Het proactieve Driekoningen-stukje

De drie wijzen uit het oosten (Sant’ Apollinare Nuovo, Ravenna)

Zondag is het 6 januari ofwel Driekoningen ofwel Epifanie ofwel een van die momenten waarop kwakhistorici hun kans grijpen om even wat onzin in de krant te krijgen. Het jaar is nog jong, de zaterdagkrant heeft ruimte, de nieuwsredacties zijn nog niet helemaal scherp en oudheidkundigen bijten, anders dan klimaatwetenschappers en artsen, zelden terug als er onzin wordt gedebiteerd. Tijd dus voor weer een proactief stukje – ik las laatst dat er al een vakterm voor zulke voorwaartse verdediging was: prebunking – in de ongetwijfeld ijdele hoop nog wat stommiteiten uit de krant te houden.

Er waren drie koningen

Tweemaal niet waar. Het verhaal over het bezoek van de wijzen uit het oosten is alleen te lezen in het evangelie van Matteüs – en wel hier – en vermeldt (a) geen koningen en (b) geen aantallen. Een onbepaald aantal magoi verschijnt ten tonele, dat is alles. Het aantal van drie is afgeleid van het drietal geschenken (goud, wierook en mirre) maar in de oosterse kerken kunnen het er twaalf zijn. De namen Caspar, Balthasar en Melchior zijn later verzonnen, al zijn ze al te lezen in de laatantieke Sant’ Apollinare in Ravenna. Zie boven. Merk op dat ze geen koninklijke attributen hebben. De koninklijke status zou een toevoeging zijn uit de Middeleeuwen, gebaseerd op Psalm 72.11:

Alle koningen zullen zich voor hem neerbuigen,
alle heidenen zullen hem dienen.

Lees verder “Het proactieve Driekoningen-stukje”

Het pro-actieve Sint-Jeroen-stukje

Dit is geen wetenschappelijk bewijs (Gevelsteen, Utrechtsestraat 110, Amsterdam)

Later deze week, op vrijdag 17 augustus, is de feestdag van de heilige Jeroen van Noordwijk. Daar zou ik normaal geen aandacht aan besteden maar er is de laatste tijd nogal wat om hem te doen. Dus even wat feiten bij elkaar:

  • Er is geen historisch bewijs dat deze heilige überhaupt heeft bestaan. De bronnen zijn veel te jong. U leest er hier meer over.
  • Dat de heilige niet heeft bestaan, heeft niet belet dat in de Middeleeuwen zijn gebeente wel is vereerd. De relieken in kwestie zijn tijdens de Reformatie overgebracht naar Haarlem. U leest daarover hier meer.
  • In de negentiende eeuw herleefde de cultus en werd het gebeente naar Noordwijk teruggebracht. De processies zijn in de jaren zestig ten einde gekomen maar enkele jaren geleden hernomen in de vorm van een stille omgang.
  • De schedel die in de Middeleeuwen als die van Sint-Jeroen werd vereerd, is al eeuwen zoek. Onlangs zijn echter op aanwijzing van een paragnost twee schedels gevonden. U leest daarover meer hier. Die schedels worden momenteel onderzocht.

Lees verder “Het pro-actieve Sint-Jeroen-stukje”

Het proactieve Kerststukje

De drie wijzen uit het oosten bij koning Herodes. Byzantijns mozaïek uit de Chora-kerk in Istanbul.

Als een misverstand over de Oudheid er eenmaal is, gaat het nooit meer weg. Wie de Oudheid goed wil uitleggen, moet dus niet alleen zo accuraat mogelijke informatie verspreiden maar er ook voor zorgen dat misverstanden niet ontstaan. Is het daarvoor te laat, zoals vaak het geval is, dan moet hij zien de verspreiding te bemoeilijken.

Zoals vandaag. Binnenkort is het namelijk kerstmis en de christelijke feestdagen zijn altijd een moment waarop de media snelle kopij zoeken, journalisten niet verder kijken dan hun neus lang is en er nogal wat onzin de wereld in wordt gepompt. Wellicht helpt dit stukje de schade in de perken te houden.

Heeft Jezus überhaupt wel bestaan?

Niets uit het verre verleden is helemaal zeker, maar bij een normale toepassing van de historisch-kritische methode is het antwoord ja. U leest er hier meer over.

Lees verder “Het proactieve Kerststukje”

Het proactieve Asterix-stukje

Over een week, op 19 oktober, verschijnt de nieuwe Asterix. Ik heb daar wat gemengde gevoelens bij. Dat is niet omdat ik niet van de stripverhalen houd, maar omdat ik nu al kan uittekenen dat ik benaderd zal gaan worden door journalisten die me vragen wat ik er als oudhistoricus van denk. Nu is het altijd leuk om op de radio te komen – deze pagina gaat terug op een radiocommentaar dat ik insprak vanaf een hotelkamer in Isfahan – en bovendien is het contact met journalisten altijd prettig ontspannen, maar ik vind het jammer dat elke Asterix aanleiding is tot vragen over de Oudheid. Daarmee doen we de strip tekort.

Zoals de Flintstones vooral een Amerikaanse familie zijn uit de jaren zestig, zo is Asterix een strip over de twintigste en eenentwintigste eeuw. Als Obelix in Asterix in Hispania aan het dorpshoofd vraagt “u wil dus óók weten waarom we vechten”, is de verwijzing naar de Vietnam-oorlog. Als de Galliërs in Asterix en het ijzeren schild voorwenden niet te weten waar Alesia ligt, is dat geen grap over Galliërs die niet willen weten dat ze zijn verslagen, maar over Vichy, waar dit album zich afspeelt. Asterix is gewoon veel geestiger als je de antieke achtergrond negeert en kijkt naar de eigen tijd.

Lees verder “Het proactieve Asterix-stukje”

Het proactieve Masada-stukje

Masada

Volgende week houdt Donald Trump tijdens zijn staatsbezoek aan Israël een toespraak in Masada, een fort dat de Romeinen ooit hebben belegerd. Aangezien de media een toespraak door de president van de Verenigde Staten laten afhandelen door de redactie buitenland en niet door de wetenschapsredactie, mogen we aannemen dat een berucht kwakhistorisch verhaal kritiekloos zal worden gereproduceerd: dat de Romeinen te Masada een einde maakten aan het laatste Joodse verzet.

Maar zo simpel is het niet. Bij wijze van voorwaartse verdediging tegen de naderende desinformatie: wat weten we wél over Masada?

Wat was Masada?

Masada was een op een rotsplateau gelegen paleis-fort van koning Herodes de Grote, die kort voor onze jaartelling regeerde over Judaea. In het jaar 66 n.Chr., toen het (inmiddels door Rome geannexeerde) gebied in opstand kwam, bezette een groep Sicariërs Masada. Nadat een poging ook de macht in Jeruzalem over te nemen was uitgelopen op een debacle, hielden zij zich verder afzijdig van de grote opstand tegen de Romeinen.

Lees verder “Het proactieve Masada-stukje”

MoM | Het proactieve Rome-stukje

Ten onrechte meenden de Romeinen dat hun stad was gesticht door herders; daarom meenden ze dat het eeuwenoude Lupercalia-festival een herdersfeest moest zijn. Op dit reliëf, te zien op een altaar dat is gevonden in Ostia, ziet u hoe herders Romulus en Remus vinden. Het heeft verder niets met de Lupercalia te maken maar het is wel een leuk plaatje. (Palazzo Massimo, Rome)

Het is binnenkort 21 april, de dag waarop de oude Romeinen de stichting van hun stad herdachten. Daarover wil ik vandaag alvast wat misverstanden opruimen. Noem het voorwaartse verdediging tegen de gemakzuchtige stukjes die eraan zitten te komen.

Om te beginnen: dat de mensen in de Oudheid de stichting van een stad op een bepaalde datum herdachten, wil vanzelfsprekend niet zeggen dat ze meenden dat die stad op die datum was gesticht. Van (ik meen) Trier is bijvoorbeeld bekend dat het de viering van zijn stichting verplaatste van een datum in de winter naar een datum in de zomer om zo een wit voetje te halen bij een keizer die op die zomerse datum de troon was bestegen. Wie de datum van de herdenking van een stadstichting gelijkstelt aan de datum van de stadstichting, maakt de redenatiefout die bekendstaat als het weglaten van een secundum quid, het weglaten van een voor de redenatie cruciale bepaling.

Lees verder “MoM | Het proactieve Rome-stukje”

Het proactieve Valentijnsdag-stukje

Ten onrechte meenden de Romeinen dat hun stad was gesticht door herders; daarom meenden ze dat het eeuwenoude Lupercalia-festival een herdersfeest moest zijn. Op dit reliëf, te zien op een altaar dat is gevonden in Ostia, ziet u hoe herders Romulus en Remus vinden. Het heeft verder niets met de Lupercalia te maken maar het is wel een leuk plaatje. (Palazzo Massimo, Rome)
Ten onrechte meenden de Romeinen dat hun stad was gesticht door herders; daarom meenden ze dat het eeuwenoude Lupercalia-festival een herdersfeest moest zijn. Op dit reliëf, te zien op een altaar dat is gevonden in Ostia, ziet u hoe herders Romulus en Remus vinden. Het heeft verder niets met de Lupercalia te maken maar het is wel een leuk plaatje. (Palazzo Massimo, Rome)

[Morgen is het Valentijnsdag en je zult zien dat weer iemand zal beweren dat dat eigenlijk een oud-Romeins vruchtbaarheidsfeest is. De klassieken moeten per se relevant worden gemaakt, desnoods met alternatieve feiten. Er is echter geen verband tussen het Romeinse en het christelijke feest, zoals mijn Amerikaanse vriend William P. Thayer, de webmaster van LacusCurtius, in een proactieve gastbijdrage uitlegt.]

Pogingen zoals deze, deze en deze om de oud-Romeinse Lupercalia (15 februari) in verband te brengen met de christelijke Valentijnsdag (14 februari) zijn verdacht. De gelijkstelling van de twee illustreert vooral een twintigste-eeuwse neiging om een liefdesfeest af leiden van antieke vruchtbaarheidsculten. Er is ondertussen geen draad bewijs voor een dergelijk verband.

Vaak wordt beweerd dat paus Gelasius (r.494-496) Valentijnsdag in de vijfde eeuw instelde, maar dat is niet waar: wat hij wél deed was een lange, strenge brief schrijven (Brief 100, Aan Andromachus) waarin hij de gelovigen het vieren van de Lupercalia verbood. Die brief noemt geen Valentinus.

Lees verder “Het proactieve Valentijnsdag-stukje”