslappen en hun krijgslust verminderen. Het was woest, heel krijgslustig volk. (Caesar, Gallische oorlog 2.15; vert. Vincent Hunink)

Omdat de barbaren nooit lang nadachten, waren ze snel enthousiast voor een onderneming waarin ze hun moed konden bewijzen en roem verwerven. Meer in het algemeen waren ze altijd uit op verandering. Nooit verbleven ze lang op dezelfde plek, leiders werden snel vervangen, verdragen werden niet nageleefd, huwelijkstrouw kenden de barbaren niet.

Althans, zo dachten de Romeinen over de volken die leefden aan de noordelijke kusten van het Europese continent. Hoe weinig het beeld overeenkwam met de werkelijkheid, blijkt wel uit het feit dat geen enkele antieke auteur de jachtwapens noemt van de bewoners van de Lage Landen, wat zeker zou zijn gebeurd als ze de jagers van het noorden in het echt hadden gezien: boemerangs zijn toch redelijk opvallend. Maar niet één bron vermeldt ze, zodat de archeologen die ze opgroeven totaal niet op deze vondsten waren voorbereid.

[Dit was een deel uit Jona Lendering en Arjen Bosman, De rand van het Rijk. Het boek is niet langer leverbaar, maar de Engelse vertaling, Edge of Empire, is dat wel en die bestelt u hier. Overmorgen nog een voorbeeld.]

11 gedachtes over “Beschaving en barbarij (2)

  1. Is er in de loop der tijd veel veranderd?
    De Westerse landen hebben nog steeds een beperkte visie op de beschaving van andere landen. Of komt dat door de nog voortdurend aanwezige Romeinse invloed.

    Weer een zeer lezenswaardig blog!

    Vriendelijke groet,

      1. De inmenging in binnenlandse zaken door Westerse mogendheden geeft naar mijn idee teveel langdurige oorlogsconflicten.
        Wapenproductie en wapenhandel wordt hierdoor alleen maar in stand gehouden.
        De fossiele delfstoffen en andere economische belangen wegen daarbij zwaar.
        Het denigrerende sausje van welvaart en democratie brengen staat mij inderdaad tegen!
        Vriendelijke groet,

    1. De Westerse landen… hoezo? Als ik iemand voor een camera zie staan die vindt dat je gevluchte Syriërs moet ‘heropvoeden’ omdat ze anders je spullen stelen, denk ik niet aan een nationale mening, maar over een dom iemand die nooit interesse heeft gehad om zich te verdiepen in de TONNEN aan kennis die beschikbaar zijn.

  2. Ben Spaans

    Het is toch wel zo dat, bij alle retorische malligheid van de klassieke auteurs, er wel een verschil in cultuurniveau bestond, in ieder geval met de Germanen?

    Iets anders: ik betwijfel of je dat leuk vindt, maar Tom Holland heeft Edge of Empire oppgenomen in de literatuurlijst van zijn nieuwe boek (Dynasty. The rise and fall of the house of Caesar)

    1. Germanen schreven niets op, dus als je dat met verschillen in cultuurniveau bedoelt.. ja.
      Maar verder? Gladiatoren waren een Romeins idee, mensenoffers een Germaans. Ik zie niet zo heel veel verschil van ons uit (en wij hebben de atoombom).

      1. Ben Spaans

        De organisatiegraad van de Germanen lag toch een stuk lager? Geen steden, geen gebouwen van steen, een veel eenvoudiger politieke organisatie, geen eigen geldeconomie, de Germaanse streken waren gewoon veel armer. Met de runen kwam wel een Germaans Schrift, maar dit bleef beperkt tot ‘cultische’ praktijken. Zo was de situatie in ieder geval rond het begin van de jaartelling.

        Er bestaat een stroming die Germaanse ‘mensenoffers’ interpreteert als het ‘ritueel doden van krijgsgevangenen’. De Romeinen kenden, tot in de 1e eeuw v. Chr., ook een praktijk die dicht in de buurt lijkt te komen van mensenoffers: op grond van orakels kon worden overgegaan tot het levend begraven van misdadigers of krijgsgevangen in noodsituaties. Bij gladiatoren was misschien ook niet alles wat het lijkt: op TV Cinq werd in een docu over Caesar laatst beweert dat het wel meeviel met de sterftecijfers onder gladiatoren – de opleiding was te kostbaar om echt vaak tot de dood te vechten. Voor wat het allemaal waard is.

        Het schijnt wel zo te zijn dat de Galliërs op weg waren naar een ‘beschaving’ die niet veel onderddeed voor de ‘klassieke’, maar Caesar’s veroveringen hebben dit kort gesloten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s