Iberisch aardewerk

Iberisch aardewerk (Prehistorisch Museum, Valencia)

In januari waren mijn vriendin en ik op vakantie in Spanje, meer precies in het gebied dat in de Oudheid bekendstond als Iberië: zeg maar de kustregio ten zuiden van de monding van de Ebro tot voorbij Cartagena. Later is de naam Iberië van toepassing verklaard op het hele gebied bezuiden de Pyreneeën, maar dat was dus oorspronkelijk niet zo. In de Spaanse musea die ik bezocht, viel me op dat de decoraties van het Iberische aardewerk echt anders waren dan die van andere regio’s, en dat het ook een aparte crèmekleur had.

Een voorbeeld is de bovenstaande diepe kom, een zogeheten lebes, die is opgegraven op een plek die in het Spaans bekendstaat als Tosal de San Miquel, en die in de Oudheid Edeta heette. Het was de voornaamste stad van de Iberische groep die bekendstond als de Edetaniërs. Deze diepe kom moet dateren uit de tijd tussen pakweg 300 en 76 v.Chr., het jaar waarin de stad werd verwoest. In het Prehistorisch Museum in Valencia zijn heel veel van dit soort stukken te zien, versierd met afbeeldingen van dieren, planten en mensen.

Lees verder “Iberisch aardewerk”

De werken van Herakles (4)

De Farnese Hercules (Museo archeologico nazionale, Napels)

[Vierde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]

Nu we in de voorgaande blogjes de geschreven traditie hebben bezien, kunnen we ons richten op de wijze waarop de mythe van Herakles en zijn twaalf werken iconografisch is geëvolueerd.

Vaasschilderkunst en hellenisme

De afzonderlijke werken van Herakles vinden we op tal van vazen, daterend vanaf de zesde eeuw v.Chr. Bekend zijn de vele Attische vazen die zijn gevonden in Etruskische opgravingen, en die worden toegeschreven aan de “Schilder (van) Antimenes”. Bij hem vinden we de Nemeïsche leeuw, de Hydra, het Erymanthisch zwijn en Kerberos.

Lees verder “De werken van Herakles (4)”

Tweeënzeventig uur Spanje (1)

Monument voor Cervantes, Madrid

Een tijdje geleden blogde ik over Segovia en daarna over de laatantieke en Arabische geschiedenis van Iberië. Dat had een reden: ik had een uitnodiging gekregen om naar Spanje te komen voor het Hay Festival in Segovia, waarover u hier meer kunt lezen. Het was afgelopen weekend. Ter voorbereiding had ik ook Giles Tremletts boek Ghosts of Spain willen lezen, maar het was daar niet van gekomen. Dat zou me nog spijten.

Een snoepreisje werd het niet. Ik zou in Segovia worden geïnterviewd over soft persuasion, wat je zou kunnen uitleggen als “desinformatie bestrijden vóór die zich voordoet”. Je kunt het ook een proactieve benadering noemen of prebunking. Of normale uitleg, waardoor mensen niet meteen slechte informatie vinden maar goede. Als het economische argument de doorslag moet geven: desinformatie mag dan een verdienmodel zijn, je kunt óók geld verdienen met informatie. Dan moet je alleen zorgen dat degene die goede informatie verspreidt, kan tonen waarom zijn inzichten beter zijn. Open access is dus een voorwaarde. De echte mafkezen overtuig je weliswaar nooit, maar door vroegtijdig correct te informeren, kun je wel verhinderen dat andere mensen in hun richting wegglijden. Over deze materie zou Jan-Willem Bok van de IE Universiteitnoot De afkorting staat voor Instituto de Empresa, zeg maar business school, maar dat is met de oprichting van andere faculteiten eigenlijk misleidend. me interviewen.

Lees verder “Tweeënzeventig uur Spanje (1)”