Een proactief stukje over Drie Koningen

De Drie Koningen (Sant’ Apollinare Nuovo, Ravenna)

6 januari ofwel Drie Koningen ofwel Epifanie is een van die momenten waarop kwakhistorici hun kans grijpen om even wat onzin in de krant te krijgen. Het jaar is nog jong, de zaterdagkrant heeft ruimte, de nieuwsredacties zijn nog niet helemaal scherp en oudheidkundigen bijten, anders dan klimaatwetenschappers en artsen, zelden terug als er onzin wordt gedebiteerd. Tijd dus voor weer een proactief stukje in de ongetwijfeld ijdele hoop nog wat stommiteiten uit de krant te houden.

Er waren drie koningen

Tweemaal niet waar. Het verhaal over het bezoek van de wijzen uit het oosten is alleen te lezen in het evangelie van Matteüs – en wel hier – en vermeldt (a) geen koningen en (b) geen aantallen. Een onbepaald aantal magoi verschijnt ten tonele, dat is alles. Het aantal van drie is afgeleid van het drietal geschenken (goud, wierook en mirre) maar in de oosterse kerken kunnen het er twaalf zijn. De namen Caspar, Balthasar en Melchior zijn later verzonnen, al zijn ze al te lezen in de laatantieke Sant’ Apollinare in Ravenna. Zie boven. Merk op dat ze geen koninklijke attributen hebben. De koninklijke status zou een toevoeging zijn uit de Middeleeuwen, gebaseerd op Psalm 72.11:

Alle koningen zullen zich voor hem neerbuigen,
alle heidenen zullen hem dienen.

Lees verder “Een proactief stukje over Drie Koningen” →

Jezus’ geboortejaar

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Die had ik moeten zien aankomen, de vraag onder mijn blogstukje over Quirinius: wanneer vond die volkstelling plaats?

Antwoord: Herodes Archelaos is in 6 na Chr. verbannen, dus dat is ook de tijd van de annexatie van Judea en de bijbehorende volkstelling. Misschien 7. Zoiets.

En daarmee komen we op een van die vele kwesties uit de oude geschiedenis waarover meer is geschreven dan het belang van het onderwerp rechtvaardigt: Jezus’ geboortejaar. (Andere voorbeelden uit deze categorie: de plek waar Hannibal de Alpen overstak en de doodsoorzaak van Alexander de Grote.)

Twee geboortejaren

Ter zake. Als we alleen het volkstellingsverhaal in Lukas 2 lezen, zouden we concluderen dat Jezus is geboren in 6 na Chr., misschien 7. Dat is echter in tegenspraak met wat Matteüs schrijft: de wijzen uit het oosten – over wie ik al eens blogde – kwamen in Jeruzalem toen koning Herodes de Grote nog aan de macht was (Mt 3.1) en enige tijd voor de troonsbestijging van Herodes Archelaos (Mt 3.22). Herodes overleed in 5/4 v.Chr. en dus is Jezus op z’n laatst in die winter geboren.

Lees verder “Jezus’ geboortejaar” →

Q (3)

Zesde-eeuwse muurschildering van Lukas, gevonden in zijn zogenaamde graf in Efese (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Dit is mijn derde en laatste stukje over de Tweebronnenhypothese. Het eerste was hier.]

Zoals ik in mijn tweede stukje beschreef, zijn de evangeliën van Matteüs en Lukas gebaseerd op twee eerdere teksten: het Marcusevangelie en “Q”. Het is tijd eens in wat detail te kijken naar Q – en als u het héél gedetailleerd wil bekijken, kunt u hier naartoe.

Afgezien van twee korte verhalen over de wijze waarop de duivel Jezus op de proef stelt en over het geloof van een Romeinse officier, bestaat Q uit een korte proloog over Johannes de Doper en vervolgens een grote verzameling uitspraken van Jezus, die werden aangeduid als logia. Het geheel doet een beetje denken aan een spreekwoordencollectie en eindigt met voorspellingen van de Eindtijd, die Jezus’ volgelingen nog zullen meemaken. Dit laatste moet zijn opgeschreven vóór duidelijk werd dat deze profetie niet uit zou uitkomen en is dus vermoedelijk een heel oud deel van de tekst. Voor een vroege datering van Q pleit ook het vriendelijke beeld van de Romeinse officier, dat beter past in de vroege eerste eeuw dan in de late eerste eeuw, en een opmerking van de vroeg-Christelijke schrijver Papias dat Matteüs in de Aramese logia van Jezus heeft opgeschreven.

Lees verder “Q (3)” →