Nog één keer: de wijzen uit het oosten

4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.

Magiërs

Het door Matteüs voor de wijzen gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.

Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.

De ster

Dan is er die ster. Dat is, om zo te zeggen, het beeldmerk van de messias. Sinds de vroege eerste eeuw v.Chr. – eigenlijk zolang als het messianisme bestaat – dacht men dat het vers uit Numeri 24.17:

Een ster komt op uit Jakob,
een scepter uit Israël.
Hij verbrijzelt Moab de slapen,
de kinderen van Set slaat hij neer.

verwees naar de messias. Dat Matteüs hier echt naar verwijst, blijkt uit de precieze formulering: de magiërs zeggen tegen koning Herodes “Wij hebben zijn ster zien opkomen”.noot De Statenvertaling “ster in het Oosten” gaat op dit punt de mist in. Met deze verwijzing maakt Matteüs duidelijk wat Jezus’ plaats is in de heilsgeschiedenis.

Citaten en allusies

Verder weeft hij nogal wat verzen uit de joodse religieuze literatuur door zijn betoog. Afgezien van het Numeri-citaat citeert hij letterlijk Micha 5.1, Hosea 11.1, Jeremia 31.15 (“Er klinkt een stem in Rama”) en Exodus 4.19, en alludeert hij aan Jesaja 60.6 en Exodus 1.16. Matteüs’ slotopmerking dat Jezus kwam te wonen in Nazaret om een profetie in vervulling te laten dat hij nazoreeër genoemd zal worden, verwijst naar een onbekend geschrift dat niet in de Bijbel is opgenomen. Het gaat om een woordspel: een nazoreeër is iemand uit Nazaret, is iemand die een gelofte heeft ingelost en verwijst naar netzer, “loot”, wat een ander messiaans motief is: zie Jesaja 11.1.

Ik som dit op omdat de aller-, allereerste vraag die we bij een tekstanalyse moeten stellen, die is naar het genre. Je kunt een roman niet lezen alsof het non-fictie is, een gedicht vergt een andere leeshouding dan proza, en toneel lees je hardop. In dit geval is de dichtstbijzijnde parallel de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QTestimonia, een bloemlezing uit de joodse literatuur die betrekking heeft op de messias. Matteüs heeft zulke citaten genomen en er een verhaal van geschapen.

Het verhaal is dus – ik vertel opnieuw wat ik al eens herhaalde – een literair spel. Het literaire vlechtwerk levert een gek verhaal op, met bijvoorbeeld een hoogst onlogische vlucht naar Egypte, die er vooral is om een Hosea-passage in vervulling te laten gaan. Het heeft dus niet zoveel zin te zoeken naar de ster van Betlehem, want dat is net zoiets als vragen wat die stem uit Rama heeft gezegd.

Niet alles is fictie

Dat Matteüs’ verslag van de geboorte van Jezus is geschreven op de wijze waarop joodse religieuze teksten destijds in elkaar zaten, wil overigens niet zeggen dat alles fictie is. Door wat citaten uit liedjes van Taylor Swift te combineren, kun je een feitelijk accuraat verslag schrijven van de ochtend in januari waarop je de kerstverlichting hebt opgeruimd. Zoals ik al eens schreef, kan de historicus een antieke tekst nooit zomaar helemaal letterlijk nemen maar is het ook verkeerd aan te nemen dat alles literaire fictie is.

Wat ik hierboven vertel, heb ik in diverse stukjes allemaal al weleens uitgelegd. Ik maakte deze samenvatting op verzoek van de onlangs overleden journalist Paul Damen, die hierover nog eens een stuk wilde schrijven en informatie bij me kwam vragen. Maar toen ik het op een druilerige zondagmorgen samenvatte, viel me iets op.

Heidense wijzen

De joodse religieuze literatuur verwijst weleens naar de magiërs, zoals in Daniël 2.2 en in Filon van Alexandriës Leven van Mozes 1.264. De magiërs zijn strijk en zet dwazen, die het eigenlijk niet snappen. Het zijn geen wijzen uit het oosten, maar onwijzen. De Griekse auteur Herodotos denkt er precies zo over. De Joodse precedenten van Matteüs zijn, als ik het goed zie, wel negatief, maar nog vér van de latere typering van magiërs als bedriegers.

In eerste instantie dacht ik dat Matteüs wilde zeggen dat de dwazen het licht zagen opkomen dat koning Herodes tot elke prijs wil doven. Dat zou, dacht ik, dezelfde omkering zijn die we bij Lukas aantreffen: herders, die spreekwoordelijke outcasts van de antieke samenleving, zijn daar de eersten die op de hoogte zijn van goed nieuws. Veel christelijker kon het niet, leek me, als de laatsten de eersten waren.

Gert Knepper, die weleens op deze blog schrijft en die ik altijd om advies kan vragen, had een betere uitleg van het curieuze gegeven dat Matteüs magoi presenteert die er in de joodse religieuze literatuur slecht vanaf komen. Hij attendeert erop dat de magiërs in Daniël het niet snappen doordat hun wijsheid tekortschiet in vergelijking met de inzichten die de joodse religie biedt. In het Matteüs-evangelie concluderen ze echter op grond van hun beperkte wijsheid correct dat er een Joodse koning is geboren.

Zo’n presentatie – het zijn heidenen maar wel goede heidenen – past prima, zowel aan het einde van de eerste eeuw v.Chr. als in de eerste eeuw na Chr. In het eerste geval past het omdat het jodendom een steeds bredere definitie was gaan definiëren van het Verbondsvolk (vgl. het blogje van 24 november); in het tweede geval omdat het christendom eind eerste eeuw na Chr. steeds meer heidense aanhangers kreeg.

Kortom, er is aan de Kerstverhalen nog een hoop te ontdekken, maar voor 2025 vind ik het wel mooi geweest.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deel dit:

13 gedachtes over “Nog één keer: de wijzen uit het oosten

  1. Jos Houtsma

    De Perzische magoi waren misschien geen sterrenkundigen en ze mogen er in de joodse religieuze literatuur slecht vanaf komen, feiten zijn ook:
    1. Dat ze zich lieten wijzen door een ster
    2. Dat er bij Mattheüs niet het geringste laatdunkende woord over hen wordt gesproken.

    Ik denk dat Mattheüs in Bijbelse bewoordingen meedeelt dat de Messias geboren werd ook voor mensen van buiten Israël, ja zelfs van buiten het rijk van Rome.

      1. Frans Breukelman sr, die zijn halve leven heeft besteed aan de studie van Mattheus, was tot de overtuiging gekomen dat een van de belangrijkste schrijfdoelen van Mattheus was het tegengaan van de verwijdering van kerk en synagoge. Dat Mattheus zijn geboorteverhaal van Jezus zo uitgebreid vastmetselt in het oude testament, zoals in de blog is uiteengezet, past daar heel goed bij.
        Merk overigens op dat volgens de bijbel de wijzen nooit in de kerststal zijn geweest. Zij “gingen het huis binnen”, waar zij de peuter Jezus aantroffen, die daar met zijn ouders woonde.

      2. Hans Koonings

        De uitleg van Gert Knepper lijkt hierboven opeens verdwenen. Uit mijn hoofd meen ik dat zijn interpretatie (die overeenkomt met die van Jona Lendering en Jos Houtsma), is dat in Matteüs de Magoi (hierna: Magiërs) worden opgevoerd om te vertellen dat ook niet-joden (of: heidenen) in Jezus geloofden. Ik vind dit om een aantal reden wat ver gezocht, en zou liever wat dichter bij huis willen blijven: in Matteüs vervult Jezus de Tora (het “Oude Testament”).

        Dat “de Magiërs uit het Oosten” begrepen moeten worden als Zoroastrismische priesters uit Perzië (of als halve malloten), blijkt niet uit Matteüs. Het hierbij inbrengen van historische en taalkundige kennis, lijkt niet nodig om Matteüs te interpreteren. Eeuwen later heeft men het over “de wijzen uit het Oosten”, en dat klinkt al heel wat aannemelijker. Maar goed, ik weet natuurlijk niet hoe men dit destijds las in Antiochië in Syrië.
        Ik mis de context met Herodes. De magiërs zijn gekomen om de koning der joden te aanbidden. Herodes ziet de magiërs als degenen die hem kunnen vertellen waar precies de in de Tora voorspelde koning is geboren in Bethlehem. Daartoe volgen ze een ster (of een engel) die stil blijft staan boven de plek waar Jezus geboren is. Ze aanbidden hem en verraden hem niet aan Herodes. In dit verhaal ligt in mijn ogen de meer aannemelijke interpretatie van de magiërs: zij zijn zeer wijs en voornaam, aanbidden Jezus en bevestigen dat Jezus de Tora vervulde,
        Dat met de magiërs de laatsten de eersten waren, vind ik een poëtische gedachtensprong. Dit lijkt wel op te gaan voor de herders die bij nachte lagen, maar niet voor deze wijzen uit het Oosten.

        Kortom: soms moet je de dingen eerst wat eenvoudiger zien te houden. Nou ja, zo schrijf ik als absolute leek. Toch denk ik dat Gert, Jona en Jos dit kunnen meenemen in hun interpretaties.

  2. Merit

    “Dan is er die ster. Dat is, om zo te zeggen, het logo van de firma messias”.

    Was het maar waar.
    Overal ziet men met Kerstmis openbare versieringen in steden en dorpen met een vijfpuntige ster.
    Men viert dus niet de geboorte van een joods jongetje.
    Als dit zespuntige sterren zouden zijn, zou Halsema ook niet hoeven aftreden vanwege grove tekortkomingen in het handhaven van de openbare orde, want verstoringen zouden zich (op deze schaal) niet hebben voorgedaan.
    https://petities.nl/petitions/verzoek-femke-halsema-te-vertrekken-als-burgemeester-van-amsterdam?locale=nl

    1. Thusnelda Wetering

      Jona heeft hier al zo vaak uitgelegd dat het verleden interessant is zoals het is en niet relevant gemaakt hoeft te worden door de actualiteit erbij te halen. Wanneer we ideeën kunnen vergelijken of wanneer de oude samenleving onze maatschappij beïnvloedt, dan is er relevantie. Laten we het daartoe beperken en niet meelopen met de politici die de oudheid voor eigen doelen gebruiken.

    2. FrankB

      Slechte ideeën zijn ook toegestaan, zolang men zich aan de Fascinerende Huisregels houdt.

      “… want verstoringen zouden zich (op deze schaal) niet hebben voorgedaan.”
      Dit wensdenken noopt mij niet te tekenen.
      Waarmee de huidige dorpsburgemeester niet ontslagen is van kritiek.

Reacties zijn gesloten.